Natuurlijke verschillen veroordeeld
Al decennia lang verschuift in Nederland de manier waarop we praten over mannen en vrouwen. Wat eeuwenlang vanzelfsprekend werd gezien — dat er biologische verschillen zijn tussen de seksen — wordt steeds vaker weggewuifd als “sociale constructie” of zelfs “indocrinatie”. In beleid, media en onderwijs lijkt het alsof elke nuance van mannelijk en vrouwelijk gedrag verdacht is, alsof benoemen van gemiddelde verschillen automatisch het kwaad oproept. Het resultaat is een paradox: de realiteit van biologische en psychologische verschillen wordt genegeerd of gebrandmerkt, terwijl de samenleving wel verwacht dat mannen en vrouwen zich “neutraal” of identiek gedragen. Dit artikel kijkt naar hoe deze verschuiving is ontstaan, van de feministische golven en juridisering van gelijkheid tot de huidige tijd van inclusieve taal, algoritmes en AI-moderatie, en laat zien hoe een eenvoudig biologisch feit steeds vaker als ideologisch geladen wordt behandeld.
Lees ook: de verborgen kosten van emancipatie; verdwijnend-schaalbewustzijn en het-verloren-kind-van-het-emancipatiebadwater

Al decennia lang verschuift in Nederland de manier waarop we praten over mannen en vrouwen. Wat eeuwenlang vanzelfsprekend werd gezien — dat er biologische verschillen zijn tussen de seksen — wordt steeds vaker weggewuifd als “sociale constructie” of zelfs “indocrinatie”. In beleid, media en onderwijs lijkt het alsof elke nuance van mannelijk en vrouwelijk gedrag verdacht is, alsof benoemen van gemiddelde verschillen automatisch het kwaad oproept. Het resultaat is een paradox: de realiteit van biologische en psychologische verschillen wordt genegeerd of gebrandmerkt, terwijl de samenleving wel verwacht dat mannen en vrouwen zich “neutraal” of identiek gedragen. Dit artikel kijkt naar hoe deze verschuiving is ontstaan, van de feministische golven en juridisering van gelijkheid tot de huidige tijd van inclusieve taal, algoritmes en AI-moderatie, en laat zien hoe een eenvoudig biologisch feit steeds vaker als ideologisch geladen wordt behandeld.
Het ironische is dat wat evolutionair, fysiologisch en psychologisch vanzelfsprekend is, nu in beleidsnota’s en onderwijsboeken wordt gebrandmerkt als sociaal gevaarlijk of ideologisch belast. Terwijl juist de medische wetenschap steeds meer aanloopt tegen de fysiologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Mannen zijn gemiddeld fysiek sterker; vrouwen hebben gemiddeld een hogere gevoeligheid voor sociale signalen en een grotere emotionele afstemming op kinderen. Dat zijn universele wetmatigheden, maar geen waardeoordeel. Toch worden deze verschillen in veel professionele en mediakringen nauwelijks benoemd, uit angst dat het “stereotypen bevestigt”. Met andere woorden: de wetenschap van de werkelijkheid wordt gecensureerd omwille van de ideologie van gelijkheid — een vorm van sociale indoctrinatie waarbij feit en norm worden verward. Het is bijna tragikomisch: de feiten zelf worden verdacht, terwijl de samenleving wél verwacht dat iedereen functioneert alsof mannen en vrouwen exact hetzelfde zijn, met identieke voorkeuren, reacties en gedragingen.
