Eer uw vader en uw moeder – 4
Ik acht jou, ik acht jouw achtergrond, ik acht alles wat jou beweegt
In mijn praktijk laat ik mensen soms drie zinnen uitspreken, naar een lege stoel waarop hun vader of moeder zit. Ik acht jou. Ik acht jouw achtergrond. Ik acht alles wat jou beweegt. Bijna niemand kan ze in één keer zeggen. De stem stokt bij de tweede, of het lichaam trekt zich terug bij de derde. En bijna iedereen die ze uiteindelijk wél zegt, merkt dat er iets verschuift wat jaren vastzat.
Dit artikel gaat over wat die zinnen doen, en waarom. De vorige drie delen gingen over dankbaarheid en over gewicht geven; over het verhaal van je ouders vragen en over hen verlaten. Dit deel gaat over het woord dat daaronder ligt, en over de grens die erin zit.
Wat achten is
Het Nederlandse woord achten komt niet van eerbied maar van aandacht. Acht slaan op iets betekent: ernaar kijken, en er iets mee doen. De oudere vormen van het woord betekenen overleg, oordeel, verstand. Achten is dus een handeling van het hoofd, vóór het een houding van het hart is. Wie iemand acht, heeft naar hem gekeken en het gewicht van wat hij zag bepaald. Het tegendeel van achten is niet minachten maar achteloos zijn: niet gekeken hebben.
Dat is precies het probleem van veel volwassen kinderen. Ze hebben een oordeel over hun ouders, vaak een scherp oordeel, en denken dat ze daarmee naar hen gekeken hebben. Maar een oordeel is meestal een manier om níet te hoeven kijken. Wie zegt “mijn vader was afwezig”, is klaar met kijken. Wie zegt “ik acht jou”, begint met kijken, en weet nog niet wat hij gaat zien.
Het Hebreeuwse werkwoord in het vijfde gebod, kabed, betekent gewicht geven. Diezelfde drie letters vormen ook het woord voor de lever, het zwaarste orgaan, en het woord voor het verharde hart van de farao. Gewicht is niet vanzelf goed. Er is gewicht dat draagt en gewicht dat verstikt. Achten is het onderscheid tussen die twee kunnen maken: je ouders het gewicht geven dat hen toekomt, zodat je niet het gewicht draagt dat van hen is.
Waarom het zo moeilijk is: het lichaam
Voordat je kunt begrijpen waarom die drie zinnen zo moeilijk zijn, moet je begrijpen wat er in een kinderlichaam gebeurt.
Een pasgeborene heeft geen eigen zenuwstelsel dat zichzelf kan reguleren. Het leent de regulatie van de ouder: de hartslag, de ademhaling, het stresssysteem van het kind stemmen zich af op die van degene die het vasthoudt. Dat is geen metafoor; het is meetbaar. De eerste jaren van een leven bestaan uit het overnemen van een innerlijk ritme van iemand anders. Het kind wordt letterlijk gebouwd naar het lichaam van de ouder.
Daarom voelt afwijken van je ouders als gevaar, ook als je vijftig bent. Het schuldgevoel dat opkomt wanneer je iets anders kiest dan zij zouden kiezen, is geen morele boodschap. Het is een oud alarm in het lichaam: je verlaat degene van wie je overleving afhing. Dat alarm gaat ook af als de ouder allang niet meer leeft, of nooit veilig was. Juist dan, vaak. Wie als kind niet kreeg wat het nodig had, of te veel kreeg van wat het niet nodig had, heeft een zenuwstelsel dat blijft zoeken naar de ouder, omdat het nooit de rust heeft gekend waarin het zoeken kon stoppen.
Achten begint hier: bij de erkenning dat je lichaam gevormd is naar het lichaam van je ouders, en dat het schuldgevoel bij het loslaten geen waarheid vertelt over wat goed is, maar over waar je vandaan komt.
Waarom het zo moeilijk is: de ontwikkeling
De ontwikkelingspsychologie kent een beweging die in bijna elk mensenleven een keer plaatsvindt en die in onze cultuur bijna altijd verkeerd wordt begrepen. Het is de fase waarin het waardensysteem dat je van huis hebt meegekregen, uit elkaar valt. Je merkt dat je niet meer gelooft wat je altijd geloofde, niet meer wilt wat je altijd wilde, en je weet niet wat ervoor in de plaats komt.
Die fase wordt meestal een crisis genoemd, en in de mainstream-psychologie iets wat zo snel mogelijk opgelost moet worden. Maar er is een oudere en scherpere lezing: het uiteenvallen is de ontwikkeling zelf. Een mens groeit niet door zijn waarden te verfijnen, maar door ze te verliezen en opnieuw te moeten kiezen. Wie nooit door dat uiteenvallen gaat, blijft leven in het waardensysteem van zijn ouders, hoe verfijnd ook. Wie erdoor gaat, komt aan de andere kant uit met waarden die van hemzelf zijn, en die soms verrassend veel lijken op wat hij van huis meekreeg, maar nu gekozen zijn in plaats van geërfd.
