Doelen zijn veilig. Ontwikkeling niet.
De misvatting die iedereen kent
De coachee schuift iets naar voren over tafel.
Een A4’tje. Bovenaan staat: Persoonlijk Ontwikkelplan. Daaronder een lijstje met SMART-geformuleerde doelen. Meetbaar. Haalbaar. Tijdsgebonden. Ergens onderaan een datum, zes maanden vooruit.
Hij kijkt me aan en zegt: “Dit is wat we hebben afgesproken. Maar ik voel me nog steeds hetzelfde.”
Er valt een stilte die te lang duurt om comfortabel te zijn.
Niet omdat er niets te zeggen valt, maar omdat alles wat gezegd kan worden te snel zou zijn.
Even later stelt hij de vraag die bijna altijd komt, vroeg of laat, in elk ontwikkeltraject: “Wanneer ben ik er?”
Niet uitdagend. Niet ironisch.
Eerder hoopvol. Misschien zelfs een beetje wanhopig.
Er — dat is kennelijk een plek.
Een versie van zichzelf waar hij rustiger is. Wijzer. Zekerder. Minder zoekend.
Een plek die je kunt bereiken als je de stappen maar volgt.
Ik hoor mezelf iets mompelen over processen en tijd nemen, maar het klinkt dun. Alsof ik me verschuil achter jargon dat we allebei kennen. De verwarring blijft in de ruimte hangen. Zijn verwarring. En, als ik eerlijk ben, ook de mijne.
Want wat bedoelen we eigenlijk als we het hebben over persoonlijke ontwikkeling?
Is het iets wat je kunt plannen?
Iets wat je kunt behalen, afvinken, afronden?
Of is het juist datgene wat zich onttrekt aan plannen, doelen en eindpunten?
Wat als persoonlijke ontwikkeling niet iets is waar je komt — maar iets wat begint precies daar waar doelen stoppen?
Onze verslaving aan doelen
We zijn niet per ongeluk zo doelgericht geworden. Het is ons aangeleerd. We zitten in een technocratische cultuur.
Decennialang is doeldenken het dominante organisatiemodel geweest. In bedrijven, scholen, zorginstellingen. Wat niet meetbaar is, telt niet mee. Wat niet vooraf gedefinieerd is, kan niet worden aangestuurd. En wat niet kan worden aangestuurd, voelt als falen.
In management kreeg dit denken een naam: KPI’s, targets, output. Heldere doelen zouden zorgen voor focus, efficiëntie en voorspelbaarheid. En vaak doen ze dat ook — zolang het gaat over productie, logistiek of verkoop. Problemen met een duidelijke oplossing. Werk dat zich laat opdelen in stappen.
Maar wat werkt voor systemen, zijn we langzaam ook op mensen gaan toepassen.
Van prestaties naar personen
Ook in het onderwijs werd doelgerichtheid de norm. Leerdoelen, eindtermen, meetmomenten. Kinderen leren al vroeg dat vooruitgang iets is wat zichtbaar moet zijn. Dat ontwikkeling pas echt bestaat als ze kan worden vastgelegd in cijfers, grafieken of rapporten.
Het is dan ook niet vreemd dat volwassenen later dezelfde taal gebruiken voor hun innerlijke leven. We maken persoonlijke ontwikkelplannen. Formuleren leerdoelen. Plakken deadlines op emotionele processen.
We zijn gaan geloven dat je jezelf kunt managen zoals een organisatie.
De belofte van controle
Doelen bieden iets wat dieper gaat dan structuur. Ze bieden geruststelling. Eigenlijk geruststelling aan het kind in ons.
Een doel suggereert dat:
* de weg te overzien is
* de uitkomst bekend
* het proces beheersbaar
In een wereld die steeds onvoorspelbaarder voelt, is dat geen kleine belofte. Doelgerichtheid sluit naadloos aan bij een breder cultureel ideaal: maakbaarheid. Het idee dat het leven — en wijzelf — te vormen zijn met de juiste inzet, de juiste mindset, het juiste plan.
