Risicovolle dertiger / drop-out
Deze dertiger lijkt af te haken: hij of zij werkt inconsistent, raakt gedemotiveerd, zoekt uitdaging buiten de gebaande paden en komt in conflict met systemen. Achter deze gedragingen gaat vaak een intense innerlijke wereld schuil, vol creativiteit, maar ook frustratie, zelfkritiek en existentiële vragen. In dit artikel duiken we in het profiel van de risicodertiger, en leggen we bloot hoe embodied thema’s als ‘verstoort, reageert af’ en ‘verwaarloost zichzelf’ in samenhang staan met OE’s zoals psychomotorische en emotionele intensiteit.
Theorie: Profiel van de Risicodertiger
Kenmerken: onregelmatige deelname, taken niet afronden, uitdaging zoeken buiten het systeem, zelfverwaarlozing, isolement, creativiteit, defensieve houding
De Risicodertiger vertegenwoordigt een hoogbegaafdheidsprofiel dat lange tijd onder de radar kan blijven. Deze persoon heeft vaak al op jonge leeftijd ervaren dat hij of zij niet binnen het standaard onderwijssysteem of maatschappelijke structuren past — met als gevolg een patroon van onthechting, uitval of terugtrekking.
Waar andere hoogbegaafden zich aanpassen of hun begaafdheid kanaliseren binnen de geboden kaders, kiest de risicodertiger eerder voor rebellie, afzondering of alternatieve routes. Niet zelden gaat dit gepaard met structureel onderpresteren, innerlijke onrust, een ambivalente relatie met autoriteit en diepgeworteld existentiële onvrede.
Gedragsmatige kenmerken:
– Onregelmatige inzet: De risicodertiger laat vaak grillig gedrag zien in werkomgeving of studie. Periodes van hoge betrokkenheid worden afgewisseld met periodes van terugtrekking, inactiviteit of complete uitval.
– Taken niet afronden: Er is een opvallend patroon van starten zonder voltooien. Soms uit perfectionisme, vaker uit motivatieverlies, faalangst of onbewuste weerstand tegen externe verwachtingen.
– Zoekt uitdaging buiten systemen: De dertiger voelt zich beperkt binnen conventionele structuren en zoekt intellectuele of creatieve bevrediging vaak in autodidactische, artistieke of activistische contexten.
– Zelfverwaarlozing en isolement: Bij overbelasting of langdurige vervreemding van de omgeving, kunnen symptomen ontstaan als verslechterde zelfzorg, sociaal isolement, depressieve trekken of zelfs middelengebruik.
– Creatief en intuïtief vermogen: Onder het oppervlak bevindt zich vaak een rijke binnenwereld – met originele ideeën, associatief denken, en gevoeligheid voor onzichtbare verbanden. Deze potentie blijft echter vaak ongezien of onderbenut.
– Defensieve houding: Door negatieve ervaringen in het verleden ontwikkelt de risicodertiger vaak een beschermingsmechanisme van cynisme, sarcasme of weerstand. Onder deze façade schuilt vaak een diep verlangen naar erkenning en verbinding.
Psychologische en existentiële dynamiek
Wat deze dertiger onderscheidt is niet een gebrek aan capaciteiten, maar een fundamenteel conflict tussen het verlangen naar autonomie, echtheid en betekenis en de vaak als beperkend ervaren verwachtingen van de omgeving. Dit conflict kan leiden tot een negatief zelfbeeld, gevoelens van onbegrip of miskenning, en een diep ervaren zinloosheid.
Veel risicodertigers hebben in hun jeugd niet de begeleiding gekregen die hen had kunnen helpen om hun intensiteit, sensitiviteit en anders-zijn te begrijpen en te leren hanteren. In plaats daarvan ontwikkelden ze maskers, vermijdingsstrategieën of trokken zich volledig terug uit sociale of professionele contexten.
Mogelijke copingmechanismen:
* Vermijding en uitstelgedrag: Taken worden niet afgemaakt uit angst voor oordeel of omdat de motivatie wegvalt zodra externe controle wordt gevoeld.
* Ironie en cynisme: Als beschermingslaag tegen kwetsbaarheid.
* Overidentificatie met ‘falen’: Het narratief van de ‘begaafde mislukking’ kan een zelfvervullende voorspelling worden.
