Het woord dat moet vallen
Wanneer een van beiden misbruikt is, en wat dat van de ander vraagt
Het begint niet bij wat er is gebeurd. Het begint bij welk woord er valt.
Een vrouw vertelt haar man, na maanden, misschien na jaren, dat er iets is geweest met haar leidinggevende. Ze zegt het klein. Ze zegt het met omwegen, met halve zinnen, met een blik die zijn reactie peilt nog voor ze is uitgesproken. En hij hoort het, en in de seconde die volgt, wordt bijna alles beslist. Niet door wat zij zegt, maar door het woord dat hij erop legt. Zegt hij “affaire”, dan is zij een vrouw die iets heeft gedaan. Zegt hij “misbruik”, dan is zij een vrouw met wie iets is gedaan. Het zijn twee verschillende werelden, en zij kan niet voor hem kiezen in welke ze terechtkomt. Hij beslist het, meestal zonder te weten dat hij het beslist.
Ik schrijf dit als tegenhanger van wat ik eerder schreef over vreemdgaan (Vertel me alles) en de eis van volledige openheid. Daar liet ik zien waarom de details van een affaire gif zijn voor de relatie, omdat ze de schuld verplaatsen van degene bij wie ze hoort naar degene bij wie ze niet hoort. Bij misbruik keert bijna elke laag om, en toch komt er iets vergelijkbaars uit: ook hier mag de inhoud niet verteld worden. Maar de reden is een andere, en wat de partner te doen staat is zwaarder dan bij een affaire. Hij moet erkennen dat het misbruik was. En op het moment dat hij dat doet, wordt hij er zelf in getrokken.
Ik schrijf over een vrouw die misbruikt is en een man die haar partner is, omdat dat de vorm is die ik het vaakst zie. Het omgekeerde bestaat, en het is zo mogelijk nog moeilijker, omdat er voor een man die is misbruikt door een vrouw of door een andere man nog minder woorden beschikbaar zijn. Wat ik beschrijf, geldt in beide richtingen.
Ik schrijf over een leidinggevende, maar het gaat om elke verhouding waarin de een over de ander beschikt: een predikant, een ouderling, een pastoraal begeleider, een therapeut, een arts, een professor of leraar, een coach, een trainer. Wat ze gemeen hebben is niet de functie maar de positie. Zij was van deze persoon afhankelijk — voor haar werk, haar geloof, haar herstel, haar toekomst — en hij werkte vanuit macht, gezag of vertrouwen. Juist daar waar het vertrouwen het grootst is, is het ‘nee’ het kleinst.

Wat macht doet met een ‘nee’
Om te begrijpen waarom het woord “affaire” zo’n onrecht is, moet je eerst zien wat er gebeurt in een mens die afhankelijk is van een ander en door die ander wordt benaderd.
Een leidinggevende is niet zomaar een collega die avances maakt. Hij is degene die bepaalt of je blijft, of je vooruitkomt, hoe je wordt beoordeeld, hoe er over je wordt gesproken. Die afhankelijkheid is geen abstractie; het lichaam kent haar. Het zenuwstelsel registreert hiërarchie ver voordat het bewustzijn er woorden aan geeft, en het reageert op iemand die macht over je heeft anders dan op iemand die dat niet heeft. Tegenover een gelijke kan een mens kiezen: toenaderen, afwijzen, weggaan. Tegenover iemand die macht heeft, gaat het lichaam in een andere stand. Het zoekt niet de uitweg maar de aanpassing. Het leest wat de ander wil, en het geeft, omdat geven veiliger is dan weigeren.
Dat is de reden dat misbruik door een leidinggevende bijna nooit lijkt op wat mensen zich bij misbruik voorstellen. Er is geen worsteling, geen verzet, geen duidelijk moment van dwang. Er is aandacht die eerst vleiend is, dan verwarrend, dan onontkoombaar. Er zijn opmerkingen die je laat passeren omdat je niet weet hoe je ze moet stoppen. Er is een hand die te lang blijft liggen en een lichaam dat bevriest in plaats van terugtrekt. En er is, naderhand, het gevoel dat je erin bent meegegaan — en dus dat je het hebt gewild.
