Als ik het snap, los ik het op – een misvatting
Veel mensen beginnen aan persoonlijke ontwikkeling met de stille hoop dat inzicht genoeg zal zijn. Dat er een moment komt waarop alles op zijn plek valt, het kwartje definitief valt en het leven daarna soepeler, lichter en beter beheersbaar wordt. In mijn onze GIDEON | Programma’s voor Mannen en ACHSA | Programma’s voor Vrouwen hoor ik die verwachting vaak, soms uitgesproken, vaker onbewust. Maar juist daar ontstaat de teleurstelling. Want persoonlijke ontwikkeling is géén kwestie van begrijpen en fiksen. Het is een traag, soms pijnlijk proces van blijven verschijnen bij wat zich aandient — inclusief weerstand, herhaling en wanhoop. Wie verwacht dat groei oplost, raakt ontmoedigd; wie leert dat groei blijft bewegen, ontdekt iets wezenlijk anders.
Wie denkt dat persoonlijke ontwikkeling een probleem opgelost, zal vroeg of laat gefrustreerd raken. Inzicht komt, opluchting volgt, en toch keert hetzelfde patroon terug. Dat moment — waarop mensen denken dat ze falen — is cruciaal en vaak het begin van echte groei. Want persoonlijke ontwikkeling vraagt geen snelle oplossingen, maar doorzettingsvermogen, uithoudingsvermogen en de bereidheid om steeds opnieuw te beginnen.
Persoonlijke ontwikkeling stopt niet omdat er niets meer te begrijpen valt, maar omdat er niets meer te leven valt. Zolang iemand leeft, blijven dezelfde thema’s terugkomen. Niet omdat hij faalt, maar omdat het menselijk systeem zo werkt.

Carl G. Jung noemde dit het proces van individuatie: geen weg naar heelheid zonder schaduw, geen integratie zonder herhaling. Wat eenmaal bewust is geworden, verdwijnt niet. Het verandert van vorm en context. Oude conflicten melden zich opnieuw, op andere plekken in het leven, met andere gezichten. Wie denkt dat hij “erdoorheen” is, vergist zich meestal in wat “erdoorheen” betekent.
John Welwood liet zien hoe spirituele en psychologische ontwikkeling vaak worden misbruikt om dit feit te ontkennen. Hij noemde het spiritual bypassing: het idee dat inzicht, therapie of bewustzijn ons kunnen vrijstellen van oude pijn, relationele verwondingen of existentiële angst. Maar innerlijk werk haalt geen mens uit zijn conditionering. Het confronteert hem er juist steeds opnieuw mee.
Dat is het perpetuum mobile: niet een machine die steeds beter wordt, maar een dynamiek die blijft bewegen zolang het systeem leeft. In die dynamiek kruip ik door het leven van mijn kind-zijn naar volwassenheid, van een slapend bewust-zijn naar een ontwakend bewust-zijn.
Elke nieuwe levensfase activeert oude lagen:
* intimiteit raakt oude hechtingswonden
* autonomie raakt oude angst voor afwijzing
* verantwoordelijkheid raakt oude schaamte
* verlies raakt oude machteloosheid
Niet als herhaling in cirkels, maar als verdieping in spiralen! Hetzelfde materiaal, een andere inzet.

Wie persoonlijke ontwikkeling ziet als iets wat af kan zijn, raakt ontmoedigd. Wie het ziet als een voortdurende heronderhandeling tussen bewustzijn, lichaam en leven, begrijpt waarom groei tijd kost, energie vraagt en soms wanhoop oproept. Niet omdat het mislukt, maar omdat het werkt.
KORTOM: Persoonlijke ontwikkeling ontwikkelt geen oplossingen, maar bewust-zijn. En bewust-zijn ontwikkelt geen perfectie, maar volwassenheid.
Wie denkt dat persoonlijke ontwikkeling bedoeld is om innerlijke problemen op te lossen, vergist zich. Ze is bedoeld om mensen volwassen te maken.
