Werk dat op een uitje lijkt
Een zeilweekend in mei
Elk jaar in mei gaat Arjen een lang weekend zeilen op het IJsselmeer. Hij huurt met drie andere ondernemers een platbodem, er gaan twee grote klanten mee en de directeur van de bank waar zijn bedrijf al twintig jaar bankiert. Ze zeilen overdag, eten ’s avonds in Enkhuizen of Stavoren en drinken tot laat aan dek. Op zondagavond komt Arjen thuis, verbrand en moe, en vertelt aan tafel dat de bank akkoord is met de nieuwe kredietlijn en dat een van de klanten volgend jaar het dubbele gaat afnemen.
Zijn vrouw Petra heeft dat weekend de zaak gedraaid, haar moeder naar het ziekenhuis gebracht en met hun dochter gepraat over een ruzie op school. Ze hoort hem vertellen en zegt niets. Later in de keuken zegt ze dat het fijn is dat hij een leuk weekend heeft gehad. Arjen hoort de toon en wordt kwaad. ‘Denk je dat ik daar voor mijn plezier ben?’ Petra zegt dat het er wel zo uitziet op de foto’s.
In veel familiebedrijven speelt die scène zich af, in steeds andere vormen. Het golftoernooi van de brancheorganisatie, de beurs in Milaan met diner na afloop, de jachtpartij, de Rotary op dinsdagavond, het voetbal in de businessclub. Voor de man is het werk. Voor de vrouw lijkt het een uitje. Beiden hebben gelijk, en geen van beiden kan uitleggen waarom.
Onder die botsing ligt meer dan een verschil van inzicht over tijd en geld. Mannen en vrouwen bouwen vertrouwen op een andere manier, en wat voor de een de vorm van het werk is, is voor de ander onherkenbaar als werk.
Schouder aan schouder
Wie onderzoekt hoe vriendschappen tussen mensen ontstaan, ziet al decennia een terugkerend verschil. Vriendschappen tussen vrouwen worden vaak van aangezicht tot aangezicht gebouwd: in gesprek, door elkaar te vertellen wat je bezighoudt en daarin gezien te worden. Vriendschappen tussen mannen worden vaker schouder aan schouder gebouwd: naast elkaar, gericht op iets buiten henzelf. Een wedstrijd, een klus, een tocht. Mannen praten ook, maar het gesprek is een bijproduct van de activiteit. Twee mannen die vier uur samen in een zeilboot hebben gezeten, kunnen na afloop zeggen dat ze elkaar goed hebben leren kennen zonder dat er één persoonlijke vraag is gesteld.
Wat ze dan hebben leren kennen, is iets wat in een gesprek moeilijk zichtbaar wordt. Hoe reageert iemand als het onverwacht gaat waaien? Geeft hij een fout toe of schuift hij de schuld door? Houdt hij zich aan de regels van het spel als niemand kijkt? Hoe verliest hij? In een gezamenlijke activiteit met een beetje druk en een beetje risico wordt het karakter van een man zichtbaar, en dat is precies wat een andere man wil weten voordat hij zaken met hem doet. Een bankdirecteur die een kredietlijn moet verantwoorden, weet na een zeilweekend meer over Arjen dan na drie jaarrekeningen.
Daarom worden de afspraken daar ook zo gemakkelijk gemaakt. Wie dat van buiten ziet, denkt dat er tussen twee holes even een deal wordt gesloten. In werkelijkheid is de deal het sluitstuk van iets wat al eerder is gebeurd: twee mannen hebben elkaar getest, de uitkomst is goed, en het zakelijke volgt bijna vanzelf. Het contract wordt later opgesteld. Het vertrouwen is al op het water ontstaan.
Voor veel vrouwen is die manier van vertrouwen opbouwen moeilijk te herkennen, omdat het belangrijkste ervan onuitgesproken blijft. Als Petra vraagt waar ze het over hebben gehad, zegt Arjen: ‘Over van alles, niks bijzonders.’ Voor haar klinkt dat als een weekend zonder inhoud. Voor hem is het een volledig verslag.
