Verdraag het maar om Jezus’ wil
De oproep “Verdraag het maar om Jezus’ wil” komt vaak voor in kerkelijke contexten en wordt door velen gezien als een bijbelse richtlijn voor het omgaan met lijden en conflicten. Echter, deze uitspraak wordt soms onterecht toegepast als een alibi om onrecht, grensoverschrijding en machtsmisbruik te rechtvaardigen. In dit artikel wil ik daarom helder maken wat “verdraag het om Jezus’ wil” eigenlijk betekent en vooral wat het níet is. Het doel is mensen bewust te maken dat deze bijbelse aansporing niet mag worden misbruikt om onrechtvaardigheid te legitimeren of om verantwoordelijke reflectie en grensstelling te onderdrukken.
De uitdrukking “Verdraag het maar om Jezus’ wil” komt niet letterlijk in de Bijbel voor, maar de gedachte erachter wel degelijk. Vooral in het Nieuwe Testament vinden we teksten die oproepen tot geduld, nederigheid en lijden in navolging van Jezus. Dit artikel onderzoekt de bijbelse basis van deze gedachte, hoe je dit praktisch kunt toepassen, wanneer grenzen stellen juist nodig is, en hoe andere grote wijsheidstradities hierover denken. Ook nemen we een rabijns perspectief mee op hoe omgaan met onrecht, bijvoorbeeld bij pesten in het gezin.
De Bijbelse basis van “Verdraag het om Jezus’ wil”
De gedachte is vooral geworteld in de lering dat lijden en vervolging deel kunnen zijn van het volgen van Christus. Enkele kernteksten:
– 1 Petrus 2:19–21 — Lijden onrechtvaardig verdragen om het geweten voor God, Christus als voorbeeld in lijden.
– Romeinen 8:17 — Deelhebben aan Christus’ lijden als teken van verbondenheid en belofte van verheerlijking.
– Matteüs 5:11–12 (Bergrede) — Zalig zijn zij die lijden vanwege Jezus, hun loon is groot in de hemel.
– Kolossenzen 1:24 — Paulus ziet zijn eigen lijden als participatie in Christus’ lijden ten behoeve van de gemeente.
Wat betekent dit praktisch? Het is een oproep tot geduld en nederigheid, maar ook tot innerlijke kracht en navolging van Jezus’ gezindheid, waarbij men niet terugvecht of wraak neemt, maar liefheeft en trouw blijft. Het gaat om spirituele groei en trouw in moeilijke omstandigheden.
“Verdraag het om Jezus’ wil” is dus een uitspraak die haar wortels vindt in het Nieuwe Testament, waar de vroege christenen werden geconfronteerd met vervolging, spot, en zware tegenslagen vanwege hun geloof. In die context werd het lijden niet gezien als zinloos, maar als een manier om mee te delen in het lijden van Christus, die zelf onschuldig leed en vervolging onderging. De oproep is bedoeld als bemoediging om vol te houden in geloof en trouw, ook als dat moeilijk is of pijn doet.
Gericht op het grotere doel: Het lijden wordt geplaatst in het perspectief van de uiteindelijke verlossing en het Koninkrijk van God.
Kortom: de uitdrukking kent de context van vervolging en evangelieverkondiging: Het gaat om het verdragen van leed dat ontstaat door het uitdragen van het evangelie en het trouw blijven aan Gods weg, ook als dat leidt tot tegenstand van buitenaf.
Het is een actieve keuze in geloofstrouw: Het is geen passieve berusting, maar een bewuste houding om in Gods kracht stand te houden, zelfs als dat lijden betekent.
Grenzen stellen: Wanneer verdraag je niet alles?
De Bijbel kent ook ruimte om je te beschermen en niet alles te verdragen:
– Matteüs 10:23 — Vlucht wanneer vervolging gevaarlijk wordt.
– 2 Korinthiërs 12:8–9 — Bidden om kracht en bevrijding.
– Handelingen 22:25 — Paulus beriep zich op zijn rechten om onrecht te voorkomen.
Jesaja 10:1–2: “Wee hun die onrechtvaardige wetten uitvaardigen… om de armen te beroven van hun recht.”
Ezechiël 34:4: “De zwakke hebt u niet versterkt, de zieke niet genezen, het gebrokene niet verbonden […] maar met hardheid hebt u over hen geheerst.”
Mattheüs 18:6: “Wie een van deze kleinen doet struikelen […] voor hem zou het beter zijn dat een molensteen om zijn hals werd gehangen.”