Wat wordt er dan ontwikkeld?
Niet het patroon. Niet het verleden. Niet de emotie.
Wat zich ontwikkelt is het bewust-zijn waarmee iemand zich tot zichzelf en zijn leven verhoudt. Dat is een cruciaal onderscheid.
Persoonlijke ontwikkeling betekent niet dat angst, schaamte, afhankelijkheid of controledrang verdwijnen. Het betekent dat iemand ze kan waarnemen zonder er volledig door bepaald te worden! Dat vraagt geen extra kennis, maar een verschuiving in positie: van een traumadeel naar volwassenheid.
Calr Jung en Dabrowski noeme deze bewustwording geen oplossing, maar een uitbreiding van het bewustzijn. Het onbewuste verdwijnt niet door inzicht; het verliest zijn absolute macht doordat het gezien wordt. Niet alles hoeft geïntegreerd te worden om minder dwingend te zijn.
Waarom begrip niet genoeg is
Begrip vergroot kennis.
Bewust-zijn vergroot draagkracht.
Iemand kan feilloos uitleggen waar zijn patronen vandaan komen en er toch telkens opnieuw in vastlopen. Dat is geen gebrek aan intelligentie of motivatie, maar een misvatting over wat verandering is. Inzicht werkt op het niveau van denken. Volwassenheid ontstaat op het niveau van verhouding.
Daarom voelt echte ontwikkeling vaak zo onbevredigend:
* het probleem is er nog
* de trigger is er nog
* de reactie komt soms nog
Maar er is iets fundamenteels verschoven: de identificatie is minder totaal.
Bewust-zijn als ontwikkelingsrichting
Wat groeit, is het vermogen om:
* innerlijke conflicten uit te houden zonder ze meteen op te lossen
* tegenstrijdige gevoelens tegelijk te dragen
* verantwoordelijkheid te nemen zonder zelfverwijt, zonder schuld of schaamte
* keuzes te maken zonder garantie op rust
Dat is volwassenheid.
Niet de afwezigheid van innerlijke strijd, maar het vermogen om er niet door gegijzeld te worden.
Of scherper: Volwassenheid is niet dat je geen kinddelen meer hebt, maar dat ze niet langer aan het stuur zitten.
Het existentieel karakter
Dit is waarom innerlijke verandering geen cognitieve handeling is. Het vraagt:
* tijd
* herhaling
* mislukkingen
* confrontatie met grenzen
* en vaak: het opgeven van de hoop dat het ooit helemaal klaar zal zijn.
Dat maakt persoonlijke ontwikkeling existentieel. Het raakt aan hoe iemand leeft, liefheeft, faalt en verantwoordelijkheid draagt — niet aan hoe goed hij iets begrijpt.
Je zou dit kunnen vergelijken met:
Weten dat sporten gezond is ≠ maar dat is niet hetzelfde als fit zijn.
Weten hoe rouw werkt ≠ maar dat is niet hetzelfde als door het rouwproces heengaan.
Weten waar je patronen vandaan komen ≠ maar dat is niet hetzelfde als ze kunnen veranderen.
In coaching zie je vaak: opluchting na inzicht, gevolgd door teleurstelling als het patroon terugkomt en dan schaamte: “Ik dacht dat ik hier al doorheen was”
Waarom echte ontwikkeling tijd, doorzettingsvermogen en wanhoop kost
Ontwikkeling gaat niet tegen weerstand in, maar door weerstand heen
Psychologisch gezien zijn hardnekkige patronen geen fouten die gecorrigeerd moeten worden, maar adaptaties. Ze zijn ontstaan in een context waarin ze functioneel waren: om verbonden te blijven, afwijzing te vermijden, controle te houden of emotioneel te overleven. Wat ooit veiligheid bood, wordt niet losgelaten omdat iemand inmiddels begrijpt dat het “niet meer nodig is”.
