Op ware grootte. Hoogbegaafd en werk
Succesvol of uitgevallen, en zelden op je niveau. Zo gaat het met veel hoogbegaafden in hun werk. Ze komen na een gewone werkdag leger thuis dan het werk rechtvaardigt, en trekken de verkeerde conclusie: dat ze het niet aankunnen, dat anderen steviger in elkaar zitten. Ze zoeken de oorzaak in een tekort. Wat er werkelijk speelt, is een intensiteit die op de werkvloer geen plek vindt.
Op ware grootte daalt af naar wat onder het gedrag ligt. Waarom de een eeuwig dwarsligt, de ander onderduikt en een derde zich zo goed aanpast dat niemand ziet wat ze kan. Waarom wie alles kan, niet kiest. Waarom de scherpste medewerker vaak als eerste vertrekt. Dineke van Kooten volgt zes profielen van hoogbegaafden op het werk tot op de wortel: wat een kind te veel of te weinig kreeg, en de plek die het in het gezin innam. Ze laat zien wat dat betekent voor loopbaan en leiderschap, en waarom organisaties hun kanaries, klokkenluiders en hofnarren zo vaak wegzetten, terwijl juist zij als eersten ruiken wat eraan komt.
Voor de hoogbegaafde die vastloopt in zijn werk, en voor wie hoogbegaafden begeleidt, aanstuurt of naast zich heeft.
Drs. Dineke van Kooten (1963) hoorde in 1995 dat ze hoogbegaafd is. Sinds 2004 begeleidt ze in haar coachingspraktijk hoger opgeleiden, leidinggevenden en ondernemers. Velen van hen blijken hoogbegaafd, zonder dat ze het wisten. Uit dat werk groeiden het Balansmodel van Hoogbegaafdheid en haar model Ziel, zaak en bezieling.
Op ware grootte
Hoogbegaafd en werk
Deel 5 van de reeks Hoogbegaafd in al zijn facetten
© 2026 Drs. Dineke van Kooten
Uitgeverij: EMMAÜS | Academie voor Bezield Leven, Garderen
Eerste druk, 2026
ISBN 978-90-838006-5-3 (e-book)
ISBN 978-90-838006-0-8 (paperback)
NUR 771
Inhoudsopgave
Voorwoord
Inleiding
Hoofdstuk 1 — Hoogbegaafd zijn op de werkvloer?
1.1 Wat er aanstaat: de vier intensiteiten in één moment
1.2 Drie mensen, dezelfde gave, drie reacties
1.3 Geen karakter maar een oplossing: het overlevingsmechanisme
1.4 De wortel: te veel of te weinig van wat je nodig had
1.5 Drie profielen: uitdagend, onderduikend, risico
Hoofdstuk 2 — Gedrag en werkhouding van hoogbegaafden
2.1 Wat niet te zien is: de werkhouding als masker
2.2 Drie mensen, dezelfde gave, drie werkhoudingen
2.3 De wortel: het mechanisme dat beloond wordt
2.4 Drie profielen: aangepast, autonoom, dubbel bijzonder
Hoofdstuk 3 — De gave die wil doorgronden
3.1 Het tempo dat niet klopt
3.2 De eenheid die hij niet kan opbreken
3.3 De zin die hij niet kan loslaten
3.4 De drang tot het klopt: de wortel
Hoofdstuk 4 — De gave die voelt en weegt
4.1 De last die niemand ziet
4.2 Het voelen van de ordening
4.3 Het geladen binnenkrijgen
4.4 Het lichaam weet het eerst
Hoofdstuk 5 — De gave die zich tegen zichzelf keert
5.1 Het kind dat nooit hoefde te oefenen
5.2 Het volmaakte beeld dat verlamt
5.3 Het niet hebben leren falen
5.4 Het uitstellen en niet-afmaken
Hoofdstuk 6 — Wat er gezegd werd
6.1 Hoe een zin naar binnen verhuist
6.2 De tien stemmen
6.3 Waarom je dit niet alleen kunt
Hoofdstuk 7 — De loopbaan: vlucht of richting
7.1 Vlucht of richting
7.2 De NEE-lijn
7.3 De demonen op de drempel
7.4 De moed om over te steken
Hoofdstuk 8 — Ziel, zaak en bezieling
8.1 De drie componenten
8.2 Wat er ontstaat als het klopt
8.3 Hoe de hoogbegaafde er scheef in staat
8.4 De kloppende crisis
Hoofdstuk 9 — Wie alles kan, kiest niet
9.1 De paradox van wie alles kan
