Over plagen, macht en de angst om geraakt te worden
In haar column over plagen in relaties laat Tobiah Palm iets kwetsbaars zien. Waar haar eerdere stukken vaak de vrijheid en speelsheid van seksualiteit vieren, schrijft ze hier over humor als afstand. Over hoe grapjes, competitie en ironie langzaam een muur kunnen worden. Over hoe je elkaar kunt uitdagen, uitdagen, uitdagen — en toch niet werkelijk dichterbij komt.
Wat interessant is: ze beschrijft niet zomaar een dynamiek tussen twee mensen. Ze beschrijft een cultuurhouding. Een generatie die slim is, verbaal sterk, ironisch, politiek bewust — maar soms minder geoefend in het ongefilterd tonen van behoefte.
In haar verhaal zie je hoe humor verschuift van speelsheid naar macht. Hoe “aan elkaar gewaagd zijn” ongemerkt verandert in elkaar scherp houden. Hoe het spel leuk blijft — tot iemand zich niet meer veilig voelt om te zeggen: ik wil eigenlijk gewoon weten hoe je dag was.
Dat is geen klein relationeel detail. Dat is een existentieel thema.
Want plagen is niet het probleem. Afstand is het probleem.
En afstand ontstaat zelden uit onwil. Ze ontstaat uit angst.
Verwijzing – Dat seksualiteit een vaste plek krijgt in een landelijke krant stemt me hoopvol. Het is een gesprek dat vraagt om meerdere stemmen, en vanuit mijn eigen ervaring en kennis draag ik daar graag aan bij — soms met instemming, soms met verdieping. Deze column is geschreven als reflectie op: Tobiah Palm, ‘Grappen zijn leuk, maar ze kunnen ook afstand scheppen’, Trouw, 17 oktober 2025.
Speelsheid of bescherming?
Humor is op zichzelf geen probleem. Integendeel. Speelsheid is een van de meest levendige vormen van intimiteit. Samen lachen ontspant het zenuwstelsel, creëert verbondenheid, maakt verschil draaglijk. Twee mensen die kunnen plagen zonder elkaar te verliezen, voelen zich veilig genoeg om te spelen.
Maar speelsheid heeft een voorwaarde: ze moet kunnen stoppen.
Op het moment dat een grap niet meer onderbroken kan worden door oprechtheid —
wanneer “Hoe gaat het met je?” niet meer gesteld mag worden —
wanneer ironie systematisch kwetsbaarheid vervangt —
dan is humor geen spel meer.
Dan is het bescherming.
Wat in de column zichtbaar wordt, is geen tekort aan romantiek. Het is een tekort aan veiligheid. Niet omdat de ander onveilig is, maar omdat beiden zich hebben ingegraven in scherpte. Wie ironisch is, hoeft niets prijs te geven. Wie discussieert, hoeft niets te voelen. Wie wint, hoeft niets te bekennen.
Humor wordt dan een vorm van controle.
Niet kwaadaardig. Niet bewust. Maar effectief.
Want wie lacht, wordt niet geraakt.
Liefdesstrijd of oorlogsstrijd
In een gezonde relatie mag er spanning zijn. Meningsverschil. Competitie zelfs. Dat is liefdesstrijd: twee mensen die in het hier en nu botsen, maar bereid blijven zichzelf te tonen.
Oorlogsstrijd ziet er subtiel anders uit.
Daar verschuift het accent van ik voel naar jij doet.
Van nieuwsgierigheid naar overtuiging.
Van kwetsbaarheid naar gelijk krijgen.
In het strandfragment zie je iets veelzeggend gebeuren. Het gesprek over patriarchaat is inhoudelijk, maar onderliggend gaat het over iets anders: wie bepaalt de regels? Wie definieert wat serieus is? Wie zet de toon?
Wanneer humor en debat worden ingezet om de ander te positioneren, sluipt macht de relatie binnen.
En macht is de tegenpool van intimiteit.
De moed om te stoppen met grappig zijn
Wat ik sterk vind in de column, is dat ze uiteindelijk bij de kern komt: romantiek vraagt uitgesproken behoefte. Zeggen dat je je hart verder wilt openen. Zeggen dat je je soms niet veilig voelt.
Dat is het moment waarop spel kan transformeren in verbinding.
Want volwassen intimiteit vraagt iets radicaals: de bereidheid om niet slim te zijn; niet geestig; niet aan elkaar gewaagd. Maar gewoon aanwezig.
De moed om te zeggen: “Dit grapje raakt me.” of “Hier word ik klein.” of “Ik wil dichterbij.”
Dat is geen verlies van kracht.
Dat is het begin van echte nabijheid.

