Niet elke masturbatie leert je je lichaam kennen
In haar column ‘Seks volgens Tobiah’ schrijft Tobiah Palm in Trouw, dat masturberen helpt om je lichaam te leren kennen. Dat is een sympathieke en bevrijdende gedachte, zeker in een cultuur die soloseks nog vaak ziet als iets gênants of overbodigs. Masturbatie, zo betoogt zij, is autonoom, ontspannend en wezenlijk anders dan seks met een partner.
Met veel daarvan ben ik het eens. Maar op één punt wil ik een onderscheid aanbrengen. Want masturberen kan je lichaam leren kennen — maar doet dat niet automatisch.
Er bestaat namelijk meer dan één manier om jezelf aan te raken.
Wie eerlijk kijkt naar hoe er doorgaans wordt gemasturbeerd, ziet vaak een vrij functioneel patroon: spanning opbouwen, focussen op de genitaliën, klaarkomen, klaar. Dat kan prettig zijn, ontladend, soms zelfs noodzakelijk. Maar lichaamskennis? Niet per se. Het lichaam wordt hier vooral gebruikt als middel om een doel te bereiken.
Lichaamskennis ontstaat pas wanneer aandacht, tijd en adem worden meegenomen. Wanneer genot niet wordt opgejaagd, maar onderzocht. Wanneer sensatie niet wordt vastgezet in één plek, maar ruimte krijgt om zich te verplaatsen. Dan verandert masturberen van een handeling in een ervaring — en van ontlading in ontmoeting.
Om dat verschil scherp te krijgen, helpt het om verschillende vormen van soloseks (zelfbevrediging) te onderscheiden, net als samen de seksualiteit in een soortgelijk indeling kan worden samengevat.
Drie vormen van zelfbevrediging
| Vorm | Functie | Focus | Wat je leert |
|---|---|---|---|
| Ontladende masturbatie | Spanning verminderen, snel klaarkomen | Genitaal, doelgericht | Wat werkt om klaar te komen |
| Verkennende masturbatie | Nieuwsgierigheid, voelen | Sensaties, tempo, variatie | Wat je prettig vindt, waar je gevoelig bent |
| Belichaamde soloseks | Integratie, vitaliteit, aanwezigheid | Hele lichaam, adem, aandacht | Hoe genot door je lichaam beweegt |
De eerste vorm — ontladend — is wat veel mensen (mannen én vrouwen) het meest doen. Niets mis mee. Maar het is vooral functioneel. Het lichaam wordt aangesproken, niet beluisterd. Als we de seksualiteit samen beleven gaat het hier vaak om de meest snelle en kortstondige variant, die ik in mijn boek ‘de Fik erin. Op weg naar een vurige relatie‘ weergeef als: de fastfood seksualiteit.
De tweede vorm opent al iets meer: hier wordt geëxperimenteerd, vertraagd, gevoeld. Het orgasme is geen vast eindpunt meer, maar één van de mogelijkheden.
De derde vorm gaat nog een stap verder. Hier verschuift de aandacht van presteren naar aanwezig zijn. Ademhaling, ontspanning en lichaamsgevoel doen mee. Seksuele sensatie wordt niet samengebald tot één moment, maar verspreid. Het lichaam wordt geen knop die je indrukt, maar een landschap waar je doorheen beweegt. Dat noem ik de casual dining seksualiteit. Juist dát is lichaamskennis.

Autonomie is meer dan alleen alleen-zijn
Palm benadrukt terecht dat soloseks draait om autonomie en controle. Maar de autonomie die zij beschrijft lijkt vooral te gaan over alleen-zijn: niemand nodig hebben, zelf bepalen, zelf sturen. Alsof autonomie pas bestaat wanneer de ander afwezig is.
Dat is een begrijpelijke, maar beperkte definitie. Autonomie betekent niet alleen onafhankelijkheid; het betekent ook keuzevrijheid. En juist daar raakt seksualiteit aan iets paradoxaals: de diepste vormen van genot ontstaan niet door controle, maar door vrijwillige overgave.
Overgave is geen verlies van autonomie. Integendeel. Je kunt je alleen overgeven wanneer je niet hoeft, wanneer je kunt stoppen, wanneer je jezelf niet verliest maar juist toestaat. In die zin is overgave misschien wel het hoogste cadeau aan jezelf, aan je lichaam — en aan de ander.
