Vijf dwaze en vijf wijze meisjes
Mattheüs 25:
1 Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet.
2 Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas.
3 Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen maar geen olie met zich mee.
4 De wijzen namen met hun lampen ook olie mee in hun kruikjes.
5 Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
6 En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet!
7 Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde.
8 De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.
9 Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf.
10 Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.
11 Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open!
12 Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
13 Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal.

Leef je een leven dat van jou is?
Over gemiste levens, uitstel en het moment dat niet terugkomt
Er zijn verhalen die je pas echt begrijpt wanneer je ze niet langer leest als religieuze waarheid, maar als menselijke ervaring. De gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes (Mattheüs 25:1–13) is zo’n verhaal. In een traditionele lezing gaat het over waakzaamheid, geloof of het oordeel van God. Maar wanneer je de tekst benadert vanuit een existentiële en psychologische invalshoek—zoals bijvoorbeeld Eugen Drewermann doet—verschuift het perspectief radicaal.
Dan blijkt het verhaal niet in de eerste plaats te gaan over God, maar over de mens die zijn eigen leven mist.
Het stille drama van een gemist leven
Het stille drama van een gemist leven zit in zijn alledaagsheid. In de gelijkenis gebeurt op het eerste gezicht niets spectaculairs. Er is geen kwaad, geen opstand, geen bewuste afwijzing van wat goed is. Alle meisjes wachten, en allemaal vallen ze in slaap. Alles lijkt ordelijk en gelijkmatig te verlopen. Toch tekent zich op het beslissende moment een breuk af: sommige meisjes zijn voorbereid, andere niet. In dat moment wordt zichtbaar wat er al die tijd onopgemerkt speelde, iets fundamenteels en diep menselijks. Het gaat niet om dramatische misstappen, maar om het sluipende verschil tussen werkelijk leven en het leven dat ongemerkt voorbijgaat. Het is een leven dat wel wordt geleefd, maar waarin niemand echt aanwezig is, waarin keuzes worden uitgesteld, het onbekende wordt vermeden, en het hart langzaam afwezig wordt in de dagelijkse routine. Je leeft, maar je bent er niet.
De logica van uitstel
De dwaze meisjes zijn geen buitenbeentjes; hun gedrag is herkenbaar omdat het precies lijkt op hoe we allemaal denken. Ze vertrouwen op een wereld waarin tijd altijd overvloedig aanwezig is, waarin alles later nog kan worden ingehaald, waarin het cruciale moment zich vanzelf opnieuw aandient. Dat is de logica van uitstel die ons zo vaak gevangenhoudt: “later doe ik wat er werkelijk toe doet,” “eerst nog dit klusje,” “nu is het nog niet het juiste moment.” Maar het leven gehoorzaamt niet aan een lineair schema. Het kent breuken, vertragingen, onverwachte wendingen, en sommige momenten doen zich slechts één keer voor. De gelijkenis is hard, maar glashelder: niet alles is inhaalbaar. Wie wacht tot later, mist het nu en ontdekt op een dag dat er niets meer terug te winnen valt. Kies daarom voor je eigen leven, hier en nu, met alles wat je bent en kunt geven.
De gesloten deur als innerlijke ervaring
De schok zit niet in het tekort aan olie, niet in het praktische falen van de meisjes. Het echte drama is de gesloten deur. Traditioneel leest men dit als uitsluiting van buitenaf, maar dat is slechts een oppervlakkige laag. Psychologisch gezien gaat het om het moment waarop je jezelf niet meer kunt bereiken, waarop je eigen leven zich heeft afgesloten voor jou. Het is het besef dat de kansen die ooit voor je lagen, voorbij zijn zonder dat je ze hebt gegrepen. Het is spijt die niet kan worden omgezet in handelen, een gemis dat geen tweede kans kent.