* Zoektocht naar alternatieve gemeenschappen: Soms vindt de risicodertiger aansluiting in niet-conventionele netwerken, online of in creatieve kringen, waar ruimte is voor eigenheid en autonomie.
Embodio’s die vaak voorkomen
Hier volgt het tweede deel van de analyse van het profiel Risicodertiger (drop-out), gericht op de embodio’s zoals beschreven door Tessa Kieboom – de typische gedrags- en belevingspatronen die vaak voorkomen bij hoogbegaafde volwassenen. In deze context helpen de embodio’s ons om te begrijpen waarom deze dertigers in hun functioneren vastlopen, ondanks (of juist vanwege) hun potentieel.
6. Lege toolbox aan executieve functies
De risicodertiger worstelt vaak met het structureren, plannen en organiseren van zijn of haar leven. Hoewel het cognitief vermogen ruim aanwezig is, ontbreekt het aan goed ontwikkelde executieve vaardigheden zoals:
– Tijdsplanning
– Doelen opdelen in behapbare stappen
– Volhouden bij routinematige of langdurige taken
Dit leidt tot chaos, gemiste deadlines en onvoltooide projecten. De mismatch tussen het cognitieve potentieel en het feitelijk functioneren vergroot de frustratie – zowel intern als vanuit de omgeving.
“Ik weet dat ik het kan, maar ik krijg het niet op papier.”
8. Overpresteren – én tegelijk inconsistent
Een paradoxaal patroon: de risicodertiger kan, als hij of zij geïnspireerd is, ver boven verwachting presteren. In korte tijd wordt er een enorme hoeveelheid werk verzet, vaak creatief en complex. Maar: deze intensiteit is zelden vol te houden.
Zonder stabiele structuur of externe begrenzing kan de energie omslaan in:
– Overbelasting
– Uitputting
– Afhaken of zelfs totale stilstand
Collega’s of leidinggevenden ervaren dit vaak als onbetrouwbaar of inconsequent, wat de dertiger op zijn beurt beleeft als onbegrip of afwijzing.
7. Intense emoties en dramaqueen-gedrag
De risicodertiger beleeft zijn wereld diep en heftig. Er is sprake van sterke interne gevoelsbewegingen die zich soms abrupt uiten in:
– Felle reacties bij (vermeend) onrecht of kritiek
– Moeite met relativeren
– Onbeheerste frustratie of verdriet bij falen of mislukking
Deze emoties worden niet altijd even constructief geuit, wat spanningen in relaties of op de werkvloer kan veroorzaken. De omgeving kan dit gedrag zien als onredelijk of instabiel, terwijl het voor de persoon zelf een authentieke (maar ontregelde) uitdrukking is van innerlijke onmacht of verdriet.
Overexcitabilities (OE) passend bij dit profiel
Bij de risicodertiger zien we vaak een krachtige combinatie van meerdere overexcitabilities. Deze gevoeligheden dragen bij aan zowel de innerlijke intensiteit als de uiterlijke onvoorspelbaarheid. Hieronder lichten we de drie meest typerende OE’s toe:
Psychomotorische OE – innerlijke onrust en aandrift
Deze vorm van overexcitability kenmerkt zich door een constante innerlijke drang tot actie en beweging. Het is alsof het zenuwstelsel voortdurend ‘aan’ staat.
Mogelijke uitingsvormen:
– Moeite met stilzitten of rust nemen
– Veel praten of impulsief gedrag
– Snel wisselen tussen taken of projecten
– Altijd ‘op zoek’ naar nieuwe prikkels
Deze onrust kan leiden tot grillig gedrag: vandaag een briljant idee tot uitvoer brengen, morgen uitgeput en niet in staat om het af te maken. De psychomotorische OE voedt het patroon van overpresteren én instorten, en staat zelfzorg vaak in de weg.
Emotionele OE – diep voelen, heftig reageren
De risicodertiger heeft een rijke en vaak overweldigende gevoelswereld. Emoties komen niet gedoseerd binnen, maar overspoelen. Dit kan zowel intern (piekerend, malend) als extern (explosief, onvoorspelbaar) zichtbaar zijn.
