Maslow, ik wil je vragen…
Vijf existentiële vragen aan een piramidenbouwer
Abraham Harold Maslow (1908 – 1970) was een Amerikaans klinisch psycholoog. Zijn ouders waren joodse immigranten van de eerste generatie, afkomstig uit Rusland, die gevlucht waren voor vervolging door het tsaristisch regime. Hij groeide op in een arbeiderswijk in Brooklyn, New York. Maslow was de oudste van zeven kinderen en werd door een psycholoog bestempeld als mentaal onstabiel. Zijn jeugd was moeilijk, omdat hij geconfronteerd werd met antisemitisme door zijn leraren en andere kinderen uit Brooklyn.
Toen Abraham Maslow in de jaren ’40 zijn beroemde behoeftehiërarchie ontwikkelde, gaf hij ons een krachtig beeld: een piramide waarin menselijke behoeften laag voor laag worden opgebouwd. Onderaan staan de basisbehoeften: eten, drinken, veiligheid. Daarna volgen sociaal contact, erkenning, en pas op de top — als de rest is vervuld — komt zelfactualisatie: het tot bloei brengen van je unieke potentieel.
Voor veel mensen voelt dit intuïtief kloppend. Het sluit aan bij hoe kinderen zich ontwikkelen: eerst het lichaam, dan het hechtingssysteem, dan het zelfbewustzijn. Eerst leren we lopen en eten, dan vertrouwen op de ander, dan onszelf ontdekken en onderscheiden. In dat opzicht lijkt Maslows model te passen bij ontwikkelingsmodellen zoals dat van Erik Erikson, die het leven opdeelt in psychologische fasen met telkens nieuwe identiteitsopgaven: van vertrouwen tegenover wantrouwen in de eerste levensjaren, tot autonomie, initiatief, en later identiteit en integriteit.
Maslow zijn theorie over ontwikkeling lijkt opvallend lineair. Zijn model suggereert: eerst overleven, dan verbinden, dan groeien. Waarin hij zegt dat je pas tot bloei kunt komen als je eerst veiligheid en erkenning hebt verzameld. Dat lijkt ook zo te zijn. Heel veel mensen zijn op oudere leeftijd nog steeds op zoek naar veiligheid.
Toch laat de werkelijkheid van diepe persoonlijke groei vaak iets anders zien. Kinderen die ogenschijnlijk alles hadden — liefdevolle ouders, comfort, bevestiging — kunnen toch worstelen met leegte, angst of identiteitsvragen. En andersom: mensen die in hun jeugd tekorten kenden, blijken later juist gevoelig te zijn voor innerlijke rijkdom, intuïtieve diepte of spiritueel besef.
Maslow’s model is waardevol voor het begrijpen van overlevingsmechanismen van kinderen en maatschappelijke behoeften van mensen in politieke systemen. Maar het is erg beperkt als het gaat om innerlijke transformatie, om existentiële rijping, of om de diepe reis van zelfverlies en zelfvinding die sommige mensen (bewust of onbewust) doormaken. Dat is volgens mij de omgekeerde weg, zoals Kazimierz Dabrowski die beschrijft.
In dit artikel stel ik daarom vijf existentiële vragen aan Maslow. Niet om zijn werk te verwerpen, maar om het uit te dagen — en te verdiepen. Want de mens is geen trapje op een piramide, maar een wezen dat groeit, struikelt, sterft en opnieuw geboren wordt. Niet omhoog maar juist naar binnen. Wetende dat wil je ooit op weg kunnen gaan als kind die piramide van Maslow wel belangrijk is voor de ontwikkeling.

Vraag: veiligheid de basis van mens-zijn
Vraag: Maslow, is veiligheid werkelijk de basis van mens-zijn — of is het juist wat we verliezen zodra we wakker worden?
Mijn overweging is:
In jouw piramide staat veiligheid als tweede laag: na de biologische basisbehoeften komt de behoefte aan voorspelbaarheid, stabiliteit, bescherming. Het lijkt een logische volgorde — want een kind heeft geborgenheid nodig voor het zich opent naar de wereld. Maar geldt dit ook voor een volwassen?