Dit betekent dat verdraagzaamheid geen blinde onderwerping is, maar een bewuste houding in situaties waarin lijden onvermijdelijk is. Wanneer onrecht systematisch of schadelijk is, is actie gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk.
De oproep is dus geen vrijbrief voor het accepteren van dagelijkse onrechtvaardigheid, grensoverschrijding, mishandeling of misbruik binnen de gemeenschap, gezinnen of de kerk. Helaas wordt het in sommige kerkelijke kringen vaak op deze manier misbruikt, met ernstige gevolgen.
=> Het is geen rechtvaardiging voor onrecht in dagelijkse relaties:
Onrecht, machtsmisbruik, fysieke of emotionele mishandeling mogen níet “verdragen” worden onder het mom van Jezus’ wil. Dit kan leiden tot onmenselijke situaties waarin slachtoffers monddood worden gemaakt.
Bijbelteksten:
– Jesaja 1:17 – “Leer goed te doen, zoek het recht, help de onderdrukte, doe recht aan de wees, verdedig de weduwe.”
– Micha 6:8 – “Er is jou mens gezegd wat goed is — niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten, en nederig de weg te gaan met je God.”
– Romeinen 12:9 – “Laat de liefde oprecht zijn. Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede.”
Toelichting:
De liefde die God van ons vraagt is niet sentimenteel of blind — ze is oprecht, zuiver, en haat het kwaad. Liefde betekent dus niet dat je onrecht laat voortwoekeren in de naam van geduld of vergeving. Onrecht in relaties moet worden herkend, benoemd, en rechtgezet.
=> Het is geen stilzwijgende toestemming voor het negeren van grenzen:
Iedereen heeft het recht om persoonlijke grenzen te stellen en zichzelf te beschermen. Grenzen stellen is niet ontrouw aan Jezus, maar een manier van zorgen voor jezelf en anderen.
Bijbelteksten:
– Spreuken 4:23 – “Behoed je hart boven alles wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitingen van het leven.”
– Matteüs 10:23 – “Wanneer ze jullie in deze stad vervolgen, vlucht dan naar de volgende.”
– Handelingen 22:25 – Paulus beriep zich op zijn rechten als Romeins burger toen hij onrechtvaardig werd behandeld.
Toelichting:
Jezus zelf gaf aan zijn discipelen de opdracht om te vluchten wanneer vervolging hen te zwaar werd. Paulus stelde duidelijke grenzen en riep autoriteiten ter verantwoording. Grenzen stellen is niet ongeestelijk — het is wijsheid, en ook een vorm van zelfzorg die ruimte geeft aan heling, veiligheid en liefdevolle relaties.
=> Het is geen excuus om geen verantwoordelijkheid te nemen:
Wanneer kritiek of vragen binnen de kerk worden gezien als kritiek op God, wordt de deur dichtgegooid voor reflectie, verantwoording en herstel. Dit ondermijnt de geest van liefde en eerlijkheid die Jezus predikte.
Bijbelteksten:
– Jakobus 3:1 – “Laat niet velen van u leraren worden, mijn broeders, want u weet dat wij een zwaarder oordeel zullen ontvangen.”
– 1 Petrus 5:2–3 – “Hoed de kudde van God […] niet heerszuchtig over hen die aan uw zorgen zijn toevertrouwd, maar als voorbeelden voor de kudde.”
– Mattheüs 23:28 – Jezus tegen de religieuze leiders: “Van buiten lijken jullie rechtvaardig, maar van binnen zijn jullie vol huichelarij en wetteloosheid.”
Toelichting:
Leiderschap binnen de kerk is geen vrijbrief voor onaantastbaarheid. Juist leiders worden strenger geoordeeld. Kritiek op gedrag binnen de gemeente is géén aanval op God, maar kan een oproep zijn tot bekering en verantwoording. Het negeren van die oproep is een ernstige miskenning van bijbelse zelfreflectie en nederigheid.
=> Het is geen uitnodiging tot passieve berusting:
Berusten in onrecht kan leiden tot het voortduren van misstanden. Geloof moedigt juist aan om in gerechtigheid en liefde op te komen voor kwetsbaren.
Bijbelteksten:
– Spreuken 31:8–9 – “Doe je mond open voor de stomme, voor de rechtszaak van allen die ten onder gaan. Doe je mond open, oordeel rechtvaardig, en verdedig de ellendige en de arme.”
– Jesaja 58:6 – “Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien van goddeloosheid losmaken, de banden van het juk ontbinden, de onderdrukten vrijlaten?”
– Efeziërs 5:11 – “En neem geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer.”