Wie vastloopt, heeft kennelijk nog niet het juiste doel gesteld. Of niet hard genoeg gewerkt.
SMART als moreel kompas
Neem de populariteit van SMART-doelen. Ooit bedoeld als hulpmiddel (!), zijn ze gaandeweg een norm geworden. Een goed doel is specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden. Wat daar niet aan voldoet, is vaag. Onprofessioneel. Verdacht.
Maar precies daar wringt het.
Veel van wat ons werkelijk bezighoudt — twijfel, verlangen, schaamte, zingeving — laat zich niet specificeren of meten. Het beweegt, verandert, spreekt soms tegen. Toch proberen we het in het format te persen, omdat dat veiligheid biedt. Omdat het houvast geeft aan coach, coachee en organisatie.
Het gevolg: we formuleren doelen die uitvoerbaar zijn, niet per se waarachtig.
De zelfhulpindustrie en het beloofde eindpunt
De zelfhulpindustrie bouwt voort op hetzelfde principe. Elk probleem lijkt oplosbaar in vijf stappen, tien inzichten of een dertig-dagenprogramma. Het onderliggende verhaal is steeds hetzelfde: hier sta je nu, daar moet je zijn — en dit is de route.
Het idee dat ontwikkeling ook kan betekenen dat je niet weet waar je uitkomt, past slecht in dat model. Het verkoopt niet. Het is niet schaalbaar. En het laat zich moeilijk afronden met een succesverhaal.
Wat de oude tradieties al langer weet
Opvallend genoeg is de psychologie zelf ambivalent over doelen. De klassieke goal-setting theory laat zien dat duidelijke doelen prestaties kunnen verbeteren — vooral bij eenvoudige, afgebakende taken. Maar hetzelfde onderzoek laat ook zien dat doelen:
– tunnelvisie kunnen veroorzaken
– intrinsieke motivatie kunnen ondermijnen
– complex leren juist kunnen belemmeren
Zodra het gaat over identiteit, waarden of betekenis, blijken doelen vaak minder behulpzaam. Ze sturen gedrag, maar raken het onderliggende patroon niet.
Instrumenteel denken, toegepast op de mens
Filosofen noemen dit instrumenteel denken: de neiging om alles te benaderen als middel tot een vooraf bepaald doel. Ooit bedoeld om de wereld efficiënter te organiseren, richten we dit denken nu ook op onszelf.
In oude wijsheidstradities werd ontwikkeling ook niet gezien als iets wat je bereikt, maar als iets wat je doorleeft. Niet als vooruitgang in de tijd, maar als verdieping in aandacht. Ontwikkeling is daar geen project, maar een noodzakelijk gevolg van leven.
We vragen alleen in onze huidige tijd niet – wat ouder tradities wel doen: Wat is hier gaande? Maar: Hoe los ik dit op?
Niet: Wat vraagt dit van mij? Maar: Wat moet ik doen om hier vanaf te komen?
Persoonlijke ontwikkeling wordt zo een optimalisatieproject. Een poging om onszelf te repareren, bij te schaven, beter te laten functioneren.
Misschien is dat niet het gevolg van slechte bedoelingen, maar van een cultuur die ons heeft geleerd dat alles wat geen doel heeft, tijdverspilling is.
De vraag is alleen: wat raken we kwijt als we die logica ook toepassen op wie we zijn?
Wat een doel wél kan — en waar het faalt
Het probleem is niet dat we doelen stellen.
Het probleem is dat we zijn gaan geloven dat doelen overal voor geschikt zijn.
Doelen hebben onmiskenbare kracht. Ze geven richting. Ze helpen keuzes maken. Ze kunnen energie mobiliseren op momenten dat die ontbreekt. Wie een vaardigheid wil leren — presenteren, plannen, onderhandelen — is gebaat bij een concreet eindpunt. Een doel helpt om te oefenen, te evalueren, bij te sturen.
