Bewegingen in Hooglied
de bewegingen en verplaatsingen in Hooglied geven veel dynamiek aan het boek. Ze symboliseren niet alleen fysieke ontmoetingen, maar ook innerlijke reizen, groei, verlangen en het spirituele pad.
BELANGRIJKE BEWEGINGEN IN HOOGLIED
=> Opstaan en naar buiten gaan
“Sta op, noordenwind, kom zuidenwind, blaast door mijn tuin en laat haar geuren stromen” (4:16)
“Laten we vroeg opstaan naar de wijngaarden” (7:13)
De geliefde wordt opgeroepen om uit haar binnenruimte te komen, zich te openen en het leven tegemoet te treden.
=> In en uit gaan, openen en sluiten van deuren
“Open voor mij, mijn zuster, mijn liefste, mijn duif, mijn volmaakte” (5:2)
“Mijn hand gaat door het luik, mijn palm streelt het handvat” (5:4)
De deuren symboliseren toegang tot intimiteit, vertrouwen, maar ook kwetsbaarheid.
=> Afdalen en opstijgen
“Ik daalde neer in de moestuin van de noten” (6:11)
“Hij klom omhoog naar de palmboom” (7:9)
Afdalen kan staan voor innerlijke bezinning, introspectie, verdieping.
Opstijgen symboliseert groei, verheffing, spirituele opstijging.
=> Wandelen en lopen samen
“Mijn geliefde wandelt in zijn tuin, tussen de kruiden” (6:2)
Samen wandelen wijst op gedeelde reis, verbondenheid en het samen beleven van het spirituele pad.
=> De wind als beweging
“Blaas door mijn tuin, noordenwind, zuidenwind” (4:16)
Wind is ook beweging, adem, de Geest die blaast en verandering brengt.
BETEKENIS VAN BEWEGINGEN EN VERPLAATSINGEN
| Beweging | Betekenis |
|---|---|
| Opstaan / naar buiten gaan | Het wakker worden van de ziel, openstaan voor liefde en ontmoeting |
| In- en uitgaan (deuren) | Toegang tot het innerlijk, intimiteit, openheid, kwetsbaarheid |
| Afdalen | Inkeer, zelfonderzoek, de diepte van de ziel ontdekken |
| Opstijgen | Spirituele groei, verheffing, het bereiken van nieuwe bewustzijnsniveaus |
| Wandelen samen | Gemeenschappelijkheid, liefdevolle verbondenheid op het levenspad |
| Wind (adem) | De Geest, inspiratie, levensenergie die stroomt en beweging brengt |
KORTE SAMENVATTING
| Beweging / Verplaatsing | Voorbeeldvers | Symboliek |
|---|---|---|
| Opstaan, naar buiten gaan | 4:16, 7:13 | Wakker worden, openheid |
| Deuren openen/sluiten | 5:2-5 | Intimiteit, vertrouwen |
| Afdalen in de tuin | 6:11 | Innerlijke verdieping |
| Opstijgen naar een boom | 7:9 | Verheffing, spirituele groei |
| Wandelen samen | 6:2 | Verbondenheid, samen op reis |
| Wind | 4:16 | Geest, inspiratie, adem |
In Hooglied is beweging altijd verbonden met relatie: de beweging naar de ander, de uitnodiging om open te staan, het zoeken van intimiteit, maar ook de innerlijke reis van de ziel.
Bewegingen en verplaatsingen
Wie in het boek omhoog gaat en wie omlaag, is niet willekeurig. Twee keer komt zij op uit de woestijn, olah, opstijgend. Twee keer daalt hij af naar de tuin, yarad: mijn geliefde is afgedaald naar zijn tuin, en: naar de notentuin daalde ik af. Zij stijgt, hij daalt. Ik heb het boek doorgelezen om te zien of het ooit andersom is, en ik vind het niet. De beweging van de vrouw is naar boven, die van de man naar beneden, en ze ontmoeten elkaar in de tuin, die ergens tussen de woestijn en de bergen ligt.
