Overlevingsmechanismen of persoonlijkheid: hoe je je eigenheid herkent
Schreef ik eerder een artikel over overlevingsmechanismen, nu wil ik nog een stapje dieper gaan, want ons gedrag is een mix van wie we zijn en hoe we hebben geleerd om te overleven. Soms is het moeilijk te onderscheiden: wat komt voort uit onze natuurlijke persoonlijkheid (onze gaven en talenten), en wanneer is ons gedrag een reactie op oude pijn, een strategie uit de kindertijd die ons moest beschermen? Het onderscheid is essentieel, want het bepaalt hoe vrij we ons kunnen voelen en hoe authentiek onze relaties zijn.
Een eerste leidraad is proportie. Overlevingsmechanismen herken je vaak aan hun grootte: ze zijn te groot of te klein in verhouding tot de situatie van nu.
Te groot gedrag: een onbeduidende botsing in de supermarkt kan een explosieve woede oproepen. In dat moment reageer je niet op de realiteit van nu, maar op een oud stuk van jezelf dat zich klein, niet gezien of onveilig voelde. De emotie is overdreven omdat een kindstuk het stuur overneemt.
Te klein gedrag: iemand veroorzaakt schade aan je auto en je zegt: “Geeft niets hoor.” Het lijkt misschien mildheid of verdraagzaamheid, maar vaak is het een vorm van verdoving, conflictvermijding of ineenkrimpen — gedrag dat je ooit leerde om spanning met ouders te vermijden.
Het eerste grote onderscheid is dus duidelijk:
* Volwassen gedrag is proportioneel en reageert op het hier-en-nu.
* Overlevingsmechanismen reageren disproportioneel, te groot of te klein, op wat feitelijk gebeurt.
Een tweede leidraad: richting. Overlevingsmechanismen zijn altijd gericht op de ander. Ze ontstaan vanuit een diep verlangen naar veiligheid, erkenning of acceptatie. Het zijn strategieën die een kind ontwikkelde in de hoop: “Als ik maar op deze manier doe, dan word ik gezien, gehoord of niet verlaten.”
Voorbeelden:
– Betekenisvol willen zijn: een kind dat denkt: “Als ik belangrijk ben voor jou, laat je me niet los.”
– Erkenning zoeken: een kind dat hoopt: “Als jij ziet wie ik ben, besta ik.”
– Opvallend optreden: soms een speelse eigenschap van de persoonlijkheid, soms een kindstrategie: “Als ik opval, zie je me tenminste.”
Het verschil met volwassen gedrag is cruciaal. In volwassenheid kan het fijn zijn als mensen je waarderen of erkennen, maar dat is nooit het doel van je handelen. Volwassen gedrag zegt: “Ik doe dit omdat ik het belangrijk vind — en wat het effect is, zie ik wel.” Kindgedrag zegt: “Ik doe dit zodat jij mij ziet, hoort of waardeert.” Dit onderscheid is goud waard in zelfonderzoek.
Persoonlijkheid gevormd door jouw gaven en talenten, is vaak rustiger, eenvoudiger en vrijer. Ze is proportioneel, niet gedreven door angst of bevestigingsbehoefte, nieuwsgierig en creatief vanuit een vanzelfsprekendheid. Persoonlijkheid creëert verbinding uit plezier, niet uit angst om verlaten te worden.
Een nuttige vraag om jezelf te stellen: Komt dit uit vrijheid of uit noodzaak? Doe ik dit omdat ik het wil, of omdat ik bang ben voor wat er gebeurt als ik het niet doe?
Overlevingsmechanismen dragen altijd kramp; persoonlijkheid is soepel, ontspannen en vol energie. Door bewust te worden van dit verschil, ontstaat ruimte om oude patronen los te laten, jezelf authentiek te uiten en relaties aan te gaan die niet gebaseerd zijn op angst of controle.
Het herkennen van wat kindgedrag is en wat je volwassen zelf echt wil, is een weg naar vrijheid. Het is het moment waarop je kunt zeggen: “Dit ben ik, los van wat ik ooit moest doen om te overleven.” En in die ruimte groeit een menselijkheid die volledig eigen is, diep verbonden en tegelijk vrij.
