Hoogbegaafd – Hoogreligieus / Hoogspiritualiteit
Wanneer existentiële intensiteit wordt verward met pathologie
Hoogreligiositeit binnen hoogbegaafdheid verwijst niet primair naar religieuze instituties, dogma’s of geloofssystemen, maar naar een verhoogde existentiële gevoeligheid. Het is de innerlijke drang om betekenis te geven aan het bestaan en om morele, kosmische en existentiële samenhangen te doorgronden.
Bij hoogbegaafden manifesteert dit zich vaak al op jonge leeftijd in:
– Vroege existentiële vragen
Waarom leven we? Wat is dood? Wat is rechtvaardigheid? Waarom is er lijden?
– Moreel absolutisme
Een sterk innerlijk kompas waarin goed en kwaad scherp worden onderscheiden.
– Behoefte aan waarheid, betekenis en rechtvaardigheid
Niet pragmatisch, maar fundamenteel: wat klopt op diep niveau?
Deze vorm van hoogreligiositeit sluit nauw aan bij:
– de intellectuele en emotionele overexcitability (Dąbrowski),
– het existentieel denken dat voortkomt uit hoge abstractie,
– en de behoefte aan coherentie in een complexe werkelijkheid.
Het kind of de volwassene is hierbij niet “gelovig” in klassieke zin, maar existentieel wakker.
Worstelen met leven, dood en verantwoordelijkheid
Veel hoogbegaafden ervaren dat zij al vroeg geconfronteerd worden met vragen waar hun omgeving (nog) geen taal of bedding voor heeft. Dit kan leiden tot:
– existentiële angst
– schuld- en verantwoordelijkheidsgevoel (“Wat als ik niets doe?”)
– verdriet om onrecht en lijden
– gevoelens van eenzaamheid (“Waarom denkt niemand hier ook over na?”)
Zonder erkenning of begeleiding kan deze diepgang overweldigend worden. Niet omdat zij pathologisch is, maar omdat zij te groot is om alleen te dragen.
Hoogreligiositeit in het licht van Dąbrowski’s overexcitabilities
Hoogreligiositeit binnen hoogbegaafdheid kan niet begrepen worden als louter geloofsovertuiging of levensbeschouwing. Zij is het gevolg van een verhoogde innerlijke prikkelbaarheid die zich uitstrekt over denken, voelen, verbeelden en moreel bewustzijn. Binnen Dąbrowski’s theorie is hoogreligiositeit geen afwijking, maar een existentiële uitdrukking van ontwikkelingspotentieel.
Zingeving ontstaat hier niet uit traditie, maar uit innerlijke noodzaak, die voortgedreven en/of gevoed wordt door:
* Intellectuele overexcitability: de drang tot ultiem begrijpen
De intellectuele overexcitability uit zich in:
– een onverzadigbare behoefte aan begrijpen,
– het zoeken naar oorzaken, patronen en samenhang,
– het stellen van ultieme vragen.
Bij hoogbegaafden leidt dit niet alleen tot wetenschappelijke of filosofische interesse, maar ook tot existentiële vragen:
– Waarom is er iets en niet niets?
– Wat is de betekenis van lijden?
– Wat maakt een leven goed of rechtvaardig?
Hoogreligiositeit ontstaat hier als poging om cognitieve coherentie te creëren op het hoogste abstractieniveau. Wanneer deze drang wordt ontmoedigd of geridiculiseerd, kan zij:
– escaleren tot obsessief denken (chaos),
– of worden afgesloten via cynisme of rationalisering (rigiditeit).
* Emotionele overexcitability: morele intensiteit en mededogen
De emotionele overexcitability zorgt voor:
– diepe empathie,
– intense morele betrokkenheid,
– sterk verantwoordelijkheidsgevoel.
Hoogbegaafden ervaren onrecht, lijden en morele ambiguïteit vaak persoonlijk en existentieel. Dit voedt:
– moreel absolutisme,
– schuldgevoelens,
– een verlangen naar morele zuiverheid.
Hoogreligiositeit fungeert hier als:
– moreel anker,
– poging tot ordening van emotionele intensiteit,
– kader om betekenis te geven aan pijn en onrecht.
Zonder begeleiding kan deze emotionele diepgang:
– omslaan in zelfveroordeling of messianisme,
– of worden afgeweerd door emotionele verharding.
* Verbeeldende overexcitability: symboliek en transcendentie
De verbeeldende overexcitability kenmerkt zich door:
– rijke innerlijke beelden,
– symbolisch denken,
– gevoeligheid voor archetypen en metaforen.
Binnen hoogreligiositeit uit zich dit in:
– sterke resonantie met mythes, verhalen en rituelen,
– persoonlijke symboliek,
– gevoel van verbinding met iets groters dan het zelf.
Hier ontstaat het risico én de kracht:
– symbolische taal kan verdieping brengen,
– maar ook letterlijk genomen worden bij gebrek aan context.
Wanneer deze verbeelding niet wordt gegrond:
– ontstaat existentiële chaos,
– vervagen grenzen tussen innerlijke beleving en werkelijkheid.
* Zintuiglijke en psychomotorische overexcitability: belichaamde zingeving
Hoewel minder expliciet, spelen ook:
– zintuiglijke overexcitability (diepe esthetische ontroering),
– psychomotorische overexcitability (innerlijke gedrevenheid),
een rol in hoogreligiositeit.
Zingeving wordt niet alleen gedacht, maar:
– gevoeld in het lichaam,
– ervaren in rituelen,
– beleefd in natuur, muziek of stilte.