In die context zijn doelen geen beperking, maar een hulpmiddel.
Maar persoonlijke ontwikkeling begint vaak precies daar waar dit model zijn werking verliest.
Waar doelen stoppen met helpen
Zodra het niet meer gaat over wat je doet, maar over wie je bent, verandert de aard van het vraagstuk. Identiteit laat zich niet opdelen in stappen. Patronen laten zich niet afvinken. Emoties trekken zich weinig aan van deadlines.
Je kunt jezelf voornemen om “minder onzeker” te zijn, maar onzekerheid is geen vaardigheid die je kunt beheersen. Het is een ervaring die opkomt, verdwijnt, en soms hardnekkig terugkeert — vaak precies op de momenten die ertoe doen. Onzekerheid heeft zijn oorsprong in de kindertijd, over het algemeen. Dat vraagt om schaduwwerk.
Hetzelfde geldt voor diep ingesleten patronen. Pleasen, vermijden, controleren. Ze zijn zelden het gevolg van een gebrek aan kennis of inzet. Vaker zijn het oude oplossingen (overlevingsmechanismen) voor problemen die ooit reëel waren. Ze laten zich niet ontmantelen door een beter geformuleerd doel.
Het verkeerde soort vragen
Doelen sturen ons naar vragen als:
– Wat moet ik doen om dit te veranderen?
– Wanneer is het klaar?
– Hoe meet ik vooruitgang?
Maar existentiële vragen — vragen over betekenis, richting, verantwoordelijkheid — laten zich niet beantwoorden binnen dat kader. Ze vragen iets anders:
– aandacht
– tijd
– verdraagzaamheid ten opzichte van onzekerheid
– niet weten
Wie probeert zulke vragen toch in doelvorm te gieten, loopt het risico zichzelf voorbij te lopen.
Het verschil tussen leren en leren kennen
Misschien helpt dit onderscheid:
Je kunt leren presenteren met een doel.
Je kunt jezelf niet leren kennen met een doel.
Presenteren en het aanleren van een vaardigheid vraagt om techniek, feedback en herhaling. Zelfkennis vraagt om aanwezigheid. Om het vermogen om te blijven bij wat zich aandient, ook als het niet meteen helder of comfortabel is.
Het eerste kun je plannen.
Het tweede gebeurt terwijl je onderweg bent.
Wanneer doelen zelfs in de weg gaan zitten
In sommige gevallen werken doelen niet alleen niet, maar contraproductief. Ze nodigen uit tot strategie, tot gedrag dat past bij het doel, zonder dat er iets wezenlijks verschuift. Je leert hoe je moet functioneren — niet hoe je werkelijk in elkaar zit.
De vraag wordt daardoor niet langer: Wat gebeurt er met mij? Maar: Hoe voldoe ik aan wat er van mij verwacht wordt?
Ontwikkeling verandert zo ongemerkt in aanpassing.
Misschien is het daarom dat zoveel mensen hun doelen keurig behalen en zich toch onveranderd voelen. Ze zijn aangekomen waar ze dachten te moeten zijn — en merken dat ze zichzelf niet zijn tegengekomen.
Ontwikkeling als proces: wat bedoelen we daar eigenlijk mee?
Het woord proces wordt vaak gebruikt alsof het vanzelf spreekt. In beleidsstukken, coachtrajecten en gesprekken over groei. Maar zelden staan we stil bij wat we er eigenlijk mee bedoelen.
Een proces is geen plan.
En het is ook geen traject.
Het gaat niet lineair: als dit … dan dat…
Een plan veronderstelt een beginpunt, een eindpunt en een route daartussen. Een traject suggereert beweging in een vooraf bepaalde richting, vaak met vaste tussenstappen. Beide geven houvast — en dat is precies waarom we ze zo aantrekkelijk vinden.
Maar persoonlijke ontwikkeling laat zich niet zo organiseren. Het gaat zijn eigen willekeurig proces van: onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam.