Historische beweging en systematische ironie
De paradox is niet spontaan ontstaan; ze is het resultaat van een geleidelijke maatschappelijke en institutionele inmenging. In de jaren ’60 en ’70 lag de nadruk op emancipatie: mannen en vrouwen moesten gelijke rechten krijgen, maar verschillen werden nog vrij benoemd. Met de juridisering in de jaren ’80 en ’90 werd discriminatie expliciet verboden, en de aandacht verschoof van “verschil” naar “gelijkheid van behandeling”. Vanaf het begin van de jaren 2000 werd gender steeds meer gezien als een sociaal construct, en wat vroeger neutraal werd waargenomen — verschillen in gedrag, voorkeuren of cognitieve stijlen — werd langzaam problematisch verklaard. De #MeToo-periode en de opkomst van intersectionele inclusiviteit versterkten de voorzichtigheid: benoemen van gemiddeld verschillen werd geassocieerd met machtsmisbruik of stereotypering. Vandaag de dag, in een tijdperk van AI en platformmoderatie, wordt elk signaal van biologisch of psychologisch verschil automatisch als risico gezien en geweerd. Het gevolg is dat een feit dat millennia lang als vanzelfsprekend gold, nu door beleid, media en technologie wordt gecensureerd of verdacht gemaakt — een ironie die tragikomisch is: de werkelijkheid wordt verdacht verklaard terwijl men verwacht dat we haar negeren en functioneel gelijke uitkomsten produceren.

Terwijl de materiële voorwaarden voor rolverandering (technologie, markt, instituties) structureel veranderden, werd de biologische realiteit zelf hergedefinieerd als probleem. Niet de maatschappij paste zich aan de mens aan, maar de mens moest ideologisch herschreven worden om te passen bij het nieuwe systeem van arbeid, consumptie en productie.
Wat vroeger werd erkend als: “gemiddelde biologische verschillen binnen een sociale context” werd langzaam hervertaald als: “sociale indoctrinatie die gecorrigeerd moet worden”.
De ironie is scherp: hoe minder het dagelijks leven biologisch georganiseerd is, hoe meer biologie ideologisch verdacht wordt.
Dit artikel laat zien dat er economische, technologische en ideologische componenten de positie van de vrouw ingrijpend veranderden. Er zijn echter nog een aantal onderliggende componenten die vaak onzichtbaar blijven maar die nog meer verklaren waarom dit denken zo hardnekkig is geworden.
=> Juridisering van het leven
(zeer belangrijk, vaak gemist)
Wat veranderde:
– Steeds meer domeinen werden juridisch dichtgetimmerd
– Ongelijkheid –> juridisch risico
– Taal –> bewijsstuk
Effect:
– Verschil wordt niet meer besproken, maar getoetst
– Instellingen leren: “zeg liever niets dan iets verkeerds”
Hierdoor verschuift: verschil = feit naar verschil = aansprakelijkheid
Dit verklaart AI-moderatie, HR-taal, beleidsjargon.
=> Verdwijnen van het middenveld (verenigingen, kerken, buurten)
Ik noemde al het verminderen van het vrijwilligerswerk, maar eigenlijk is het breder:
Door afname van:
* kerken
* buurtverenigingen
* sportclubs als sociale opvoeders
* informele zorgnetwerken
Gevolg:
– Minder sociale correctie
– Minder context voor verschil
– Meer abstract denken (“beleid”, “normen”)
Kortom: Zonder levende gemeenschap wordt verschil niet meer geleefd, maar geproblematiseerd
=> Psychologisering van gedrag ipv duiding van gedrag
Vanaf ± jaren ’90:
Toename van:
– therapietaal
– trauma-denken
– kwetsbaarheid als morele categorie
Effect:
– Verschil wordt gelezen als mogelijke schade
– Onbehagen = bewijs
=> “Dit voelt onveilig” krijgt meer gewicht dan: “Dit is waar / dit klopt gemiddeld”
Dit sluit naadloos aan op #MeToo en hedendaags taalbeleid.
=> Economische noodzaak van dubbele inkomens
Cruciaal maar vaak verzwegen: doordat de huizenprijzen omhoog gingen, gingen de kosten voor het levensonderhoud omhoog en werd het onmogelijk om van één inkomen rond te komen en het leefbaar te maken.
Gevolg:
– Twee-verdienersmodel wordt norm
– Biologische verschillen worden lastig
– Ideologie volgt economie
=> Verschil wordt niet ontkend omdat het onwaar is, maar omdat het onpraktisch is.
