Hoogbegaafd – vier gaven
Een hoogbegaafd mens draagt vier intensiteiten: het denken, de gevoeligheid, de levenskracht en de gerichtheid op zin. Ze verschillen in sterkte, en ze verschillen in richting. Wie die richting kent, begrijpt beter waarom elke gave op haar eigen manier vastloopt, en wat ze nodig heeft om te stromen.
Die vier intensiteiten vormen samen het BALANSMODEL van HOOGBEGAAFDHEID. Bovenaan staat elke gave in haar hoogte, daaronder de diepte waarin ze tot rust komt.

Onder hoogte en diepte ligt nog een laag: de richting waarin elke gave beweegt.
Hoog zegt nog niets over de richting
Over hoogbegaafdheid wordt meestal in hoogtes gesproken. Hoe hoog is het IQ, hoe fel de gevoeligheid, hoe sterk de levenskracht. Dat zegt iets over hoeveel er in een mens omgaat. Het zegt nog niets over de kant op die het gaat.
Elke gave heeft een eigen beweging. Het denken legt verbanden en zet de wereld in een orde. De gevoeligheid laat de wereld binnen. De levenskracht wil naar buiten en iets voortbrengen. De gerichtheid op zin keert zich af van wat zichtbaar is, naar wat erachter ligt. Dezelfde intensiteit, vier richtingen.
De oude Griekse woorden voor die vier bewegingen leven nog in onze taal: logica, esthetiek, poëzie en mystiek. Wie ze terugvoert naar waar ze vandaan komen, ziet de vier gaven ineens scherp naast elkaar staan.

Van links naar rechts lopen de kleuren van licht naar donker: van het heldere ordenen naar het verborgene. De twee middelste kolommen gebruiken hetzelfde beeld, een kring met pijlen. Alleen wijzen de pijlen de andere kant op.
=> Het denken ordent
Logos betekende in het Grieks woord, rede, en ook: wat bijeenbrengt. Het hoogintelligente brein doet precies dat. Het legt verbanden tussen dingen die niemand bij elkaar zou zetten, ziet de structuur van een probleem voordat de onderdelen zijn nagelopen, en zoekt het woord dat het beeld precies dekt.
De beweging is een verzameling: losse punten worden een geheel. Daarom wordt dit denken onrustig in een omgeving die te weinig te ordenen geeft. Het draait door op lege toeren en gaat piekeren. En daarom komt het juist tot rust als de wereld groot genoeg is om in te denken.
=> De sensitiviteit ontvangt
Esthetiek is een woord dat we zijn gaan gebruiken voor smaak en vormgeving. Het komt van aisthesis: waarnemen met de zintuigen, gewaarworden. Daarmee is het het oudste woord voor hoogsensitiviteit.
De beweging gaat van buiten naar binnen. Licht, geluid, de stemming in een kamer, de spanning onder een vriendelijk gezicht: het komt allemaal binnen, en meer dan bij een ander. Wie zo leeft, raakt overprikkeld als er geen grens is waar de wereld ophoudt en hij begint. De bedding van deze gave is een eigen plek om te staan terwijl alles binnenkomt. Dan wordt de gevoeligheid wat ze in wezen is: een fijn instrument om de wereld te lezen.
=> De seksualiteit brengt voort
Poëzie komt van poiesis: maken, scheppen, iets voortbrengen wat er nog niet was. De Grieken gebruikten het voor het werk van de dichter, de ambachtsman en de natuur die bloeit. Het is een goed woord voor de levenskracht die in dit schema hoogseksueel heet.
De beweging gaat van binnen naar buiten. Een lichaam dat zo sterk leeft, staat vol: warmte, onrust, drang, verlangen. Die volheid wil ergens heen. In de liefde, in een kind, in een werk dat er zonder deze kracht niet zou zijn gekomen. Seks is daarvan de smalste vorm. Seksualiteit omvat alles wat deze kracht voortbrengt.
Het verschil met sensitiviteit is wezenlijk, al lijken ze van buiten op elkaar. Beide hebben een huid die meer voelt. Alleen vraagt de een om bescherming tegen te veel van buiten, en de ander om een weg voor te veel van binnen.
=> De spiritualiteit sluit de ogen
De Griekse vertaling van de Psalmen heeft een woord voor deze beweging: platysmos, de wijde ruimte. ‘Hij leidde mij uit in de ruimte’ (Psalm 18:20). Een mens wordt verruimd. Hij blijft staan waar hij staat, met beide voeten op de grond, en het grotere geheel maakt ruimte in hem. Het ontvangen van de sensitiviteit en het voortbrengen van de seksualiteit komen hier samen en gaan open, van binnen en van buiten tegelijk.
Wat daarop volgt, is mystiek. Dat woord komt van myein, wat oorspronkelijk vooral betekende: de mond sluiten, zwijgen over het geheim, omdat het te groot is voor woorden. Een hoogspiritueel mens kent die verruiming van jongs af, als een vraag naar de zin van de dingen voordat hij weet dat het een vraag is.
Deze gave heeft stilte nodig, en een taal die het geheim laat staan. Waar die ontbreekt, raakt ze zoek tussen twee uitersten: opgaan in wat niet meer te toetsen is, of alles afwijzen wat niet te bewijzen valt.
Waarom de richting ertoe doet
Wie alleen naar de hoogte kijkt, ziet bij al deze mensen hetzelfde: te veel. Te veel denken, te veel voelen, te veel willen, te veel vragen. Wie naar de richting kijkt, ziet dat elk te veel om iets anders vraagt. Een kracht die binnenkomt en geen grens vindt, raakt overspoeld. Een kracht die naar buiten wil en geen weg vindt, hoopt zich op en breekt door, of wordt op slot gezet. Bescherming helpt de eerste, en smoort de tweede.
Daarom is de richting ook een sleutel bij wat er misgaat. Een gevoelig kind dat zich terugtrekt, vraagt iets anders dan een levendig kind dat niet stil kan zitten, ook al krijgen ze vaak hetzelfde etiket.
In ieder hoogbegaafd mens zijn de vier bewegingen aanwezig, in een eigen verhouding. Bij de een draagt het ordenen, bij de ander het ontvangen of het voortbrengen. De vraag is welke beweging in jou het sterkst is, en of die een bedding heeft gevonden waarin ze kan stromen.
Meer weten? Lees mijn boek: https://www.dinekevankooten.nl/product/mens-in-volheid-ebook/