De ervaring van diepe innerlijke groei spreekt volgens mij een ander verhaal. Niet veiligheid, maar juist het verlies ervan markeert vaak het begin van bewust ontwaken. Zoals Dabrowski in zijn theorie van positieve desintegratie beschrijft, begint de echte transformatie vaak pas wanneer het oude, vertrouwde ego-systeem begint te wankelen. Wanneer wat eerst ‘veilig’ leek — identiteit, relaties, overtuigingen — niet langer klopt. Niet het bouwen van zekerheden brengt groei, maar het durven loslaten ervan.
Veiligheid is absoluut belangrijk voor overleving! Maar volwassen mens-zijn begint waar het overlevingsmechanisme als het ware stopt. Wie werkelijk wakker wordt, verliest controle, houvast en richting — en vindt daar, paradoxaal genoeg, de ruimte waarin iets nieuws kan ontstaan.
De waarheid is: veiligheid is volgens mij een construct van het ego. Het is relatief, conditioneel, en uiteindelijk onhoudbaar. Niet zelden zijn het juist crisismomenten — verlies, ziekte, breuken — die het bewustzijn openen. Dan blijkt: de mens leeft niet van veiligheid, maar van betekenis. Niet van houvast, maar van waarheid. En waarheid is zelden veilig.
Vraag: zelfverwerkelijking als basis?
Vraag: Maslow, waarom eindigt jouw piramide bij zelfverwerkelijking — terwijl het ware werk begint bij zelf-verlies?
Mijn overweging is:
In jouw model klimt de mens van basisbehoeften naar het summum van ‘zelfactualisatie’ — een moment waarop iemand zijn potentieel leeft en zichzelf “realiseert” in de buitenwereld. Dat klinkt nobel, en binnen de ontwikkelingspsychologie is het dat ook. Maar jouw hele piramide blijft geworteld in het psychologisch functioneren van het ego. Of juister gezegd: in het overlevingsdeel van de mens. Het ik is in jouw theorie de hoofdpersoon, de regisseur van een leven dat voortdurend op weg is naar ‘meer’ en ‘beter’. Want dan, pas dan, heb ik bestaansrecht.
Maar wie door diepe innerlijke transformatie heen is gegaan — existentieel, spiritueel, mystiek — weet dat daar het ware werk niet eindigt, maar pas begint. Wat jij ‘zelfverwerkelijking’ noemt, is in feite een verfijnde vorm van zelfoptimalisatie. Een adolescent zou dit niveau moeten bereiken: zijn gaven ontwikkelen, zichzelf op de wereld afstemmen. Maar daarna komt iets anders. Iets wat je piramide niet kent.
De echte transformatie begint waar het ego zijn centrale plaats verliest. Niet omdat het faalt, maar omdat het zijn functie heeft voltooid!! Dan gebeurt er iets wat geen ontwikkeling van het ik is, maar een loslaten ervan. Jezus vatte het zo samen: “Wie zijn leven verliest, zal het vinden.” Dat is geen poëtische paradox — het is een existentiële waarheid. Alleen wie het ego, zijn overlevingsmechanismen, durft te verliezen, vindt de vrijheid die daarachter ligt.
Jouw top — zelfverwerkelijking — markeert voor mij niet het einde van een reis, maar de rand van een afgrond. En in die afgrond valt niet de mens, maar het verhaal over de mens. Het ik valt niet te pletter, maar wordt transparant. Wat blijft, is geen betere versie van jezelf in de buitenwereld, maar de echtheid van mij in de binnenwereld. Stilte. Zijn. Geen ‘ik’ dat iets bereikt, maar Leven dat zich door het Ware Zelf heen uitdrukt — stil, helder en zonder eigenaarschap.