Deze belichaming maakt religieuze ervaring intens en authentiek, maar ook kwetsbaar voor overspoeling.
Hoogreligiositeit als integratiepunt
Binnen Dąbrowski’s kader fungeert hoogreligiositeit als integratiepunt van meerdere overexcitabilities:
– intellectueel -> betekenis en waarheid,
– emotioneel -> morele betrokkenheid,
– verbeeldend -> symboliek en transcendentie,
– zintuiglijk/psychomotorisch -> belichaamde ervaring.
Het is een poging om: innerlijke intensiteit te ordenen tot een dragend betekenisraamwerk
Wanneer deze integratie mislukt, ontstaan twee uitersten:
– chaos: religieuze waan, messianisme, overspoeling
– rigiditeit: atheïsme, nihilisme, morele ontkenning
Beide zijn regulatiestrategieën, geen eindpunten.
Ontwikkeling versus misdiagnose
Binnen de klinische praktijk wordt hoogreligiositeit regelmatig verward met:
– psychotische kwetsbaarheid,
– dwangmatige overtuigingen,
– persoonlijkheidsproblematiek.
Wat ontbreekt is het ontwikkelingsperspectief: dat intense zingeving geen stoornis is, maar een ontwikkelingsfase die vraagt om begeleiding, taal en afstemming.
Dąbrowski zag juist in deze existentiële worsteling het begin van hogere niveaus van morele en persoonlijke ontwikkeling.
KORTOM:
Hoogreligiositeit binnen hoogbegaafdheid is:
– geen dogmatisme,
– geen irrationaliteit,
– geen pathologie,
maar een existentiële noodzaak voortkomend uit verhoogde innerlijke intensiteit.
Niet het zoeken naar betekenis is gevaarlijk, maar het alleen moeten zoeken.

Wanneer het TEVEEL wordt: godsdienstwaanzin en existentiële chaos
Wanneer hoogreligiositeit niet wordt begrensd of gespiegeld, kan zij doorslaan in wat klinisch vaak wordt benoemd als:
– godsdienstwaanzin
– religieuze preoccupatie
– magisch of messianistisch denken
Dit gebeurt vooral wanneer:
– de cognitieve complexiteit groter is dan de emotionele regulatie,
– de omgeving corrigerend of bevestigend tekortschiet,
– stress, trauma of isolement aanwezig is.
Kenmerkend is te veel chaos:
– betekenissen exploderen,
– alles krijgt symbolische lading,
– grenzen tussen innerlijke beleving en werkelijkheid vervagen.
In plaats van zingeving ontstaat desintegratie. Binnen Dąbrowski’s theorie kan dit echter ook worden gezien als een onbegeleide positieve desintegratie: een ontwikkelingsproces dat ontspoort bij gebrek aan steun.
Wanneer het TE WEINIG wordt: atheïsme, anarchisme en existentiële leegte
Aan de andere kant kan hoogreligiositeit ook worden onderdrukt of ontkend.
Dit zien we vaak wanneer:
– existentiële vragen worden afgedaan als “onzin”,
– religie wordt ervaren als dwingend of beperkend,
– emotionele intensiteit wordt afgestraft.
Het resultaat kan zijn:
– radicaal atheïsme
– cynisme
– anarchisme (afwijzing van elk moreel of zingevend kader)
Hier is sprake van te weinig controle:
– geen dragend betekenisraamwerk,
– afwijzing van morele kaders,
– een leegte waarin alles relatief of zinloos wordt.
Dit is geen gebrek aan diepgang, maar juist een verdediging tegen overweldiging.
Door betekenis te ontkennen, probeert het individu zichzelf te beschermen tegen existentiële pijn.
De misdiagnose: pathologie waar ontwikkeling zichtbaar is
Zowel de chaos (godsdienstwaanzin) als de leegte (atheïsme/anarchisme) worden regelmatig los gezien van hoogbegaafdheid en leiden tot diagnoses zoals:
– psychotische stoornissen
– persoonlijkheidsstoornissen
– depressieve stoornissen
– identiteitsproblematiek
Wat ontbreekt is het besef dat hier sprake kan zijn van: een niet-erkende existentiële ontwikkelingslijn binnen hoogbegaafdheid
De kern is niet religie of irreligie, maar een intense behoefte aan samenhang.
Balans: begeleide zingeving als sleutel
Gezonde hoogreligiositeit bevindt zich tussen chaos en leegte:
– voldoende structuur om niet te verdrinken,
– voldoende vrijheid om niet te verstarren.
Dit vraagt om:
– erkenning van existentiële vragen als legitiem,
– taal en reflectie in plaats van dogma of ontkenning,
– begeleiding die denkend, voelend en moreel meebeweegt.
KORTOM: Hoogreligiositeit is geen afwijking, maar een existentiële kracht binnen hoogbegaafdheid. Wanneer zij niet wordt herkend, kan zij ontsporen naar waanzin of verdampen tot leegte. In beide gevallen wordt ontwikkeling verward met stoornis.
Niet de intensiteit is het probleem, maar het ontbreken van bedding.
LEES OOK: * te-veel-innerlijk-licht/ (hoogreligieusiteit)
Lees verder:
* hoogbegaafd-in-evenwicht
* hoogbegaafd-hoogintelligent
* hoogbegaafd-hoogsensitief
* hoogbegaafd-hoogseksueel
* hoogbegaafd-hoogreligieus
MEER leren over hoogbegaafdheid in het algemeen?
Doe de online cursus: Hoogbegaafdheid: meer dan intelligent!
Of doe de online cursus die gaat over de Intensiteit van hoogbegaafden.