Toelichting:
Geloof is niet stilzwijgend lijden onder onrecht, maar een roeping tot actie en gerechtigheid. Wie echt in Jezus’ voetsporen wil gaan, moet niet enkel verdragen, maar ook spreken, verdedigen, en handelen — vooral als kwetsbaren in het geding zijn. Stilzwijgende berusting is géén vrucht van de Geest, maar vaak een gevolg van angst of manipulatie.
KORTOM: De gedachte “verdraag het om Jezus’ wil” is uitsluitend op zijn plaats wanneer het gaat over verdrukking omwille van het geloof — niet wanneer het gaat over misbruik, grensoverschrijding, of structureel onrecht binnen relaties of geloofsgemeenschappen.
De Bijbel keurt nooit goed dat:
– Mishandeling wordt gedoogd.
– Grenzen worden genegeerd.
– Verantwoordelijkheid wordt ontweken.
– Onrecht ongemoeid blijft “in liefde”.
Integendeel: “Laat het recht stromen als water, de gerechtigheid als een altijd stromende beek.” – Amos 5:24
Casussen van misbruik
Casus 1: De predikant die kritische brieven verscheurt
Onderdrukking van kritiek als ‘heiligheid’
Situatie
Een gemeentelid stuurt een zorgvuldig geschreven brief naar de predikant met kritische vragen over zijn optreden tijdens preken. De inhoud is niet vijandig, maar raakt wel gevoelige punten, zoals machtsverhoudingen, uitspraken vanaf de kansel en het gebrek aan transparantie binnen de kerkenraad. In plaats van het gesprek aan te gaan, verscheurt de predikant de brief zonder deze te lezen. Hij zegt: “Als mensen mij bekritiseren, bekritiseren ze het werk van God.”
Probleem
Door zijn rol als gezalfde dienaar van God te heiligen boven iedere vorm van menselijke toetsing, identificeert de predikant zichzelf met God. Dat maakt iedere vorm van correctie verdacht, ongeestelijk of zelfs godslasterlijk. Kritiek wordt zo niet meer gezien als een middel tot groei of reflectie, maar als rebellie of ongehoorzaamheid.
Theologische reflectie
Dit handelen staat haaks op het bijbels leiderschapsmodel. Jezus waste de voeten van zijn discipelen (Johannes 13:14) en riep leiders op om dienders te zijn, geen heersers (Matteüs 20:25–28). Paulus roept ouderlingen op om niet “heerszuchtig” te zijn, maar “voorbeelden voor de kudde” (1 Petrus 5:3).
Kritiek mag pijnlijk zijn, maar kan ook een vorm van broederlijke vermaning zijn (Spreuken 27:6; Galaten 6:1). Als leiders zich afsluiten voor kritiek, zetten zij zichzelf buiten de gemeenschap en houden zij potentieel onrecht in stand. In plaats van geestelijke volwassenheid tonen zij dan onverantwoordelijkheid onder het mom van goddelijke autoriteit.
Casus 2: De vrouw met een man die PTSS heeft en haar mishandelt
Geestelijk misbruik vermomd als vroomheid
Situatie
Een vrouw leeft jarenlang met een echtgenoot die lijdt aan PTSS. Zijn trauma wordt echter een vrijbrief voor fysiek en emotioneel geweld tegen haar. In plaats van dat zij geholpen wordt — pastoraal, praktisch en juridisch — wordt haar in kerkelijke kring gezegd dat ze het moet “verdragen om Jezus’ wil.” Scheiden of aangifte doen zou ongeestelijk zijn; het dragen van haar kruis wordt gepresenteerd als een ‘goddelijke opdracht’.
Probleem
Wat hier gebeurt, is een misbruik van bijbelse taal om haar tot stilzwijgen te brengen. Er is geen ruimte voor bescherming, geen erkenning van het geweld, en geen verantwoordelijkheid van de dader. In plaats van dat de kerk een veilige plaats is, wordt zij een verlengstuk van het geweld. Het slachtoffer wordt de geestelijk schuldige, en de dader blijft buiten beeld.
Theologische reflectie
De Bijbel roept nergens op tot het verduren van structureel geweld binnen relaties. Liefde is nooit een excuus voor mishandeling (1 Kor. 13:4–7). In tegendeel: Jezus noemt de zachtmoedigen, de treurenden en de vervolgden gezegend — niet de onderdrukkers (Matteüs 5:3–12). In Efeziërs 5:25 staat dat mannen hun vrouwen moeten liefhebben “zoals Christus de gemeente heeft liefgehad” — met offerbereidheid, niet met overheersing of geweld.