Autonoom zijn betekent dan niet: alleen. Het betekent: niet gedwongen. Niet automatisch. Niet gevangen in een patroon waarin controle gelijkstaat aan veiligheid.
Autonomie is dus niet hetzelfde als alleen-zijn; het is het vermogen om bewust te kiezen — ook voor overgave.
Dus de suggestie dat je pas volledig tot je recht komt wanneer je niemand anders nodig hebt, schuurt. Alsof intimiteit per definitie een beperking is. Terwijl juist in het samenzijn, wanneer presteren wegvalt en aanwezigheid centraal komt te staan, een andere vorm van vrijheid kan ontstaan. Een vrijheid die niet schreeuwt: ik red me wel, maar fluistert: ik mag me laten dragen.
Het is eigenlijk opvallend: niemand vindt het problematisch om alleen uit eten te gaan, maar de meeste mensen doen het liever samen. Niet omdat ze het zelf niet kunnen, maar omdat samen eten iets toevoegt — afstemming, verrassing, gedeelde aandacht. We koken zelden met één ingrediënt en noemen dat geen gebrek aan autonomie, maar smaak. Waarom zouden we bij seksualiteit dan doen alsof alleen per definitie vrijer, dieper of bewuster is dan samen? Sommige vormen van genot ontstaan juist in het samenspel, in de co-creatie — niet ondanks, maar dankzij de aanwezigheid van de ander.
Wie altijd zichzelf bevredigd op dezelfde snelle manier, leert vooral dat het lichaam efficiënt is. Wie durft te vertragen, leert dat het lichaam ook diep, gelaagd en verrassend is.
Misschien zit daar wel de echte bevrijding: niet in de vraag of we mogen ons zelf bevredigen in een relatie, maar hoe bewust we dat doen. Niet elke aanraking is een ontmoeting. Niet elke solo-ervaring verdiept.
Wat mij daarbij verrast, is dat Palm soloseks bijna als een noodzakelijke tegenhanger van samenseks positioneert. Alsof verdieping vooral iets is wat je alleen moet doen, los van de ander. Terwijl ik me juist afvraag: wat gebeurt er als we dat onderzoek niet uitbesteden aan de solo-ervaring, maar het samen aangaan?
Wie autonomie verwart met afzondering, mist dat sommige vormen van vrijheid juist ontstaan in relatie.
In mijn boek noem ik dat de oefentijd: een afgesproken moment waarin twee mensen niet hoeven te presteren, niet hoeven te bevredigen en niet hoeven te weten waar het naartoe gaat. Tijd waarin de één bijvoorbeeld twintig minuten lang de aanwijzingen van de ander volgt. Langzaam, aandachtig, met ruimte om te experimenteren, te variëren, te ontdekken wat aanraking doet — en wat niet.
Juist in die gezamenlijke oefening wordt het lichaam niet alleen beter gekend, maar ook beter verdragen. Je leert voelen zonder meteen iets te moeten doen met dat gevoel. Je leert genieten in het bijzijn van de ander, zonder te verdwijnen in de wens om goed te zijn, begeerlijk te zijn, succesvol te zijn.
We doen al zo veel alleen in het leven. We denken alleen, verwerken alleen, optimaliseren onszelf alleen. Seksualiteit en intimiteit bieden misschien wel een van de weinige plekken waar die eenzaamheid niet nodig is. Waar diepgang niet ontstaat door autonomie, maar door gedeelde aandacht. Door samen aanwezig zijn — niet om iets te bereiken, maar om iets te ervaren.
Misschien ligt daar wel een vergeten mogelijkheid: dat lichaamskennis niet alleen iets is wat je met jezelf ontwikkelt, maar ook iets wat je samen leert ontdekken en dragen.
Verwijzing – Dat seksualiteit een vaste plek krijgt in een landelijke krant stemt me hoopvol. Het is een gesprek dat vraagt om meerdere stemmen, en vanuit mijn eigen ervaring en kennis draag ik daar graag aan bij — soms met instemming, soms met verdieping. Deze column is geschreven als reflectie op: Tobiah Palm, “Masturberen tot je vinger lam is en je vibrator leeg”, Trouw, 19 januari 2026.