Deze deur is geen oordeel van iemand anders; ze staat niet voor straf of verwijt. Ze is de harde grens die je zelf hebt laten ontstaan door je keuzes uit te stellen, door niet volledig aanwezig te zijn in wat zich aandiende. De tijd is verstreken, de mogelijkheid is verdwenen, en het leven heeft zich voltrokken terwijl jij aan de zijlijn stond. Delen van jezelf en van je leven zijn nooit werkelijk geleefd, nooit geïntegreerd in wie je bent geworden.
Kijk in deze spiegel en zie: de deur staat niet ergens ver weg. Ze staat voor je innerlijke ervaring van verlies, voor momenten waarop je niet koos, niet voelde, niet handelde. Het is bitter, het is rauw, en het is waar. En toch: wie dit ziet, ziet ook de urgentie van nu. Wie dit erkent, kan besluiten om voortaan anders aanwezig te zijn, elke dag, elk moment, zodat de deur die ooit gesloten leek, in een toekomstig ogenblik niet opnieuw je eigen leven afsluit.
Angst als onderliggende kracht
Wat ons vaak laat falen is niet domheid of luiheid, maar angst. Angst is de stilste en tegelijk krachtigste kracht in ons leven. Ze sluipt in onze keuzes, in ons uitstel, in het vermijden van het diepe en het wezenlijke. We stellen dingen uit, niet omdat we dat willen, maar omdat we bang zijn. Bang om te verliezen, bang om onszelf te verliezen, bang om pijn te voelen. We kiezen niet, omdat elke keuze het risico van verlies met zich meebrengt. We leven oppervlakkig, omdat diepte confronterend is en ons vraagt verantwoordelijkheid te nemen voor wie we werkelijk zijn.
In dit licht krijgt de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes een tragische urgentie. Het gemiste leven is geen gevolg van luiheid, maar van niet durven leven. Angst mist de wereld in nevelen en laat ons denken dat er later nog tijd is, dat er altijd nog een herkansing komt. Maar de werkelijkheid is meedogenloos: momenten die zich niet volledig laten grijpen, verdwijnen voorgoed. De deur gaat dicht, niet als straf van buitenaf, maar als gevolg van onze eigen besluiteloosheid.
Hier wordt de spiegel pijnlijk helder: de reden dat het leven aan ons voorbijgaat, is dat we niet de moed hebben gehad om werkelijk aanwezig te zijn. Angst mist ons de ogenblikken die er toe doen, en met elke gemiste kans vervreemden we verder van wie we kunnen zijn. Het verhaal nodigt ons uit om te zien hoe diep onze afwezigheid gaat, en hoe dringend het is om daar nú iets aan te doen.

De illusie van later
Een van de hardste doorbraken van dit verhaal is dat het de illusie van later doorbreekt: het idee dat het leven een soort wachtruimte is, waarin alles nog kan worden ingehaald. Maar de trein vertrekt. Het moment dient zich aan. Wat niet voorbereid is, kan niet ineens ontstaan.
Er is geen tijd voor uitstel, geen pauzeknop, geen herkansing die zichzelf aandient. Het leven bestaat niet in abstracte toekomstbeelden, maar in concrete ogenblikken waarin alles gebeurt. Søren Kierkegaard beschreef dit als het snijpunt van tijd en betekenis: het ogenblik is de enige plek waar leven en keuze samenkomen.
Het probleem ligt niet bij fouten of verkeerde daden, maar bij het missen van het beslissende moment, het wegkijken of het vermijden van de confrontatie met wat er werkelijk toe doet. Wie blijft hangen in “later”, ontloopt de confrontatie met zichzelf en loopt recht tegen de gesloten deur aan zonder dat het besef nog kan worden ingehaald.

Joodse mystiek
In de Joodse mystiek krijgt de lamp een diepe symbolische betekenis als drager van innerlijk licht en bewustzijn. Het licht van de lamp staat niet alleen voor zichtbaarheid of aanwezigheid in de wereld, maar voor de ziel die haar eigen potentieel tot expressie brengt. De olie in de lamp symboliseert het verborgen innerlijke vermogen — wijsheid, rijpheid, verlangen en intentie — dat pas zichtbaar wordt wanneer het actief wordt aangewend. Zonder olie blijft het licht gedempt, hoe perfect de lamp ook is. In die zin is de lamp een spiegel van de mens zelf: het potentieel ligt in ons, maar het manifesteert zich alleen door bewuste inzet en aanwezigheid in het leven.