9.2 Het verkeerde kompas
9.3 Wat je nog niet kunt maar wilt worden
9.4 Kiezen vanuit wie je bent
Hoofdstuk 10 — Leidinggeven: alles tegelijk, en nu ook de ander
10.1 Waarom het cognitieve gemak juist de val is
10.2 De verlamming van wie alles overziet
10.3 De afstand die niemand voelt behalve hij
10.4 De ene ander die naast hem staat
10.5 Onderhandelen over je mogelijkheden
10.6 De leider heeft een eigen vuur nodig
Hoofdstuk 11 — Wie het gas ruikt
11.1 De kanarie in de kolenmijn
11.2 De klokkenluider
11.3 De hofnar
11.4 De vruchtbare omgeving
Hoofdstuk 12 — Wat de hoogbegaafde te doen heeft
12.1 Jezelf serieus nemen
12.2 Je volle gaven omarmen
12.3 Je juiste plek innemen
12.4 Ziel, zaak en bezieling op één lijn
Hoofdstuk 13 — Waarom je een spiegel nodig hebt
13.1 Alles begrijpen en toch niet veranderen
13.2 Waarom je jezelf niet kunt zien
13.3 Jezelf ontdekken
13.4 De spiegel die hij nooit had
Epiloog
Verantwoording en literatuurlijst
Het tweede is: Op ware grootte. Hoogbegaafd en werk
Het e-book is nu te koop! Direct bestellen? Klik hier
VOORWOORD
Dit boek gaat over hoogbegaafde mensen en hun werk. Het is geschreven omdat het boek dat ik zelf had willen lezen er niet was.
Wat er bestond over hoogbegaafdheid, bleef meestal aan de oppervlakte: bij de kenmerken, de lijstjes, de tips om beter om te gaan met je intensiteit. Nuttig misschien, maar het raakte zelden de kern, en de kern is geen kenmerk. Die ligt dieper, onder het gedrag, in de wortel waar een mens gevormd werd. Dit boek probeert daar te komen. Het graaft naar waarom hoogbegaafden doen wat ze doen, en naar wat eronder ligt dat het mogelijk maakt.
Ik schrijf het voor de hoogbegaafde zelf, en ik schrijf het met een verdriet dat ik niet goed kan verbergen. Want in mijn werk zie ik telkens opnieuw hoeveel er verloren gaat. Mensen met buitengewone vermogens lopen vast, doven uit, worden ziek, of maken zichzelf zo klein dat niemand meer ziet wat er in hen zit. Dat is verkwanseld potentieel, deels door de mensen zelf, deels door een omgeving die hen niet kon plaatsen. Dat verlies is stil, het maakt geen lawaai, en juist daarom telt niemand het op. Maar het is er, en het doet me pijn, en dat is een van de redenen dat dit boek bestaat.
Ik schrijf het ook omdat ik de weg zelf ben gegaan, met alle misstappen die erbij horen. Ik wist lange tijd niet dat ik hoogbegaafd was, en ik heb de fouten gemaakt die je maakt als je het niet weet. In mijn eerste baan na mijn afstuderen dacht ik dat ik alles moest zeggen wat ik zag. Ik dacht dat iedereen daar blij mee zou zijn, dat ze me dankbaar zouden zijn voor wat ik opmerkte.
Niemand zat op me te wachten. Ik zag alles wat er in die organisatie misging, behalve wat er misging tussen mij en de anderen. Pas jaren later hoorde ik, via via, dat ze inmiddels waren aanbeland bij de dingen die ik toen al had aangewezen. Ik had gelijk gehad, en mijn gelijk had me niets opgeleverd. Ik bracht het vanaf de verkeerde plek, op het verkeerde moment, zodat niemand het kon horen.
Het heeft me jaren gekost om te begrijpen wat daar gebeurde. Dit boek is voor een groot deel de neerslag van dat begrijpen, iets wat ik van binnenuit heb moeten leren. Daarom staan er ook geen snelle antwoorden in. Wat er aan aanwijzingen in staat, komt pas nadat de wortel is gezien, en werkt alleen van daaruit. Wie bereid is te kijken naar wat er werkelijk onder zit, bij de hoogbegaafde en bij zichzelf, is welkom.
