Wie kiest voor het licht
Het kind dat een pool wegdoet
Een jong kind kan niet vluchten en niet vechten. Het is voor alles afhankelijk van de mensen om zich heen. Als een gevoel in dat gezin gevaarlijk is, omdat vader zich terugtrekt bij tranen of moeder in paniek raakt bij boosheid, heeft het kind maar één uitweg: het gevoel zelf laten verdwijnen. Het houdt op met huilen, of het houdt op met boos worden. Niet uit vrije wil, maar omdat de band met de ouders belangrijker is dan het eigen innerlijk.
Dat is een briljante oplossing. Het is de oplossing van een organisme dat in een situatie zit waarin heelheid te duur is. Het ontwikkelingsbrein is gebouwd om zich aan te passen aan de omgeving waarin het moet overleven, en een van de krachtigste aanpassingen is het afsnijden van een deel van de eigen ervaring. De pool die niet mocht bestaan, verdwijnt uit het bewustzijn en wordt opgeslagen in het lichaam: in een vaste kaak, een ingehouden adem, een schouder die altijd iets te hoog staat.
Wat overblijft, is een mens die in één register leeft. De altijd opgewekte, die niet weet wat hij met verdriet aan moet. De altijd redelijke, die boosheid bij anderen onverdraaglijk vindt. De altijd sombere, die vreugde wantrouwt omdat die thuis altijd werd gevolgd door een klap. Het ene register voelt als karakter, als wie je bent. In werkelijkheid is het het spoor van wat er ooit uit moest om erbij te kunnen blijven horen.
Wie dat ziet, begrijpt waarom het wegdoen van een pool zo vertrouwd voelt en zo goed werkt. Het heeft ooit je leven gered. Het is een overlevingsstrategie die haar tijd heeft overleefd, en die daarom zo gemakkelijk wordt aangezien voor gezondheid.
Je kunt niet één kraan dichtdraaien
Emoties zijn geen losse stemmingen die je naar believen kunt aan- of uitzetten. Ze worden aangestuurd door oude, diepe hersensystemen die we met alle zoogdieren delen: systemen voor zoeken en verlangen, voor woede, voor angst, voor zorg, voor spel, en voor het verdriet dat opkomt bij verlies van nabijheid. Die systemen zijn met elkaar verweven en delen hun lichamelijke infrastructuur: het autonome zenuwstelsel, de ademhaling, de hartslag, de spierspanning.
Onderzoek naar emotieregulatie laat zien wat er gebeurt als iemand een gevoel onderdrukt. Van buiten wordt het rustiger, van binnen niet. Het lichaam blijft opgewonden, de bloeddruk stijgt, het geheugen voor wat er op dat moment gebeurt wordt slechter, en de ander voelt zich minder verbonden, ook als hij niet weet waarom. Wat opvalt: wie negatieve gevoelens onderdrukt, ervaart ook minder positieve. Het dempen werkt op het hele systeem.
Dat is logisch als je bedenkt hoe het gebeurt. Wie verdriet wegduwt, houdt de adem in, spant de buik aan, bevriest een deel van het gezicht. Maar vreugde gebruikt dezelfde adem, dezelfde buik, hetzelfde gezicht. Een lichaam dat geleerd heeft om niet te huilen, kan ook niet meer onbekommerd lachen. De verdoving is niet selectief.
In het uiterste geval slaat het zenuwstelsel door naar een toestand van afsluiting: het schakelt naar een oud overlevingsmechanisme dat bij onoverkomelijk gevaar alles dempt, pijn en gevoel en contact tegelijk. Mensen beschrijven dat als vlakheid, als achter glas leven. Ze zijn niet verdrietig en niet blij. Ze functioneren. Dat is de eindtoestand van een systeem dat te lang één pool heeft moeten buitensluiten: het sluit er uiteindelijk twee buiten.
Elke ochtend kiezen voor het licht
Er zijn therapieën en spirituele stromingen die precies dit aanraden: kies elke ochtend bewust voor het licht in plaats van de duisternis. Kies voor dankbaarheid in plaats van klagen, voor liefde in plaats van irritatie. Het klinkt als volwassenheid, als verantwoordelijkheid nemen voor je eigen binnenwereld. En het lijkt in het begin ook te werken.
Dat is niet vreemd. Waar de aandacht naartoe gaat, versterkt het brein de verbindingen; wie elke dag dankbaarheid oefent, maakt die paden makkelijker begaanbaar. Het geeft een gevoel van regie aan mensen die zich overspoeld voelden. En het oogst sociale goedkeuring: een opgewekte collega, een liefdevolle partner, een mens die niet zeurt. De eerste weken voelt het als bevrijding.
