De spiegel in de sterfkamer
Over een stille regel, eeuwenoude ervaring en het moment van overgang
De nacht in Wenen – Het is diep in de nacht wanneer een uitvaartondernemer een kamer binnenloopt in een Weens uitvaartcentrum. Hij doet dit al meer dan veertig jaar. Meer dan vierduizend overledenen heeft hij verzorgd. De handelingen zijn vertrouwd: wassen, aankleden, voorbereiden.
Alles verloopt zoals altijd — tot zijn blik op de spiegel valt.
Een grote wandspiegel hangt recht tegenover het bed. Niemand heeft hem verwijderd. Niemand heeft hem afgedekt. Het zachte licht van een nachtlamp weerspiegelt het lichaam van een 76-jarige vrouw.
En nog iets anders.
Hoewel het lichaam volledig stil ligt, ziet hij in de spiegel een minimale beweging: een lichte schok in de hand, een flikkering van de oogleden. Alsof er nog adem is. Alsof er nog aanwezigheid is.
Hij knippert. Kijkt opnieuw. Het lichaam zelf is onbeweeglijk.
Het spiegelbeeld niet.
Zonder aarzelen verlaat hij de kamer. Later keert hij terug met een collega. Het eerste wat ze doen, is de spiegel verwijderen.
Niet uit angst.
Maar omdat ze deze regel kennen.
Een ongeschreven regel
Onder uitvaartondernemers wereldwijd bestaat een praktijk die zelden wordt besproken en nergens officieel wordt onderwezen: Verwijder alle spiegels uit de sterfkamer. Onmiddellijk.
Deze regel staat niet in handboeken en komt niet voor in protocollen. Ze wordt doorgegeven van ervaren vakmensen aan nieuwkomers. Niet als bijgeloof, maar als voorzorg.
Waarom?
Omdat men dingen heeft gezien.
Een universeel gebruik
Wanneer men verder kijkt dan de moderne zorgpraktijk, blijkt deze regel geen uitzondering te zijn.
In de Joodse traditie worden spiegels na een overlijden zeven dagen afgedekt. Niet uit rouw om het uiterlijk, maar om de ziel niet te verstoren in haar overgang.
In het Victoriaanse Engeland werden spiegels direct met zwarte doeken bedekt. Officieel uit respect, maar dagboeken uit die tijd spreken ook over angst voor wat men zou kunnen zien.
In veel Aziatische culturen worden spiegels omgedraaid, met de reflecterende zijde naar de muur — alsof men een doorgang afsluit.
Ierse folklore waarschuwt om niet in een spiegel te kijken wanneer een overledene in dezelfde ruimte ligt, omdat men niet alleen zichzelf zou kunnen zien.
Culturen die nooit contact met elkaar hadden, hanteerden dezelfde voorzorg. Niet één keer, maar overal.
Elizabeth Kübler-Ross was arts, opgeleid binnen de strenge Zwitserse geneeskunde. Ze geloofde in observatie, documentatie en herhaalbaarheid.
Gedurende veertig jaar werkte zij met stervenden. En steeds opnieuw werd zij geconfronteerd met ervaringen die niet eenvoudig te verklaren waren.
In 1978 werkte zij in het Mercy Hospital in Chicago. Eén van haar patiënten, Sarah M., 54 jaar, lag in de laatste fase van kanker. Ze was helder, bij bewustzijn en wist dat ze zou sterven.
Wat opviel: Sarah staarde voortdurend naar een kleine spiegel naast haar bed. Ze bewoog haar lippen, alsof ze sprak met iemand.
Toen Kübler-Ross haar vroeg wie ze zag, antwoordde Sarah zonder twijfel: “Mijn zus. Ze staat in de spiegel. Ze wacht op me.”
Het probleem was dat Sarah’s zus op dat moment nog leefde — tweeduizend kilometer verderop.
Twaalf uur later stierf Sarah. Haar laatste woorden waren dat haar zus haar meenam. Enkele uren daarna kwam het bericht: haar zus was op exact hetzelfde moment overleden aan een hartaanval.
