Man-vrouw in de bijbel
Wat er wél staat
Wie in de kerk vraagt wat de Bijbel zegt over man en vrouw, krijgt bijna altijd dezelfde drie of vier verzen te horen: vrouwen, wees uw mannen onderdanig. In mijn vorige serie heb ik onderzocht of dat er werkelijk staat, en wat er dan wel staat. Daaruit bleef een vraag over die eenvoudiger klinkt dan hij is: als je álle teksten verzamelt over hoe een man en een vrouw met elkaar omgaan, wat zie je dan?
Ik heb ze op een rij gezet, van Genesis tot de brieven, met Spreuken, Prediker en het Hooglied ertussen. Het beeld dat ontstaat, is anders dan het beeld dat de meeste mensen hebben meegekregen.
Het eerste wat opvalt, is aan wie de teksten gericht zijn. Veruit de meeste spreken de man aan. Hij moet zijn vader en moeder verlaten. Hij moet zich verheugen in de vrouw van zijn jeugd, haar niet ontrouw worden, haar koesteren, niet bitter worden, haar eren, met kennis met haar samenwonen, naar haar stem luisteren. In Deuteronomium staat zelfs dat een pas getrouwde man een jaar niet in dienst hoeft, wesimmach et isjto: om zijn vrouw vreugde te geven.
Dat is geen toeval. De Tora richt haar geboden steeds tot wie de macht heeft. Er staat niet dat de vreemdeling, de wees en de weduwe zich moeten weren. Er staat dat wie het land bezit, hen geen onrecht mag doen. In een wereld waarin de man het huis bestuurde, ging de opdracht om te beschermen, te verblijden en trouw te blijven naar hem. De teksten spreken het hardst tot wie het meeste kwaad kan doen.
Het tweede wat opvalt, is hoe concreet ze zijn. Weinig gaat over wie de leiding heeft. Veel gaat over vreugde, trouw, woorden die opbouwen, de zon die niet ondergaat over je boosheid, lichamen die elkaar niet worden onthouden. En er is één tekst die de wederkerigheid letterlijk in beide richtingen uitschrijft: de vrouw beschikt niet over haar eigen lichaam maar de man, en evenzo beschikt de man niet over zijn eigen lichaam maar de vrouw (1 Korinthiërs 7:4). Nergens in de antieke wereld werd dat zo van een man gezegd.
Wat volgt, zijn die teksten. Per groep: aan beiden, aan de man, aan de vrouw, en over hoe je praat als het schuurt. Bij elk vers kijk ik wat er in de grondtekst staat, in welke wereld het klonk, en wat het zegt over hoe twee mensen elkaar kunnen dragen.
Hieronder de belangrijkste verzen, gegroepeerd naar wie wordt aangesproken. Achter de verzen die je in de serie al hebt behandeld, staat het deel tussen haakjes.
Aan beiden
- Genesis 2:18, 24–25 – een hulp tegenover hem; verlaten, aankleven, één vlees; naakt zonder schaamte (deel 1)
- Efeziërs 5:21 – onderschik je aan elkaar, in ontzag voor Christus (deel 2)
- 1 Korinthiërs 7:3–5 – de man geeft zijn vrouw wat haar toekomt, en de vrouw haar man. De vrouw beschikt niet over haar eigen lichaam maar de man, en evenzo beschikt de man niet over zijn eigen lichaam maar de vrouw. Onthoud het elkaar niet, tenzij in overleg. Dit is de meest symmetrische huwelijkstekst van het Nieuwe Testament, en hij ontbreekt nog in de serie.
- 1 Korinthiërs 7:10–16 – blijf bij elkaar; de gelovige partner heiligt de ander; God heeft ons geroepen tot vrede (kort in deel 8)
- 1 Korinthiërs 11:11–12 – niet de vrouw zonder de man, niet de man zonder de vrouw (deel 5)
- Galaten 3:28 – mannelijk en vrouwelijk, gelijk erfgenaam (deel 11)
- Prediker 4:9–12 – twee zijn beter dan één; een drievoudig snoer breekt niet snel
- Hooglied 8:6–7 – sterk als de dood is de liefde; vele wateren kunnen haar niet blussen (deel 7)
- Hebreeën 13:4 – het huwelijk zij in ere bij allen, het bed onbevlekt
- Efeziërs 4:26, 29–32 – laat de zon niet ondergaan over je boosheid; vriendelijk, barmhartig, elkaar vergevend
- Kolossenzen 3:12–14 – verdraag en vergeef elkaar; de liefde is de band van de volmaaktheid
- 1 Korinthiërs 13:4–7 – de liefde is geduldig, rekent het kwade niet toe. Algemeen bedoeld, maar zo vaak bij huwelijken gelezen dat hij hier hoort.
Aan de man
- Efeziërs 5:25–29, 33 – heb lief zoals Christus, geef jezelf over, voed en koester (deel 2)
- Kolossenzen 3:19 – heb lief en word niet bitter (deel 3)
- 1 Petrus 3:7 – leef met kennis samen, geef haar eer, als medeërfgenaam (deel 4)
- Genesis 21:12 – luister naar haar stem (deel 4)
- Deuteronomium 24:5 – een pas getrouwde man gaat een jaar niet in het leger, maar blijft thuis om zijn vrouw vreugde te geven. Een mooie, weinig bekende tekst.
- Spreuken 5:15–19 – verheug je in de vrouw van je jeugd
- Prediker 9:9 – geniet het leven met de vrouw die je liefhebt
- Maleachi 2:14–16 – wees de vrouw van je jeugd niet ontrouw; zij is je metgezellin en de vrouw van je verbond
- Spreuken 31:11, 28–29 – het hart van haar man vertrouwt op haar; hij prijst haar
- Spreuken 12:4 en 18:22 – een sterke vrouw is de kroon van haar man; wie een vrouw vindt, vindt het goede
Aan de vrouw
- Efeziërs 5:22–24, 33 – (orden je) aan je eigen man, als aan de Heer; heb ontzag (deel 2)
- Kolossenzen 3:18 – orden je, zoals het past in de Heer (deel 3)
- 1 Petrus 3:1–6 – de verborgen mens van het hart; zonder je door enige schrik te laten beangstigen (deel 4)
- Titus 2:3–5 – de oudere vrouwen leren de jongere hun man en kinderen lief te hebben (deel 3)
- Spreuken 31:10–31 – de vrouw van kracht (deel 10)
- Spreuken 14:1 – een wijze vrouw bouwt haar huis
Over woorden en conflict, voor beiden
- Spreuken 15:1 – een zacht antwoord keert de woede af
- Jakobus 1:19 – wees snel om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn
- Spreuken 21:9 en 27:15 – de twistzieke vrouw. Eerlijkheidshalve: Spreuken waarschuwt vooral vrouwen op dit punt. Mannen worden elders aangesproken op drift en dwaasheid (Spreuken 29:22).
Wat opvalt als je ze naast elkaar zet: de teksten aan de man zijn talrijker en concreter. Ze gaan over vreugde, trouw, luisteren, eren en een jaar thuisblijven. 1 Korinthiërs 7:3–5 is de enige tekst die de wederkerigheid letterlijk in beide richtingen uitschrijft.