Het is dus onbijbels en immoreel om mishandeling te laten voortbestaan onder het mom van “geestelijke verdraagzaamheid”. De kerk hoort een plek van veiligheid, bescherming en recht te zijn (Spreuken 31:8–9). God keurt nooit geweld goed, ook niet als het uit een complexe psychische situatie voortkomt.
Conclusie bij beide casussen
Zowel in de casus van de predikant als in die van de mishandelde vrouw zien we hoe de gedachte “verdraag het om Jezus’ wil” losgeweekt wordt van de oorspronkelijke context — namelijk het lijden om Christus’ Naam, in het evangelie. In plaats daarvan wordt deze uitspraak onterecht toegepast op dagelijks onrecht, grensoverschrijding en machtsmisbruik.
Dergelijk misbruik is geestelijk gevaarlijk:
– Het monddood maken van slachtoffers
– Het afwijzen van kritiek als ongeestelijk
– En het maskeren van macht als geestelijk leiderschap
Dit is niet het evangelie van Jezus Christus. De ware navolging van Jezus omvat waarheid, gerechtigheid en liefde in balans — en die liefde is nooit blind voor onrecht.
Praktische richtlijnen: Verdraag het of stel grenzen?
Situatie | Actie | Toelichting |
---|---|---|
Lijden om Christus’ wil | Verdraag het | Getuigenis van geloof en liefde |
Gevaar voor welzijn | Grenzen stellen / Vluchten | Zelfbescherming is een daad van wijsheid |
Herhaald onrecht zonder verbetering | Grenzen stellen | Voorkom dat kwaad voortduurt of je geestelijke gezondheid schaadt |
Liefde tonen ondanks onrecht | Verdraag het | Innerlijke vrede en navolging |
Anderen beschermen | Grenzen stellen / Actie | Verantwoordelijkheid voor gerechtigheid |
Vraag jezelf: Leidt het verdragen tot innerlijke vrede en geestelijke groei, of schaadt het mijn welzijn?
Joodse Wijsheid
Naast het christelijke perspectief biedt de Joodse traditie diepe en eeuwenoude inzichten over hoe om te gaan met onrecht, lijden en menselijke relaties. Waar “verdraag het maar om Jezus’ wil” in sommige kerkelijke kringen wordt geïnterpreteerd als een oproep tot stilzwijgende berusting, legt het Jodendom de nadruk op een verantwoordelijke omgang met lijden en onrecht – in balans met geduld, rechtvaardigheid en zelfzorg.
Kernwaarden uit de Joodse traditie:
1. Zelfbescherming en grenzen stellen zijn heilig
Volgens het principe van Pikuach Nefesh – het behoud van leven – is zelfbescherming niet slechts toegestaan, maar een religieuze plicht. Iemand hoeft geen onrecht of mishandeling te verdragen, zeker niet in naam van religieuze toewijding. Ingrijpen bij gevaar is juist een morele verplichting.
2. Ouders dragen verantwoordelijkheid in opvoeding
De Tora (Deuteronomium 6:6–7) stelt dat ouders hun kinderen moeten onderwijzen in de weg van God. Dit omvat niet alleen geduld of gehoorzaamheid, maar ook het leren van gezonde grenzen, verantwoordelijkheid en eerlijkheid. Een kind leren “alles maar te verdragen” ondermijnt deze opdracht.
3. Geduld is een middel, geen doel
Geduld (erech apayim) wordt gewaardeerd – God wordt in Exodus 34:6 omschreven als “lang van adem” (geduldig) – maar het staat altijd in relatie tot gerechtigheid. Als onrecht blijft voortduren zonder verandering, vraagt de Joodse ethiek om actie. Geduld zonder waarheid en begrenzing leidt niet tot vrede, maar tot misbruik.
4. Communicatie is essentieel
De Joodse traditie ziet woorden als scheppend. Daarom is open dialoog over onrecht, conflicten en pijn cruciaal. Zwijgen of verdoven in naam van vrede is géén Joodse deugd. In de Talmoed wordt zelfs gezegd: “Wie zwijgt wanneer hij onrecht ziet, wordt medeplichtig.”
5. Rechtvaardigheid is een actieve opdracht
“Tzedek, tzedek tirdof – Gerechtigheid, gerechtigheid moet je najagen” (Deut. 16:20). Recht doen is geen passieve houding, maar een levenslange, actieve roeping. Je komt op voor jezelf én voor anderen. Ook binnen gezinnen en geloofsgemeenschappen.