Daarom roept echte ontwikkeling onvermijdelijk weerstand op. Niet omdat iemand tegenwerkt, maar omdat het systeem zichzelf probeert te beschermen. Verandering betekent altijd verlies: verlies van bekende strategieën, verlies van identiteit, verlies van het verhaal dat iemand over zichzelf had. Dat verlies vraagt rouw. En rouw gaat vrijwel altijd gepaard met angst en tijdelijke desoriëntatie.
Wie dit niet erkent, gaat persoonlijke ontwikkeling verwarren met optimalisatie. Maar ontwikkeling vraagt geen verbetering van het bestaande, het vraagt het loslaten van wat ooit noodzakelijk was.
Ontdekking kost tijd: van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam
Een onderschat aspect van ontwikkeling is de fase waarin mensen ontdekken wat ze niet kunnen, niet dragen of niet weten. In leerprocessen wordt dit vaak benoemd als de overgang van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam. In persoonlijke ontwikkeling is dit geen korte fase, maar vaak een langdurige en pijnlijke periode.
Zolang iemand onbewust onbekwaam is, kan hij functioneren. Er is houvast, er zijn verklaringen, er is een gevoel van samenhang. Maar zodra het bewustzijn toeneemt, valt die vanzelfsprekendheid weg. Patronen worden zichtbaar, maar zijn nog niet doorleefd. Inzichten zijn er, maar belichaming ontbreekt. Dit is de fase waarin mensen vaak zeggen: “Ik weet nu te veel om terug te kunnen, maar nog te weinig om anders te leven.”
Juist hier haakt men vaak af. Niet omdat er niets gebeurt, maar omdat er te veel gebeurt zonder direct resultaat.
Het werken met een levenslijn kan in deze fase helpend zijn, omdat het zichtbaar maakt dat patronen geen persoonlijke tekortkomingen zijn, maar samenhangende reacties op concrete levensgeschiedenis. Het plaatst gedrag in tijd, context en noodzaak. Daarmee verzacht het oordeel, zonder het proces te versnellen.

Individuatie en schaduwwerk: kost heel veel tijd
Carl Jung beschreef persoonlijke ontwikkeling als individuatie: een levenslang proces waarin iemand zich verhoudt tot zowel bewuste als onbewuste aspecten van zichzelf. Dat proces is per definitie traag, omdat het geen lineaire groei betreft, maar een voortdurende confrontatie met wat buiten het zelfbeeld valt.
Schaduwwerk is daarin geen techniek, maar een houding: het bereid zijn om te zien wat niet past bij het gewenste beeld van wie je bent. Dat vraagt tijd, omdat de schaduw zich niet aandient op commando. Ze verschijnt in relaties, conflicten, mislukkingen en herhaling. Steeds opnieuw, telkens in een andere vorm.
Wie denkt dat schaduwwerk iets is wat je afrondt, heeft het principe niet begrepen. Wat verandert, is niet de aanwezigheid van de schaduw, maar de mate waarin iemand haar kan verdragen zonder projectie of ontkenning.
Wanhoop als werkzame fase
Wanhoop ontstaat niet omdat ontwikkeling mislukt, maar omdat oude zekerheden hun grip verliezen terwijl nieuwe structuren nog niet belichaamd zijn. Het oude werkt niet meer, het nieuwe is er nog niet. Dat tussenland is ongemakkelijk, niet-lineair en emotioneel uitputtend.
In die fase:
– verdwijnen snelle oplossingen
– neemt twijfel toe
– voelt vooruitgang afwezig
– en ontstaat de neiging om te stoppen of opnieuw te “fixen”
Maar juist dit is vaak het moment waarop ontwikkeling werkelijk plaatsvindt. Niet zichtbaar aan de buitenkant, maar voelbaar in de manier waarop iemand leert blijven staan in onzekerheid.
Wanhoop is dan geen teken van falen, maar een indicatie dat het systeem zijn oude organisatie aan het loslaten is.