Deze symboliek sluit nauw aan bij het bestaan dat we zelf kunnen vormgeven. Net zoals in de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes, kan een mens zijn eigen licht niet lenen of uitstellen. Het innerlijke vermogen — de olie — ontwikkelt zich alleen door actieve deelname aan het leven, door keuzes die van binnenuit komen, door aandachtig aanwezig zijn in elk moment. Het licht dooft niet door straf, maar door gebrek aan bewustzijn; het brandt wanneer we volledig aanwezig zijn en onze gaven inzetten. Daarmee laat de Joodse mystiek zien dat het leven niet vanzelf helder wordt: het vraagt om een bewuste relatie met je eigen potentieel, zodat je niet langs jezelf heen leeft.
Wat is dan die “olie”?
Wat is dan die “olie” waar het in de gelijkenis om draait? Het verwijst naar iets veel concreters en urgenter, iets wat elke mens kan herkennen als het fundament van een leven dat werkelijk geleefd wordt. Het gaat om de rijkdom die ontstaat wanneer je aanwezig bent, bewust en volledig, in je eigen bestaan. De olie is je geleefde ervaring, al die momenten waarin je echt aanwezig was en hebt gevoeld, hebt gekozen, hebt gehandeld, hebt gelachen, gehuild of liefgehad. Het is innerlijke rijpheid, het vermogen om jezelf te kennen, om te begrijpen wie je bent, wat je drijft, wat je vreugde geeft en wat je uitdaagt. Het is zelfkennis die niet op papier kan worden vastgelegd, niet kan worden geleend, en niet kan worden ingehaald zodra de trein van het moment is vertrokken.
De olie staat ook voor de doorleefde keuzes die je maakt, de beslissingen waarmee je je leven vormt. Dit zijn geen theoretische overwegingen of abstracte plannen, maar iets wat zich pas werkelijk vormt in de daad van leven, in het telkens opnieuw kiezen voor wat wezenlijk is, zelfs als dat moeilijk, eng of onzeker voelt. Je kunt het niet lenen van anderen: geen ander kan jouw ervaring voor jou leven, geen leraar, geen vriend, geen coach kan de momenten invullen waarin jij werkelijk aanwezig moet zijn. En je kunt het niet bewaren voor later, want de cruciale momenten van je leven laten zich niet herhalen.
De olie ontstaat alleen door aanwezig te zijn, met heel je aandacht, in het moment dat zich aandient. Het is een diep persoonlijke rijkdom die voortkomt uit de bewuste omgang met jezelf en de omstandigheden waarin je je bevindt. Het is de voorbereiding die zich niet laat improviseren, de kracht die alleen groeit door herhaalde, bewuste aanwezigheid. Zonder deze olie sta je bij de gesloten deur, zonder de mogelijkheid om alsnog in te halen wat je verwaarloosde. Maar met deze olie ben je in staat om de momenten die er echt toe doen te grijpen, om volledig te leven, zodat je leven niet ongemerkt voorbijgaat, maar wordt gevuld met betekenis die je zelf hebt gevormd.
Wat is dan ‘wijs’?
In de grondtekst van Evangelie volgens Mattheüs 25 wordt voor “wijs” het Griekse woord φρόνιμος (phronimos) gebruikt. Dit duidt niet simpelweg op intelligentie, maar op iemand die verstandig, bedachtzaam en vooruitziend handelt. Een wijze persoon is iemand die de situatie goed inschat en zich daarop voorbereidt. In de gelijkenis van de tien meisjes blijkt die wijsheid uit het meenemen van extra olie: een concreet teken van verantwoordelijkheid en waakzaamheid. “Wijs” betekent hier dus: leven met inzicht én daarnaar handelen, met oog voor wat komt.