Proces is geen route, maar beweging
Wie ontwikkeling als proces beschouwt, spreekt niet over stappen, maar over dynamiek. Over een voortdurende interactie tussen iemand en zijn omgeving. Wat er gebeurt, ontstaat in de wisselwerking tussen ervaringen, relaties, overtuigingen en emoties — en verandert telkens opnieuw.
Ontwikkeling is geen lijn, maar een beweging. Soms vooruit, soms terug, soms ogenschijnlijk stilstaand. Wat op het ene moment inzicht is, kan later weer ter discussie staan.
Dat maakt het lastig om vast te leggen, maar precies daarin schuilt de kracht.
Betekenisontdekking in plaats van vooruitgang
In theorieën over volwassenontwikkeling wordt ontwikkeling niet opgevat als het toevoegen van vaardigheden, maar als een verschuiving in hoe mensen betekenis geven aan hun ervaringen. Wat eerst subject is — iets waar je door wordt gestuurd — kan gaandeweg object worden: iets waar je naar kunt kijken.
Die verschuiving laat zich niet afdwingen. Ze voltrekt zich terwijl iemand worstelt, reflecteert, vastloopt en opnieuw betekenis geeft aan wat er gebeurt. Vaak pas achteraf wordt duidelijk dat er iets fundamenteels is veranderd.
Ontwikkeling is hier geen vooruitgang in de tijd, maar een verandering in perspectief.
Wat zich toont, wat ontdekt wordt, in plaats van wat gepland is
Ook in de fenomenologie ligt de nadruk niet op wat zou moeten gebeuren, maar op wat zich aandient. Niet het verklaren van ervaring staat centraal, maar het zorgvuldig waarnemen ervan — zonder die meteen te reduceren tot oorzaak of oplossing.
Die houding vraagt om vertraging. Om het uithouden van ambiguïteit. Om het vermogen om niet direct te willen begrijpen, maar eerst te laten verschijnen.
Persoonlijke ontwikkeling gebeurt dan niet doordat iemand zichzelf analyseert, maar doordat hij leert aanwezig te zijn bij zijn eigen ervaring.
Het relationele karakter van ontwikkeling
Existentiële psychologie voegt daar nog iets aan toe: ontwikkeling is nooit een puur intern proces. Ze voltrekt zich altijd in relatie — tot anderen, tot verwachtingen, tot verantwoordelijkheid, tot eindigheid. Zoals Martin Buber zegt: Ik ontdek mijzelf door jou!
Vragen als Wie ben ik?, Wat doe ik ertoe? of Hoe verhoud ik me tot de ander? ontstaan niet in isolatie. Ze worden wakker in ontmoeting, in conflict, in verlies, in liefde.
Ontwikkeling is daarmee geen individuele prestatie, maar een relationeel gebeuren.
Zonder vooraf vastgelegde uitkomst
Misschien is dit het meest ongemakkelijke aspect van procesdenken: er is geen garantie. Geen vooraf vastgelegde uitkomst waaraan je kunt toetsen of het “geslaagd” is.
Ontwikkeling onttrekt zich aan voorspelling. Ze laat zich niet vastleggen in doelen zonder haar wezen te verliezen. Wat ontstaat, weet je pas terwijl je erin zit — en vaak pas als je erop terugkijkt.
Een proces heeft richting, maar geen bestemming.
En misschien is dat precies wat het tot ontwikkeling maakt.
Wat Jung ons leert over proces en niet-weten
Als persoonlijke ontwikkeling zich niet laat plannen, vraagt dat om een ander soort taal. Een taal die niet over doelen of routes gaat, maar over aanwezigheid, ontmoeting en betekenis. Carl Jung, de grondlegger van de analytische psychologie, biedt daar woorden voor.