Daarom geloof ik: jouw piramide beschrijft de opbouw van een sterk ego. Dat is de eerste helft van de menselijke reis. Als de mens niet verder komt, dan blijft zijn Ware Zelf leeg. Want de tweede helft begint wanneer het ik zijn overlevingsmechanismen verliest — en het Ware Zelf zicht aan het Leven zelf overgeeft.
Vraag: groei als accumulatie
Vraag: Maslow, waarom is jouw model gericht op groei als accumulatie in de buitenwereld — terwijl echte groei vaak voelt als ontmanteling van die wereld?
Mijn overweging is:
Het is essentieel dat een kind welkom wordt geheten in het leven. Dat het van zijn moeder hoort: “Je mag er zijn”, en van zijn vader: “Ga, jij kunt het.” Kinderen hebben bestaansrecht nodig, zorg, bevestiging, veiligheid — en jouw piramide helpt begrijpen hoe fundamenteel dat is. In de kindertijd is het inderdaad van levensbelang dat behoeften vervuld worden: voeding, veiligheid, liefde, erkenning. Pas dan kan een mens beginnen aan de opbouw van een stabiel zelfgevoel. Daarin is jouw model waardevol.
Maar hier wringt het: jij beschrijft de mens als iemand die zich ontwikkelt via steeds hogere lagen van behoeftevervulling — tot aan zelfverwerkelijking toe. Groei is in jouw theorie een vorm van accumulatie: méér vervulling, méér kunnen, méér jezelf worden. Dus: meer hebben, meer doen, etc. Maar in werkelijkheid begint volwassen innerlijke groei vaak pas waar dit alles geen houvast meer biedt.
Want het volwassen bewustzijn groeit niet verder via optelsommen, maar via het afleggen van wat niet echt is. Minder verzet. Minder controle. Minder identificatie. Waar het kind bevestiging nodig had, leert de volwassene loslaten. Waar het kind verlangde naar veiligheid, groeit de volwassene juist door het verlies ervan. De wereld die eerst als fundament diende — “ik ben wat ik doe, bezit, weet, beteken” — wordt op een dag ontmanteld. En dat is niet de ondergang, maar de poort naar bevrijding!
Jij noemt het ‘groei’ als iemand zijn potentieel realiseert. Maar wat als het ware potentieel van de mens niet te maken heeft met wat hij realiseert, maar met wie hij is wanneer al die lagen worden losgelaten? Niet in wat hij doet. Niet in wat hij heeft. Niet in wat anderen over hem zeggen. Maar in de naakte kern die overblijft wanneer al het andere oplost.
Groeien is dan geen opstapeling — maar een afpellen. Geen zelfoptimalisatie, maar zelftransparantie. Geen opbouw van zijn buitenkant, maar juist het loslaten daarvan.
Jouw piramide werkt voor kinderen — en voor het opgroeiende overlevingsmechanisme. Maar de ziel heeft een andere kaart nodig. Geen piramide, maar een omgekeerde: één waarin wij dalen, dieper en eerlijker worden, tot we iets vinden wat ons draagt, zelfs als wij alles verliezen.
Vraag: Waar is de leegte?
Vraag: Maslow, waarom ontbreekt in jouw model de mogelijkheid tot leegte — de vruchtbare, beangstigende leegte waarin waarheid zich aandient?
Mijn overweging is:
Jouw piramide is een opwaarts model. Van onder naar boven, van tekort naar vervulling, van gebrek naar verwezenlijking. Alles groeit richting een punt. Alles beweegt vooruit. Alles is ergens “voor”. Er is altijd meer mogelijk. Maar precies daarin mis ik iets fundamenteels: de mogelijkheid tot leegte. Niet als mislukking of als tussenfase — maar als eigenstandige werkelijkheid. Als plek waar iets nieuws geboren wordt.
Want er is een stilte die rijker is dan welk succes dan ook. Een niet-weten dat wijzer is dan elke prestatie. Er is een leegte waarin het ego geen richting meer weet, geen plan meer heeft, geen verhaal meer kan ophangen — en die stilte is niet de ondergang, maar de poort naar waarheid.