Typische kenmerken:
* Heftige reacties op kritiek of afwijzing
* Intens verdriet bij falen of mislukking
* Schuldgevoelens of zelfverwijt
* Moeite met zelfbeeld en eigenwaarde
Deze overgevoeligheid maakt het lastig om te leren van fouten of om in een kritische werkcultuur te functioneren. De risicodertiger trekt zich liever terug dan opnieuw gekwetst te worden.
Sensoriële OE – overprikkeling van zintuigen
Hoewel minder zichtbaar, speelt sensoriële OE een niet te onderschatten rol in het functioneren van de risicodertiger. Deze dertiger is vaak sterk afgestemd op zintuiglijke input – geluid, licht, temperatuur, geur – en raakt snel overprikkeld.
Gevolgen kunnen zijn:
* Overweldiging in drukke werkomgevingen
* Moeite met langdurige aanwezigheid in open kantoren
* Terugtrekgedrag na sociale intensiteit
* Slaapproblemen of fysieke spanningen
Overprikkeling leidt vaak tot terugtrekking, inconsistent gedrag of zelfs fysieke klachten. De risicodertiger mist vaak de taal of het bewustzijn om deze gevoeligheid te duiden – en wordt daardoor snel als ‘moeilijk’ of ‘onbetrouwbaar’ bestempeld.
Deze OE’s vormen samen een kwetsbaar fundament waarop deze dertiger zijn leven probeert vorm te geven. Zonder inzicht, erkenning en passende ondersteuning, ontstaat er al snel een vicieuze cirkel van overbelasting, falen, terugtrekken en opnieuw proberen – vaak ten koste van welzijn en zelfbeeld.
Casus: Mark, 29 jaar, deeltijdstudent
Profiel en werksituatie
Mark is een intelligente, creatieve man van 29 jaar die na een onvoltooide hbo-studie op zijn 24e besloot deeltijd verder te studeren in de filosofie. Hij werkt freelance in de horeca, waar hij zelf zijn uren kan indelen. Die flexibiliteit is voor hem noodzakelijk, maar wordt ook zijn valkuil: deadlines haalt hij zelden, studiemomenten schuiven eindeloos door. Hij is wisselend gemotiveerd, met pieken van hyperfocus waarin hij briljante essays schrijft, afgewisseld met weken waarin hij geen enkel college volgt.
Mark geeft aan zich ‘onbegrepen’ te voelen. Hij vindt zijn medestudenten oppervlakkig en haakt af bij groepsopdrachten waarin men niet ‘diep’ genoeg gaat. Feedback van docenten ervaart hij als demotiverend. In discussies komt hij vaak scherp uit de hoek – confronterend, kritisch, maar ook defensief. Hij raakt snel in conflict, met name als hij zich niet gehoord voelt.
Embodied gedragspatronen
Bij Mark zien we duidelijke embodio’s terug, onder andere:
– Lege toolbox aan executieve functies (6): Mark mist routines om zijn studie te structureren. Taken beginnen kost moeite, plannen voelt geforceerd en het overzicht ontbreekt. Hierdoor raakt hij in paniek of stelt eindeloos uit.
– Intense emoties en dramaqueen-gedrag (7): Mark beleeft alles intens – een kleine teleurstelling voelt als een afwijzing van wie hij is. Hij overdrijft in zijn reacties, niet uit onwil, maar omdat zijn binnenwereld zo groots aanvoelt.
– Overpresteren (8): Wanneer hij wel werkt, gaat hij all-in. Hij verdwijnt dagenlang in onderzoek, leest alles wat los en vast zit, en schrijft stukken op academisch niveau – wat paradoxaal leidt tot stress omdat het vervolgens weer moeilijk is die norm vol te houden.
Embodied patronen zijn zichtbaar in zijn houding: gespannen schouders, rusteloze motoriek, wisselende energie. Hij functioneert niet ‘binnen de norm’, wat leidt tot zelfverwijt: “Waarom kan ik dit niet gewoon normaal aanpakken zoals anderen?”
Invloed van Overexcitabilities
– Psychomotorische OE: Mark heeft een constante innerlijke drang. Als hij niet actief is, voelt hij zich leeg of onrustig. Hij zoekt die activering in buitenstudie-activiteiten of nachtenlange brainstorms, maar dit houdt hij niet vol.
