De laatste 72 uur volgens Elizabeth Kübler-Ross
Dit verslag beschrijft een terugkerend fenomeen dat wordt waargenomen bij mensen in de laatste fase van hun leven, gebaseerd op decennia van observaties door arts en psychiater Elizabeth Kübler-Ross. Gedurende meer dan veertig jaar begeleidde zij ruim 20.000 stervenden en luisterde zij aandachtig naar wat zij meemaakten in de dagen vlak voor hun overlijden.
De laatste 72 uur als keerpunt
In de transcriptie wordt benadrukt dat er ongeveer drie dagen vóór de fysieke dood een duidelijke verschuiving optreedt in het bewustzijn van veel stervenden. Dit moment voelt niet als aftakeling, maar als een overgangsfase. Patiënten worden rustiger, angst verdwijnt vaak volledig en er ontstaat een opvallende helderheid.
Mensen die zich eerder verzetten tegen hun diagnose, beginnen te spreken over:
– voorbereidingen
– een reis
– thuiskomen
– mensen die op hen wachten
Deze verandering komt spontaan op en wordt niet ingegeven door gesprekken met zorgverleners of familie.
Ontmoetingen met overleden dierbaren
Een van de meest terugkerende ervaringen is dat stervenden overleden familieleden of bekenden waarnemen. Deze personen verschijnen vaak aan het voeteneinde van het bed of in de kamer en worden beschreven met grote precisie:
– namen
– gezichten
– stemmen
– karakteristieke details
Opvallend is dat het altijd mensen betreft die al overleden zijn, nooit levende personen. In meerdere gevallen beschrijven stervenden personen van wie ze rationeel niet konden weten dat ze bestonden, zoals:
– een ouder die recent is overleden zonder dat de patiënt dit wist
– een broer of zus die vóór hun geboorte is gestorven
– familieleden over wie nooit is gesproken
Deze ontmoetingen worden niet ervaren als verwarrend of angstig, maar juist als troostend en begeleidend.
Geen chaos, maar samenhang
Wat Kübler-Ross opviel, was de consistentie van deze ervaringen:
– bij kinderen én volwassenen
– bij gelovigen, atheïsten en mensen zonder spirituele achtergrond
– in verschillende culturen en landen
De woorden verschillen, maar de essentie is dezelfde. De ervaringen volgen een herkenbaar patroon en zijn ordelijk, betekenisvol en rustig, niet chaotisch of fragmentarisch.
De verandering in taal en beleving
In de laatste dagen verandert ook de manier waarop stervenden spreken. Ze gebruiken spontaan metaforen zoals:
– “Ik ga naar huis”
– “Ze komen me halen”
– “Het is bijna tijd”
– “Alles is klaar”
Deze taal ontstaat niet vanuit angst, maar vanuit een innerlijke zekerheid. De emoties die ermee gepaard gaan zijn vaak:
– vrede
– berusting
– liefde
– vertrouwen
Mensen die hun hele leven bang waren voor de dood, verliezen deze angst volledig.
Het ervaren van licht en liefde
Veel stervenden beschrijven een bijzonder licht:
– helder maar niet verblindend
– warm en levend
– vergezeld van een diep gevoel van liefde en acceptatie
Zelfs jonge kinderen zonder religieuze opvoeding gebruiken soortgelijke beschrijvingen. In enkele gevallen beschrijven mensen die blind geboren zijn visuele details, wat diepe indruk maakte op de betrokkenen.
Effect op het stervensproces
Een belangrijk punt in Kübler-Ross’ observaties is dat geen enkele patiënt die deze ervaringen had, in angst stierf. Integendeel:
– huilende kinderen werden stil en sereen
– strijdende ouderen lieten los
– sceptische, rationele mensen spraken over liefde en verbondenheid
De rust die over hen kwam was zo tastbaar dat ook zorgverleners erdoor werden geraakt.
Hoe hiermee wordt omgegaan
In de medische praktijk worden deze ervaringen vaak verklaard als:
– zuurstoftekort
– terminale verwarring
– neurologische veranderingen
Volgens Kübler-Ross doen deze verklaringen echter geen recht aan de inhoud, helderheid en samenhang van wat stervenden vertellen. Door deze ervaringen weg te verklaren, blijven stervenden vaak alleen met wat voor hen het meest betekenisvolle moment van hun leven is.
De kernboodschap
De centrale boodschap van de transcriptie is niet om te overtuigen, maar om uit te nodigen tot luisteren:
– De laatste dagen vóór de dood zijn geen zinloze ontbinding, maar een fase van voorbereiding en overgang.
– Wat mensen ervaren is voor hén werkelijk en diep betekenisvol.
– Door open en respectvol aanwezig te zijn, kunnen we stervenden hun waardigheid en vertrouwen teruggeven.
De dood wordt hier niet beschreven als een einde, maar als een verandering van toestand, waarbij niemand alleen hoeft te gaan.
Wat dit van ons vraagt
Het verslag sluit af met een stille vraag aan de lezer:
Durven we te luisteren zonder meteen te verklaren?
Kunnen we ruimte laten voor ervaringen die ons huidige begrip overstijgen?
Zijn we bereid stervenden serieus te nemen in wat zij zien, voelen en zeggen?
Niet om bestaande overtuigingen af te breken, maar om menselijkheid, nabijheid en openheid centraal te stellen in de laatste fase van het leven.
