Waar je werkelijk gezien wordt
De rangorde
Begin oktober verscheen Vriendschap van socioloog Beate Völker, met als ondertitel: alles over de belangrijkste relatie in ons leven. In het Nederlands Dagblad zegt ze het nog scherper. (https://www.nd.nl/nieuws/nederland/1335497/vriendschap-is-voor-de-samenleving-belangrijker-dan-het-huwel) Voor de samenleving is vriendschap belangrijker dan het huwelijk, omdat een huwelijk ‘veel minder zicht biedt op andere perspectieven’. In een vriendschap krijg je volgens haar ‘liefdevol een andere wereld te zien’.
Veel van wat ze over vriendschap zegt, deel ik. Vrienden houden je overeind. Met een vriend naast je lijkt de helling minder steil. En diepgang ontstaat pas waar lief en leed gedeeld worden. Waar ik haar niet volg, is de rangorde.
Achter die rangorde ligt een vraag die het interview niet stelt: waar verandert een mens eigenlijk? Ik bedoel de plek waar de patronen loslaten die hij als kind heeft aangelegd om te overleven. Gesteund worden, geïnspireerd raken, verrijkt worden, dat kan op veel plekken. Wie naar die ene plek vraagt, komt bij een ander antwoord uit.
Het oude kind wordt alleen thuis wakker
Wat een kind tekortkwam, of wat het kreeg terwijl het iets anders nodig had, verdwijnt niet als het volwassen wordt. Het zakt weg in het lichaam en het zenuwstelsel, als een verwachting: zo gaat liefde, zo veilig is nabijheid, zoveel mag ik vragen. Die verwachting ligt grotendeels stil zolang niemand dichtbij genoeg komt.
Hechtingsonderzoek laat zien dat bij volwassenen de partner de plek inneemt die in de kindertijd de ouder had. Het lichaam zoekt bij die persoon rust als er gevaar dreigt. Het alarmsysteem reageert op diens afwezigheid, en diens nabijheid dempt de stresshormonen. Vrienden kunnen veel betekenen, maar die plek nemen ze zelden in. Een vriend die drie weken niet belt, ontregelt je zenuwstelsel minder dan een partner die zich drie dagen terugtrekt.
Daarom wordt in de liefdesrelatie het oude kind wakker. De blik van je partner raakt de plek waar je moeder je niet zag, zijn stilte de vader die er niet was. Dat voelt als een probleem van de relatie. Vaak is het de eerste keer sinds je jeugd dat die oude wond weer bereikbaar is.
In De fik erin beschrijf ik hoe vaak mensen, zonder het te weten, met hun vader of moeder trouwen. Het hart zoekt daarin onbewust precies de plek waar het ooit is vastgelopen. Een vriendschap bereikt die laag zelden. Dat maakt haar lichter en vaak aangenamer, en minder geschikt voor het werk dat in die laag gedaan moet worden.
Wie weg kan, hoeft niet te veranderen
Völker noemt vriendschap een dwarsloper. Er zijn geen regels, geen briefje aan het begin en geen briefje aan het eind, en met ieder mens bepaal je opnieuw hoe je het invult. Zij ziet daarin de vrijheid van vriendschap. Ik zie er ook de uitgang in.
Als een vriendin iets doet waar je van baalt, kun je haar een tijdje ontlopen. De irritatie ebt weg, de volgende keer is er niets aan de hand, en je weet welk onderwerp je voortaan laat liggen. Zo houden veel vriendschappen het jaren vol: door het schurende punt met wederzijds goedvinden te omzeilen. Een vriend houdt wijselijk zijn mond. Een partner, met wie je bed, keuken en rekening deelt, kan dat niet volhouden. Wat je niet uitspreekt, komt er toch uit, meestal als verwijt.
In hetzelfde interview zegt Völker iets wat ik volledig onderschrijf: je leert nooit door bevestiging, leren is oncomfortabel. Over AI zegt ze dat het geen vriendschap kan zijn, omdat je het altijd kunt uitzetten. Dat argument reikt verder dan ze bedoelt. Elke relatie die je zonder gevolgen kunt verlaten, heeft iets van die uitknop.
Het briefje waar ze lichtjes om lacht, de belofte voor de wet, de families en voor God, sluit de uitgang af. Pas als weglopen geen optie meer is, moet je naar binnen. Daar gebeurt het oncomfortabele leren waar zij zelf om vraagt.
De andere wereld ligt naast je
Völker zoekt het andere perspectief in diversiteit: een jongere collega, iemand uit een ander milieu, de caissière met wie je ineens een vonk van herkenning voelt. Ze geeft eerlijk toe dat haar eigen kring vooral op haar lijkt, en haar voorbeelden laten zien hoe vanzelf dat gaat: drie boekenclubs met vriendinnen. Dat mensen bevriend raken met wie op hen lijkt, is een van de stevigste bevindingen uit de netwerksociologie, haar eigen vakgebied.
Het grootste verschil tussen twee mensen loopt dwars door milieus en leeftijden heen: dat tussen man en vrouw. Het zit in het lichaam voordat het in de cultuur zit. Testosteron en oxytocine sturen een ander antwoord op stress. De een trekt zich terug om op te lossen, de ander zoekt verbinding om te kunnen voelen. Het brein slaat herinneringen anders op en reageert anders op ruzie. En de ontwikkelingsweg loopt in tegengestelde richting: de vrouw gaat in de eerste levenshelft naar binnen, de man naar buiten, en in de tweede helft keren die bewegingen om.