De doe-modus als blokkade signaal
Zolang iemand in de doe-modus blijft, vindt er geen wezenlijke ontwikkeling plaats. De fix-houding — zoeken naar oplossingen, technieken, verklaringen en volgende stappen — wordt vaak verward met groei, maar is meestal een vorm van overleven. Het is het overlevingsdeel dat aan het roer staat: gericht op controle, reductie van spanning en het zo snel mogelijk herstellen van houvast. Dat deel wil niet voelen, maar oplossen. Niet blijven, maar door. Zolang deze modus dominant is, wordt wanhoop vermeden en daarmee ook de fase waarin oude structuren daadwerkelijk kunnen loslaten. Ontwikkeling vraagt niet om sneller handelen, maar om het verdragen van het moment waarop handelen niets meer oplost. Pas wanneer de fix-houding faalt en de doe-modus uitgeput raakt, ontstaat ruimte voor een andere vorm van bewust-zijn — niet omdat iemand het beter begrijpt, maar omdat hij niet langer kan ontsnappen aan wat er werkelijk speelt.
De doe-modus houdt mensen functioneel, maar niet volwassen. Zolang het overlevingsdeel oplossingen blijft produceren, hoeft er niets wezenlijks te veranderen.
Waarom de doe-modus ontwikkeling blokkeert
Vanuit traumaperspectief is de doe-modus geen neutrale staat van functioneren, maar een geactiveerde overlevingsrespons. Het zenuwstelsel staat in actie: vechten, vluchten of controleren. De focus ligt op het verminderen van spanning, het herstellen van voorspelbaarheid en het voorkomen van ontregeling. Dat is geen keuze, maar een automatische reactie van het autonome zenuwstelsel.
In deze toestand is het brein primair gericht op veiligheid, niet op integratie. De prefrontale functies die nodig zijn voor reflectie, nuance en zelfwaarneming zijn verminderd beschikbaar. Wat actief is, is het deel dat snel moet handelen. De vraag is dan niet: wat gebeurt hier werkelijk? maar: hoe kom ik hier zo snel mogelijk uit?
De fix-houding past precies in dit patroon. Ze lijkt rationeel en volwassen, maar functioneert als een strategie om contact met overweldigende innerlijke ervaring te vermijden. Oplossen, begrijpen, verklaren en plannen zijn manieren om affect te reguleren zonder het werkelijk toe te laten. Zolang deze strategie werkt, hoeft het systeem niet te zakken in de ervaring zelf.
Echte ontwikkeling vraagt echter iets anders: het kunnen blijven bij wat zich aandient zonder onmiddellijke ontlading of controle. Dat vereist een zekere mate van veiligheid in het zenuwstelsel. Zolang het systeem in overleving staat, is die veiligheid er niet en kan er geen integratie plaatsvinden. Er wordt gereageerd, niet verwerkt.
Waarom wanhoop een noodzakelijke fase is
Wanhoop ontstaat wanneer de gebruikelijke overlevingsstrategieën hun effect verliezen. De doe-modus werkt niet meer. Fixen, begrijpen en beheersen brengen geen verlichting. Dat moment voelt voor veel mensen als falen, maar is vanuit traumaperspectief juist cruciaal.
Op dat punt begint het zenuwstelsel — soms aarzelend, soms schoksgewijs — te zakken uit mobilisatie. Er is geen snelle uitweg meer. De spanning blijft aanwezig zonder directe actie. Dat is ongemakkelijk, verwarrend en vaak emotioneel uitputtend, maar precies hier ontstaat de mogelijkheid tot verwerking.
In deze fase wordt oude, niet-afgemaakte ervaring voelbaar: rouw, angst, schaamte, gemis. Niet als verhaal, maar als lichaamssensatie, affect en impuls. Dat is geen regressie, maar een teken dat het systeem voldoende ruimte heeft om te laten zien wat eerder niet gedragen kon worden.
Ontwikkeling vindt niet plaats doordat iemand leert beter te handelen, maar doordat het zenuwstelsel leert dat het kan blijven bestaan zonder onmiddellijke actie. Dat is de overgang van overleven naar ervaren.