Voor Jung is ontwikkeling geen project dat je kunt voltooien. Hij noemt het individuatie: het proces waarin iemand langzaam de vele lagen van zichzelf leert kennen en integreren, zonder dat er een eindpunt is. Niet worden wie je denkt te moeten zijn, maar geleidelijk toelaten wie je werkelijk bent — met al je schaduwkanten, je onzekerheden en je onvervulde verlangens.
Dit proces is fundamenteel relationeel, ook al lijkt het innerlijk. Het onbewuste spreekt tot ons via herhalingen, conflicten, emoties, dromen en ontmoetingen. Het laat zich niet sturen door wilskracht, door plannen, of door SMART-doelen. Wie probeert het te beheersen, loopt het risico precies datgene te versterken wat losgelaten moet worden: de illusie van controle.
Ontwikkeling volgens Jung vraagt iets anders van ons: luisteren in plaats van sturen, verdragen in plaats van oplossen, aanwezig zijn in plaats van verbeteren. Het ego — dat deel van ons dat plannen maakt, doelen stelt en wil controleren — kan dit proces niet leiden. Het kan slechts volgen, soms struikelen, en leren van wat zich aandient.
“Het onbewuste volgt geen plan,” schrijft Jung.
Ontwikkeling gebeurt niet omdat je weet waar je uitkomt, maar omdat je bereid bent te blijven bij wat zich toont.
Hiermee ontstaat een diepere nuance: persoonlijke groei is geen kwestie van winnen of bereiken, van beter worden of iets afronden. Het is een beweging, een voortdurende ontmoeting met jezelf, vaak ongemakkelijk, soms verwarrend, maar altijd betekenisvol.
Het mooie — en misschien beangstigende — is dat je pas achteraf ziet hoe het proces je gevormd heeft. Pas wanneer je terugkijkt, ontdek je de verschuivingen in jezelf, de momenten waarop iets nieuws mogelijk werd. Individuatie is dus geen bestemming, maar een steeds verder ontvouwend proces, dat zich aandient terwijl je gaandeweg leert aanwezig te zijn bij je eigen leven.
Het ongemak van niet-weten
Het is een vreemd gevoel: weten dat je ergens heen beweegt, maar geen idee hebben waar. Geen kaart, geen kompas, geen meetbare mijlpalen. In coaching merk ik dat dit bij coachees bijna altijd ongemak oproept. Angst, controleverlies, weerstand.
Niet-weten zet ons bloot aan iets wat we zelden prettig vinden: onzekerheid over onszelf, over onze keuzes, over wat er van ons verwacht wordt. We voelen ons kwetsbaar, onrustig, en soms zelfs hulpeloos.
Waarom we doelen nodig hebben
Doelen bieden een tegenwicht. Ze zijn een houvast, een manier om grip te krijgen op een wereld die zich vaak grillig en onvoorspelbaar toont. Als we een resultaat voor ogen hebben, lijkt alles ineens overzichtelijker, voorspelbaarder. Het ego krijgt een rol: plannen, sturen, behalen.
Resultaat zien geeft een gevoel van veiligheid. Het is een bewijs dat we vooruitgang boeken, dat onze inspanningen niet zinloos zijn. Dat is menselijk — en nuttig, zolang het niet de enige maatstaf wordt.
Onzekerheidstolerantie en hechting
Psychologisch gezien hangt dit nauw samen met onzekerheidstolerantie: het vermogen om spanning, ambiguïteit en onduidelijkheid te verdragen. Wie dit vermogen mist, zoekt zekerheid, houvast en duidelijke uitkomsten — vaak via doelen.
Daarbij speelt ook hechting een rol. Onze vroegste ervaringen leren ons hoe veilig de wereld is, hoe betrouwbaar anderen zijn, en hoe goed we zelf kunnen overleven. Wie opgroeit in een context waar controle en voorspelbaarheid belangrijk waren, leert dat angst en onzekerheid iets zijn om te vermijden. Het gevolg: we proberen altijd grip te krijgen, ook op ons innerlijke leven.