Wat er in het lichaam gebeurt
De golfbaan, de zeilboot en de jachtpartij hebben iets gemeen wat met golf, zeilen of jagen weinig te maken heeft. Ze combineren lichamelijke inspanning, samen eten, samen drinken, samen lachen en een gedeeld doel. Dat zijn precies de activiteiten waarvan bekend is dat ze in groepen een sterke onderlinge band maken.
De Britse antropoloog Robin Dunbar onderzocht hoe mensen grotere groepen bij elkaar houden dan alleen met gesprekken mogelijk is. Hij kwam uit bij het endorfinesysteem, het lichaamseigen pijnstillende en ontspannende systeem. Gezamenlijk bewegen, in hetzelfde ritme werken, lachen, zingen, samen maaltijden gebruiken: al die dingen maken endorfine vrij, en endorfine maakt dat mensen zich met elkaar verbonden voelen. In een bekend experiment bleken roeiers die synchroon in een boot roeiden meer pijn te verdragen dan roeiers die even hard maar alleen trainden. Het lichaam registreert gezamenlijk doen als binding.
Daar komt bij dat een spel met regels iets regelt wat tussen mannen anders tot spanning leidt: rangorde. Wie wint, wie goed is, wie de leiding neemt als het misgaat. In een spel kan dat worden uitgemeten zonder dat er iemand gezichtsverlies lijdt, want het is maar een spel. Daarna is de onderlinge verhouding helder, en mannen die weten waar ze tegenover elkaar staan, kunnen ontspannen samenwerken. Het zakelijke conflict dat er anders over een jaar was gekomen, is op de golfbaan al half beslecht.
Voor vrouwen werkt binding vaker via een andere route. Onder spanning zoeken vrouwen eerder verbinding met anderen, praten ze, raken ze elkaar aan, delen ze wat er in hen omgaat. Daarbij speelt oxytocine een grotere rol, het hormoon van nabijheid en vertrouwen in kleine kring. Het verschil is geen wet, en veel vrouwen kennen het schouder-aan-schouder van een team of een sportclub. Maar het verklaart waarom een weekend zonder gesprek voor de een leeg aanvoelt en voor de ander vol.
Wat zij ziet
Vanuit de keuken ziet het netwerk van Arjen er anders uit. Petra ziet een man die een weekend weg is met eten, drank, zon en mannen met wie hij lacht. Ze ziet de foto’s in de appgroep. Ze ziet dat hij daar levendig is, verhalen vertelt en tot laat opblijft, en dat hij thuiskomt met een moeheid die voor haar overblijft. Ze ziet wat hij neemt: plezier, vrije tijd en aandacht van anderen. Wat ze niet ziet, is wat hij geeft, want dat gebeurt in een taal die zij niet als werk herkent.
Intussen maakt haar werk zijn weekend mogelijk. Iemand moet de zaak openhouden, de telefoon aannemen, het personeel aansturen, de kinderen naar hockey brengen en de schoonmoeder naar het ziekenhuis. Haar werk is van het soort dat pas zichtbaar wordt als het niet gebeurt. Als alles goed gaat, heeft ze in de ogen van anderen niets bijzonders gedaan.
In veel zakelijke netwerken wordt die verhouding ook nog eens bevestigd. Bij een beurs of een jubileum is er voor de partners een apart programma: een stadswandeling, een winkelmiddag, een lunch. De mannen hebben een bijeenkomst, de vrouwen hebben een uitje. Wat bedoeld is als gastvrijheid, zet haar op precies de plek waar ze zich al voelde staan: buiten het eigenlijke werk, als decor bij de zaak van haar man. Een vrouw die zelf mede-eigenaar is van het bedrijf, krijgt in zo’n programma toch een plek als echtgenote.
Onder haar verwijt zit vaak iets anders dan jaloezie op een zeilweekend. Ze ziet waar de levendigheid van haar man naartoe gaat. Op de boot lacht hij, luistert hij en heeft hij tijd. Thuis is hij moe en zit hij met zijn hoofd bij de zaak. Wat zij mist, is de man die ze op die foto’s ziet.