Waarom je dit proces niet alleen kunt doen
Persoonlijke ontwikkeling wordt vaak voorgesteld als iets wat je zelfstandig kunt doen: met genoeg zelfreflectie, een betrokken partner of een goed gesprek met vrienden zou het mogelijk moeten zijn. In de praktijk blijkt dat zelden zo te werken. Niet omdat mensen onmachtig zijn, maar omdat ontwikkeling juist raakt aan datgene wat buiten het eigen zicht valt. Wie zichzelf onderzoekt, kijkt altijd vanuit zijn eigen organisatie van overleven. Daarom is een coach geen luxe of steunfiguur, maar een noodzakelijke spiegel: iemand die kan waarnemen wat de ander zelf niet kan zien, en kan blijven waar het spannend wordt, zonder te redden, te sussen of in te grijpen.
Je kunt je eigen blinde vlekken niet waarnemen
Ontwikkeling vraagt bewustwording van datgene wat juist buiten het bewustzijn ligt. Dat is geen gebrek aan reflectievermogen, maar een structureel gegeven. Verdedigingen, overlevingsstrategieën en zelfbeelden functioneren grotendeels impliciet. Ze bepalen hoe iemand waarneemt, niet wat hij waarneemt.
Zelfreflectie heeft hier een grens. Het bewustzijn kan zichzelf niet volledig observeren zonder een externe referentie. Jung was hier helder over: de schaduw openbaart zich niet door introspectie alleen, maar in relatie.
Een coach fungeert als die externe spiegel — niet door oplossingen aan te dragen, maar door zichtbaar te maken wat iemand structureel overslaat, rationaliseert of normaliseert.
Intieme relaties zijn geen veilige spiegels
Partners en vrienden zijn betrokken. Ze hebben belangen, geschiedenis en wederzijdse afhankelijkheid. Dat maakt hen ongeschikt als ontwikkelruimte voor dit type werk.
In intieme relaties gebeurt meestal één van drie dingen: men spaart elkaar, men gaat redden of helpen fixen, men raakt zelf getriggerd
Geen van deze reacties ondersteunt bewustwording. Ze versterken juist bestaande patronen: hechting, vermijding, loyaliteit, conflictvermijding of machtsdynamiek.
Bovendien activeert nabijheid vaak precies de overlevingspatronen die onderzocht moeten worden. Dat maakt het moeilijk om stil te blijven staan bij wat er gebeurt; het systeem wil onmiddellijk reguleren via de ander.
Overleving kan zichzelf niet begeleiden
Vanuit traumaperspectief is dit misschien het belangrijkste punt: het deel dat overleeft, kan het proces van ontmanteling niet zelf begeleiden.
Zodra iemand alleen met zijn ervaring is, neemt het overlevingssysteem automatisch het stuur over. Het bepaalt tempo, richting en interpretatie. Dat leidt meestal tot:
– vermijden van te intense lagen
– voortijdige cognitieve verklaringen
– of juist overweldiging zonder bedding
Een coach biedt co-regulatie. Niet door geruststelling, maar door aanwezigheid, begrenzing en tempo. Het zenuwstelsel van de cliënt kan daardoor iets toelaten wat het alleen niet kan verdragen.
Een coach bewaakt het tussenland
Het moeilijkste deel van ontwikkeling is niet inzicht, maar het tussenland: de fase waarin oude structuren loslaten en nieuwe nog niet belichaamd zijn.
Alleen blijven mensen hier zelden. Ze:
* grijpen terug naar oude strategieën
* zoeken nieuwe doe of fix-methodes
* of verklaren het proces voortijdig afgerond
Een coach blijft aanwezig in dat tussenland. Hij duwt niet vooruit en trekt niet terug. Hij bewaakt dat iemand niet wegvlucht in actie, analyse of spirituele verklaringen. Dat is geen luxe, maar een voorwaarde voor integratie.
