Wanneer slimme argumenten vermijding maskeren
De valkuil van rationele overtuigingskracht bij hoogbegaafden
Hoogbegaafden staan vaak bekend om hun scherpe denken, hun analytisch vermogen en hun indrukwekkende redeneerkracht. Ze kunnen zich helder, genuanceerd en overtuigend uitdrukken — vaak al op jonge leeftijd. Voor hun omgeving is dat een opvallende kwaliteit: deze mensen lijken altijd wel een antwoord paraat te hebben, een overweging die nog niemand had gezien, of een argument dat elke tegenwerping moeiteloos wegvaagt.
Maar wat gebeurt er als die indrukwekkende overtuigingskracht niet in dienst staat van groei, maar van vermijding? Als argumenten geen brug zijn naar ontwikkeling, maar een muur om iets op afstand te houden?
In mijn praktijk zie ik keer op keer hoe hoogbegaafden — jongeren én volwassenen — hun intellectuele vermogens gebruiken om een realiteit te vermijden die op een dieper niveau ongemakkelijk of bedreigend voelt. Ze formuleren haarscherpe redeneringen waarom iets ‘niet nodig is’, ‘niet logisch is’, of ‘toch geen zin heeft’. De buitenwereld is vaak onder de indruk van deze argumenten, maar wie dieper kijkt, voelt dat er iets schuurt: de redenering is inhoudelijk kloppend, maar innerlijk niet zuiver.
Wat hier speelt, is een veelvoorkomend maar nauwelijks benoemd mechanisme: rationele overtuigingskracht als beschermingsstrategie. Het is een patroon dat ik in de loop van ruim twee decennia in mijn praktijk steeds scherper ben gaan herkennen. Wat aan de oppervlakte lijkt op een weloverwogen beslissing, blijkt vaak een vorm van zelfbescherming tegen faalervaringen, overweldiging, onzekerheid of emotionele kwetsbaarheid.
In dit artikel wil ik dit mechanisme uitdiepen: hoe ziet het eruit, waar komt het vandaan, en vooral — hoe kun je het als begeleider, ouder of betrokkene herkennen en liefdevol doorprikken? Je hoeft geen psycholoog te zijn om het verschil te leren zien tussen een ‘kloppend argument’ en een ‘beschermingsverhaal’. Maar het vraagt wel om een luisterhouding voorbij de logica — een luisteren met je voelsprieten.
Wat zijn embodio’s?
In de zoektocht naar beter begrip van hoogbegaafdheid worden we regelmatig geconfronteerd met misvattingen: dat het alleen gaat om intelligentie, dat hoogbegaafden alles moeiteloos aankunnen, dat ze vanzelf hun weg wel vinden. Wie echter met hoogbegaafden werkt of leeft, weet dat onder die cognitieve kracht vaak een complexe binnenwereld schuilgaat — een wereld waar gevoeligheid, intensiteit, twijfel en kwetsbaarheid elkaar voortdurend afwisselen.
In die innerlijke dynamiek ontstaan patronen die iemand kunnen belemmeren in zijn of haar groei. In het boek “Meer dan intelligent” benoemen Tessa Kieboom en Kathleen Venderickx deze patronen als embodio’s — een term die verwijst naar innerlijke obstakels die iemand tegenhouden om zijn potentieel daadwerkelijk in de wereld te brengen.
Een embodio is geen tekort of defect, maar eerder een mentaal-emotionele valkuil die ontstaat op het snijvlak van denken, voelen en handelen. Ze komen voort uit een intens samengaan van cognitieve overcapaciteit en een vaak diep doorvoelde innerlijke beleving van de wereld. Daarin spelen onder andere perfectionisme, faalangst, een sterk rechtvaardigheidsgevoel, hoogsensitiviteit, en behoefte aan autonomie een grote rol. Deze eigenschappen zijn op zichzelf geen probleem, maar kunnen onder bepaalde omstandigheden omslaan in patronen die belemmerend werken.
Enkele veelvoorkomende embodio’s zijn bijvoorbeeld:
– De drang om alles perfect te doen, waardoor iemand vastloopt in uitstelgedrag of niets durft te beginnen.
– Een diepgevoelde verantwoordelijkheid, die leidt tot overbelasting of moeite met delegeren.
– Een sterk rechtvaardigheidsgevoel dat kan omslaan in conflict met autoriteit of regels.
– Het idee “het moet in één keer goed”, waardoor iemand geen leerproces toelaat.
