Samen werken, ongelijk thuis
Waar het personeel bij stond
Yvonne had de nieuwe planten in de verkeerde kas gezet, en Martin zei het hardop, in de gang, terwijl twee medewerkers erbij stonden. Hij zei het niet onaardig. Hij zei het zoals hij het tegen iedereen zou zeggen: kort, zakelijk, met een korte zucht erachteraan. Yvonne zei dat ze het zou aanpassen en liep weg.
Die avond zaten ze samen aan tafel. Martin vertelde over een leverancier en vroeg wat zij van de nieuwe kerstcollectie vond. Yvonne gaf kortaf antwoord. Martin vroeg wat er was. Ze zei dat er niets was. Pas later, in bed, kwam het eruit: dat ze zich had geschaamd, dat hij haar behandelde als een medewerker, dat ze niet wist hoe ze om vijf uur ’s middags zijn ondergeschikte kon zijn en om zes uur zijn vrouw. Martin begreep er niets van. ‘Het ging over de planten,’ zei hij. ‘Over niets anders.’
In veel familiebedrijven werken man en vrouw samen, en voor veel mannen is dat de vanzelfsprekendste zaak van de wereld. Hun vrouw kent het bedrijf, is te vertrouwen en kost geen werving. Voor veel vrouwen is het ingewikkelder. Ze stappen elke ochtend een verhouding in waarin hun man de baas is, en elke avond een verhouding waarin ze gelijk zijn. Die dagelijkse wisseling vraagt meer dan de meeste stellen beseffen.
Twee rangordes in één relatie
Elke menselijke groep kent rangorde. Wie beslist, wie volgt, wie het laatste woord heeft. In een organisatie is die rangorde vastgelegd in functies. In een huwelijk hoort er een andere ordening te gelden: twee gelijkwaardige mensen, elk met een eigen kracht, die samen beslissen over hun leven. Wie met zijn partner in het bedrijf werkt, leeft in beide ordeningen tegelijk.
Dat is zwaarder dan het lijkt, omdat het lichaam rangorde heel nauwkeurig registreert. Onderzoek bij mensen en andere primaten laat zien dat een lagere positie in een hiërarchie gepaard gaat met meer stresshormonen en meer waakzaamheid, zeker als die positie onzeker is of als er weinig controle is over wat er gebeurt. Wie lager staat, let voortdurend op het gezicht van wie hoger staat. Is hij tevreden? Ben ik iets vergeten? Dat gebeurt grotendeels buiten het bewustzijn, maar het kost energie.
Yvonne schakelt elke dag tussen die twee posities. Overdag let ze op Martins gezicht als op dat van een baas. ’s Avonds hoort ze hem aan te kijken als gelijke. Haar zenuwstelsel krijgt geen moment om de ene stand af te sluiten voordat de andere begint. De spanning van de werkdag komt mee naar de keukentafel, en daar wordt ze gelezen als een probleem in het huwelijk, terwijl ze voortkomt uit de verhouding in het werk.
Voor een gewone medewerker is er een uitweg. Wie zijn baas niet verdraagt, kan een andere baan zoeken. Voor Yvonne betekent een andere baan zoeken dat ze haar man verlaat in het bedrijf dat ze samen hebben. Haar ondergeschiktheid heeft geen uitgang, en dat maakt haar zwaarder dan die van wie dan ook in het tuincentrum.

Wie boven staat, merkt de trap niet
Martin zou oprecht zeggen dat hij Yvonne op het werk niet anders behandelt dan thuis. In zekere zin klopt dat ook: hij is overal dezelfde man. Juist daarom merkt hij het verschil niet. Wie bovenaan een trap staat, ervaart geen trap. Hij ervaart alleen de vloer onder zijn voeten.
De Amerikaanse sociaal psycholoog Adam Galinsky deed een eenvoudig experiment. Hij liet mensen eerst terugdenken aan een situatie waarin ze macht hadden, of juist aan een situatie waarin ze afhankelijk waren. Daarna vroeg hij ze een letter E op hun eigen voorhoofd te tekenen. Mensen die aan macht hadden gedacht, tekenden de E vaker zo dat ze voor henzelf leesbaar was en voor een ander in spiegelbeeld stond. Mensen die aan afhankelijkheid hadden gedacht, tekenden hem vaker zo dat een ander hem kon lezen. Macht verkleint de neiging om de wereld door de ogen van de ander te zien. Afhankelijkheid vergroot die neiging.
Dat verklaart waarom Martin de opmerking in de gang als zakelijk ervaart en Yvonne als vernederend. Hij ziet een fout in de kas. Zij ziet twee collega’s die meekijken, een man die haar in het openbaar terechtwijst, en een positie waar ze niet uit kan. Beiden kijken naar hetzelfde moment, maar vanaf een andere tree.
Voor veel mannen speelt er nog iets mee. Leiding geven hoort voor hen bij wie ze zijn, meer dan bij een rol die ze aantrekken. Martin hoeft om zes uur niets af te leggen om thuis te komen. Yvonne wel. Zij moet haar ondergeschiktheid aan de deur van het tuincentrum achterlaten en thuis opnieuw de gelijke van haar man worden. Dat het hem geen moeite kost, maakt het voor haar extra eenzaam.
Wat het met het verlangen doet
Over dit deel wordt het minst gesproken, en het weegt vaak het zwaarst. Stellen die samen een bedrijf runnen, merken na een aantal jaren dat er minder aantrekking tussen hen is. Ze schrijven het toe aan de drukte, aan de leeftijd, aan de kinderen. Een deel ervan komt voort uit de verhouding op het werk.
