Alles is rechtvaardig
Ik las onlangs:
=> Elke beperking die je doormaakt en ooit zult doormaken opent een nieuwe Netivot, een nieuw pad, naar de ultieme openbaring van het goede. Met andere woorden: Het pad dat iemand bewandelde – van het accepteren van elke beperking als middel tot openbaring – leidt ons nog steeds naar huis.
=> Als de Schepper de ervaring verschafte, dan is die zeker niet alleen ten goede, maar ook de essentie van goedheid op zich, op dat moment. De rechtvaardige meester, de Tzaddik, rechtvaardigt alles in zijn leven. Hij erkent dat elke gebeurtenis zonder uitzondering rechtstreeks van de Schepper komt.
Het zette mij aan het denken:
Sommige van de diepste werken van God in een mensenleven beginnen niet met uitbreiding, maar met beperking.
Niet met overvloed, maar met vernauwing.
Niet met duidelijkheid, maar met verwarring.
Niet met het gevoel gedragen te worden, maar juist met het gevoel dat iets je wordt afgenomen.
En misschien is dat zo moeilijk omdat wij God vaak herkennen in wat opent, maar veel minder in wat sluit.
Wanneer deuren opengaan, noemen we het leiding.
Wanneer dingen lukken, noemen we het zegen.
Wanneer alles stroomt, voelen we ons bevestigd.
Maar wat doen we met de momenten waarop het leven ons juist tegenhoudt?
Wat doen we met gebeden die onbeantwoord lijken?
Met dromen die uiteenvallen?
Met seizoenen waarin God stil lijkt terwijl alles in ons schreeuwt om richting?
Misschien ligt juist daar een waarheid verborgen die de meeste mensen hun hele leven ontwijken:
Dat God niet alleen aanwezig is in wat wij begrijpen als goed, maar ook in alles wat ons vormt voorbij ons begrip.
Dat betekent niet dat pijn ineens prettig wordt. Het betekent niet dat verlies geen verlies meer is. Maar wel dat beperking niet automatisch afwezigheid van God betekent.
Soms is beperking de manier waarop God diepte schept.
Want een mens zonder grenzen leeft vaak aan de oppervlakte van zichzelf. Pas wanneer iets breekt, verdwijnt of onmogelijk wordt, worden de diepere lagen zichtbaar. Dan blijkt waarop iemand werkelijk gebouwd is. Dan komt aan het licht wat niet afhankelijk is van succes, controle of bevestiging.
Veel mensen willen Gods leiding zolang die overeenkomt met hun eigen ontwerp van het leven. Maar vertrouwen begint pas werkelijk wanneer iemand durft te geloven dat ook het onverwachte niet buiten Gods handen valt.
Dat is geen oppervlakkig optimisme. Het is een radicale vorm van overgave.
De erkenning dat Gods wijsheid groter is dan ons momentane perspectief.
Want eerlijk gezegd: als wij zelf ons leven hadden mogen schrijven, zouden de meesten van ons vooral comfortabele hoofdstukken hebben gekozen. We zouden de pijn overslaan. De vernederingen vermijden. De gesloten deuren omzeilen.
Maar juist die dingen blijken achteraf vaak de plaatsen waar karakter ontstond. Waar nederigheid groeide. Waar liefde werd verdiept. Waar een mens minder afhankelijk werd van uiterlijk succes en dichter kwam bij wat werkelijk telt.
God vormt mensen zelden alleen door verlichting. Vaak vormt Hij hen door begrenzing.
Zoals een rivier richting krijgt door haar oevers, zo krijgt een mensenleven soms pas betekenis door datgene wat het begrenst.
Een rivier zonder oevers verspreidt zich totdat zij stilvalt. Maar juist de vernauwing maakt stroming mogelijk.
Misschien geldt dat ook voor ons.
Misschien zijn sommige beperkingen niet bedoeld om ons te vernietigen, maar om ons te richten.
Want er bestaat een verschil tussen een deur die gesloten is omdat God afwezig is, en een deur die gesloten is omdat God iets anders aan het bouwen is dan wij kunnen zien.
Dat vraagt vertrouwen van een heel andere orde.
Niet alleen vertrouwen wanneer we begrijpen waar het heen gaat, maar juist wanneer we dat niet doen.
Het vraagt de moed om te zeggen: “Ook dit moment valt blijkbaar niet buiten God.”
Zelfs dit verlies.
Zelfs deze vertraging.
Zelfs deze stilte.
Dat betekent niet dat alles direct verklaard moet worden. Sommige dingen blijven pijnlijk. Sommige vragen blijven open. Niet elk verdriet krijgt op aarde een volledig antwoord.
Maar een mens verandert wanneer hij ophoudt God alleen te zoeken in voorspoed.
Want misschien zijn de meest heilige momenten niet de momenten waarop alles lukt, maar de momenten waarop iemand, midden in onzekerheid, weigert bitter te worden. Wanneer iemand ondanks teleurstelling zacht blijft. Wanneer iemand in de duisternis niet ophoudt te vertrouwen dat God nog steeds aanwezig is.
Daar ontstaat diepte.
Niet in controle, maar in overgave.
Niet in het beheersen van het leven, maar in het leren ontvangen ervan — ook wanneer het anders komt dan gehoopt.
Veel van wat later betekenisvol blijkt, voelt aanvankelijk als beperking. Een afgewezen weg. Een onverwachte omweg. Een seizoen van verborgenheid.
Maar misschien ziet God verder dan wij.
Misschien probeert Hij ons niet alleen te brengen naar waar wij willen zijn, maar naar wie wij geroepen zijn te worden.
En misschien zijn het juist de gesloten deuren die ons uiteindelijk beschermen tegen een oppervlakkiger versie van onszelf.
Want sommige mensen bereiken alles wat ze wilden — en raken zichzelf kwijt.
Anderen verliezen wat ze dachten nodig te hebben — en vinden iets eeuwigs terug.
Misschien is dat waarom geloof uiteindelijk minder gaat over begrijpen en meer over vertrouwen.
Vertrouwen dat God ook aanwezig is in het onvoltooide.
In het wachten.
In de beperking.
In de stukken van het verhaal die nog geen betekenis lijken te dragen.
En misschien zullen we ooit ontdekken dat juist de seizoenen die we wilden overslaan de seizoenen waren waarin God ons het diepst vormde.
Geinspireerd door: Reb Adam
Lees ook: https://www.dinekevankooten.nl/archief/welkom/