De specifieke embodio die we hier belichten
In dit artikel zoom ik in op een bijzonder subtiele, maar krachtige embodio: het inzetten van rationele overtuigingskracht als beschermingsmechanisme.
Deze valkuil is moeilijk te herkennen, juist omdat hij er zo slim uitziet. De hoogbegaafde persoon brengt een logisch, goed onderbouwd en overtuigend betoog, waarin hij of zij haarfijn uitlegt waarom iets niet nodig is, niet haalbaar is, of geen zin heeft. Voor de buitenwereld lijkt dit op een doordachte afweging — maar in werkelijkheid is het vaak een manier om kwetsbaarheid, onzekerheid of mogelijke afwijzing uit de weg te gaan.
Dit is een embodio die zich vermomt als intellectuele helderheid, maar die in de kern voortkomt uit angst. Angst om te falen, om niet te voldoen, om de controle te verliezen. Het is een geraffineerde strategie van het brein, waarmee iemand zichzelf overtuigt — en de ander — dat stilstaan de juiste keuze is.
De valkuil van de overtuigende rationalisatie
Hoogbegaafde mensen beschikken over een uitzonderlijk vermogen om snel verbanden te leggen, abstract te denken, redeneringen op te bouwen en complexe systemen te doorgronden. Dat cognitieve talent vormt vaak een krachtig hulpmiddel in het begrijpen en beïnvloeden van de wereld om hen heen. Maar wat als datzelfde vermogen — bedoeld om helderheid te scheppen — gebruikt wordt om iets níet onder ogen te zien?
In mijn praktijk kom ik vaak mensen tegen die zichzelf (en hun omgeving) met grote overtuiging uitleggen waarom ze iets niet gaan doen, niet hoeven proberen, of waarom een bepaalde stap ‘niet logisch’ of ‘zinloos’ is. Hun argumentatie is inhoudelijk scherp, doordacht en consistent. Ze spreken met overtuiging, brengen nuance aan, en weten potentiële tegenargumenten al op voorhand te neutraliseren. Het klinkt als een weloverwogen keuze. En toch… wringt er iets.
Wie beter kijkt, voelt dat de redenering niet in contact staat met de onderstroom. Dat er geen vrijheid in het verhaal zit, maar een onuitgesproken kramp. Achter de logica blijkt vaak iets anders te schuilen: vermijding. Angst om te falen. Angst om zichzelf bloot te geven. Angst om niet te voldoen aan het (zelfopgelegde) ideaal.
Het slimme masker van vermijding
Deze vorm van rationalisatie is verraderlijk, juist omdat ze zo overtuigend klinkt — niet alleen voor de omgeving, maar ook voor de persoon zelf.
Dat maakt het een diepgaande valkuil:
– Het is geen leugen. De argumenten zijn oprecht doordacht, soms briljant.
– Het is geen spel. Er is geen bewuste manipulatie of misleiding.
– Het is geen gemakzucht. Integendeel: het is vaak een reactie op diepe interne druk.
Wat hier gebeurt, is dat het cognitieve vermogen wordt ingezet als beschermingsmechanisme. Door het probleem te analyseren, herstructureren of onderbouwen, hoeft de persoon niet te voelen wat het werkelijk met hem of haar doet. Niet zelden ligt er onder de redenering een ervaring van machteloosheid, van kwetsbaarheid, van het niet weten — en dat zijn gevoelens die voor hoogbegaafden, met hun sterke behoefte aan grip en coherentie, vaak bijzonder moeilijk te verdragen zijn.
Oprecht en toch belemmerend
Wat deze valkuil zo complex maakt, is dat de persoon zelf vaak ten diepste gelooft in zijn of haar redenering. Er is geen bewuste strategie aan het werk — het denken is de realiteit geworden. In dat opzicht is de overtuigende rationalisatie geen leugen, maar een overlevingsverhaal.
En juist dát maakt het lastig om te begeleiden. Want wie zich beperkt voelt, wil geholpen worden. Maar wie oprecht gelooft dat er geen probleem is — omdat het immers “rationeel gezien nergens op slaat om het te proberen” — laat zich moeilijker bereiken.
Enkele voorbeelden uit de praktijk
* Een jongere die zegt:
“Waarom zou ik naar die workshop gaan? Ik weet al wat ze daar gaan zeggen, en bovendien werkt dat soort dingen voor mij toch niet.”
-> Onderliggend: angst om zich te laten zien in een nieuwe groep, of angst om wéér niet begrepen te worden.