Wat hier gebeurt, is een van de oudste overlevingsstrategieën die we hebben. Wie niet kan vluchten en niet kan vechten, bevriest of past zich aan. Het is dezelfde reactie die een kind vertoont tegenover een ouder van wie het afhankelijk is: niet weggaan, want er is nergens heen, maar zo worden dat de ander tevreden is. Bij een volwassen vrouw tegenover een machtige man werkt precies hetzelfde mechanisme, alleen heeft ze achteraf een verstand dat het haar kwalijk neemt. Waarom heb je niets gezegd? Waarom ben je niet weggegaan? Waarom ben je nog een keer met hem meegegaan? Het verstand stelt de vragen die het lichaam nooit heeft kunnen beantwoorden, want het lichaam was niet aan het kiezen. Het was aan het overleven.
Of het misbruik was, hangt dus niet af van hoe het voelde. Het hangt af van de vraag of er werkelijk vrijheid was om ‘nee’ te zeggen. En die vrijheid is er niet wanneer de een over de ander beschikt.
Schaamte, geen schuld
Wie vreemdgaat, draagt schuld: hij heeft iets gedaan wat van hem is. Wie misbruikt is, draagt iets anders, en het is essentieel dat de partner dat verschil kent, want hij zal het van buiten niet kunnen zien.
Schaamte is de reactie op wat er met je is gedaan, gekoppeld aan het gevoel dat je het had moeten kunnen voorkomen. Ze lijkt van buiten op schuld: het slachtoffer is ontwijkend, verzwijgt, vertelt in stukjes, kijkt weg, zegt dat het niet zo erg was. Alles wat een partner zou lezen als de tekenen van iemand die iets te verbergen heeft, zijn ook de tekenen van iemand die zich schaamt. En schaamte zwijgt langer dan schuld. Schuld wil bekennen, om ervan af te komen. Schaamte wil verdwijnen, en zolang het geheim is, bestaat het niet helemaal.
Daarom komt misbruik zo laat naar buiten, en zo onvolledig. Niet omdat de vrouw haar man niet vertrouwt, maar omdat zij zichzelf niet meer vertrouwt. Ze weet niet meer zeker of ze het niet toch gewild heeft. Ze weet niet meer of wat ze zich herinnert wel klopt, want ze heeft het al zo vaak herzien, in beide richtingen. Ze vertelt het klein, omdat ze het klein probeert te houden, en ze wacht op zijn reactie omdat ze hoopt dat hij haar zal vertellen wat het was. Zij kan het niet meer zelf.
En dat is precies het moment waarop hij, met het woord dat hij kiest, haar schaamte kan verankeren of losmaken. Zegt hij “affaire”, dan bevestigt hij wat zij zelf al vreesde: dat ze het gewild heeft, dat het van haar was. Ze zal het dan niet meer misbruik kunnen noemen, ook niet tegenover zichzelf, want de enige die het had kunnen zien, heeft het anders gezien. Zegt hij “misbruik”, dan geeft hij haar iets terug wat ze was kwijtgeraakt: de plek van iemand die niet vrij was.
Er zit hier iets dat van buiten paradoxaal lijkt. Wie zich schaamt over misbruik, neemt in feite iets van de dader over. De schuld is van hem; zij draagt haar alsof ze van haar was. En zolang ze dat doet, blijft ze aan hem gebonden — niet uit liefde of verlangen, maar door de last die ze van hem heeft overgenomen. Erkennen dat het misbruik was, is daarom niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid. Het is de eerste beweging die haar losmaakt van de man die haar dit heeft aangedaan.
Waarom hij het een affaire wil noemen
Als het zo duidelijk is dat het woord “affaire” onrecht doet, waarom valt het dan zo vaak? Ik denk niet dat het uit hardheid komt. Ik denk dat het uit onmacht komt, en het is de moeite waard die onmacht precies te bekijken, want ze is het begin van wat hem erin trekt.