De Belgisch-Amerikaanse relatietherapeut Esther Perel beschreef hoe verlangen afstand nodig heeft. Je verlangt naar iemand die je niet volledig in bezit hebt, die een eigen wereld heeft, die je af en toe ziet als een ander. Stellen die de hele dag samen werken, zien elkaar vooral in de rol van collega: moe, gehaast, met een lijst in de hand. Het mysterie verdwijnt in de logistiek.
Daar komt de rangorde bij. Vanuit het denken over mannelijke en vrouwelijke polariteit ontstaat aantrekking in een spanning tussen twee polen die vrij tegenover elkaar staan. De vrouwelijke kant kan zich openen voor een man bij wie ze zich veilig en gezien voelt. Een vrouw die overdag door haar man is gecorrigeerd waar anderen bij stonden, opent zich ’s avonds moeilijk voor hem. Zijn leiding op het werk voelt anders dan de mannelijke aanwezigheid waar ze zich aan kan overgeven. Het eerste ervaart ze als overheersing. Het tweede zou ze kiezen. Hoe vaker het eerste gebeurt, hoe minder ruimte er is voor het tweede.
Voor Martin werkt het ook andersom. Hij ziet Yvonne de hele dag als medewerker, met haar fouten en haar vermoeidheid. Hij bewondert haar om haar inzet, maar hij ziet haar minder als vrouw. En als Yvonne in iets beter is dan hij, in de omgang met klanten bijvoorbeeld, voelt hij zich op zijn eigen terrein uitgedaagd. Dat maakt hem op het werk strenger, en thuis afstandelijker.
Personeel en kinderen kijken mee
In een gewone organisatie is de verhouding tussen een leidinggevende en een medewerker een zaak van twee mensen. In een familiebedrijf kijken er velen mee. Het personeel weet dat Yvonne de vrouw van de baas is, en ze weten ook dat ze zijn ondergeschikte is. Die dubbelheid geeft haar een vreemde plek. Medewerkers die een klacht hebben over Martin, gaan naar Yvonne, in de hoop dat zij het thuis wel even aankaart. Medewerkers die een conflict hebben met Yvonne, gaan naar Martin, omdat hij haar baas is. Zo komt Yvonne steeds tussen haar man en het personeel te staan, en Martin tussen zijn vrouw en zijn medewerkers. Het huwelijk wordt een kanaal voor de spanningen van het bedrijf.
Systemisch gezien lopen hier twee systemen door elkaar die elk hun eigen regels hebben. In de zaak geldt de rangorde van de functies. In het gezin geldt de gelijkwaardigheid van het paar. Als de regels van het ene systeem in het andere gaan gelden, raakt iedereen in de war. Een medewerker weet niet meer of hij met Yvonne praat als collega of als de vrouw van de baas. En Yvonne weet niet meer of ze op een vraag van Martin antwoordt als echtgenote of als personeelslid.
De kinderen voelen dat ook. Ze horen ’s avonds aan tafel hoe hun vader over het werk van hun moeder praat, als een leidinggevende over een medewerker. Een dochter leert daarvan iets over hoe een man en een vrouw zich tot elkaar verhouden. Een zoon die later in de zaak komt, ziet zijn moeder als een van de mensen die zijn vader aanstuurt, en neemt die blik onbewust over. Zo kan het gebeuren dat een moeder op haar zestigste wordt aangestuurd door haar eigen zoon, op de toon die hij van zijn vader heeft geleerd.
Een grens tussen twee rollen
Samen werken hoeft een huwelijk niet te schaden. Er zijn stellen die er sterker door worden. Wat hen onderscheidt, is dat ze de twee ordeningen bewust uit elkaar houden.
Dat begint bij de verdeling van het werk. Stellen die elk een eigen domein hebben, waarin de ander niet de baas is, hebben minder last van de rangorde. Als Yvonne verantwoordelijk is voor de verkoop en Martin voor de kwekerij, staat zij in haar domein niet onder hem. Ze zijn dan twee leidinggevenden die samenwerken, en dat lijkt veel meer op de gelijkwaardigheid van thuis.
Het gaat verder met kleine afspraken die groot werken. Geen correcties waar anderen bij staan. Een vast overleg tussen de twee, waarin zakelijke punten worden besproken, zodat die niet aan de keukentafel terechtkomen. Een ritueel bij het thuiskomen: een wandeling, een glas wijn, een moment waarop de werkdag uitdrukkelijk wordt afgesloten. Medewerkers die met een klacht over de een bij de ander komen, worden teruggestuurd naar de juiste persoon.
Van Martin vraagt het dat hij leert zien wat hij vanaf zijn tree niet ziet. Dat hij zich afvraagt hoe zijn opmerking overkomt bij iemand die niet weg kan. Van Yvonne vraagt het dat ze haar positie in het bedrijf helder maakt, en zich niet laat terugdringen tot een rol die ze niet heeft gekozen.
En het vraagt van beiden de bereidheid om eerlijk te kijken naar wat het samenwerken met hun huwelijk doet. Soms is de beste beslissing voor het huwelijk dat een van beiden het bedrijf verlaat. Dat voelt als verlies, en voor veel ondernemersechtparen als falen. Maar een bedrijf vindt een nieuwe medewerker. Een huwelijk vindt niet zo makkelijk een nieuwe vorm van gelijkwaardigheid als die eenmaal is uitgesleten.