Maar kijk naar wat er feitelijk wordt gevraagd. De prefrontale cortex, het deel van het brein dat plant en remt, krijgt de opdracht om elke ochtend een deel van de binnenwereld te overstemmen. Dat is precies wat het kind ooit deed, alleen nu met een spirituele of therapeutische rechtvaardiging. De oude gezinsregel “hier zijn we niet verdrietig” of “hier zijn we niet boos” wordt niet opgeheven. Hij krijgt een nieuwe, betere naam.
Zelfbeheersing vanuit de prefrontale cortex is bovendien een eindige bron. Het werkt goed op een uitgeslapen ochtend en slecht aan het eind van een lange dag, als de kinderen ruziën en het werk is tegengevallen. Dan breekt wat weggestopt was er in één keer doorheen, heftiger dan het ooit zou zijn geweest, en de persoon voelt zich daarna dubbel mislukt: hij was boos, én hij had toch gekozen voor het licht. De schaamte die daarop volgt, wordt de volgende ochtend weer weggekozen. Zo ontstaat een kringloop die er van buiten uitziet als spirituele discipline en van binnen voelt als een voortdurende strijd tegen zichzelf.
Wat het advies over het hoofd ziet, is dat de duisternis niet de tegenstander van het licht is. Het zijn twee kanten van één werkelijkheid, en wie er één weg wil, verliest het contact met allebei. Een licht dat moet worden gekozen tegen het donker in, is een licht dat voortdurend bewaakt moet worden. Het heeft de rust niet van iets wat er gewoon mag zijn.
Het chagrijn op je man
Neem het advies om te kiezen voor liefde in plaats van chagrijn op je man. Het chagrijn zelf is informatie. Irritatie ontstaat waar een grens wordt geraakt of een behoefte al te lang onbeantwoord blijft. Een vrouw die zich ergert aan de sokken op de vloer, ergert zich zelden aan de sokken. Ze ergert zich aan het gevoel er alleen voor te staan, niet gezien te worden, te moeten dragen wat ze niet wil dragen. Wie de irritatie wegkiest, gooit de boodschap weg en houdt de oorzaak.
In een relatie tussen man en vrouw heeft dat nog een tweede laag. Een relatie leeft van spanning tussen twee polen, zoals een stroomkring alleen stroom geeft als er een plus en een min is. In de meeste relaties draagt de vrouw sterker de pool van beweging, gevoel en stemming, en de man sterker de pool van richting, aanwezigheid en houvast. Dat is geen rolverdeling die iemand heeft bedacht; het is een lading die zich vormt als twee mensen elkaar werkelijk ontmoeten. Haar stemming is in die dynamiek een soort barometer van de relatie. Ze laat zien of er contact is, of ze zich veilig genoeg voelt om zich te geven, of hij er werkelijk is.
Een vrouw die haar chagrijn elke ochtend wegkiest, zet die barometer stil. Ze wordt vriendelijk, meegaand, een beetje vlak. Hij krijgt het signaal niet meer dat hem iets had kunnen vertellen over zijn eigen afwezigheid. En de lading tussen hen verdwijnt, omdat een van de polen zichzelf heeft uitgeschakeld. Veel relaties waarin het “eigenlijk goed gaat” maar waarin geen begeerte meer is, zijn relaties waarin iemand, of allebei, uit liefde of uit plicht een deel van zichzelf heeft weggelaten. Wat overblijft is harmonie zonder leven.
Het omgekeerde, het chagrijn onbewerkt over hem uitstorten, is evenmin wat de relatie nodig heeft. Dan wordt hij de plek waar zij haar oude pijn aflaadt, en trekt hij zich terug, omdat hij zich aangevallen voelt in plaats van uitgenodigd. Het verschil zit in iets subtielers: het gevoel laten bestaan en het tonen als wat het is, zonder er een verwijt van te maken. “Ik ben chagrijnig en ik voel me alleen” is voor een man op een heel andere manier te beantwoorden dan “jij doet ook nooit iets.” In het eerste zit een uitnodiging om aanwezig te zijn. In het tweede een oordeel waartegen hij zich moet verdedigen.
Wat buitengesloten wordt, keert terug
Wat uit het bewustzijn wordt geweerd, verdwijnt niet. Het gaat een eigen leven leiden in wat de dieptepsychologie de schaduw noemt. Daar werkt het autonoom, buiten de wil om, en het zoekt een uitweg. De meest gebruikte uitweg is de ander. Wie zijn eigen woede heeft weggekozen, raakt buiten zinnen van de boosheid van een collega. Wie zijn eigen somberheid niet toelaat, kan het niet verdragen als zijn partner een zware week heeft, en gaat haar opvrolijken, adviseren, corrigeren. Het buitengeslotene komt terug van buitenaf, in de mensen die ons het meest irriteren.