Existentiële angst
Op een dieper niveau raakt niet-weten aan existentiële angst: de confrontatie met de eindigheid van ons bestaan, met vrijheid, verantwoordelijkheid en de onvermijdelijke onzekerheid van het leven. Ontwikkeling betekent dat deze angst zich af en toe laat voelen. Niet om te vermijden, maar om te leren leven met het onbekende, met dat wat zich nog niet heeft gevormd. Paul Tillich heeft daar mooie dingen overgeschreven.
Het ongemak dat mensen ervaren in persoonlijke ontwikkeling is dus niet zomaar een bijwerking. Het is een signaal dat ze tegen de grenzen van controle en zekerheid aanlopen — precies daar waar groei begint.
De kern
Het probleem is niet dat we doelen stellen, maar dat we niet geleerd hebben om het niet-weten te verdragen.
Het niet-weten, dat ongrijpbare midden tussen angst en nieuwsgierigheid, is niet het obstakel van persoonlijke groei — het is de kern ervan. Wie dit kan verdragen, opent zich voor een proces dat zich niet laat afdwingen, maar zich ontvouwt terwijl je aanwezig blijft.
Persoonlijke ontwikkeling vraagt niet dat je alles begrijpt of kunt sturen, maar dat je durft te blijven bij wat zich aandient, zelfs als het ongemakkelijk is.
Wat er gebeurt als je het doel loslaat
Het gebeurt soms. Een coachee schuift met een pen over papier, kijkt naar de klok en zucht. “Ik weet het gewoon niet meer,” zegt hij. “Wat moet ik eigenlijk veranderen?”
In plaats van antwoorden te geven, zwijg ik. En dan gebeurt er iets. Eerst vertraging: de ademhaling verandert, handen stoppen met tekenen, ogen worden zachter. Er is ruimte. Ruimte waarin hij merkt dat hij eigenlijk altijd al bezig was met iets dat hij moest bereiken, terwijl hij nauwelijks heeft gevoeld wat er gebeurde.
Vertraging is de eerste stap. De wereld lijkt te vertragen, en daarmee ook de druk van de toekomst. Plotseling is er een moment waarin het niet-weten niet bedreigend is, maar bewust aanwezig.
Verwarring wordt een leraar
Verwarring volgt vaak. Hij zegt: “Ik dacht dat ik wist waar ik heen moest, maar nu… ik weet het niet meer.”
Dat is geen falen. Dat is een teken dat patronen loskomen. Innerlijke dialogen beginnen: Waarom doe ik dit eigenlijk? Wat probeer ik te vermijden? Gedachten die normaal snel worden weggestopt, krijgen ruimte.
In mijn eigen leven herken ik dit in kleine momenten: de onrust tijdens een wandeling zonder doel, de gedachte die blijft hangen over een gesprek dat nog niet gevoerd is. Eerst voel je irritatie, daarna nieuwsgierigheid, en soms, onverwacht, een inzicht.
Onverwachte inzichten
Die inzichten zijn zelden groots of dramatisch. Ze sluipen binnen via een associatie, een zin in een boek, een stilte in een gesprek. Een coachee merkt ineens dat zijn angst om iets te verliezen altijd zijn keuzes heeft gestuurd. Een collega ziet dat zijn streven naar perfectie hem eigenlijk verlamt. Een vriend ontdekt dat het succes waar hij naar streeft hem niet gelukkig maakt, maar dat kleine momenten van aandacht dat wel doen.
De gevolgen zijn onbekend. Er is geen routekaart, geen checklist. Soms leidt het tot concrete veranderingen, soms alleen tot een subtiele verschuiving in perspectief. De richting wordt pas achteraf zichtbaar, wanneer je terugkijkt en merkt dat iets is veranderd: dat je keuzes anders maakt, dat je patronen anders herkent, dat je jezelf iets beter begrijpt.
Een ding weet ik zeker: iets wil in mij worden gezien en toont zich in die verwarring!