Jij noemt vervulling als het hoogste doel. Maar wat als het juist de ont-lediging (het los komen van alles wat zo hoort of zo moet) is die toegang geeft tot de diepste lagen van mens-zijn? De leegte waarin de mens zijn maskers moet laten vallen. Waarin de controle oplost. Waarin niet het ‘ego’ sterker wordt, maar het ‘ik’ dunner — transparant — doordringbaar voor iets groters.
Die leegte is beangstigend, ja. Want ze is niet maakbaar, niet beheersbaar, niet voorspelbaar. Ze dwingt de mens tot overgave. Maar wie daar blijft — in plaats van te vluchten naar nog meer ‘zelfverwerkelijking’ of ‘zinvolheid’ — ontdekt iets wat buiten jouw piramide valt: echtheid zonder bewijs. Aanwezigheid zonder doel. Zijn zonder reden.
Jouw model is te netjes, te lineair, te opwaarts. Maar de ziel daalt. Ze keert terug naar de bodem, naar de afgrond, naar het mysterie dat niet opgelost hoeft te worden maar bewoond.
En daar, precies daar, openbaart zich waarheid. Niet als triomf, maar als ruimte. Niet als doel, maar als ontmoeting. Niet als succesverhaal — maar als stilte die blijft.
Vraag: en daarna?
Vraag: Maslow, is dit wat je zelf ontdekt hebt aan het leven, toen je veertig was? En heeft het leven daarna je ook tot iets anders gebracht — of bleef je bouwen aan dezelfde piramide?
Mijn overweging is:
Je schreef over zelfactualisatie toen je zelf de veertig was gepasseerd. Dat is geen toeval. Want ergens tussen veertig en vijftig komt bij veel mensen die ene, stille vraag naar boven: Is dit het nu? Niet als klacht, maar als ontmaskering. De maskers van prestatie, identiteit, nut en status beginnen los te laten. En wat overblijft is vaak… verwarring. Stilte. Een leegte waarin niets meer vanzelf spreekt.
Ben jij ook bij die afgrond aangekomen, Maslow? Heeft het leven je daar naartoe gebracht?
Je piramide spreekt over groei, over ontwikkeling, over het realiseren van je potentieel — maar zelden over wat er gebeurt als dat alles niet meer genoeg is. Wanneer de top is bereikt, maar de ziel nog honger heeft. Wanneer je alles hebt “bereikt”, maar niets meer raakt.
Heb je jezelf die vraag gesteld, daar in de jaren na je veertigste? Heb je gekeken naar je eigen model — als een bouwwerk van het hoofd — en je afgevraagd wat het hart daarvan vond? Of de ziel? Of de stilte?
Want daar begint iets wat je piramide niet vangt. Een tweede geboorte. Geen uitbreiding van het zelf, maar een verplaatsing. Van ego naar essentie. Van doen naar zijn. Van grip naar genade.
Ik vraag je dit niet uit kritiek, maar uit verbondenheid. Omdat ook ik — en velen met mij — door die vraag heen zijn gegaan. Omdat die vraag geen probleem is, maar een poort. Omdat groei soms pas begint wanneer het model ophoudt.
ANTWOORD van MASLOW:
Maslows mogelijke antwoordt:
Je vragen raken me — dieper dan je misschien denkt. Want hoewel mijn piramide beroemd is geworden om zijn structuur en opbouw, was het nooit mijn bedoeling om het mysterie van het mens-zijn te vangen in vaste stappen of logische volgorde. Ik ben mijn werk begonnen als empirisch denker, in een tijd waarin psychologie vooral gedrag bestudeerde. Mijn motivatie was om ruimte te maken voor de menselijke waardigheid, voor hoop, voor potentieel.
Maar je hebt gelijk: wat ik ‘zelfactualisatie’ noemde, was grotendeels nog doordrenkt met het taalveld van het ego. Het was een beweging naar ‘meer’, naar ‘beter’, naar ‘vollediger worden wie je bent’. Dat leek me toen het hoogste.