Geen op zichzelf staand geval
Dit was niet uniek.
In Berlijn beschreef een stervende man in 1982 in detail de chauffeur die hem had aangereden — een man die nooit was gezien en was doorgereden. Zijn beschrijving leidde later tot de arrestatie van de dader. Volgens de patiënt had hij hem in de spiegel gezien.
In 1989 sprak een stervende tweelingbroer met zijn andere broer, zichtbaar in de spiegel. De broer overleed diezelfde nacht, op het moment dat het gesprek begon.
Kübler-Ross documenteerde zeventien gevallen waarin stervenden personen zagen in spiegels die niet fysiek aanwezig waren, maar die kort daarna overleden bleken te zijn of reeds gestorven waren.
Wat verklaringen niet verklaren
Hallucinaties worden vaak genoemd. Maar ze verklaren niet: waarom informatie klopt die men niet kan weten? Waarom tijdstippen samenvallen? Waarom dit patroon zich herhaalt bij verschillende mensen, plaatsen en omstandigheden?
Voor Kübler-Ross was duidelijk: er gebeurde iets reëels, ook al begrepen we het mechanisme niet.
Spiegels als grens
Kübler-Ross beschouwde spiegels niet enkel als reflecterende objecten. In momenten van overgang — zoals sterven — leken zij een bijzondere rol te spelen.
Ze speculeerde voorzichtig dat spiegels mogelijk functioneren als grensvlakken. Plaatsen waar waarneming verandert. Niet als verklaring, maar als werkhypothese.
Wat ze wél wist: wanneer spiegels werden verwijderd, verliep het sterven rustiger.
Een praktisch experiment
Op haar verzoek verwijderden enkele hospices gedurende een maand alle spiegels uit sterfkamers.
De uitkomst was consistent:
– minder onrust
– minder angst
– minder verontrustende ervaringen
Het sterven verliep vrediger. Alsof iets was afgesloten.
Een moderne echo
Tijdens de pandemie in 2020 stierf een oudere vrouw alleen in een Londens ziekenhuis. Haar familie kon niet aanwezig zijn. Een iPad stond naast haar bed voor een videogesprek.
Het apparaat stond uit. Het scherm was zwart.
Toch glimlachte de vrouw en zei: “Mijn kleindochter is er. Ik zie haar in het scherm. Ze zegt dat ik niet bang hoef te zijn.”
De iPad bleek de hele tijd uitgeschakeld te zijn.
Was het een projectie? Of functioneerde het zwarte scherm zoals een spiegel — als een oppervlak zonder beeld, maar niet zonder betekenis?
Wat betekent dit voor de zorg?
Kübler-Ross pleitte niet voor angst of dogma’s, maar voor voorzichtigheid en respect.
Haar praktische richtlijnen waren eenvoudig:
– verwijder spiegels uit sterfkamers
– ook kleine spiegels en reflecterende schermen
– begin hiermee zodra het sterven nabij is
– respecteer de wens van de stervende als die anders is
– dek of verwijder spiegels ook in de eerste dagen na de dood
Niet omdat men alles begrijpt, maar juist omdat men dat niet doet.
De kern
De dood is volgens Kübler-Ross geen abrupt einde, maar een overgang.
En overgangen kennen gevoeligheden.
Spiegels lijken — door ervaring, niet door theorie — een rol te spelen die we nog niet volledig begrijpen. Daarom werden ze eeuwenlang behandeld met voorzichtigheid.
Niet uit bijgeloof.
Maar uit zorg.
Slotgedachte: Aan het einde van haar leven zei Kübler-Ross: “De dood heeft regels. Niet omdat ze ons willen beperken, maar omdat ze het proces beschermen.”
De regel over spiegels is daar één van.
Zacht doorgegeven.
Zelden uitgesproken.
Gebaseerd op wat mensen hebben gezien — niet op wat ze geloven.