Intentie als alternatief voor het doel
Als het loslaten van doelen ruimte opent voor ontwikkeling, hoe kun je dan toch iets van richting ervaren zonder vast te zitten aan eindpunten? Het antwoord ligt in intentie.
Intentie is geen doel. Het is geen resultaat dat je moet behalen. Het is een open houding. Het is een richting zonder bestemming, een houding waarmee je aanwezig bent bij je eigen proces. Waar doelen sturen, structureert en meetbaar maken, nodigt intentie uit tot aandacht en nieuwsgierigheid.
Wat intentie kan zijn
Een intentie kan eenvoudig zijn, bijna banaal in zijn formulering:
– Ik blijf bij wat zich aandient en ben nieuwsgierig wat hij mij wil geven
– Ik onderzoek mijn vermijding, zonder mezelf te veroordelen.
– Ik let op wanneer ik reageer vanuit angst en probeer dat op te merken.
Het zijn geen projecten die afgerond moeten worden. Er is geen tijdlijn, geen checklist, geen succes of falen. Er is alleen het voortdurende oefenen van aanwezigheid en het volgen van wat zich werkelijk voordoet.
Waarom dit geen verkapt doel is
Het verschil met een doel zit in houding en resultaat:
* Intentie is open. Je plant geen uitkomst, je nodigt een richting uit.
* Intentie is observatie. Je volgt patronen, emoties en reacties, zonder ze te willen oplossen.
* Intentie is flexibel. Wat je aandacht krijgt, kan veranderen; je beweegt mee met onverwachte inzichten in plaats van ze te sturen.
Kortom: het is een manier van handelen die niet manipuleert, maar ontvankelijk maakt.
Ruimte voor verrassing
Omdat er geen eindpunt is, ontstaat er ruimte voor verrassing. Kleine verschuivingen, nieuwe inzichten, onverwachte confrontaties met jezelf — ze kunnen zich ontvouwen zonder dat je ze hoeft te plannen. Dat is precies waar persoonlijke ontwikkeling zich vaak aandient: niet in het behalen van iets, maar in het ervaren, herkennen en integreren van wat zich aandient.
Intentie vervult dus een dubbele functie: ze biedt een kompas voor aandacht, en tegelijk een veiligheid voor het proces. Je weet niet waar je uitkomt, maar je bent aanwezig op de plek waar je bent. En dat blijkt vaak genoeg het begin van echte verandering.
Carl Jung zei: Wat in mij onbewust leeft, wil bewust worden. en die heb ik omgezet in de vraag: ‘wat in mij wil gezien worden?’
Het is een eenvoudige zin, maar hij draagt een wereld in zich. Alles wat we onderdrukken, vermijden of negeren — emoties, patronen, verlangens — probeert zich een weg naar ons bewustzijn te banen. Ontwikkeling begint niet door te plannen, maar door aandacht te geven aan wat zich aandient, hoe ongemakkelijk of onverwacht ook.
Het benadrukt precies waar het bij persoonlijke groei om gaat: niet het najagen van een doel, maar aanwezig zijn bij jezelf en de wereld zoals ze zich voordoen. Intentie wordt dan het gereedschap waarmee we dat proces volgen, zonder te sturen, zonder te fixeren.
Wat dit vraagt van ons
Als persoonlijke ontwikkeling zich niet laat plannen dan vraagt dat iets fundamenteels: niet sturen, niet oplossen, maar aanwezig zijn.
Het betekent de leegte verdragen die ontstaat als er geen doel is om naartoe te werken. Het betekent luisteren zonder onmiddellijk een antwoord te willen geven. Het betekent geduld hebben met verwarring, onzekerheid en weerstand. Procesgericht werken vraagt niet om betere technieken, maar om een ander mensbeeld.
Het vraagt iets van ons. Moed om bij jou zelf te blijven, zelfs als dat ongemakkelijk is. Geduld om te verdragen dat verandering niet meetbaar is en soms langzaam gaat. Bereidheid tot zelfconfrontatie, om te kijken naar wat zich aandient, zonder het meteen weg te rationaliseren of te sturen.