Overlevingsmechanismen eren en ontmantelen
Het herkennen van overlevingsmechanismen is één ding; ze leren onderscheiden van je eigen persoonlijkheid is een ander. Het goede nieuws: dat is iets wat je kunt oefenen, stap voor stap. Het vraagt niet om perfectie, maar om aandacht, nieuwsgierigheid en kleine reflectieve handelingen in het dagelijks leven.
1. Observeer je reacties in het moment
Een van de krachtigste manieren om overlevingsmechanismen te herkennen, is te kijken naar situaties waarin je disproportioneel reageert: te groot of te klein. Stop even en stel een ander eens de vraag over je eigen reactie, zoals: “was mijn reactie proportioneel met wat er gebeurde?”
Bijvoorbeeld: je collega geeft een opmerking en je voelt meteen afwijzing of paniek. Vraag jezelf: Is dit echt wat er nu gebeurt? of reageer ik altijd op deze manier op zulke momenten en waar in mijn leven was dat belangrijk? Zo maak je een onderscheid tussen kindreacties en volwassen reacties.
2. Richt je aandacht op motivatie
Overlevingsmechanismen zijn altijd gericht op de ander: ze draaien om erkenning, acceptatie of veiligheid. Persoonlijkheid komt voort uit vrijheid en intrinsieke motivatie. Een oefening: noteer een handeling die je onlangs deed en vraag jezelf:
“Doe ik dit omdat ik het wil of omdat ik bang ben wat er gebeurt als ik het niet doe?”
“Zoek ik bevestiging, of voel ik een natuurlijke nieuwsgierigheid en plezier in deze actie?”
Dit onderscheid helpt om de intentie achter je gedrag te zien en je bewust te worden van patronen die uit de kindertijd stammen.
3. Wat en waar voel je een reactie in je lichaam
Overlevingsmechanismen laten vaak fysieke sporen achter: spanning in je schouders, een versnelde hartslag, een gevoel van samenkrimpen of juist overmatige alertheid. Persoonlijkheid daarentegen voelt doorgaans rustiger en natuurlijker aan. Probeer bij een reactie even stil te staan en te voelen: waar zit de spanning? Krimpt iets in me samen of reageer ik soepel en vrij? Je lichaam is een betrouwbare gids.
4. Creëer ruimte voor reflectie
Dagelijkse momenten van zelfreflectie, schrijven of meditatie helpen patronen zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld:
– Schrijf aan het einde van de dag drie momenten op waarop je dacht of handelde uit angst of behoefte aan bevestiging.
– Noteer drie momenten waarop je vrij, nieuwsgierig of authentiek handelde.
Door dit verschil te zien, ontwikkel je een interne kaart van wat authentiek is en wat een overlevingsstrategie is.
5. Test je vrijheid
Vrijheid is het ultieme criterium van volwassen persoonlijkheid. Vraag jezelf regelmatig:
– “Voel ik me vrij in mijn keuze, of gedreven door angst?”
– “Kan ik loslaten wat anderen van mij vinden, of speelt dat nog steeds een rol?”
Door kleine keuzes bewust te maken vanuit intrinsieke motivatie — bijvoorbeeld welke taak je opneemt, welk gesprek je voert, of welke creativiteit je laat stromen — train je je vermogen om je persoonlijkheid te onderscheiden van oude kindreacties.
6. Zoek veilige een coach
Ga op zoek naar de reden van je overlevingsmechanismen, bijvoorbeeld door je levenslijn te maken en deze te bespreken met een coach of een persoonlijk ontwikkelingsprogramma te doen, zodat je je eigen overlevingsmechanismen ook gespiegeld krijgt en ziet dat iedereen ze heeft.
7. Wees geduldig en mild voor jezelf
Het herkennen en loslaten van overlevingsmechanismen is een proces, kost tijd, is geen sprint. Het gaat van onbewust onbekwam naar bewust onbekwaam en dan pas met 3 stappen vooruit en 2 stappen achteruit naar bewust bekwaam. Het kind in jou biedt weerstand om zijn plek af te staan, omdat het overlevingsmechanismen altijd goed gewerkt heeft: je doet wat je deed en daardoor krijg je wat je kreeg. Dat is normaal en geen falen. Het verschil zit hem in bewustzijn: steeds vaker kun je kiezen om vanuit je volwassen, vrije zelf te reageren in plaats van vanuit een oude noodzaak.