Het netwerk dat geen naam heeft
Petra heeft ook een netwerk, alleen heet het niet zo. Ze weet van de vaste klanten wie er ziek is, wiens dochter gaat trouwen en wie er net is gescheiden. Ze weet als eerste dat de beste monteur twijfelt of hij blijft, omdat hij het haar in de kantine vertelde toen hij koffie kwam halen. Ze kent de vrouw van de grootste leverancier van de school. Het nieuwe meisje op de administratie kwam via haar zus. Als er bij een klant een sterfgeval is, stuurt zij de kaart.
Dat is een netwerk dat van aangezicht tot aangezicht is gebouwd, in honderden korte gesprekken. Het levert de zaak evenveel op als een zeilweekend: loyale klanten, personeel dat blijft, informatie die eerder binnenkomt dan bij de concurrent. Maar er staat geen declaratie tegenover, er is geen lidmaatschap en geen ledenlijst, en niemand noemt het werk. Petra zelf ook niet. Als je haar vraagt wat ze doet voor de zaak, noemt ze de administratie en de winkel. Het netwerk noemt ze niet, omdat het voor haar gewoon is hoe je met mensen omgaat.
De Amerikaanse sociologe Arlene Kaplan Daniels gaf dat soort arbeid een naam: onzichtbaar werk. Werk dat zo vanzelfsprekend lijkt, dat het niet als werk wordt gezien, vaak omdat het lijkt op wat vrouwen in het gezin altijd al deden: zorgen dat het tussen mensen goed blijft. In familiebedrijven wordt de waarde ervan meestal pas zichtbaar als de vrouw wegvalt. Na haar dood of na een scheiding vertrekt opeens een deel van het personeel, lopen klanten weg die altijd trouw waren, en weet niemand meer wat er speelt. Haar netwerk bleek een fundament onder de zaak, en niemand wist dat het er lag.
Zo staan er in hetzelfde bedrijf twee netwerken naast elkaar. Het zijne is zichtbaar, georganiseerd en kost geld, en daarom lijkt het een luxe. Het hare is onzichtbaar, verspreid over de dag en kost niets, en daarom lijkt het niets.
Twee rekeningen die allebei niet kloppen
In elke relatie wordt bijgehouden wat er gegeven en genomen wordt. Dat gebeurt zelden op papier en meestal onbewust: het lichaam en het geweten houden het bij. Wie meer geeft dan hij terugkrijgt, voelt op den duur dat hij iets tegoed heeft. Wie meer neemt dan hij teruggeeft, voelt schuld of gaat die schuld wegredeneren. Een relatie blijft levend zolang die rekening in beweging is: de een geeft, de ander geeft iets terug, liefst iets meer, en zo groeit er iets tussen hen.
In het huwelijk van Arjen en Petra houden ze allebei een rekening bij, en allebei zien ze een tekort. Petra rekent: hij is weg, hij heeft plezier, ik draag alles. Arjen rekent: ik bouw de relaties waar dit gezin van leeft, ik sta in voor de kredietlijn met mijn eigen huis, en ik krijg een opmerking over foto’s. Ieder ziet de eigen bijdrage en het nemen van de ander. Het geven van de ander valt weg, omdat het in een vorm gebeurt die voor de een geen werk is en voor de ander geen geven.
Onerkend geven heeft een voorspelbaar vervolg. Wie zich niet gezien voelt in wat hij geeft, gaat zelf iets nemen ter compensatie. Arjen blijft een nacht langer op de beurs, omdat hij het toch nooit goed kan doen. Petra trekt zich terug, neemt de financiën in handen of houdt haar warmte in. Allebei voelen ze zich daarin gerechtigd, want ze hebben iets tegoed. Zo groeit de afstand, terwijl ieder ervan overtuigd is dat hij alleen maar terugvraagt wat hem toekomt.
De kinderen kijken mee. Ze zien een vader die weggaat en vrolijk terugkomt, en een moeder die achterblijft en zwijgt. Kinderen kiezen in zo’n situatie vaak onbewust partij, en meestal voor de ouder die het zwaarst lijkt te dragen. Een zoon die later zelf ondernemer wordt, kan dan het netwerk van zijn vader voortzetten met een schuldgevoel dat niet van hem is. Een dochter kan het onzichtbare werk van haar moeder voortzetten, met een wrok die ook niet van haar is.