Deze wijsheid heeft ook een geestelijke dimensie. Het gaat om een houding van innerlijke paraatheid: niet alleen weten wat juist is, maar er ook naar leven, zelfs wanneer het wachten lang duurt en de uitkomst onzeker lijkt. De wijze meisjes onderscheiden zich doordat zij volharden en voorbereid blijven, ook in de tijd van uitstel. Daarmee onderstreept de tekst dat ware wijsheid zichtbaar wordt in trouw, volharding en het serieus nemen van wat komt, ook wanneer het nog niet direct zichtbaar is.
Daarnaast raakt wijsheid ook aan zelfkennis. Wie wijs is, kent zijn eigen grenzen, zwakheden en gaven, en handelt daarnaar. Het betekent dat je niet alleen vooruitkijkt naar wat komt, maar ook eerlijk kijkt naar wie je zelf bent. Vanuit die zelfkennis kun je je verantwoordelijkheid nemen en de middelen gebruiken die je hebt ontvangen. Wijsheid is daarmee niet alleen voorbereid zijn op de toekomst, maar ook leven vanuit een bewust en doorleefd besef van je eigen roeping en mogelijkheden.
De vraag die overblijft
De gelijkenis eindigt niet met een antwoord of een geruststellende verklaring, maar met een directe oproep tot waakzaamheid. Niet waakzaamheid in de zin van voortdurend alert zijn op externe dreigingen, maar waakzaamheid tegenover jezelf: het niet leven op automatische piloot, het niet toestaan dat je dagen, maanden of jaren voorbijgaan zonder dat jij werkelijk aanwezig bent in je eigen bestaan.
Het verhaal stelt een eenvoudige vraag, maar de implicaties zijn ingrijpend: leef je een leven dat van jou is? Dit is geen oproep tot perfectie, tot foutloos handelen of tot een leven zonder tegenslag. Het is een oproep tot aanwezigheid, tot het voelen en het kiezen met heel jezelf. Ben je werkelijk aanwezig in wat je doet, of glijd je door het leven als een toeschouwer van je eigen bestaan? Komt elke keuze voort uit wie jij bent, of laat je anderen—ouders, leraren, maatschappelijke verwachtingen—jouw keuzes bepalen? Stel je uit wat wezenlijk is, telkens weer, of durf je nu te handelen op datgene wat er echt toe doet?
De vraag is brutaal, omdat ze niet kan worden genegeerd. Ze dwingt tot reflectie op de momenten die je negeert, de kansen die je uitstelt, de keuzes die je hebt uitgesteld of overgelaten aan anderen. Het confronteert je met de mogelijkheid dat veel van je leven ongemerkt aan je voorbijgaat, dat de deur op een dag dichtvalt en je ontdekt dat je, ondanks al je plannen, nooit werkelijk aanwezig bent geweest in de dingen die ertoe doen. Het is een vraag die echoot door de stilte van de alledaagse routine en je dwingt te besluiten: vanaf dit moment, vandaag, nu, leef ik een leven dat van mij is.
Urgentie
Deze gelijkenis laat geen ruimte voor uitstel of vrijblijvendheid. Wijsheid blijkt niet uit wat je weet of bedoelt, maar uit wat je vandaag doet. Ze legt een ongemakkelijke waarheid bloot: wij zijn geneigd de echte urgentie van ons leven te ontwijken. Niet altijd bewust, maar juist in het kleine, het alledaagse uitstellen. We vullen onze dagen met wat direct aandacht vraagt, terwijl we voorbijgaan aan wat wezenlijk is. We sussen onszelf met de gedachte dat er nog tijd genoeg is, dat we later wel serieuzer zullen worden, later wel zullen groeien, later wel zullen kiezen.