Achten is in die fase precies wat ontbreekt. Wie in het uiteenvallen zit, is geneigd zijn ouders af te wijzen, omdat hun waarden niet meer werken. Of hij klampt zich aan hen vast, omdat het alternatief te leeg is. Achten is een derde weg: kijken naar de ouders als de mensen van wie je het bouwmateriaal hebt gekregen, terwijl je iets anders bouwt dan zij.
Waarom het zo moeilijk is: de ander
Er is ook een filosofische laag, en die gaat over wat het betekent om een ander mens te kennen.
Wij denken dat we onze ouders kennen. We hebben tientallen jaren met hen doorgebracht. Maar wat we kennen, is de ouder zoals die zich tot ons verhield. De vader als vader, de moeder als moeder. Wie zij waren als mens, als kind van hun eigen ouders, als jonge vrouw met verlangens, als man die iets wilde worden en het niet werd, daar hebben we bijna geen zicht op. En dat kán ook niet volledig: een ander mens is nooit helemaal te overzien. Er blijft altijd iets wat zich niet laat kennen, wat ontsnapt aan elke beschrijving die je ervan maakt.
Achten is de erkenning van dat ontsnappen. Ik acht jouw achtergrond betekent: er is een geschiedenis in jou die ik niet ken en niet kan kennen, en ik geef die geschiedenis gewicht zonder haar te begrijpen. Ik acht alles wat jou beweegt betekent: er zijn motieven in jou die ik nooit zal doorgronden, ook de motieven die tegen mij gericht waren, en ik weiger ze te reduceren tot wat ze mij hebben aangedaan.
Dat is het verschil tussen begrijpen en achten. Begrijpen wil de ander in kaart brengen. Achten laat de kaart onvolledig, en geeft juist aan het onvolledige zijn gewicht.
De grens in het gebod
Nu komt het deel dat de meeste mensen niet kennen, en dat alles verandert.
Het vijfde gebod heeft een omtrek. In de joodse traditie, die het gebod eeuwenlang tot in detail heeft doordacht, wordt het eren van ouders heel concreet ingevuld: te eten geven, te drinken geven, helpen bij het aankleden, begeleiden bij het in- en uitgaan. En daarnaast staat een tweede gebod, uit een ander bijbelboek: je ouders ontzag tonen, wat betekent: niet op hun plaats gaan zitten, hen niet tegenspreken in het bijzijn van anderen. Het eerste gaat over hun lichaam, het tweede over hun plaats.
En daar houdt het op. In de vijftiende eeuw oordeelde een rabbijn over een zoon wiens vader zijn bruid afkeurde: de zoon hoeft niet te luisteren, want het eren van ouders geldt alleen voor wat de ouder zelf direct raakt. Zijn eten, zijn kleding, zijn plaats. De keuze van een partner raakt de ouder niet direct, en valt dus buiten het gebod. Dat oordeel werd opgenomen in het gezaghebbende wetboek van het jodendom, in een tijd waarin in de rest van Europa vaders nog beslisten over de huwelijken van hun kinderen.
Het gebod reikt dus tot het lichaam en de plaats van de ouder. Daarbuiten begint het leven van het kind, en daar heeft het gebod niets te zeggen. Achten is een beweging naar de ouder toe, en zij eindigt bij de ouder. Zij zegt niets over wat het kind vervolgens doet met zijn eigen leven.
Dat verklaart waarom de drie zinnen werken. Ik acht jou: de persoon, het lichaam. Ik acht jouw achtergrond: de plaats in de keten, wat vóór jou was. Ik acht alles wat jou beweegt: de motieven, tot en met de motieven die ik niet kan begrijpen. En dan stopt het. Er staat niet: en daarom doe ik wat jij wilt. Er staat niet: en daarom geef ik jou de eerste plaats. Er staat niet: en daarom blijf ik bij je. De zinnen geven de ouder alles wat hem toekomt, en niets van wat het kind toekomt.
Wat achten niet is
Het is niet gehoorzamen. Een volwassene die doet wat zijn ouders zeggen, acht hen niet; hij vermijdt het kijken door te volgen. De traditie maakt onderscheid tussen kinderen, die inderdaad moeten gehoorzamen, en volwassenen, die moeten eren. Wie op zijn veertigste nog gehoorzaamt, is niet eerbiedig maar onvolwassen.
Het is niet de eerste plaats geven. Wie trouwt of zich duurzaam verbindt, verplaatst zijn eerste loyaliteit naar zijn partner. Dat schreef ik in deel twee. Wie zijn ouders de eerste plaats blijft geven, kan hen juist niet achten, want hij heeft hen nodig als centrum, en wie iemand nodig heeft, kan niet naar hem kijken.
Lees verder:
eer-uw-vader-en-uw-moeder-1/
eer-uw-vader-en-uw-moeder-2/
eer-uw-vader-en-uw-moeder-3/
eer-uw-vader-en-uw-moeder-4/
Lees ook: ik-acht-jou/