Jakob droomde van een ladder die op de aarde stond en tot de hemel reikte, en de engelen van God gingen erop omhoog en omlaag. Olim veyordim. Eerst omhoog, dan omlaag, merkten de rabbijnen op, wat vreemd is voor engelen, die toch uit de hemel komen. Ze legden het uit: de engelen die Jakob in het land hadden begeleid, gingen omhoog, en anderen kwamen naar beneden. In het Hooglied is de ladder in tweeen gedeeld. Zij is de beweging omhoog, hij de beweging omlaag. Samen vormen ze wat de ladder deed. Wie ze scheidt, heeft een ladder waarop alleen geklommen of alleen gevallen wordt.
Ezechiël zag de vier wezens van de troonwagen, en hij beschreef hun beweging met twee woorden: ratso vashov. Ze renden en keerden terug, als een verschijning van bliksem. Het oudste boek van de joodse mystiek, het Boek van de Schepping, maakte daar een aanwijzing voor de mens van: als je hart rent, keer terug naar de plek. Ratso vashov werd het ritme van de mystieke ervaring zelf. Uitgaan in extase en terugkeren naar het gewone. Wie alleen rent, verbrandt. Wie alleen terugkeert, heeft niets om naar terug te keren.
Het Hooglied beweegt precies zo. Narutsah, laten we rennen, in het eerste hoofdstuk. En steeds weer: keer om, sov, keer terug, shuvi. De geliefde rent weg en keert terug, zij rent de stad in en keert terug naar het huis van haar moeder. Het boek heeft geen richting van A naar B. Het heeft een puls, uit en terug, zoals een hart dat klopt. Wie in liefde alleen de beweging naar de ander zoekt, mist de helft. Er hoort een terugkeer bij, naar jezelf, naar de plek, naar het gewone. Anders kan het rennen niet opnieuw beginnen.
Dan het rondgaan. De wachters zijn hasovevim ba’ir, zij die rondgaan in de stad. Zij zegt: ik zal opstaan en rondgaan in de stad. En de geliefde zegt: sov, keer om, draai je. Sovev is de cirkelbeweging. Israël trok zeven dagen rond Jericho, en op de zevende dag zeven keer, en de muren vielen. De beweging die belegert, is een cirkel.
Bij Jeremia staat een raadselachtig vers: de Heer schept iets nieuws op aarde, nekevah tesovev gaver. Een vrouw zal een man omringen. Niemand weet precies wat het betekent. Maar in veel joodse gemeenschappen loopt de bruid onder de chuppah zeven keer rond de bruidegom, en dit vers wordt als bron genoemd. Zeven rondes, zoals rond Jericho. Een vrouw die om een man heen loopt, zoals een volk om een ommuurde stad liep. Wat daar valt, is niet zijn muur van steen, maar de muur die elke mens om zich heen heeft gebouwd voordat de ander kwam.
En wat valt op tussen al die bewegingen? Er is weinig samen lopen. Ze komen elkaar tegemoet, ze zoeken, ze gaan weg, ze rennen naar elkaar. Maar zij en hij die naast elkaar lopen, op dezelfde weg, in dezelfde richting, dat staat er maar één keer: als ze uit de woestijn komt, leunend op hem. Eén vers van samen lopen in een boek van acht hoofdstukken. De rest is naderen en verwijderen.
Misschien is dat de eerlijkste beschrijving van een relatie die ik ken. Het samen lopen is kort en kostbaar. Het meeste van de tijd bewegen twee mensen naar elkaar toe en van elkaar af, in hun eigen richting, met hun eigen ritme. Zij stijgt, hij daalt. Zij rent, hij keert terug. Wat hen verbindt, is dat ze elkaar blijven kruisen, zoals de engelen op de ladder. En af en toe, uit een woestijn, leunt de een op de ander.