Wat zou een rabijn zeggen?
Een moderne rabijn zou het volgende benadrukken:
– “Verdraag het maar” is geen heilzame of heilige opdracht wanneer er sprake is van onrecht.
– Zelfbescherming, dialoog en gerechtigheid zijn evenzeer spirituele waarden.
– Als iemand lijdt onder structureel onrecht, pesten of mishandeling, dan moet er niet alleen compassie zijn, maar ook actie.
– Ouders en leiders mogen hun verantwoordelijkheid niet afschuiven onder het mom van “geestelijke lessen”.
Kortom: Een rabijn zou niet zeggen: “Verdraag het maar.”
Hij zou zeggen: “Bescherm jezelf. Spreek uit. Zoek de waarheid. En doe recht.”
KORTOM
“Verdraag het maar om Jezus’ wil” is een bijbels geïnspireerde gedachte die oproept tot geduld, nederigheid en navolging van Christus in het lijden. Maar het betekent niet dat je alles moet verdragen. Grenzen stellen, zelfbescherming en actie zijn soms noodzakelijk en ook bijbels verantwoord. De balans tussen verdraagzaamheid en gerechtigheid vraagt wijsheid, innerlijke kracht en leiding van de Heilige Geest.
Andere religieuze en filosofische tradities bevestigen deze balans: lijden geduldig dragen waar het tot groei leidt, maar ook moed tonen om onrecht te bestrijden.
Wanneer je geconfronteerd wordt met onrecht, is het belangrijk te vragen:
Kan ik dit verduren zonder mijn innerlijke vrede te verliezen? Is het tijd om op te staan? Wat kan ik leren over geduld, liefde en zelfbeheersing?
Dus: Twee totaal verschillende vormen van lijden – en waarom ze niet door elkaar gehaald mogen worden
In de Bijbel worden gelovigen regelmatig opgeroepen om te lijden om Christus’ wil. Maar die oproep is specifiek verbonden aan lijden dat voortkomt uit het navolgen van Jezus – het verkondigen van het Evangelie, het belichamen van zijn gezindheid, en het weigeren om met kwaad mee te doen.
Wat het niet betekent, is dat je in stilte alles moet verdragen wat mensen je aandoen in gewone relaties, binnen het gezin, de kerk of andere sociale structuren.
* Lijden om Jezus’ wil
Het lijden komt van buitenaf.
Het is het gevolg van geestelijke trouw en liefdevolle waarheid.
Jezus zelf is hierin het voorbeeld: hij werd vervolgd omdat hij rechtvaardigheid bracht, geen wraak.
* Persoonlijk gericht geweld, grensoverschrijding en misbruik
Dit is fundamenteel iets anders. Het gaat hier om:
– Mishandeling (fysiek, psychisch, seksueel, verbaal)
– Manipulatie of geestelijke onderdrukking
– Pesten, structurele ongelijkheid, emotioneel misbruik
– Leiderschap zonder rekenschap of ruimte voor kritiek
Belangrijk onderscheid:
Lijden omwille van Christus = trouw blijven aan liefde en gerechtigheid, ook als dat weerstand oproept.
Lijden onder menselijk onrecht = een situatie van misbruik of grensoverschrijding, waartegen juist opgestaan moet worden.
Waarom dit onderscheid essentieel is
Wanneer deze twee vormen van lijden door elkaar gehaald worden, ontstaan er destructieve situaties:
– Mensen blijven in gewelddadige relaties “om Jezus’ wil” – wat Jezus nooit van hen vraagt.
– Kritiek op misstanden wordt afgedaan als “rebellie” of “ontrouw aan God” – waardoor leiders geen verantwoording hoeven af te leggen.
– Misbruik binnen kerken wordt toegedekt met een beroep op geduld, vergeving of lijdzaamheid – waardoor slachtoffers monddood gemaakt worden.
Jezus roept nooit op tot het verduren van zonde binnen relaties. Hij roept op tot heiligheid, gerechtigheid en waarheid, juist binnen de gemeenschap. Liefde zonder waarheid is medeplichtigheid.
Wat verdraag je dan wél?
– Belediging, afwijzing of smaad omdat je leeft vanuit liefde, vergeving en genade.
– Tegenwerking omdat je niet meedoet met kwaad of corruptie.
– Vervolging vanwege je open getuigenis van het Evangelie.
“Laat geen van u lijden als moordenaar of dief of kwaaddoener. Maar als hij lijdt als christen, laat hij zich daarvoor niet schamen.” (1 Petrus 4:15–16)