* Een volwassene die stelt:
“Ik ga geen promotie ambiëren. In dit bedrijf verandert toch niets, en ik ga me niet verkopen voor iets dat inhoudelijk niet klopt.”
-> Onderliggend: faalangst, impostergevoelens, of een diepgewortelde onzekerheid over het eigen kunnen.
* Een student die zegt:
“Het is logischer om nu nog niet aan mijn scriptie te beginnen. Eerst moet ik meer inzicht hebben, anders doe ik maar wat.”
-> Onderliggend: verlamming door perfectionisme, angst om niet aan het eigen hoge beeld te voldoen.
In alle gevallen is het argument inhoudelijk verdedigbaar, maar emotioneel verdedigend.
Psychologische onderbouwing
Om de valkuil van overtuigende rationalisatie bij hoogbegaafden goed te begrijpen, is het belangrijk om niet alleen te kijken wat iemand zegt, maar waarom iemand het zegt — en welke onderliggende mechanismen daarbij een rol spelen. Achter de ogenschijnlijk logische redenering schuilt vaak een innerlijke worsteling waarin verschillende psychologische processen samenkomen. Deze processen zijn niet uniek voor hoogbegaafden, maar nemen bij hen vaak een bijzondere vorm aan door hun verhoogde intensiteit, denkcapaciteit en gevoeligheid.
* Cognitieve dissonantie: het ongemak van innerlijke tegenstrijdigheid
Een bekend psychologisch mechanisme dat hier meespeelt is cognitieve dissonantie: het ongemak dat ontstaat wanneer iemand twee tegenstrijdige overtuigingen of gevoelens tegelijk ervaart.
Bijvoorbeeld:
– “Ik wil mezelf ontwikkelen.”
– én tegelijkertijd: “Ik durf niet te falen.”
Dat innerlijk conflict zorgt voor psychische spanning, die ons brein automatisch probeert te verminderen. En hoe doet het dat? Door het verhaal zó te herstructureren dat het lijkt alsof er geen conflict is.
Bij hoogbegaafden gebeurt dit vaak via briljante redeneringen. Ze creëren cognitieve verklaringen die het ongemak maskeren. Wat voelt als angst of onzekerheid, wordt vertaald naar: “Het is gewoon niet logisch om dit nu te doen.”
Zo wordt de spanning weggeredeneerd — zonder dat het onderliggende probleem wordt aangepakt.
* Executieve functies en emotieregulatie
Een ander belangrijk aspect is de rol van executieve functies — de mentale processen die ons helpen plannen, gedrag reguleren, impulsen beheersen en emoties managen. Veel hoogbegaafden zijn sterk in de cognitieve componenten van deze functies, zoals abstract denken en analyseren, maar lopen vast op het stuk emotieregulatie.
Juist omdat ze zó goed kunnen denken, wordt het voelen soms als chaotisch, ongrijpbaar of zelfs bedreigend ervaren. Wanneer emoties te intens of overweldigend zijn, schakelt het systeem over op wat wél beheersbaar lijkt: het denken.
Het resultaat: gevoelens worden geïnternaliseerd, geanalyseerd of genegeerd — en uiteindelijk omgevormd tot redeneringen die het gevoel ‘wegverklaren’. Daarmee lijken ze controle te houden, maar in feite missen ze verbinding met hun werkelijke innerlijke ervaring.
* Perfectionisme en faalangst als onderliggende dynamieken
Veel hoogbegaafden kampen met een vorm van perfectionisme die nauwelijks zichtbaar is aan de oppervlakte. Het is geen perfectionisme dat zich uit in alles netjes willen doen, maar in de overtuiging: “Als ik het niet perfect kan, begin ik er liever niet aan.”
Hier ligt vaak een diepe, existentiële faalangst onder — niet de angst om een onvoldoende te halen, maar de angst om door de mand te vallen, om niet te voldoen aan het beeld dat anderen (of zijzelf) van hen hebben.
De overtuigende rationalisatie biedt dan een veilige uitweg. Als je kunt uitleggen waarom het project, de opleiding of de sociale situatie ’toch niet bij je past’ of ‘inhoudelijk onvoldoende kwaliteit heeft’, dan hoef je het risico van falen niet te nemen.
En omdat deze redeneringen vaak inhoudelijk sterk zijn, blijft de faalangst onzichtbaar — voor de omgeving, en voor henzelf.