Een affaire is voor de partner draaglijker dan misbruik. Bij een affaire is er een rivaal, een man die zij heeft verkozen boven hem. Er is een keuze die zij heeft gemaakt en waar hij boos op kan zijn. Er is iets te herstellen: zij moet terugkomen, hij kan vergeven of niet. De rollen zijn bekend, de weg is beschreven, hij weet wat hij is. Hij is de bedrogen echtgenoot, en dat is een plek, hoe pijnlijk ook.
Bij misbruik is er niets van dat alles. Er is geen rivaal, want de dader wilde haar niet als partner; hij wilde beschikken. Er is geen keuze van haar waar hij boos op kan zijn, dus zijn woede heeft geen adres — of ze richt zich op de dader, en die is onbereikbaar, achter een functie, achter een organisatie, achter het feit dat zij er misschien nog werkt. En er is niets te herstellen, want zij is niet weggegaan. Ze was er de hele tijd, en ze werd ondertussen beschadigd, en hij heeft het niet gezien.
Dat laatste is de kern. Het woord “misbruik” confronteert hem met zijn eigen falen als beschermer. Hij heeft niet gezien dat het gebeurde, hij heeft niet gezien dat ze veranderde, hij heeft misschien opmerkingen gemaakt over hoeveel ze werkte of hoe stil ze was geworden, zonder te weten wat erachter zat. En diep in de meeste mannen zit een oude opdracht — ouder dan hun opvoeding, ouder dan hun cultuur — om te beschermen wat van hen is. Misbruik van zijn vrouw is het bewijs dat hij daarin heeft gefaald. Niet omdat het zijn schuld is, maar omdat het is gebeurd.
Het woord “affaire” haalt hem daar weg. Het maakt haar de handelende partij en hem het slachtoffer, en dat is een positie waarin hij overeind kan blijven. Hij wisselt zijn onmacht in voor haar schuld. Het is een ruil die hij niet bewust maakt en die hem, als hij haar eenmaal gemaakt heeft, niet meer loslaat. Want de eerste vraag die daaruit volgt, is de vraag die alles bezegelt: waarom heb je het niet eerder gezegd?
Erkennen — en daarmee erin getrokken worden
Het enige wat een nieuwe start mogelijk maakt, is dat hij het woord uitspreekt. Het was misbruik. Jij was niet vrij. Wat er is gebeurd, is jou aangedaan. Zonder dat woord kan zij nergens heen, omdat ze de schaamte niet alleen kan neerleggen; ze heeft iemand nodig die haar plek als niet-vrije erkent.
Maar wie dat woord uitspreekt, verandert zijn eigen positie. En dat is wat vrijwel niemand van tevoren ziet.
Zolang hij het een affaire noemt, staat hij erbuiten. Het is iets tussen haar en een andere man, en hij is de benadeelde derde. Zodra hij het misbruik noemt, staat hij erin. Want misbruik is niet iets wat tussen twee mensen is gebeurd; het is iets wat aan zijn vrouw is gedaan, en zijn vrouw is deel van hem. Wat haar is aangedaan, is het systeem aangedaan waar hij toe behoort. De dader heeft niet alleen haar geraakt. Hij heeft hun bed geraakt, hun geschiedenis, hun vanzelfsprekendheid, en hij heeft dat gedaan terwijl de partner erbij stond zonder het te weten.
Er is nog iets dat met het erkennen binnenkomt. In een systeem hoort alles wat er is gebeurd erbij; wat is uitgesloten, blijft werken. Zolang het misbruik ontkend of “affaire” genoemd wordt, is de dader buiten het systeem gehouden — en juist daardoor blijft hij er als een schaduw in aanwezig. Zodra het erkend wordt, krijgt hij een plek. Niet een plek van eer, niet een plek van vergeving, maar een plek als feit: deze man heeft dit gedaan aan deze vrouw, en dat hoort nu bij hun geschiedenis. De partner die erkent, laat daarmee de dader toe in wat van hen was. Dat is de prijs van het woord, en ze is onvermijdelijk.