=> Meritocratie & prestatiecultuur
In een meritocratie: krijg je kansen op basis van talent, inzet en prestaties, niet op afkomst, klasse, geslacht of netwerk en wie het beste presteert, komt boven.
Voorbeelden:
– examens en diploma’s
– sollicitaties op basis van CV en prestaties
– prestatiebonussen
– rankings en scores
Dit idee werd na WOII erg populair, ook in Nederland.
Waarom meritocratie botst met biologische verschillen
Een meritocratie veronderstelt dat mensen: vergelijkbaar zijn, meetbaar zijn en onder gelijke omstandigheden presteren
Maar:
– mannen en vrouwen verschillen gemiddeld biologisch
– mensen verschillen in temperament, energie, zorgdrang, risico-neiging
Dat is lastig voor een systeem dat iedereen langs dezelfde meetlat wil leggen.
Dus gebeurt er iets paradoxaals: verschillen worden ontkend of hergedefinieerd als “aangeleerd”.
Niet omdat ze onwaar zijn, maar omdat ze het systeem verstoren.
Meritocratie + gelijkheid = spanning
In theorie: gelijkheid = gelijke kansen
In praktijk: meritocratie produceert ongelijkheid en verschillen in uitkomst worden zichtbaar.
Dat levert spanning op: “Als iedereen gelijke kansen heeft, waarom zijn de uitkomsten dan ongelijk?”
Antwoord A (lastig): Omdat mensen verschillend zijn.
Antwoord B (handiger): Omdat het systeem nog discrimineert.
Veel beleid kiest automatisch voor B.
Waarom meritocratie leidt tot ideologische druk
Omdat: prestaties moreel worden; succes = bewijs van waarde en falen = persoonlijk tekort.
Daarom wordt het belangrijk dat: iedereen theoretisch hetzelfde kan en niemand “structureel anders” is
Biologie wordt dan verdacht: want ze ondermijnt het gelijkheidsverhaal en ze verklaart verschillen.
Iedereen = individu en daarom: meetbaar; vergelijkbaar; uitwisselbaar
Biologische verschillen: verstoren vergelijkbaarheid en ondermijnen schijnbaar “gelijke kansen”
Daarom: verschil is oneerlijk en gelijkheid is rechtvaardig
Zelfs als de werkelijkheid anders is.
Verdwijning van rituelen en overgangen
Vroeger waren en duidelijke overgangen van meisje naar vrouw en van jongen naar man
Die overgangen vormden een sociale bedding.
Nu is er sprake van vage identiteiten en daardoor eigenlijk van langdurige adolescentie en een individualisering van zingeving, omdat ze sociaal niet meer worden gedragen.
Hierdoor missen biologische verschillen een cultureel kader en kunnen daardoor probleemloos ontkend worden.
=> Medialogica & simplificatie
Media houden niet van nuance, van gemiddelden en van “ja, maar”
Ze houden van: conflict, van slachtoffers, maar ook van morele helderheid.
Daardoor worden verschillen gereduceerd tot stereotype of tot schandaal!
=> Technologisch mensbeeld (onderliggend alles)
Onze huidige technocratische samenleving ziet de mens steeds meer gezien als maakbaar, programmeerbaar en corrigeerbaar
Biologie is daarin eigenlijk storend, onvoorspelbaar en ongelijk
Dus moet ze geherdefinieerd en geneutraliseerd worden of verdacht gemaakt worden
Als je dit samenneemt
Dan zie je iets ongemakkelijks: Het probleem is niet feminisme. Het probleem is niet gelijkheid. Het probleem is een systeem dat verschil niet kan verdragen
Niet moreel, niet praktisch, niet juridisch.
KORTOM: Hoe technischer, juridischer en economischer de samenleving wordt, hoe verdachter het lichaam wordt — en hoe groter de behoefte om biologische verschillen tot ‘indoctrinatie’ te verklaren.
Een reeks van vier:
1. Natuurlijke verschillen veroordeeld/
2. De verborgen kosten van emancipatie;
3. Verdwijnend schaalbewustzijn en
4. Het verloren kind van het emancipatiebadwater