Wie met iemand van het andere geslacht een leven deelt, leeft dag in dag uit met een wereld die anders werkt dan de eigen. Onze cultuur behandelt dat verschil vaak als bron van misverstand, iets om met gelijkheid weg te praten. Ik zie het als de krachtbron van een relatie. Omdat man en vrouw zo verschillend zijn, halen ze het beste in elkaar naar boven. Ze leggen ook het slechtste bloot, en op den duur blijkt dat hetzelfde werk.
Genesis gebruikt er twee woorden voor: ezer kenegdo, een hulp als zijn tegenover. De rabbijnen lazen in die twee woorden een keuze. Is de man het waard, dan is zij een hulp; is hij het niet waard, dan staat zij tegen hem. Hulp en weerstand komen uit dezelfde persoon. Een vriend die je vooral steunt, biedt de helft daarvan.
Een netwerk is nog geen systeem
Onder Völkers betoog ligt een mensbeeld dat ze niet uitspreekt: het zelfstandige individu als vertrekpunt. Bijna veertig procent van de huishoudens bestaat uit één persoon, mensen leven een periode zonder partner, en vrienden zijn er altijd. Vriendschap verschijnt als het vangnet van de autonome mens.
Dat past bij de fase waarin onze cultuur zit. Na eeuwen van ongelijkwaardige afhankelijkheid zijn man en vrouw gelijkwaardig en onafhankelijk geworden. Dat was nodig, en het heeft een prijs. Wie de ander niet meer nodig heeft, vertrekt makkelijker. De opgave van nu is een derde vorm: gelijkwaardig en toch afhankelijk. Erkennen dat je zonder de ander minder ver komt, en je lot vanuit volwassenheid in iemands handen leggen. Vriendschap vraagt die overgave niet en laat de autonomie intact. Daarom past ze zo goed bij deze tijd, en daarom beantwoordt ze de vraag van deze tijd niet.
Een huwelijk is ook meer dan twee mensen met een band. Het is een systeem met eigen wetten. Beide partners brengen een familie mee, met loyaliteiten, geheimen en onafgemaakte geschiedenis. Ieder heeft een plek die ingenomen moet worden, geven en nemen moeten in balans blijven, en wat er was moet erkend worden voordat het nieuwe kan staan. Uit dat systeem komt het volgende voort: kinderen, die later aan hun eigen keukentafel naspelen wat ze aan de tafel van hun ouders zagen.
Völker verlangt naar solidariteit, naar mensen die bij elkaar blijven terwijl ze het oneens zijn. Dat leren mensen in eerste instantie aan de tafel waar ze niet van kunnen opstaan. Wie in een relatie gegroeid is, weet wie hij is en wat hij te bieden heeft, en kan zijn plek innemen. Zo iemand gaat iets betekenen voor zijn omgeving, zonder dat dat zijn doel is. Vriendschappen bloeien op die bodem. Aangelegd wordt die bodem ergens anders.
Het eerste teken was een bruiloft
Op de vraag wat het voorbeeld van Jezus haar zegt, wijst Völker op de leerlingen die hij vrienden noemde. Dat staat er, in Johannes 15. Hetzelfde evangelie laat zijn openbare optreden beginnen op een bruiloft in Kana, waar water wijn wordt. Johannes noemt het ‘het begin van de tekenen’, en hij situeert het ‘op de derde dag’. In het scheppingsverhaal is dat de enige dag waarop God twee keer zegt dat het goed is. Daarom trouwen vrome joden van oudsher op dinsdag.
De Schrift kent ook de grote vriendschap. David zegt over Jonatan dat diens liefde voor hem wonderlijker was dan de liefde van vrouwen. Toch kiest ze voor het verbond tussen God en mens telkens het beeld van het huwelijk. De profeten spreken van een bruidegom die zich verheugt over zijn bruid, en van ontrouw als overspel. De Bijbel opent met een man en een vrouw in een tuin en sluit met de bruiloft van het Lam. Over het Hooglied zei rabbi Akiva dat alle geschriften heilig zijn, maar dit lied het heilige der heiligen.
Wat boven is, wordt beneden ingeoefend. In de liefde tussen man en vrouw oefent een mens de vereniging die de mystiek het Heilige Huwelijk noemt: van lichaam tot lichaam, van hart tot hart, van ziel tot ziel. Een oude spreuk uit het Thomasevangelie spreekt van het moment waarop het binnenste als het buitenste wordt, en het mannelijke en het vrouwelijke tot één. Vriendschap kent de vertrouwelijkheid en de trouw. De vereniging van wat tegenover elkaar staat, kent ze niet. Daar wordt water wijn.
Waarom juist nu
Misschien is de interessantste vraag waarom vriendschap juist nu tot belangrijkste relatie wordt uitgeroepen. Ze vraagt minder overgave dan een huwelijk, raakt de oude wond minder diep, en laat de uitgang open en de autonomie heel. Dat maakt haar kostbaar in een tijd waarin veel huwelijken stranden en veel mensen alleen wonen. Het maakt haar ook verdacht aantrekkelijk voor een cultuur die het moeilijk vindt om afhankelijk te zijn.
Vriendschap verdient alle aandacht die Völker haar geeft. Wie in een donkere periode een vriend had die bleef, weet wat die waard is. Mijn bezwaar gaat over de plek die ze krijgt. De liefdesrelatie is de relatie die het meest pijn doet, het vaakst mislukt en het minst vanzelf gaat. Dat zegt iets over wat ze van ons vraagt, en niets over wat ze waard is. Of we bereid zijn die moeite nog op te brengen, kan geen boek voor ons beslissen.