– Emotionele OE: Zijn zelfkritiek is intens en vaak niet in verhouding tot de situatie. Een opmerking van een docent kan dagen blijven nazinderen. Hij worstelt met gevoelens van falen en schaamte.
– Sensoriële OE: Drukke ruimtes en groepssituaties vermijdt hij – hij raakt snel overprikkeld. Het werken in stilte thuis lukt, mits hij niet te veel wordt afgeleid door lawaai of sociale verplichtingen.
Concreet voorbeeld: de groepsopdracht
Tijdens een verplichte groepsopdracht over ethiek raakt Mark geïrriteerd. Zijn groepsgenoten willen “gewoon iets inleveren dat voldoende is.” Mark wil een diepgaand betoog schrijven over existentiële verantwoordelijkheid. Hij uit zijn kritiek in scherpe bewoordingen, wordt defensief wanneer men hem ‘te serieus’ noemt, en besluit zich terug te trekken. Later zegt hij: “Dan doe ik het wel alleen – zoals altijd.”
Zijn uitval leidt tot onbegrip. Zijn groepsleden ervaren hem als dramatisch, moeilijk en betweterig. Mark zelf voelt zich verlaten en gefaald. De OE’s verklaren zijn gedrag: hij denkt diep (intellectuele OE), voelt zich niet gehoord (emotionele OE), en raakt overprikkeld door het groepsproces (sensoriële OE).
Reflectieve vragen
De volgende reflectieve vragen nodigen je uit om dieper na te denken over de complexiteit van het profiel van de risicodertiger, zoals geïllustreerd in de casus van Mark. Dit profiel laat zien hoe hoogbegaafdheid kan samengaan met uitdagingen op het gebied van structuur, motivatie, emoties en sociale interacties.
Door jezelf deze vragen te stellen, kun je beter begrijpen welke onderliggende processen en patronen het gedrag sturen. Dit helpt niet alleen bij zelfinzicht, maar ook bij het herkennen en ondersteunen van anderen met vergelijkbare ervaringen.
Let op: gedrag dat soms als ‘moeilijk’ of ‘overdreven’ wordt gezien, is vaak een uiting van intensiteit en gevoeligheid die niet altijd zichtbaar is aan de buitenkant. Het erkennen van embodied patronen en Overexcitabilities helpt om deze gedragingen in een breder perspectief te plaatsen — niet als tekortkomingen, maar als signalen van innerlijke dynamiek.
Deze reflectie is een belangrijke stap naar meer compassie voor jezelf en anderen, en vormt een basis voor het zoeken naar passende ondersteuning en strategieën die het welzijn en de groei kunnen bevorderen.
- Welke gedragingen van Mark herken je bij jezelf of bij anderen? Waar zie jij overeenkomsten of verschillen?
- Hoe kan het ervaren van intensiteit en prikkelgevoeligheid (Overexcitabilities) bijdragen aan de innerlijke onrust en de wisselende motivatie die Mark laat zien?
- Op welke manieren kan een ‘lege toolbox’ in executieve functies het moeilijk maken om structuur aan te brengen in het leven van een hoogbegaafde volwassene? Heb je voorbeelden uit eigen ervaring?
- Hoe zou je het dramatische, soms ‘overdreven’ gedrag van Mark kunnen begrijpen als een uiting van diepgaande emoties in plaats van een bewuste keuze?
- Wat zou Mark kunnen helpen om beter met zijn intensiteit en conflicten om te gaan, zonder zich te isoleren of zichzelf te veroordelen?
- Hoe kunnen mensen in zijn omgeving – zoals collega’s, vrienden of docenten – op een ondersteunende manier reageren op de complexe gedragingen die voortkomen uit embodied patronen en OE?
- Welke strategieën of interventies denk jij dat effect kunnen hebben om de balans te vinden tussen prestatie, welzijn en zelfacceptatie?
LEES VERDER:
* embodios-van-tessa-kieboom/
* hoogbegaafd-werknemers/
* hoogbegaafd-liefdespartners/
* hoogbegaafd-misdiagnoses/
* Overexcitabilities/
De profielen:
1. De zelfsturend autonome dertiger
2. De aangepast succesvolle dertiger
3. De uitdagend creatieve dertiger
4. De onderduikende dertiger
5. De risicodertiger / drop-out
6. De dubbel bijzondere hoogbegaafde