Het deel dat hij liever niet zegt
Arjen vertelt het zelf zo: het is werk, en Petra begrijpt het niet. Dat is de helft. Het zeilweekend is werk, en het is ook iets anders. Op de boot is Arjen een man onder mannen. Niemand vraagt iets van hem wat hij niet kan geven. Er wordt om zijn grappen gelachen, zijn kennis wordt gewaardeerd, hij hoeft niet te zorgen. Thuis is hij de man van wie veel wordt verwacht: inkomen, aandacht, een luisterend oor, een oplossing voor de ruzie op school. Op het water valt dat allemaal weg.
Vanuit het denken over mannelijke en vrouwelijke polariteit is dat goed te begrijpen. De mannelijke kant in een mens zoekt uitdaging, ruimte en vrijheid, en komt tot leven in de spanning van een opdracht of een spel. Waar het leven thuis bestaat uit zorgen en verplichtingen, zoekt die kant zijn zuurstof elders. Het netwerk geeft hem die zuurstof, en daarom komt hij er levendiger vandaan dan hij er naartoe ging.
Dat is ook precies wat Petra voelt. Haar verwijt richt zich op het werk, maar haar pijn zit in de vrijheid. Hij vindt buiten de deur een lichtheid die thuis niet bestaat. Arjen verdedigt zich door te zeggen dat het werk is, en dat klopt, maar zo raakt hij niet waar het haar om gaat. Hoe harder hij volhoudt dat het alleen werk is, hoe minder zij hem gelooft, omdat ze aan zijn gezicht ziet dat hij er ook van geniet.
In sommige netwerken gaat het ook nog verder. Er wordt veel gedronken, er worden grenzen opgerekt, en wat er gebeurt blijft tussen de mannen. Soms is het netwerk een plek waar vrouwen niet bij kunnen, en worden daar beslissingen genomen waar de vrouw die mede-eigenaar is pas achteraf van hoort. Dan ziet haar wantrouwen iets wat er werkelijk is.
Wat het gesprek vraagt
Het gesprek tussen Arjen en Petra loopt vast zolang het gaat over de vraag of het zeilweekend werk is of plezier. Het is allebei, en zolang een van beiden dat ontkent, verliest de ander het vertrouwen.
Van Arjen vraagt het een eerlijkheid die mannen in deze positie vaak lastig vinden: zeggen dat hij er zakelijk iets haalt en dat hij er ook van geniet, en dat hij daar iets vindt wat hij thuis mist. Dat voelt als een bekentenis die hem kwetsbaar maakt. In werkelijkheid haalt het de angel uit het gesprek, want Petra hoeft dan niet langer te bewijzen wat ze al ziet. Het vraagt ook dat hij vertelt wat er op die boot gebeurt, in haar taal: wie hij heeft leren kennen, wat hij van die man denkt en waarom de bank nu akkoord gaat. Dan wordt zijn werk zichtbaar als werk.
Van Petra vraagt het dat ze de schouder-aan-schouder-vorm erkent als een echte manier om vertrouwen te bouwen, ook al is het niet de hare. En dat ze haar eigen netwerk benoemt als werk, in plaats van het weg te zetten als iets wat je gewoon doet. Haar bijdrage wordt pas erkend als zij hem eerst zelf ziet.
Voor het bedrijf ligt er een vraag die verder gaat dan dit huwelijk. Welke netwerken houden deze zaak overeind, en welke daarvan worden gezien, betaald en gewaardeerd? In veel familiebedrijven staat het zichtbare netwerk op de begroting en draagt het onzichtbare netwerk de continuïteit. Wat er gebeurt als dat onzichtbare netwerk wegvalt, merken de meeste families pas als het te laat is.
En er blijft een vraag over die geen van beiden alleen kan beantwoorden: waarom de levendigheid die Arjen op het water vindt, de weg naar huis niet vindt.