* Dabrowski’s overexcitabilities: het emotioneel-cognitieve spanningsveld
De Poolse psychiater Kazimierz Dabrowski beschreef vijf gebieden van verhoogde prikkelbaarheid (overexcitabilities) bij hoogbegaafden: intellectueel, emotioneel, imaginatief, psychomotorisch en zintuiglijk. In dit kader zijn vooral de intellectuele en emotionele overexcitability relevant.
Bij deze mensen zijn zowel het denken als het voelen bijzonder intens — en juist die combinatie kan tot een intern spanningsveld leiden. Ze denken over wat ze voelen, en ze voelen wat ze denken. Als dat niet in balans is, kan het denken overnemen om de emotionele chaos te dempen. Zo ontstaat een overmatige focus op logica, analyse en ratio, terwijl het gevoel genegeerd of onderdrukt wordt.
De overtuigende rationalisatie is dan een vorm van zelfregulatie — een manier om grip te houden op innerlijke turbulentie. Maar het is een strategie die op de lange termijn groei belemmert, omdat de echte emotionele processen niet worden doorleefd.
Voorbeelden uit de praktijk
Casus 1: “Ik weet al wat ze daar gaan vertellen”
Situatie:
Lotte, 16 jaar, is een hoogbegaafde leerling die op school regelmatig afhaakt. Ze krijgt de kans om deel te nemen aan een plusprogramma waar ze in kleine groepen aan uitdagende projecten kan werken. Maar ze weigert. Haar argument:
“Ik heb die programma’s al vaker gezien. Ze zijn altijd oppervlakkig. Bovendien kan ik die dingen zelf ook wel opzoeken als ik ze echt nodig heb. Het voegt voor mij niets toe.”
Analyse:
-> Cognitieve dissonantie:
Er speelt een innerlijke tegenstrijdigheid:
– “Ik wil uitgedaagd worden, ik verveel me op school.”
– “Maar ik ben bang dat ik daar ga falen, of dat ik me opnieuw onbegrepen ga voelen.”
Om deze spanning te vermijden, herschrijft haar brein het verhaal: “Het programma is niet goed genoeg voor mij.” Zo verdwijnt de dreiging van afwijzing.
-> Executieve functies en emotieregulatie:
Lotte’s emotieregulatie is kwetsbaar. De sociale onzekerheid van een onbekende groep, het idee zich te moeten bewijzen, en de kans op nieuwe frustratie activeren stress. Ze weet niet goed hoe ze daarmee om moet gaan en schakelt terug naar analyse en controle: evalueren in plaats van ervaren.
-> Perfectionisme en faalangst:
Lotte voelt onbewust de druk om te presteren en het ‘waar te maken’ als ze meedoet. De lat ligt hoog — niet alleen cognitief, maar ook sociaal. Door het programma bij voorbaat te diskwalificeren, hoeft ze niet te riskeren dat ze niet aan haar eigen (onuitgesproken) standaard voldoet.
Casus 2: “Ik wacht tot het moment klopt”
Situatie:
Thomas, 29 jaar, is afgestudeerd met hoge cijfers, maar werkt nu al jaren onder zijn niveau. Hij overweegt om voor zichzelf te beginnen, maar komt telkens met goed onderbouwde redenen waarom “nu” niet het juiste moment is.
“De markt is op dit moment te instabiel. Eerst wil ik meer ervaring opdoen. En ik moet ook nog mijn businessmodel optimaliseren. Het heeft geen zin om iets halfbakken op te starten.”
Analyse:
-> Cognitieve dissonantie:
– “Ik wil meer vrijheid en betekenisvol werk.”
– “Maar ik ben bang dat ik zal mislukken, en dat ik dan bewijs dat ik het toch niet kan.”
Het ongemak tussen verlangen en angst wordt opgelost door het project rationeel vooruit te schuiven. Zo behoudt Thomas de illusie van controle, zonder de stap écht te hoeven zetten.
-> Executieve functies en emotieregulatie:
Thomas excelleert in plannen en analyseren, maar heeft moeite met starten en volhouden als emoties opspelen. Het onbekende, de risico’s en de sociale zichtbaarheid maken hem onrustig. Die emotionele onrust wordt onderdrukt en geherformuleerd als rationele ‘overweging’.
-> Perfectionisme en faalangst:
Zijn behoefte aan een ‘perfecte’ start blokkeert iedere beweging. De angst om niet aan zijn eigen ideaalbeeld te voldoen — als professional én als ondernemer — maakt dat hij het risico structureel uitstelt. Achter het perfectionisme schuilt een diepe kwetsbaarheid.
