Huwelijk en verbond in Hooglied
Wat wordt er gezegd over huwelijk en verbond in Hooglied?
1) Het huwelijk als metafoor voor liefde
Hooglied beschrijft de geliefden vaak in de context van een bruiloft of huwelijksfeest. Bijvoorbeeld:
– “Maak mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm; want liefde is sterk als de dood, jaloers als het graf” (8:6) — een verwijzing naar de verbondenheid en het onbreekbare karakter van liefde.
– De geliefde wordt vaak aangesproken als “bruid” of “bruidegom”, en het feestelijke karakter van hun samenzijn doet denken aan huwelijksrituelen.
2) Verbinding en trouw
Het boek benadrukt wederzijdse toewijding, exclusiviteit en trouw tussen de geliefden: ze horen bij elkaar, ze zijn voor elkaar bestemd (bijv. 2:16 “Mijn geliefde is van mij, en ik ben van hem”).
Dit weerspiegelt een verbond dat meer is dan een contract — het is een diepe, spirituele verbondenheid.
3) Symboliek van het verbond
Het huwelijk wordt gezien als een heilig verbond dat de menselijke liefde overstijgt en verwijst naar de relatie tussen God en zijn volk (in de joodse en christelijke traditie).
De liefde in Hooglied is niet alleen romantisch maar ook mystiek: het verbond is eeuwig, trouw en heilig.
Wat betekent het?
| Aspect | Betekenis |
|---|---|
| Huwelijk | De heilige eenwording van twee zielen, lichamelijk en geestelijk |
| Verbond | Diepgaande trouw, wederzijdse toewijding en onvoorwaardelijke liefde |
| Spirituele verbinding | Het symboliseert de relatie tussen God en de mens, de ziel die zich verbindt met het goddelijke |
| Feestelijkheid | Het vieren van liefde als vreugdevol en levensbevestigend |
| Exclusiviteit | Liefde als unieke, bijzondere verbintenis tussen twee personen |
In Hooglied staat het huwelijk en verbond symbool voor de ultieme, heilige liefde. Het is een uitnodiging om liefde te zien als een heilig, trouw en levend verbond dat zowel lichamelijk als spiritueel diep verbindt.
Huwelijk en verbond
Zijn ze getrouwd? Ik heb het boek gelezen met die vraag, en de tekst geeft geen antwoord. Er is een bruiloft in hoofdstuk 3, maar het is de bruiloft van Salomo, en niet duidelijk met wie. In hoofdstuk 4 noemt hij haar kallah, bruid, vijf keer, en daarna nooit meer. Er is geen huwelijkscontract, geen vader die haar weggeeft, geen priester, geen zegen. Zij wil dat haar liefde op straat kan zonder schande, wat doet vermoeden dat het nog niet kan. En het boek eindigt met hem op de bergen, niet in een huis.
Generaties uitleggers hebben hun best gedaan om van het Hooglied een huwelijkslied te maken, en ik begrijp waarom. Een boek over lichamelijke liefde buiten het huwelijk kon niet in de Bijbel staan. Maar de tekst zelf zwijgt erover. Wat hij wel doet, is iets anders: hij gebruikt de taal van het verbond zonder de instelling.
Neem het woord waarmee in de joodse traditie een huwelijk wordt gesloten. Kiddushin. De man zegt tegen de vrouw: zie, jij bent aan mij geheiligd. Kadosh, heilig, betekent apart gezet, afgezonderd voor iets. Het huwelijk heet heiliging. En het boek dat het heilige der heiligen heet, is het boek over twee die voor elkaar apart gezet zijn. De naam van het boek en de naam van het huwelijk hebben dezelfde wortel.
Bij Jeremia spreekt God tot Israël: ik gedenk je de trouw van je jeugd, de liefde van je bruidstijd, hoe je Mij volgde in de woestijn, in een land dat niet bezaaid was. Het huwelijk tussen God en Israël wordt niet herinnerd als een ceremonie. Het wordt herinnerd als een volgen, door een woestijn, zonder dat er iets groeide. De bruidstijd was de tijd van het vertrouwen zonder zekerheid.
Dat is ook de vorm die het Hooglied heeft. Twee die elkaar volgen door nacht en straten en bergen, zonder contract. Het verbond zit in hun volgen.
Maar er is een verhaal in de Talmoed over het verbond aan de Sinai dat me niet loslaat. Bij Exodus 19 staat: ze stonden onder aan de berg. Letterlijk: onder de berg, betachtit hahar. De Talmoed leest het letterlijk. God hief de berg op en hield hem boven hen als een omgekeerde ton, en zei: als jullie de Tora aanvaarden, is het goed. Zo niet, dan is hier jullie graf. Het verbond werd gesloten onder dreiging. En een rabbijn merkt droog op: dan is dat een grote verweer tegen de Tora. Een contract onder dwang is niet geldig. Wie later wordt aangeklaagd, kan zeggen: ik werd gedwongen.
De Talmoed lost dat op met een verwijzing naar het boek Esther. Kiymu vekiblu, staat daar: ze bevestigden en aanvaardden. Eeuwen later, in de ballingschap, zonder berg boven hun hoofd, in een verhaal waarin God niet eens genoemd wordt, aanvaardde het volk vrijwillig wat het aan de Sinai onder dwang had aangenomen.
Ik leg dit naast het Hooglied en ik zie de lijn. Het verbond aan de Sinai had een berg boven de hoofden. Het verbond in het Hooglied heeft een bezwering: wek de liefde niet voordat zij het wil. Een verbond dat onder dwang is aangegaan, moet later vrijwillig worden bevestigd, anders blijft het een berg boven je hoofd. Het Hooglied en Esther zijn de twee boeken van de Bijbel waarin God niet voorkomt. En juist in die twee boeken wordt het verbond vrijwillig.
Er is iets wat ik in huwelijken zie en wat hier samenkomt. Veel mensen trouwen onder een berg. Niet van God, maar van verwachtingen, van families, van de leeftijd, van een kind dat komt, van de angst om alleen te blijven. Het verbond is gesloten, maar het is niet vrij gekozen. Jaren later komt het moment waarop het opnieuw moet worden aanvaard, zonder berg. Dan pas wordt het een verbond. Of het wordt ontbonden. Het Hooglied beschrijft liefde op het niveau van die tweede aanvaarding: zonder contract, zonder dwang, alleen nog met een zegel dat zij zelf vraagt om op zijn hart te dragen.
Zijn ze getrouwd? Ik weet het nog steeds niet. Misschien is dat de reden dat het boek in de Bijbel staat. Het beschrijft niet de instelling. Het beschrijft waar de instelling voor bedoeld was.