En dan is er zijn eigen geschiedenis. Bijna elke man heeft ergens in zijn vroege leven een moment gekend waarop hij niet kon beschermen wat hij wilde beschermen — een moeder, een broertje, zichzelf. Dat moment ligt begraven onder alles wat hij daarna heeft opgebouwd. Het misbruik van zijn vrouw graaft het op. Zijn woede, zijn verdriet, zijn verlamming: ze zijn niet alleen van nu. Ze zijn van toen, en ze hebben eindelijk iets om zich aan vast te grijpen. Hij wordt erin getrokken, niet alleen als haar partner, maar als de jongen die hij was.
Erkennen betekent dus: toegeven dat het misbruik was, én toelaten dat het jou ook is overkomen. Niet op dezelfde manier. Niet in dezelfde mate. Maar wel werkelijk. Wie dat weigert, zal het woord blijven ontwijken, omdat het te veel van hem vraagt.
Waarom de inhoud niet verteld moet worden
Als hij het heeft erkend, komt bijna onvermijdelijk de vraag: vertel me wat er is gebeurd. Ik wil het weten. Ik wil weten wat hij heeft gedaan. En zij, opgelucht dat hij haar gelooft, wil misschien vertellen — eindelijk iemand die luistert.
Ik denk dat ze het niet moet doen, en dat hij het niet moet vragen. Maar de reden is een andere dan bij een affaire.
Bij een affaire zijn de details gif omdat ze de schuld verplaatsen. Bij misbruik is er geen schuld te verplaatsen; de schuld ligt bij de dader en blijft daar. Wat er wél wordt verplaatst, als de inhoud verteld wordt, zijn de handelingen van de dader. Ze verhuizen van haar geheugen naar het zijne. En in zijn geheugen doen ze iets wat ze in het hare niet doen: ze worden beelden van zijn vrouw als voorwerp van een andere man.
Een partner die weet wat er precies is gebeurd, ziet het. Hij ziet het als hij naar haar kijkt. Hij ziet het als ze zich uitkleedt, als ze naast hem ligt, als ze een gebaar maakt dat toevallig lijkt op wat hij zich voorstelt. Het beeld heeft geen datum — ik schreef daar eerder over — en het valt binnen op de momenten die er het meest toe doen. Maar bij misbruik is er een verzwaring die bij een affaire ontbreekt: hij kijkt nu naar zijn vrouw met de handelingen van de dader in zijn hoofd. Hij ziet haar zoals de dader haar heeft gezien. Hij heeft, zonder het te willen, de ogen van de dader overgenomen.
Dat is de tweede manier waarop het misbruik het bed binnenkomt. De eerste is haar lichaam, dat zich bepaalde aanrakingen herinnert en bevriest. De tweede is zijn hoofd, dat bij elke aanraking een ander lichaam ziet. Wat er tussen hen was, wordt zo een plek waar de dader aanwezig is via beide partners tegelijk. Het misbruik gebeurt dan een tweede keer, niet aan haar maar aan hen.
Er is ook een reden aan haar kant. Wie misbruik vertelt, herbeleeft het. Het zenuwstelsel maakt geen onderscheid tussen vertellen en meemaken; de beelden komen terug met het lichaam erbij. Dat herbeleven kan heilzaam zijn in een ruimte die ervoor gemaakt is, bij iemand die het kan dragen en die er niets mee te maken heeft. Het is niet heilzaam tegenover een man die het niet kan dragen en die er alles mee te maken heeft. Hij is niet in staat neutraal te luisteren, en zij ziet dat, en dus gaat ze tijdens het vertellen zijn reactie managen. Ze vertelt minder, of anders, of ze stopt om hem gerust te stellen. Het vertellen dient dan niet meer haar, maar zijn behoefte om te weten — en daarmee is ze opnieuw bezig te geven wat een man van haar vraagt.