Casus 3: “Ik ben daar gewoon het type niet voor”
Situatie:
Jade, 42 jaar, werkt in het onderwijs en krijgt de kans om door te groeien naar een leidinggevende functie. Ze twijfelt, maar zegt uiteindelijk nee. Haar verklaring:
“Ik ben niet het type dat met beleidsstukken bezig wil zijn. Ik werk liever inhoudelijk. Dat managementgedoe past gewoon niet bij mij.”
Analyse:
-> Cognitieve dissonantie:
– “Ik wil invloed uitoefenen en mijn visie inbrengen.”
– “Maar ik ben bang dat ik tekortschiet als leider, of dat ik mezelf verlies in conflicten en politieke spelletjes.”
Door zichzelf te framen als ‘inhoudelijk type’, wordt het risico vermeden — en tegelijkertijd de behoefte aan erkenning en impact geneutraliseerd.
-> Executieve functies en emotieregulatie:
Jade voelt spanning bij het idee van verantwoordelijkheid, zichtbaarheid en politieke complexiteit. De spanning wordt cognitief gekanaliseerd naar een definitief besluit dat rust brengt: “Het is gewoon niets voor mij.” Maar dat besluit is mogelijk meer zelfbescherming dan waarheid.
-> Perfectionisme en faalangst:
De lat voor zichzelf ligt zodanig hoog, dat alleen een ‘perfecte leider’ de rol zou mogen vervullen. Omdat ze zichzelf (nog) niet aan dat beeld kan toetsen, kiest ze ervoor het hele speelveld te verlaten. Het voelt veiliger om niet te beginnen dan om mogelijk te mislukken.
Deze voorbeelden illustreren hoe overtuigende rationalisaties functioneren als zelfbeschermende mechanismen. De argumenten zijn stuk voor stuk rationeel verdedigbaar, maar ze maskeren een emotionele werkelijkheid die vaak te pijnlijk, te verwarrend of te spannend is om rechtstreeks onder ogen te zien.
Herkenning en begeleiding
De valkuil van overtuigende rationalisatie is, zoals eerder beschreven, verraderlijk subtiel. Juist omdat de redenering zó logisch klinkt — vaak zelfs briljant is opgebouwd — wordt de onderliggende vermijding zelden opgemerkt. De omgeving is geneigd om het argument op inhoud te beoordelen, en vergeet te luisteren naar de emotionele lading onder de woorden.
Toch zijn er signalen waaraan je deze dynamiek kunt herkennen. En er zijn manieren om — zonder in strijd te gaan — de ander zachtjes uit te nodigen tot reflectie, inzicht en beweging.
1. Herkennen: luisteren achter de woorden
De eerste stap is het ontwikkelen van een innerlijke alertheid op wat je voelt tijdens het gesprek, niet alleen op wat je hoort.
Let bijvoorbeeld op:
– Argumenten die inhoudelijk kloppen, maar toch iets doods of afgesloten hebben.
– Een patroon van uitstel, afwijzing of terugtrekking dat telkens goed wordt onderbouwd.
– Een afwezigheid van nieuwsgierigheid of speelsheid: alles is al ‘begrepen’.
– Een opvallende behoefte aan controle, consistentie of veiligheid in de redenering.
Durf jezelf tijdens een gesprek de vraag te stellen:
“Klinkt dit logisch, of voelt dit ook vrij?”
Logica zonder innerlijke ruimte is vaak een teken van vermijding.
2. Begeleiden: het gesprek openbreken
Wanneer je het vermoeden hebt dat een overtuigende rationalisatie een beschermingsmechanisme is, is het belangrijk om niet frontaal in discussie te gaan. Hoogbegaafden zullen een inhoudelijke aanval vaak als onbegrip ervaren — en de muur van logica alleen maar hoger optrekken.
Wat wél werkt, is nieuwsgierigheid met respect voor de intelligentie van de ander. Stel open vragen die ruimte maken voor de binnenwereld achter de redenering.
Voorbeelden van interventies:
– “Wat maakt dat dit je zo bezighoudt?”
– “Wat gebeurt er vanbinnen als je denkt aan het idee om het tóch te doen?”
– “Wat zou er gebeuren als het níét lukt — wat zegt dat dan over jou?”
– “Is dit iets wat je echt niet wilt, of iets wat je spannend vindt?”
– “Als je dit hardop zegt, voelt het dan als een besluit of als een bescherming?”