Maar die “later” is precies de illusie die deze gelijkenis doorbreekt. Want voorbereiding kun je niet op het laatste moment lenen of overnemen van een ander. Wat innerlijk gevormd moet worden — karakter, waakzaamheid, zelfkennis, toewijding — groeit alleen in de tijd waarin je nu leeft. Juist omdat het niet tastbaar of dringend lijkt, schuiven we het naar de achtergrond. We zijn ons vaak niet eens bewust van wat we nalaten, omdat de gevolgen niet direct zichtbaar zijn.
Daarom is de oproep zo scherp: word wakker voor de werkelijkheid van je eigen leven. Kijk eerlijk naar waar je staat, naar wat je doet met wat je hebt ontvangen, en naar wat je steeds opnieuw uitstelt. Wijsheid begint waar je stopt met ontwijken. Niet morgen, niet ooit — maar nu. Want er komt een moment waarop zichtbaar wordt of je werkelijk geleefd hebt in voorbereiding, of slechts in de geruststellende gedachte dat het nog wel kon wachten.
Wat is dan ‘de Bruiloft’?
De bruiloft kan in dat licht ook verstaan worden als het moment waarop een mens tot volle wasdom komt. Niet slechts als een toekomstige gebeurtenis, maar als een werkelijkheid waarin je binnengaat wanneer je leven rijpt en tot vervulling komt. In de christelijke mystiek wordt dit beeld vaker gebruikt: bij Augustinus van Hippo klinkt het als het vinden van rust in God, bij Johannes van het Kruis als de vereniging van de ziel met God, en bij Meister Eckhart als de innerlijke geboorte van God in de mens. Steeds gaat het om een proces waarin een mens innerlijk wordt gevormd tot heelheid.
Juist daarom krijgt de oproep tot wijsheid extra scherpte. Deze rijping gebeurt niet vanzelf en ook niet plotseling. Ze vraagt om een weg van bewustwording, van zelfkennis en van overgave. Wie die weg ontwijkt, blijft aan de buitenkant — niet omdat de deur willekeurig gesloten wordt, maar omdat het innerlijk nog niet gevormd is om binnen te gaan. De bruiloft wordt zo niet alleen een belofte, maar ook een toetssteen: ze maakt zichtbaar of een mens werkelijk gegroeid is tot wie hij kan zijn, of dat hij is blijven leven in uitstel en verdeeldheid.
Geen dreiging, maar helderheid
Wanneer je de gelijkenis leest zonder moralistische bril, verdwijnt het dreigende karakter. Wat overblijft is helderheid, een diepe uitnodiging tot verantwoordelijkheid voor jezelf. Het gaat niet om oordeel of straf, maar om inzicht en consequentie. Het leven is niet eindeloos uitstelbaar. Niet alles kan later, niet alles kan opnieuw.
Bij je geboorte heb je alles meegekregen wat nodig is om te worden wie je bedoeld bent te zijn: je gaven, je talenten, je vermogen om te voelen, te denken en te creëren. Alles wat nodig is om aanwezig te zijn, om keuzes te maken die van binnenuit komen, ligt al in je. De gelijkenis wijst je op dat fundament, en laat zien dat het leven zich alleen voltrekt in het moment dat je werkelijk aanwezig bent. Het gaat niet om schuld of straf, maar om het inzicht dat uitstel en afwezigheid consequenties hebben.
De kern van het verhaal is geen waarschuwing, geen verbod, geen eis. Het is een uitnodiging: leef nu, volledig en bewust, zodat je later niet jezelf hoeft te missen, zodat je later nog kunt herkennen wie je werkelijk bent. Elke dag, elk moment dat je kiest om aanwezig te zijn, om je eigen leven te vormen, is een ontvouwen van jezelf en van alles wat je bij je draagt. Het is een oproep om te leven met alles wat je hebt, niet uit angst, niet uit schuld, maar uit de erkenning dat het leven dat je ontvangt, jouw leven is om ten volle te beleven. Zodat de plek die voor jou bedoeld is op deze aarde ten volle door jou wordt ingenomen.