In zo’n proces is er geen hiërarchie van succes. Er is geen lijst van prestaties die moet worden afgewerkt. Er is alleen aanwezigheid: ik blijf bij in het hier en nu en ik durf mijn Zelf te ontmoeten.
Wie dat durft, ontdekt iets anders dan groei die afgemeten kan worden. We ontdekken een diepte, een onverwachte verrijking, die zich pas achteraf laat zien — vaak op manieren die geen doel had kunnen voorspellen.
Het vraagt vertrouwen. Vertrouwen dat persoonlijke ontwikkeling niet lineair is, niet planbaar, maar betekenisvol. Vertrouwen dat de weg, hoe onzeker ook, haar eigen richting onthult.
Carl Volgens Jung vraagt persoonlijke ontwikkeling — individuatie — iets wezenlijks van ons. Hij zegt het vaak in termen van moed, eerlijkheid en aanwezigheid: “Wie niet bereid is zichzelf te ontmoeten, zal de weg naar zichzelf nooit vinden.” en “Het onbewuste laat zich niet manipuleren; wie het wil sturen, verliest zichzelf.”
Met andere woorden: groei is niet iets wat we kunnen afdwingen met technieken, schema’s of doelen. Ze vraagt dat we aanwezig zijn bij wat zich aandient, ook als dat ongemakkelijk of confronterend is.
Jung benadrukt drie dingen die dit proces van ons vraagt:
* Moed om het onbekende te verdragen
Het ego wil veiligheid en controle; het onbewuste biedt onzekerheid. Wie zich openstelt voor ontwikkeling, moet leren deze spanning uit te houden.
* Eerlijkheid tegenover jezelf
Zelfconfrontatie is onvermijdelijk. Ontwikkeling vraagt dat we onze patronen, schaduwkanten en vermijdingsstrategieën durven erkennen, zonder ze meteen te willen veranderen of oplossen.
* Geduld en tijd
Het proces volgt zijn eigen ritme. Jung vergelijkt groei met een rivier: je kunt haar niet dwingen sneller te stromen, je kunt alleen meegaan met de stroming en opletten wat zich aandient.
In coaching vertaalt dit zich direct naar de houding die nodig is: de coach die leegte verdragen kan, de coachee die moed toont, en beiden die aanwezig zijn zonder te sturen. Jung zou zeggen: het vraagt niet betere technieken, maar een diepere menselijke bereidheid. Als coach kan ik maar met iemand optrekken in de mate waarin ik zelf gegaan ben. Dus alleen als ik kan zeggen: daar ben ik ook geweest, dan ben ik een coach met de goede houding. Als ik daar niet zelf ben geweest, kan ik het daar veelal niet bij uithouden waar mijn coachee is.
Waar je uitkomt, weet je pas achteraf
Je kunt een traject beginnen met plannen, doelen stellen, routes uitstippelen. En toch: wat je onderweg werkelijk leert, wat je werkelijk verandert, wordt pas zichtbaar achteraf.
Misschien is dat de kern van persoonlijke ontwikkeling. Niet iets wat je beheerst, niet iets wat je afvinkt of meet. Het ontvouwt zich terwijl je aanwezig bent, terwijl je aandacht geeft aan wat zich aandient, terwijl je de onzekerheid verdragen kunt.
Zoals we bij het begin zagen: de coachee die vraagt “Wanneer ben ik er?” — misschien is dat de verkeerde vraag. Misschien gaat het niet om er komen. Misschien gaat het om meegaan met het proces, het ervaren, het ontdekken, zonder te weten waar het uitkomt.
Persoonlijke ontwikkeling is niet iets wat je bereikt. Misschien is het iets wat je alleen kunt meemaken.
En het enige wat nodig is, is aanwezig zijn en leren aan dít moment en aan wat het NU je laat zien.