Let op: de toon is hierbij cruciaal. Geen ‘doorprikken’ of ‘ontmaskeren’, maar uitnodigen tot zelfonderzoek.
3. Psycho-educatie: het patroon benoemen zonder oordeel
Zodra er ruimte ontstaat, kun je de volgende stap zetten: het patroon zichtbaar maken. Niet als verwijt, maar als uitnodiging tot herkenning. Voor veel hoogbegaafden is het verhelderend om te leren dat hun denken niet alleen een kracht is, maar soms ook een beschermingsmechanisme dat hun gevoel overrulet.
Voorbeelden van hoe je dit kunt verwoorden:
– “Soms zijn we zó goed in nadenken, dat we onszelf kunnen overtuigen van iets waar we eigenlijk bang voor zijn.”
– “Je redenatie is sterk, en toch vraag ik me af: zou er ook iets van vermijding onder kunnen zitten?”
– “Je denkt jezelf uit het risico — dat is begrijpelijk, maar ook zonde van je potentieel.”
Psycho-educatie helpt mensen om zichzelf te leren observeren in plaats van te identificeren met hun redeneringen. Je biedt taal en perspectief om te gaan zien: “Aha, ik doe dit vaker als ik spanning voel.”
4. Bemoediging en kleine bewegingen
Als de onderliggende vermijding eenmaal erkend is, betekent dat nog niet dat iemand zomaar durft te bewegen. Wat dan helpt, is het normaliseren van onzekerheid, het verkleinen van de stap, en het stimuleren van veilig experimenteren.
“Hoe zou het zijn om het gewoon eens te proberen, zonder dat het meteen perfect hoeft?”
“Wat als we afspreken dat het oké is als het tegenvalt, maar dat je het wel onderzoekt?”
Hoogbegaafden hebben vaak geleerd dat ze het ‘moeten kunnen’. Help ze om te ontdekken dat proberen, falen en leren óók tekenen van intelligentie zijn — misschien wel de belangrijkste.
Tot slot: deze vorm van begeleiding vraagt om geduld, sensitiviteit en vertrouwen, maar ook om duidelijkheid. De ander moet voelen dat jij niet tegenover hem staat, maar naast hem. Dat je niet komt om iets af te nemen, maar om ruimte te maken. Voor beweging. Voor groei. Voor het loslaten van het perfecte verhaal, zodat de echte ervaring een kans krijgt.
Afsluiting
Hoogbegaafdheid wordt vaak geassocieerd met helder denken, snelle analyse en indrukwekkende argumentatie. Maar zoals we in dit artikel hebben gezien, kunnen diezelfde cognitieve vermogens ook een valkuil vormen. Wanneer denken wordt ingezet als bescherming tegen voelen — en logica de plek inneemt van lef en kwetsbaarheid — ontstaat er een subtiele maar krachtige vorm van zelfbeperking.
De valkuil van overtuigende rationalisatie is geen opzettelijke misleiding, maar een vaak onbewust overlevingsmechanisme. Wat aan de oppervlakte klinkt als een weloverwogen besluit, blijkt onderhuids vaak ingegeven door faalangst, perfectionisme of emotionele overbelasting. Juist bij hoogbegaafden, met hun intense binnenwereld en sterke behoefte aan controle, is deze dynamiek hardnekkig en moeilijk zichtbaar — voor henzelf én voor hun omgeving.
Voor begeleiders, coaches, leerkrachten en ouders vraagt dit om een verschuiving van focus: niet alleen luisteren naar wat er gezegd wordt, maar ook aandacht hebben voor waarom iets wordt gezegd. Achter elk sterk argument kan een kwetsbare vraag schuilgaan. En pas als die vraag wordt gezien, ontstaat er ruimte voor échte beweging.
Oproep tot verdieping
Dit specifieke patroon — het inzetten van rationele overtuigingskracht als beschermingsstrategie — verdient meer aandacht binnen de wereld van begeleiding en onderwijs. Het vraagt om verdieping in de psychologische kant van hoogbegaafdheid, maar ook om een verfijning van onze gespreksvaardigheden: leren luisteren voorbij de woorden, en werken met wat niet direct gezegd wordt.
Laten we deze embodio niet onderschatten. Juist omdat hij zich vermomt als kracht, is hij zo lastig te herkennen — en zo belangrijk om serieus te nemen. Want als we erin slagen om voorbij de logica te luisteren, kunnen we hoogbegaafden helpen om niet alleen briljant te denken, maar ook voluit te leven.