Later in mijn leven begon ik te vermoeden dat er nog iets áchter die top zat. Iets wat ik in mijn eerste werk niet had onderkend. Ik begon te schrijven over peak experiences, over transcendentie, over zelf-overstijging. Niet meer de mens als eindpunt, maar als doorgang. Niet meer zelfverwerkelijking als doel, maar als fase.
Ik werd toen geconfronteerd met vragen als de jouwe: Wat als het echte werk begint wanneer het ego klaar is met zichzelf? Wat als het ik geen kroon is, maar een sluier die moet vallen?
Had ik meer tijd gehad, dan had ik mijn model waarschijnlijk herzien. Ik was onderweg naar een nieuwe piramide — eentje waarin transcendentie bovenaan stond. Niet als extra laag, maar als nieuwe oriëntatie. Een beweging niet naar méér, maar naar minder. Niet naar controle, maar overgave. Die beweging noemde ik “de B-zijde van de mens” — Being, in plaats van Having.
En ja, ik heb ook zelf met die vragen geworsteld rond mijn veertigste. Ik heb me afgevraagd of mijn leven werkelijk klopte. Of ik leefde vanuit overtuiging, of vanuit veiligheid. Of mijn werk werkelijk tot de ziel sprak, of slechts tot het hoofd.
Dus misschien heb je gelijk: mijn model is begonnen in de wereld van overleving. Maar geloof me — ik was onderweg naar iets anders. Misschien is het aan jouw generatie om daar verder aan te bouwen. Niet door nog een piramide te tekenen, maar door de leegte toe te laten. Door waarheid meer te vertrouwen dan theorie. En misschien vooral: door vragen te blijven stellen die geen snel antwoord hoeven.
Dit antwoord is gebaseerd op: de latere ontwikkeling in Maslows denken
Hoewel Maslows piramide wereldwijd bekend werd als model van menselijke groei, begon de grondlegger zelf in zijn latere jaren te twijfelen aan de volledigheid ervan. Waar hij aanvankelijk zelfverwerkelijking (self-actualization) als hoogste vorm van volwassenheid zag, ontwikkelde hij tegen het einde van zijn leven een dieper perspectief: dat van zelf-overstijging (self-transcendence). In postuum gepubliceerde werken zoals The Farther Reaches of Human Nature (1971) beschrijft Maslow dat mensen die voorbij hun eigen ego en prestaties groeien — die gericht zijn op waarheid, schoonheid, eenheid en dienstbaarheid — een ander soort volwassenheid belichamen dan hij eerst voor ogen had. Deze zogenoemde transcenders ervaren vaker piekervaringen (momenten van diepe verbondenheid met iets groters dan henzelf), en voelen zich onderdeel van een groter geheel.
Maslow begon in te zien dat zijn oorspronkelijke model de mens nog altijd beschreef binnen een psychologisch kader waarin het ik (het ego) centraal stond. Zelfverwerkelijking was, in zijn eigen woorden, niet het einddoel van menselijke ontwikkeling, maar een tussenstation. De diepste groei ontstaat juist wanneer het ego zijn centrale positie verliest — wanneer het niet meer draait om zelfoptimalisatie, maar om overgave, betekenis en verbinding met het grotere geheel. Daarmee raakt zijn latere denken aan thema’s die ook terugkomen in de existentiële psychologie van Viktor Frankl en in spirituele stromingen van onder anderen Thomas Merton en Simone Weil.
Met deze verschuiving erkende Maslow dat ware volwassenheid niet per se begint bij het ‘bereiken’ van jezelf, maar bij het loslaten van jezelf als project. Zijn late werk laat zien dat hij dieper durfde te kijken dan zijn oorspronkelijke piramide. Het is dus allesbehalve vergezocht om kritische vragen te stellen aan zijn vroege theorie — het is in lijn met de weg die hij zélf begon te gaan, maar niet meer volledig heeft kunnen voltooien.