Eugen Drewermann
Eugen Drewermann schrijft in ‘Taal Voor De Ziel; Jezus’ Bevrijdende Verhalen‘, uitg. Kok-Kampen, 2009, ISBN 9789079001071, 156 pagina’s, over de gelijkenis van de wijze en dwaze meisjes (Mattheüs 25: 1-13), van pagina 121 t/m 129:
“(125) VRAAG: Het spreekwoord waar u het net even over had, impliceert altijd nog de mogelijkheid om iets in te halen. In het gedicht ‘Herfstdag’ van Rainer Marie Rilke lezen wij: “Wie nu geen huis heeft, bouwt het ook niet meer…” Daarin wordt de mogelijkheid uitgesloten om iets in te halen, zoals ook in onze gelijkenis. De bruidegom roept de dwaze meisjes door de gesloten deur toe: ‘Ik ken jullie niet’. Oftewel: ‘Ik wil niets met jullie te maken hebben’.
ANTWOORD: Voor de buitengesloten meisjes is het echt te laat. Zij staan voor een gesloten deur. Psychologisch gesproken betekent dat dat je uiteindelijk jezelf niet meer begrijpt. Je hebt geen toegang meer tot je eigen leven. je bent geresigneerd, omdat er van alles wat je ooit wilde doen, niets terechtgekomen is. Een dergelijke balans van het leven is bitter.
Het verhaal bericht hier over meisjes, over jonge vrouwen, maar in de psychotherapie en in de geestelijke verzorging maak ik vaak ouder mensen mee die op hun leven terugblikken en die vol teleurstelling en verbittering al hun gemiste kansen opsommen. Vandaag, met de kennis van nu, zouden ze alles natuurlijk heel anders doen.
Dat is wat Jezus wil bereiken met deze gelijkenis dat we ervan leren om niet in de situatie terecht te komen van de meisjes die later moeten betreuren dat alles verloren is en die dan pas beseffen dat je op het juiste moment het juiste moet doen.
Jongelui wordt vandaag de dag geleerd dat ze in het leven voorzorgsmaatregelen moeten treffen. Zestienjarigen moeten er al over nadenken hoe ze er op hun vijfenzestigste voor (126) staan. Tot die tijd moeten zij hun best doen om hun ouderdagsvoorziening te verdienen. Niemand kan vertellen of die oude dag, die veilig gesteld moet worden, er ooit zal komen. Het zou echter beter zijn om bewust te leven en je leven niet te verspillen: waakzaam zijn, zoals Jezus zegt, met een ‘reserveflesje’ voor onderweg!
Een joodse rabbi kreeg van zijn leerlingen eens de vraag of het echt zo was wat hij onderwees, dat je van elle dingen iets kunt leren over God. Om hun rabbi in verlegenheid te brengen vroegenze: ‘Dat geldt toch zeker alleen voor de dingen die God zelf gemaakt heeft en niet voor de dingen die mensen hebben gemaakt?’ ‘Nee’, antwoordde de rabbi, ‘dat geldt voor alle dingen’. ‘En wat leert u dan van de spoorweg over God?” vroegen de leerlingen. ‘Wel’, zei de rabbi, ‘van de spoorweg leer ik dat je in één minuut overal te laat voor kunt zijn.’
Zo is het inderdaad: de trein rijdt op een gegeven moment weg en het leven is geen wachtruimte. Wij zijn de mensen die nu bestaan en de manier waarop wij ons gedragen, toont, wat wij voor mensen zijn. Het gaat niet om morgen of overmorgen. Het gaat om wat wij NU doen. De vader van het existentialisme, Soren Kierkegaard, noemde dat de enige werkelijk religieuze categorie: het ogenblik, de ontmoetingszone tussen tijd en eeuwigheid.”
Denk eens aan de volgende vragen:
* Welke stap in jouw leven stel je uit, terwijl je weet dat die je roeping raakt?
* Wat zou je doen als je je talenten volledig serieus zou nemen?
* Welke keuze wacht al te lang op jouw moed?
LEES OOK: De gelijkenis van de zaaier