Een mens die alleen nog licht wil zijn, wordt daardoor vaak onverwacht hard. Het licht moet bewaakt worden, en wie het bewaakt, gaat oordelen over iedereen die het donker binnenlaat. Dat verklaart waarom sommige zeer positieve of spirituele omgevingen zo weinig ruimte hebben voor twijfel, rouw of kritiek. Wie daar verdrietig is, heeft “nog niet voor het licht gekozen”. De uitsluiting die in het individu begon, wordt een norm in de groep.
In familiesystemen is dat patroon nog duidelijker te zien. Wat in een generatie niet gevoeld mocht worden, keert vaak terug in de volgende. Een gezin waarin na de oorlog of na een verlies nooit gerouwd werd, waarin de ouders kozen voor doorgaan en opgewektheid, krijgt vaak een kind dat onverklaarbaar somber is. Dat kind draagt wat de ouders niet konden dragen. Het is in het systeem de plek geworden waar het buitengesloten verdriet toch nog kan bestaan. Hoe harder het gezin kiest voor het licht, hoe zwaarder dat kind het donker moet dragen.
Dat is misschien de meest onderschatte prijs van het wegkiezen van een pool. Het is nooit alleen een persoonlijke keuze. Wat jij niet voelt, wordt door iemand in je omgeving gevoeld: je partner, je kind, soms je lichaam in de vorm van klachten die geen arts kan verklaren.
Beide kunnen dragen
Als uitsluiten overleving is, dan ligt heling in het omgekeerde: het vermogen om beide polen tegelijk te laten bestaan. Dat vraagt iets van het zenuwstelsel. Ieder mens heeft een bandbreedte waarbinnen hij gevoelens kan ervaren zonder erdoor overspoeld te raken of erbij te bevriezen. Bij mensen die als kind een pool moesten wegdoen, is die bandbreedte smal, precies aan de kant van wat niet mocht. Heling betekent dat die bandbreedte groter wordt, zodat verdriet kan komen zonder dat de vreugde verdwijnt, en boosheid zonder dat de liefde op het spel staat.
Onderzoek naar mensen in therapie laat iets opvallends zien. Wie leert om gemengde gevoelens te ervaren, bijvoorbeeld verdriet en hoop tegelijk, of boosheid en genegenheid in één moment, gaat er in de weken daarna in welbevinden op vooruit. Het moment waarop iemand kan zeggen “ik ben woedend op je en ik hou van je” is psychologisch een groter moment dan wanneer hij kiest voor de liefde en de woede inslikt. Dat vraagt een volwassen binnenwereld die spanning kan verdragen zonder haar meteen op te lossen.
In de ontwikkelingspsychologie heet dat vermogen om tegenstrijdigheid te dragen een kenmerk van rijping. Het jonge kind splitst: mama is goed of mama is slecht, ik ben lief of ik ben stout. Een volwassen psyche kan de goede en de slechte moeder in één persoon zien, en zichzelf als iemand die liefheeft en ook haat. Wie elke ochtend moet kiezen tussen licht en donker, wordt gevraagd om die splitsing in stand te houden, terwijl rijping juist betekent dat de splitsing overbodig wordt.
Dat betekent niet dat alles moet worden uitgeleefd, of dat somberheid gekoesterd moet worden. Dat zou de andere pool uitsluiten, en is evengoed overleving: sommige mensen hebben leren overleven door zich aan het donker vast te houden, omdat vreugde thuis onveilig of ongepast was. Voor hen is de uitdaging omgekeerd. Zij moeten het licht leren toelaten zonder het meteen te wantrouwen.
Heling ziet er daarom van buiten vaak minder indrukwekkend uit dan kiezen voor het licht. Er is meer twijfel, meer wisselende stemming, meer tranen op onverwachte momenten, maar ook meer lachen dat echt uit de buik komt. De partner krijgt een mens die soms chagrijnig is en soms uitbundig, en bij wie hij weet waar hij aan toe is.
Wat open blijft
Of iemand het uitgesloten deel terug kan halen, hangt af van hoe gevaarlijk het ooit was, en van de vraag of er nu iemand is bij wie het veilig genoeg voelt om het te laten bestaan. Dat laatste valt niet te kiezen op een ochtend. Het groeit in relaties die het donker kunnen verdragen zonder weg te lopen, en die het licht kunnen ontvangen zonder het te wantrouwen.
Waar dat niet gebeurt, blijft de overlevingsstrategie de verstandigste keuze die iemand heeft. Ook dat verdient respect.