Verlangen en (ver)wachten in Hooglied
Hoe het speelt:
1) Verlangen naar de geliefde
Overal in Hooglied klinkt het diepe, intense verlangen van de geliefden naar elkaar.
Bijvoorbeeld: “Mijn geliefde is voor mij, en ik ben voor hem” (6:3), en “Ik heb mijn geliefde gezocht, maar ik vond hem niet” (5:6).
Dit verlangen is zowel fysiek als spiritueel: de hunkering naar aanraking, nabijheid, maar ook de verbinding op zielsniveau.
2) Wachten en smachten
Het wachten op de ander komt vaak terug, bijvoorbeeld wanneer de deur gesloten blijft (5:2-3).
Er is een spanning tussen hoop en onzekerheid: het wachten is soms pijnlijk, vol verlangen en onrust.
Wachten wordt niet als passief ervaren, maar als een actieve, bewuste houding — een tijd van voorbereiding en groei.
3) Het spel van nabijheid en afstand
Verlangen en wachten zijn verbonden met het spel van komen en gaan, openen en sluiten, roepen en zwijgen.
Het verlangen krijgt diepte door het tijdelijke uitstellen van de ontmoeting — de anticipatie maakt de liefde intenser.
Wat is de betekenis ervan?
| Aspect | Betekenis |
|---|---|
| Verlangen | De diepste hunkering van de ziel naar liefde en verbinding |
| Wachten | Geduld, vertrouwen en hoop in het proces van liefdesontmoeting |
| Spanningsveld | De kracht van verlangen wordt sterker door het wachten |
| Voorbereiding | Wachten is ook tijd om jezelf voor te bereiden op ware ontmoeting |
| Spirituele metafoor | Verlangen = de ziel die naar God verlangt; wachten = het spirituele proces van groei en overgave |
Verlangen en wachten maken liefde intens, puur en echt. Zonder het geduld van het wachten en het vuur van het verlangen zou de ontmoeting minder betekenisvol zijn. Het schept ruimte voor groei, zelfreflectie en uiteindelijk voor een diepere, spirituele eenwording.
Verlangen en (ver)wachten
Jakob diende zeven jaar voor Rachel, en ze waren in zijn ogen als enkele dagen, omdat hij haar liefhad. Dat vers uit Genesis 29 klopt niet met wat ik over verlangen weet. Wie verlangt, ervaart de tijd juist als lang. Een uur wachten op iemand die je liefhebt, duurt een eeuwigheid. Waarom duren zeven jaar voor Jakob een paar dagen?
Ik heb er lang over nagedacht, en ik denk dat het vers twee soorten wachten onderscheidt. Het ene wachten is gericht op het moment dat het wachten ophoudt. Elke dag telt af, elke dag is een dag te veel. Het andere wachten is zelf al een vorm van liefhebben. Jakob werkte zeven jaar in de nabijheid van Rachel, hoedde de kudde van haar vader, zag haar elke dag. Het wachten was geen lege tijd voor de liefde. Het was de liefde, in de vorm die toen mogelijk was. Daarom vlogen de jaren.
Het Hooglied kent beide. De vrouw die nacht na nacht op haar bed zoekt en niet vindt, kent het eerste wachten. Het wachten dat pijn doet, dat de stad in rent. Maar de vrouw die haar geliefde wegstuurt naar de bergen van de specerijen, kent het tweede. Ze weet dat zijn verlangen naar haar uitgaat. Ze kan wachten zonder te tellen.
Het lichaam maakt tussen die twee een verschil dat ik pas begreep toen ik las hoe het beloningssysteem in de hersenen werkt. Het stofje dat daar de hoofdrol speelt, geeft geen genot. Het geeft verlangen, het willen. Het piekt niet als je krijgt wat je wilt, maar als je het in het vooruitzicht hebt. En het piekt het hoogst als je niet zeker weet of het komt. Een beloning die soms komt en soms niet, houdt het systeem het sterkst in beweging. Zo werken gokautomaten, en zo werkt verliefdheid in haar beginfase.
Dat is een ontnuchterende gedachte als je het Hooglied leest. Een geliefde die verschijnt en verdwijnt, die klopt en weggaat, die komt springen over de bergen en weer wegrent, is precies wat het verlangen in het lichaam het hoogst opstuwt. Het boek zou gelezen kunnen worden als een beschrijving van een verslaving: ziek van liefde.
Maar het boek gaat verder dan dat. Aan het eind stuurt zij hem zelf weg. De onzekerheid is eruit. Ze weet dat hij van haar is, ze weet dat zijn verlangen naar haar uitgaat, en ze laat hem gaan. Het willen dat door onzekerheid werd opgejaagd, is veranderd in een wachten dat niet meer hoeft te tellen. Van de gokautomaat naar Jakob. Het verlangen is gebleven. De angst eronder is weg.
In het Hebreeuws heeft hopen en wachten dezelfde wortel: kavah. Kaveh, wachten. Tikvah, hoop. En mikveh, de verzameling van water. Het ritueel bad waarin men onderdompelt om rein te worden, heet naar het wachten. Water dat zich verzamelt is water dat heeft gewacht. En aan het eind van de Misjna over Jom Kipoer staat een uitspraak van Akiva. Gelukkig zijn jullie, Israël. Wie reinigt jullie? Jullie Vader in de hemel. Zoals er staat: mikveh Yisrael Adonai. De Heer is de hoop van Israël, of: de Heer is het bad van Israël. Zoals een mikveh de onreinen reinigt, zo reinigt God Israël. Het wachten zelf is het water waarin je wordt ondergedompeld.
Daar zit iets wat ik in mensen herken. Wie lang heeft moeten wachten op liefde, wordt door dat wachten gevormd, soms verbitterd, soms gezuiverd. Hetzelfde wachten kan een stilstaande poel worden of een bad. Het verschil zit niet in de duur. Het zit in of er in het wachten nog iets stroomt, of het wachten nog verbonden is met de bron.
In het joodse geloof is er een zin die ooit als twaalfde geloofsartikel werd geformuleerd: ik geloof met volle overtuiging in de komst van de Messias, en ook al talmt hij, toch wacht ik elke dag op hem, dat hij komt. Elke dag. Niet: ooit. Een wachten dat elke dag opnieuw begint, en elke dag gelooft dat het vandaag kan zijn.
Ik denk dat de vrouw aan het eind van het Hooglied zo wacht. Ze heeft haar geliefde de bergen op gestuurd. Hij talmt misschien. Maar ze weet dat zijn verlangen naar haar uitgaat, en dat maakt dat elke dag de dag kan zijn waarop hij terugkomt. Het boek eindigt op het moment dat het wachten begint. Het eindigt niet met een aankomst. Het eindigt met een verwachting.
