Conflict en Harmonie in Hooglied
Conflict en harmonie in Hooglied zitten vaak subtiel verweven, niet als harde strijd, maar als emotionele en relationele spanningen die uiteindelijk leiden tot verzoening en diepe verbinding. Hier zijn een paar voorbeelden en hun betekenis:
1. Afstand en scheiding
Bijvoorbeeld in Hooglied 5:2-6:
De vrouw klopt aan de deur van haar geliefde, maar hij opent niet meteen. Zij wacht, roept, maar krijgt geen antwoord. Uiteindelijk gaat ze weg, verdrietig en gekwetst.
Betekenis: Spanningen of miscommunicatie in liefde; het gevoel van verlatenheid of niet gehoord worden.
Symbolisch voor momenten van geestelijke droogte of afstand tussen de ziel en God.
2. Twijfel en onzekerheid
De geliefde vraagt zich af of de ander haar nog wil, voelt zich afgewezen of onzeker (bijv. 5:6: “Ik heb mijn geliefde gezocht, maar ik vond hem niet”).
Betekenis: Innerlijke twijfel, verlangen naar bevestiging, noodzaak van vertrouwen.
3. Jaloezie of rivaliteit
Soms komen de zussen (vriendinnen) of andere vrouwen ter sprake die de geliefde bewonderen of in het spel lijken te zijn (bijv. 1:9).
Betekenis: Spanningen in menselijke relaties en het besef dat liefde niet altijd zonder obstakels verloopt.
Harmonie in Hooglied
1. Verzoening en uitnodiging
Na de afstand volgt in 5:8-16 een intens moment van toenadering: de geliefde wordt binnengehaald, omarmd, bewonderd.
De deuren gaan open, er is wederzijdse erkenning en liefdevolle dialoog.
Betekenis: Herstel van relatie, openheid en vertrouwen, spirituele vernieuwing.
2. Complimenten en bewondering
Door het hele boek heen worden geliefden geprezen en bewonderd — dit schept een sfeer van acceptatie en diepe verbondenheid.
Betekenis: Liefde als kracht die harmonie schept, ruimte geeft voor groei.
3. Samen wandelen en vieren
Samen lopen door de tuin, het vieren van het oogstfeest, de zangtijd, het delen van vreugde (bijv. 7:12).
Betekenis: Gemeenschapsgevoel, vreugde in relatie, gedeeld spiritueel feest.
Samenvattend
| Aspect | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| Conflict | Dichtgehouden deur (5:2-6) | Afstand, onzekerheid, geestelijke droogte |
| Twijfel | Zoeken zonder vinden (5:6) | Onzekerheid, verlangen naar bevestiging |
| Jaloezie | Vriendinnen/zussen (1:9) | Spanningen in menselijke relaties |
| Harmonie | Open deuren, omarming (5:8-16) | Verzoening, vertrouwen, openheid |
| Bewondering | Complimenten door hele boek | Acceptatie, liefdevolle verbondenheid |
| Samen vieren | Wandelen en oogstfeest (7:12) | Vreugde, gemeenschapsgevoel |
Conflict en harmonie
Toen ik het boek doorlas op zoek naar ruzie, vond ik er geen. Niet tussen de twee. Hij verwijt haar niets, zij verwijt hem niets. Er valt geen hard woord, er wordt geen schuld gelegd, er is geen verzoening nodig omdat er geen breuk wordt uitgesproken. En toch is het boek vol conflict. De broers zijn kwaad. De wachters slaan. De vossen vernielen. De helden dragen zwaarden tegen de verschrikking van de nacht. De koning heeft duizend vrouwen en zij weigert er een van te zijn. Het conflict zit overal om de geliefden heen, en in haar, in haar aarzeling aan de deur. Maar niet tussen hen.
Dat vind ik opmerkelijker dan ik eerst dacht. In bijna elke liefdesgeschiedenis in de Bijbel is er strijd tussen de twee. Adam wijst naar Eva. Sara en Abraham over Hagar. Rachel die tegen Jakob zegt: geef mij kinderen, anders sterf ik, en Jakob die woedend wordt. Michal die David veracht. Het Hooglied is de uitzondering. Hier strijden de geliefden niet met elkaar. Ze strijden samen tegen wat hen scheidt, of ze strijden in zichzelf.
En toch staat het conflict tussen man en vrouw in het fundament van de Bijbel. God zegt: ik zal een hulp voor hem maken, ezer kenegdo. Een hulp tegenover hem. Kenegdo betekent: die tegenover hem staat, als zijn tegenhanger, als zijn spiegel, maar ook als zijn tegenpartij. De Talmoed heeft het in een zin samengevat: als hij het waard is, is zij een hulp. Als hij het niet waard is, is zij tegen hem. Het tegenover is ingebouwd. Man en vrouw zijn niet gemaakt om hetzelfde te zijn. Ze staan tegenover elkaar, en of dat tegenover helpt of strijdt, hangt af van hoe ze ermee omgaan.
Ik denk dat hier de werkelijke vraag van dit thema zit. Harmonie tussen man en vrouw ontstaat niet door het tegenover op te heffen. Twee mensen die hetzelfde willen, op dezelfde manier, in hetzelfde tempo, hebben geen spanning, en zonder spanning is er geen aantrekking. Het Hooglied is vol verschil. Hij beschrijft haar als levend landschap, zij hem als goud en marmer. Zij stijgt, hij daalt. Zij zoekt, hij verdwijnt. Het verschil wordt nergens opgelost. Het wordt gezongen.
De rabbijnen hadden een woord voor een conflict dat blijft bestaan en dat goed is. Een twist om de hemel. De Spreuken der Vaderen zeggen: elk conflict dat om de hemel is, zal blijven bestaan. Welk conflict is dat? Dat van Hillel en Sjammai. De twee scholen die het over bijna alles oneens waren, en waarvan de Talmoed zegt: deze en die zijn de woorden van de levende God. Allebei waar. De tegenstelling hoeft niet te worden beslecht om heilig te zijn.
In die zelfde Misjna waar Akiva het Hooglied het heilige der heiligen noemt, staat een vreemde zin. Chas veshalom, zegt hij, God verhoede het, nooit heeft iemand in Israël erover getwist of het Hooglied de handen verontreinigt. Als ze twistten, twistten ze over Prediker. Hij ontkent zo heftig dat er twist was, dat je gaat vermoeden dat die er juist wel was. Het boek over twee geliefden die niet met elkaar strijden, was zelf een twistpunt. Het werd bijna buiten de Bijbel gehouden. De harmonie tussen de twee in het boek staat op een geschiedenis van conflict over het boek.
Jeruzalem, Yerushalayim, is in het Hebreeuws een dualis, een tweevoud. Er zijn twee Jeruzalems, zeiden de mystici: het hemelse en het aardse. Ze staan tegenover elkaar, en God zou gezegd hebben: ik ga het hemelse Jeruzalem niet binnen voordat ik het aardse ben binnengegaan. De stad van de vrede, shalem, is twee. Vrede is in deze taal zelf een tweevoud. Wat heel is, bestaat uit twee die tegenover elkaar staan.
Ik kom daar uit waar ik niet verwachtte uit te komen. De harmonie van het Hooglied is een harmonie van tegenover. Twee stemmen die niet unisono zingen maar elkaar antwoorden. Het conflict ligt buiten hen of binnen hen, nooit tussen hen, en daardoor kan het verschil tussen hen blijven bestaan zonder te verzuren. Of dat haalbaar is voor mensen van vlees en bloed, weet ik niet. Het boek beweert het niet. Het zingt het.