Ontwikkeling vraagt een asymmetrische relatie
Echte spiegeling vraagt asymmetrie: één persoon is volledig verantwoordelijk voor zijn eigen proces, de ander niet.
In vriendschap en partnerschap bestaat die asymmetrie niet. Er is wederkerigheid, loyaliteit en geschiedenis.
In coaching is die er wel. Dat maakt het mogelijk om waar te nemen, te benoemen en stil te blijven zonder de relatie te hoeven redden.
Of beter gezegd: Je kunt jezelf niet begeleiden in het loslaten van je overlevingsstrategie, en je intieme relaties zijn te verweven om die rol te dragen.
Het lukte de baron van Münchhausen ook niet om zichzelf aan zijn eigen haar uit het moeras te trekken. Dat verhaal is een karikatuur, maar de onderliggende denkfout is hardnekkig: het idee dat iemand zichzelf kan losmaken van een systeem waar hij volledig in verwikkeld is. Persoonlijke ontwikkeling werkt niet anders. Wie midden in zijn eigen overlevingsstructuur staat, kan die structuur niet tegelijk waarnemen en ontmantelen.
Persoonlijke ontwikkeling als perpetuum mobile
Het idee dus dat persoonlijke ontwikkeling als perpetuum mobile wordt vaak verkeerd begrepen. Niet als eindeloze zelfoptimalisatie en ook niet als morele opdracht om voortdurend aan jezelf te werken. Dat is geen ontwikkeling, maar druk. Het perpetuum mobile waar het hier om gaat, verwijst niet naar verbeteren, maar naar voortdurende afstemming.
Zolang iemand leeft, verandert de context waarin hij zichzelf tegenkomt. Elke nieuwe levensfase stelt andere eisen, roept andere verantwoordelijkheden op en activeert daardoor opnieuw bekende innerlijke thema’s. Niet omdat eerdere ontwikkeling tekortschiet, maar omdat oude thema’s zich telkens in een nieuwe vorm aandienen.
Wat terugkomt, is niet hetzelfde probleem, maar hetzelfde menselijk materiaal.
Hechting speelt opnieuw op in intieme relaties, maar anders dan in de kindertijd. Autonomie krijgt een nieuwe lading in werk en leiderschap. Zingeving verschuift bij ouder worden of verlies. Controle wordt zichtbaar wanneer zekerheden wegvallen. De vragen zijn verwant, maar de inzet is anders: groter, complexer, minder vrijblijvend.
Dit is geen cirkel, maar een beweging in lagen. Elke confrontatie vraagt niet om een nieuwe oplossing, maar om een volwassenere verhouding. Dat is waarom ontwikkeling nooit af is, maar ook niet stilstaat.
Het misverstand ontstaat wanneer mensen denken dat herhaling betekent dat ze gefaald hebben. In werkelijkheid betekent het dat ze leven. Ontwikkeling stopt niet omdat thema’s verdwijnen, maar omdat iemand stopt met zich tot het leven te verhouden.
Persoonlijke ontwikkeling is geen project met een deadline, maar een beweging die meeloopt met het leven zelf.

WAAROM?
Psychologisch: waarom inzicht niet volstaat
Psychologische verandering verloopt niet primair via begrip, maar via herorganisatie van het zenuwstelsel. Neuroplasticiteit is een traag proces: nieuwe verbindingen ontstaan door herhaalde ervaring in vergelijkbare contexten, niet door eenmalig inzicht. Dat betekent dat iemand iets heel goed kan begrijpen, terwijl het lichaam en de emotionele reacties ongewijzigd blijven.
Emotionele regulatie wordt niet geleerd door uitleg, maar door herhaalde blootstelling aan spanning in een context die voldoende veilig is. Het zenuwstelsel moet letterlijk ervaren dat het kan blijven bestaan zonder dat de oude overlevingsreactie nodig is. Zolang die ervaring ontbreekt, blijft het systeem doen wat het kent, ongeacht het niveau van cognitief inzicht.
