Moeder van de één, oma van de ander
Annet werd in 1968 geboren. Haar neef Erik, de zoon van haar oudste zus, was toen al een jaar. Ze groeiden op als speelkameraden, zaten op dezelfde basisschool en logeerden samen bij Annets ouders. Op een verjaardag zei een oom lachend: “Erik, geef je tante eens een hand.” Annet was zes. Iedereen lachte. Zij voelde zich voor het eerst raar, zonder te weten waarom.
Wat er raar was, lag bij de vrouw die ze allebei het vaakst zagen. Voor Annet was zij moeder. Voor Erik was zij oma. Op hetzelfde moment, in dezelfde keuken, met dezelfde armen.
Twee rollen in één schoot
Een nakomer wordt soms geboren als zijn ouders al grootouders zijn. Ouder worden en grootouder worden vallen dan samen, in hetzelfde lichaam en dezelfde levensfase. Dat lijkt een curiositeit. Het raakt aan een orde die kinderen nodig hebben zonder het te weten.
Grootouders kunnen een kleinkind iets geven wat ouders niet kunnen geven, juist omdat ze een stap verder staan. Ze hoeven niet op te voeden, niet te corrigeren en niet waar te maken. Hun liefde is ruim, omdat ze niet verantwoordelijk is. Een kleinkind dat bij oma op schoot zit, zit op een plek waar het niets hoeft. Die plek bestaat bij de gratie van afstand: oma is van een andere generatie en heeft haar eigen moederschap achter zich.
Wanneer oma zelf een baby heeft, verdwijnt die afstand. Haar schoot is bezet. Erik kwam bij zijn grootmoeder en vond daar een kind dat jonger was dan hij en meer recht had op haar. Hij kreeg een oma die tegelijk moeder was van iemand anders, en dat iemand anders was zijn speelkameraad. Over wat Erik daarbij verloor, wordt bijna nooit gesproken. Hij was de kleinzoon en had het goed, zo was het beeld.
Een rivaliteit zonder naam
Tussen broers en zussen is rivaliteit om de ouders bekend en benoemd. Iedereen weet dat kinderen strijden om dezelfde moeder. Tussen Annet en Erik bestond die strijd ook, alleen had hij geen naam. Ze waren geen broer en zus, dus konden ze geen broer en zus zijn die om moeder vochten. Toch deden ze precies dat, om dezelfde vrouw, vanaf twee verschillende plekken.
In de familieorde staat het kind boven het kleinkind. Annet had als dochter meer recht op haar moeder dan Erik als kleinzoon. In de leeftijdsorde was het omgekeerd: Erik was ouder, groter en sterker. Kinderen ordenen naar leeftijd, families naar generatie. Bij Annet en Erik wezen die twee ordeningen elke dag een andere kant op, en geen van beiden kon zeggen wie er voorging.
Die onduidelijkheid liep door naar de volwassenen. De oudste zus zag haar moeder de zachtheid die zij voor haar zoon had verwacht, aan haar zusje geven. Ze kon daar niets van zeggen, want het was haar moeders eigen kind. De moeder zelf stond tussen haar dochter en haar kleinzoon, en liet het vaak aan de oudste zus over om Erik te troosten als hij zich opzij gezet voelde. Zo werden twee moeders in één keuken elkaars concurrent, zonder dat iemand het zo noemde.
Over het hek kijken
Annet zag in Erik iets wat zij niet had: een jonge moeder in de kracht van haar leven. Haar zus speelde buiten, fietste met hem naar het zwembad en maakte ruzie met hem zoals jonge moeders dat doen. Annet keek ernaar zoals een kind naar het huis van de buren kijkt, waar het anders gaat. Het was een moeder die zij had kunnen hebben, als ze twintig jaar eerder was geboren. Het was haar zus.
Dat verlangen kon ze niet hebben. Het zou haar eigen moeder tekortdoen, en haar zus een plek geven die niet van haar was. Dus bleef het waar het was: een vage jaloezie op een neef die het in alle opzichten minder had dan zij. Hij had immers geen ouders met tijd, geen huis vol aandacht, geen positie als jongste. Hij had alleen een moeder die jong was. Dat bleek genoeg om jaloers op te zijn.
De grootouderliefde die verschoof
Annet heeft twee dochters. Haar moeder overleed toen de oudste drie was. Erik heeft drie zoons, die hun oma, Annets zus, nog jaren hebben gehad. Op dat punt keert de geschiedenis zich om. Annet kreeg als kind een liefde met iets van grootouderliefde: mild, ruim, zonder veel eisen. Haar dochters kregen geen grootouders van haar kant. De grootouderliefde die voor hen bedoeld was, had zij al gekregen.
Het is alsof een functie in de familie één generatie te vroeg is gebruikt. Wat een lijn normaal doorgeeft, van grootouders aan kleinkinderen, ging bij Annet naar de verkeerde generatie. Daardoor ontbreekt het nu bij haar kinderen. Veel nakomers voelen dat als een schuld zonder adres. Ze geven hun kinderen daarom extra, of ze zoeken voor hen naar plaatsvervangende grootouders: de ouders van hun partner, een oudere buurvrouw, een oom.
Toen Annets moeder stierf, stonden Annet en Erik naast elkaar bij het graf. Zij verloor haar moeder, hij zijn oma. Het was dezelfde vrouw. Ze waren bijna even oud en huilden op dezelfde manier. Wat ze verloren, verschilde een generatie. Erik zei later dat hij die dag voor het eerst begreep dat ze haar al die jaren hadden gedeeld. Annet wist niet of ze dat zo zou noemen. Ze wist ook niet hoe ze het anders moest noemen.