En ten slotte: de inhoud is van haar. Het is het enige wat de dader haar niet heeft kunnen afnemen: dat zij bepaalt wie het weet en wie niet. Wie haar vraagt alles te vertellen, ook uit liefde, neemt haar dat af. Hij zegt daarmee dat haar ervaring pas geldt als hij haar kent. Terwijl het omgekeerde waar is: haar ervaring geldt, en hij mag haar geloven zonder haar te bezitten.

Getuige zijn zonder alles te weten
Er is dus een spanning. Zij heeft een getuige nodig — iemand die het weet en het laat zijn wat het was, want misbruik dat geheim blijft, blijft van de dader. En tegelijk mag de inhoud niet bij hem komen. Hoe kan hij getuige zijn van iets waarvan hij de inhoud niet kent?
Het antwoord zit in wat een getuige eigenlijk doet. Een getuige bevestigt niet de feiten; hij bevestigt de werkelijkheid. Hij zegt: het is gebeurd, het was wat jij zegt dat het was, en ik zie wat het met je heeft gedaan. Daarvoor hoeft hij niet te weten wat er in welke kamer op welke dag is gedaan. Hij hoeft te weten dat zijn vrouw niet vrij was, dat ze is beschadigd, en dat ze het draagt. Hij is getuige van het feit en van het gewicht. De inhoud hoort in een andere ruimte thuis: bij een therapeut, bij een vertrouwenspersoon, in een aangifte als het daartoe komt. Dat zijn plekken die zijn ingericht om de inhoud te dragen zonder dat ze in een bed terechtkomt.
Wat hij haar kan geven, is iets wat geen therapeut haar kan geven: hij kan blijven. Hij kan haar aankijken en zien dat ze dezelfde is. Hij kan haar aanraken zonder dat zijn hoofd een ander lichaam ziet — juist omdat hij dat andere lichaam niet kent. Zijn onwetendheid is hier geen gebrek. Het is de voorwaarde waaronder hij kan blijven kijken naar wie zij is, in plaats van naar wat er met haar is gedaan.
De omkering
Wat ik hierna beschrijf, zie ik in vrijwel elk stel waar misbruik naar buiten is gekomen, en het is de laag die het meeste uitleg vraagt omdat ze zo tegen de intuïtie ingaat.
Op het moment dat hij het erkent, komt zijn reactie los. Woede op de dader, verdriet om haar, verlamming om zichzelf. Dat is terecht, en het is wat erkennen kost. Maar die reactie is groot, en zij zit ernaast. En omdat zij degene is die geleerd heeft de reacties van machtige mannen te lezen en te managen, doet ze wat ze altijd heeft gedaan: ze gaat voor hem zorgen. Ze stelt hem gerust. Ze zegt dat het niet zo erg was. Ze zegt dat hij het niet had kunnen zien. Ze houdt zijn woede in toom omdat ze bang is wat hij ermee doet.
De rollen keren om. Het slachtoffer wordt de verzorger van de partner van het slachtoffer. En wat het zo verraderlijk maakt: het voelt voor haar vertrouwd. Zorgen voor de reactie van een man is precies het patroon waarin ze misbruikt kon worden. Ze doet nu tegenover haar partner wat ze tegenover de dader deed — meegaan, kalmeren, zichzelf kleiner maken zodat de ander overeind blijft.
Zijn woede wordt zo haar volgende last. Niet omdat hij haar oplegt, maar omdat zij haar oppakt. En hij merkt het meestal niet, want hij is bezig met zijn eigen storm en zij is zo goed in het onopvallend dragen. Pas maanden later valt op dat zij nooit is ingestort en hij wel, en dat zij degene was die hem erdoorheen heeft geholpen. Het misbruik heeft dan opnieuw een vrouw opgeleverd die voor een man zorgde, en niemand heeft het gezien.
Wat hier van hem wordt gevraagd, is bijna onmogelijk: zijn reactie te hebben en haar niet aan haar te geven. Zijn woede is echt en hoort ergens, maar niet bij haar. Ze hoort bij de dader, en de dader is onbereikbaar. Dat betekent dat hij ergens anders heen moet met wat er in hem loskomt — naar een vriend, naar een man die ouder is, naar iemand die er niets mee te maken heeft. Want zolang hij zijn storm bij haar neerlegt, is zij niet vrij om haar eigen storm te hebben. En die heeft ze nog niet gehad. Die heeft ze al die maanden ingehouden.

