Seks na je zestigste: plezier, vertrouwen en het lichaam dat zich herinnert
Tobiah Palm laat in haar column ‘Seks volgens Tobiah’ zien hoe complex en veranderlijk seksualiteit kan zijn, ook na de zestigste. Ze belicht de vragen van vrouwen die merken dat hun zin in seks afneemt, en geeft een mooie combinatie van literatuur, wetenschap en praktische tips. Ursula Le Guin’s beeld van het oudste pollepel – dicht, zwaar, glad als een rivier – maakt treffend duidelijk hoe intimiteit kan aanvoelen wanneer partners elkaar door de jaren heen leren kennen. Seks wordt dan niet een prestatie, maar een vertrouwd contact, een vloeiende handeling tussen lichamen die elkaar kennen en dragen.
Palm wijst terecht op fysieke veranderingen na de overgang: minder oestrogeen, drogere vaginale slijmvliezen, minder spiermassa. Maar ze benadrukt ook hoe cultureel bepaalde ideeën over vrouwelijkheid en aantrekkelijkheid invloed hebben op seksueel verlangen. Vrouwen leren vaak niet wat zij zelf écht fijn vinden, maar kijken door een mannelijke bril naar zichzelf. Dat kan onzekerheid oproepen en verlangen blokkeren, maar er is hoop: wie aandacht besteedt aan zijn of haar eigen genot, en samen speelt en experimenteert, kan plezier hervinden.
In mijn ervaring gaat dit verder dan alleen kennis over het lichaam of fysieke verandering. Seksualiteit is voor mij een circulatie van energie, een wederkerig geven én ontvangen. Ook op latere leeftijd heeft het lichaam behoefte aan aanraking, aanwezigheid en geborgenheid – niet omdat het “moet”, maar omdat het gekoesterd wil worden. Er is geen vast script nodig: wie leert luisteren naar zijn lichaam en dat van de ander, ontdekt dat intimiteit en genot samengaan met vertrouwen en vriendschap.
Het beeld van Le Guin’s pollepel spreekt me aan omdat het laat zien hoe vertrouwd aanraken kan worden. Maar ik zou eraan toevoegen dat dit ook geldt voor je eigen lichaam: hoe leer je het te voelen, te ontvangen, en tegelijk te geven? Het gaat er niet om te presteren, om penetratie of orgasme, maar om te ontdekken wat echt fijn voelt. Dat kan samen zijn, of alleen, met olie, een bad, lange aanraking, zoenen, een lange knuffel of simpelweg tegen elkaar aanliggen. Het lichaam onthoudt die aanrakingen; het leert vertrouwen, het herinnert plezier.
Misschien is dat de kern van seksuele autonomie, ook op latere leeftijd: niet dat je alles moet controleren, maar dat je mag kiezen om aanwezig te zijn, te geven én te ontvangen, zonder oordeel, zonder haast. Seks is niet een prestatie die zin moet opleveren; het is een circulatie van aandacht, intimiteit en genot. Wie dat toelaat, kan ontdekken dat verlangen en plezier opnieuw kunnen stromen, zelfs op een leeftijd waarop cultuur, lichaam en ervaring soms anders lijken te dicteren.
Kortom: seksuele energie kent geen vervaldatum. Wie aandacht geeft, ontvangt. Wie vertrouwt, wordt gedragen. Wie speelt, herinnert zich dat het lichaam plezier kan ervaren, ongeacht leeftijd. En misschien is dat wel de meest bevrijdende ontdekking: zin in seks is niet een kwestie van moeten, maar van mogen en durven voelen.
Verwijzing – Dat seksualiteit een vaste plek krijgt in een landelijke krant stemt me hoopvol. Het is een gesprek dat vraagt om meerdere stemmen, en vanuit mijn eigen ervaring en kennis draag ik daar graag aan bij — soms met instemming, soms met verdieping. Deze column is geschreven als reflectie op: Tobia Palm: Na je zestigste geen zin meer in seks?‘, op 2 oktober 2025