Daarom raakt inzicht vaak sneller dan verandering. Inzicht spreekt vooral de cortex aan. Ontwikkeling vraagt betrokkenheid van het hele systeem: lichaam, affect, impliciet geheugen en relationele ervaring. Zonder die betrokkenheid blijft inzicht beschrijvend, niet transformerend.
Existentieel en filosofisch: waarom ontwikkeling geen oplossing is
Existentieel gezien raakt persoonlijke ontwikkeling niet aan een defect, maar aan de conditie van mens-zijn. Kierkegaard beschreef wanhoop niet als pathologie, maar als een onvermijdelijke fase in zelfwording: het moment waarop bestaande betekenissen tekortschieten. Wie wanhoop vermijdt, vermijdt niet het probleem, maar het proces.
Heidegger legde de nadruk op confrontatie: authenticiteit ontstaat niet door optimalisatie, maar door het onder ogen zien van eindigheid, verantwoordelijkheid en onzekerheid. Dat zijn geen thema’s die opgelost kunnen worden; ze vragen om houding en verhouding.
Inzicht is geen eindpunt, maar oefening: steeds opnieuw waarnemen, falen, bijstellen en beginnen. Ontwikkeling is daar geen lineaire vooruitgang, maar een discipline van terugkeren naar wat is.
In dat licht is de mens geen probleem dat gerepareerd moet worden, maar een vraag die geleefd wordt. Dat maakt persoonlijke ontwikkeling per definitie open, traag en soms ontregelend.
Praktijkervaring: hoe ontwikkeling er werkelijk uitziet
In de praktijk zie ik dit dagelijks bevestigd. Mensen komen met scherp inzicht, heldere taal en een sterk narratief over zichzelf, en toch verandert hun gedrag nauwelijks. Anderen raken uitgeput van hun eigen groei: ze hebben veel gedaan, veel doorzien, en vragen zich af waarom het niet “klaar” voelt. Weer anderen ervaren herhaling als terugval en concluderen dat ze gefaald hebben.
Wat hier zichtbaar wordt, is geen stagnatie, maar integratie in wording. Integratie voltrekt zich niet op het moment van inzicht, maar in de tijd erna: in relaties, onder druk, in falen, in herhaling. Dat proces is nauwelijks meetbaar en zelden comfortabel.
Coaching laat juist zien dat ontwikkeling vaak het minst spectaculair oogt op het moment dat ze het meest werkelijk is. Niet wanneer iemand iets nieuws begrijpt, maar wanneer hij anders reageert zonder precies te weten waarom. Dat is geen toeval, maar het gevolg van een systeem dat langzaam anders is gaan functioneren.
Tijd en aandacht als voorwaarde voor heelheid
Opvallend genoeg zijn veel mensen bereid om tijd en geld te investeren in werk, opleiding en efficiëntie, maar niet in hun eigen innerlijke proces. Persoonlijke ontwikkeling wordt gezien als iets wat tussendoor moet kunnen, zodra het leven rustiger is. Maar juist zo werkt ontwikkeling niet. Zonder regelmatige onderbreking van de dagelijkse voortgang blijft het overlevingssysteem leidend en blijft het wezenlijke onzichtbaar. Het periodiek stilstaan — eens in de twee of zes weken — bij iemand die niet meedraait in het eigen leven, creëert een noodzakelijke vertraging. Niet om antwoorden te krijgen, maar om andere vragen te stellen. Vragen die het automatische functioneren onderbreken en zichtbaar maken wat anders ongezien blijft. Heelheid ontstaat niet door intensiteit of snelheid, maar door herhaalde, aandachtige confrontatie in de tijd.
Persoonlijke ontwikkeling vraagt geen slimheid, maar uithoudingsvermogen.
KORTOM: Wie persoonlijke ontwikkeling benadert als iets wat je kunt fixen, raakt vroeg of laat ontmoedigd. Wie het benadert als een levenslange oefening, ontwikkelt mildheid en veerkracht!