De dader in het systeem
Ik zei dat de dader met het erkennen een plek krijgt. Wat daar op volgt, is een van de moeilijkste stukken van dit werk.
Wie iemand kwaad heeft gedaan, is aan het slachtoffer gebonden, en het slachtoffer aan hem. Niet door gevoel maar door structuur: er is iets gebeurd tussen deze twee dat niet ongedaan kan worden gemaakt, en daar zijn ze samen in. De weg uit die binding loopt niet via wraak. Wie wraak wil, blijft gebonden, want hij heeft de dader nodig om iets mee te vereffenen. De weg loopt via iets wat op afstand nemen lijkt en het niet is: de dader laten met wat hij heeft gedaan. Het is van hem. Het gewicht ervan, de gevolgen, wat het met zijn leven doet — dat is zijn deel, en zij hoeft het niet te dragen, en zij hoeft er ook niet voor te zorgen dat hij het draagt. Ze mag hem aan zijn lot overlaten.
Dat is voor haar al moeilijk. Voor hem is het bijna ondraaglijk. Want zijn woede wil precies dat wat de binding in stand houdt: de dader ter verantwoording roepen, hem laten boeten, hem uit zijn positie halen. En soms is dat terecht en nodig, als aangifte, als melding, als bescherming van anderen. Maar het is háár beslissing. Het is haar misbruik, haar werkplek, haar naam die in een procedure komt, haar collega’s die het zullen horen. Zodra hij die beslissing overneemt, omdat hij er niet tegen kan dat er niets gebeurt, neemt hij haar opnieuw iets af — precies dat wat de dader haar afnam: de zeggenschap over wat er met haar gebeurt.
Hier wordt de partner er voor de tweede keer in getrokken, nu praktisch. Er is een organisatie. Er is een man die daar nog werkt of niet meer werkt. Er zijn collega’s die iets weten of vermoeden. Er is een keuze: melden of niet, blijven of weggaan, een procedure beginnen of niet. Het gezin heeft een inkomen dat aan die werkplek hangt. Al die dingen raken hem, en hij heeft er een mening over, en die mening komt uit zijn onmacht. De wil om iets te dóen is de wil om de onmacht op te heffen. Dat is te begrijpen, en het is geen goede grond voor een beslissing die van haar is.
Wat hij kan doen, is naast haar staan bij wat zij beslist. Niet voor haar, want dan neemt hij het over. Niet achter haar, want dan laat hij haar alleen. Naast haar: aanwezig, met een mening als ze ernaar vraagt, en verder stil.
Wat het blootlegt — en wat niet
Een affaire legt een tekort in de relatie bloot. Ik heb dat elders uitvoerig beschreven, en het is essentieel dat de partner van iemand die misbruikt is, weet dat het hier niet geldt. Misbruik ontstaat niet op de plek waar de relatie tekortschoot. Het ontstaat op de plek waar een machtige man iemand vond die hij kon gebruiken. Wie na misbruik gaat zoeken naar wat er in de relatie mis was — waren we uit elkaar gegroeid, was ze ongelukkig, had ik meer aandacht moeten geven — legt de oorzaak terug in het paar, en daarmee onvermijdelijk bij haar. Dat is het woord “affaire” via een omweg.
Wat misbruik wél blootlegt, ligt in de geschiedenis van ieder afzonderlijk.
Bij haar: het patroon dat haar niet in staat stelde te weigeren. Bijna altijd zie je bij wie zich niet kon onttrekken aan een machtige ander een vroege les: dat veiligheid afhangt van meegaan, dat de eigen grens niet mag worden gevoeld omdat de ander belangrijker is, dat nee zeggen gevaarlijk is. Dat is niet haar schuld; het is wat haar is aangeleerd voordat ze kon kiezen. Maar het is wel haar werk. Niet om te begrijpen waarom het misbruik gebeurde — dat gebeurde omdat een man het deed — maar om terug te vinden wat ze ooit heeft moeten opgeven: de plek waar haar nee zit.
Bij hem: de jongen die niet kon beschermen, en wat die jongen sindsdien heeft gedaan om nooit meer zo machteloos te zijn. Zijn woede is daar de buitenkant van. Daaronder ligt iets wat hij zelden laat zien: het besef dat hij het niet in de hand heeft, dat wat van hem is beschadigd kan worden terwijl hij erbij staat. Voor veel mannen is dat de eigenlijke wond, en het misbruik van hun vrouw is niet de oorzaak ervan maar de gelegenheid waarbij ze openbreekt.
Die twee stukken werk zijn van ieder apart. Ze horen niet in het gesprek tussen hen tweeën, want daar worden ze onvermijdelijk elkaars last. Ze horen in de ruimte die ieder voor zich vindt. Wat er wél tussen hen hoort, is dat ze weten dat de ander dit werk doet — en dat ze elkaar er niet in helpen.
Wat er overblijft
Ik kan niet zeggen hoe een relatie eruitziet nadat dit allemaal is gebeurd. Ik weet dat het geen terugkeer is naar wat het was, want dat was een relatie waarin de dader nog niet bestond. Ik weet ook dat het niet, zoals na een affaire, een tweede relatie is tussen dezelfde twee mensen. Het paar is niet geëindigd bij het misbruik; het is beschadigd door iets wat van buiten kwam, en het moet nu ruimte maken voor iets wat niet van hen is en toch in hen zit.
Dat is misschien de beste manier om te zeggen wat er van hem wordt gevraagd. Het misbruik is niet zijn verhaal. Hij mag de inhoud niet kennen, hij mag de beslissingen niet nemen, hij mag zijn woede niet bij haar neerleggen. Alles wat hij zou willen doen, mag hij niet. Wat hij mag, en wat niemand anders kan, is blijven kijken naar wie zij is, terwijl zij zelf nog niet weet of ze dat nog is. Hij houdt haar beeld vast op het moment dat zij het kwijt is.
Of dat genoeg is, weet ik niet. Er zijn stellen waarbij het paar sterker wordt omdat er eindelijk iets werkelijks tussen hen staat. Er zijn stellen waarbij de dader te veel plek blijft innemen, of waarbij zijn onmacht te groot blijkt, of waarbij zij pas kan genezen als ze niet meer naast iemand hoeft te liggen die het weet. Ik zie dat niet van tevoren.
Wat ik wel zie, keer op keer, is dat het begint bij het woord. Niet bij wat er is gebeurd, want dat weet hij niet en zal hij niet weten. Bij wat hij het noemt. En dat hij, als hij het bij zijn naam noemt, tegelijkertijd erkent dat het hem ook is overkomen — anders, kleiner, maar werkelijk — en dat hij daar zelf mee aan het werk moet, zonder haar.
LEES OOK:
* Vertel me alles – Na Vreemdgaan
LEES Verder:
* misbruik-van-volwassen-vrouwen/
* wanneer-misbruik-relatieprobleem/
* wanneer-misbruik-een-huwelijk-treft/
* misbruik-je-ziel-terughalen/
* wanneer-zorg-misbruik-wordt/
* de-dynamiek-van-de-goede-redder/ (serie van 5)
* https://www.dinekevankooten.nl/archief/het-nee-dat-je-nooit-hebt-geleerd/
BINNENKORT: Ik heb een boek geschreven ‘NAMENS GOD, het ambt, de gemeente, de macht en de vraag‘ Het boek is op weg naar de drukker.
Dit boek gaat over machtsmisbruik in de kerken. Het gaat niet over wat mannen deden, maar over de plaats die ze kregen en wat er niet bij zat. Over ambt, gemeente en macht in de gereformeerde gezindte, met dertig gevallen uit de pers. Schrijf je in voor mijn nieuwsbrief.

