Zie, Ik maak alle dingen nieuw
De spanning die niet genegeerd mag worden
De uitspraak “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Openbaring 21:5) raakte mij diep tijdens de jaarwisseling van 2025-2026, toen ik een kerkdienst bijwoonde in de Frauenkirche van Dresden. Terwijl de aartsbisschop deze woorden uitlegde, omgeven door prachtige gezangen en liederen, werd me duidelijk hoe rijk en tegelijk ambigu deze tekst is. Het is een van de meest geciteerde uitspraken van het Nieuwe Testament, vaak gebruikt als samenvatting van de christelijke toekomstverwachting. Maar bij nadere beschouwing roept het een fundamentele vraag op: wat betekent “nieuw” precies?
In veel gangbare interpretaties klinkt de vernieuwing als een radicale breuk met het verleden: een eschatologische ‘reset’, waarin het oude verdwijnt en een geheel nieuwe werkelijkheid verschijnt. Dat idee spreekt intuïtief aan, maar het roept tegelijkertijd diepgaande vragen op over continuïteit, betekenis en verantwoordelijkheid. Mijn hart wist: dit kan het niet volledig zijn. Er moest meer zijn dan een totale ontkenning van alles wat tot nu toe is geweest. Zo ontstond mijn onderzoek: neemt de bijbelse eschatologie de bestaande werkelijkheid principieel weg, of transformeert zij wat werkelijk betekenis heeft gekregen? Met andere woorden: is de toekomst een ontkenning van het verleden, of de voltooiing ervan?
Mijn overtuiging is dat de Bijbel kiest voor helende nieuwheid. God laat niets van Zijn schepping en geschiedenis verloren gaan zonder reden; alles werkt mee ten goede (Romeinen 8:28). De nieuwheid van Openbaring 21 is geen losstaande creatie, maar een kwalitatieve vernieuwing waarin het geschapene, het geleefde en het gevormde hun bestemming bereiken. Zo wordt niet alles behouden zoals het was, maar wordt ook niets genegeerd of weggepoetst.
Deze spanning is niet louter theoretisch. Zij raakt direct aan de vraag naar persoonlijke ontwikkeling. Als het verleden geen blijvende betekenis heeft, zijn groei, vorming en karakter tijdelijk en principieel onzeker. Lijden dreigt zinloos te worden, en morele verantwoordelijkheid verliest gewicht als keuzes geen blijvende consequenties hebben. Openbaring 21 plaatst persoonlijke ontwikkeling echter binnen een groter, teleologisch kader: onze groei, onze worstelingen, onze keuzes en onze vorming maken deel uit van een voortdurende heling en vernieuwing.
Met andere woorden: persoonlijke ontwikkeling is geen luxe of toevallig ideaal. Het is een opdracht en een werkingsruimte van Gods beloften. Wie zich vormt in liefde, wijsheid, geduld en karakter, werkt mee aan de vervulling van het nieuwe dat God beloofd heeft. Ons leven, met al zijn moeite, zwakheid en pijn, is daardoor betekenisvol, omdat het wordt opgenomen in Gods heilsmotief en bijdraagt aan de vernieuwing van alles wat Hij heeft gemaakt.
Tegen deze achtergrond wil dit artikel een nuchtere, tekstueel en theologisch onderbouwde doordenking bieden van Openbaring 21:5. Het doel is niet om alle spanning weg te nemen, maar om deze volledig te erkennen — juist omdat het serieus nemen van deze spanning essentieel is voor een coherente christelijke visie op tijd, geschiedenis, hoop en de roeping tot persoonlijke groei.
Wat zegt Openbaring 21?
Een verantwoorde lezing van Openbaring 21 begint met aandacht voor het karakter van het boek als geheel. Openbaring behoort tot het genre van de profetisch-apocalyptische literatuur: een stijl van schrijven die niet primair gericht is op chronologische verslaglegging, maar op theologische duiding van de werkelijkheid. Apocalyptische teksten gebruiken beelden, symbolen en visioenen om inzicht te geven in Gods handelen in en met de geschiedenis, juist daar waar die geschiedenis voor menselijke waarneming ondoorzichtig of zinloos lijkt.
Dit betekent dat de beelden van Openbaring niet letterlijk genomen kunnen worden. Zij zijn geen fotografische weergaven van toekomstige gebeurtenissen, maar theologisch geladen representaties van diepere werkelijkheden. Vernietiging, oordeel en vernieuwing functioneren in deze literatuur niet als technische processen, maar als manieren om te spreken over Gods recht, trouw en toekomst. Wie de beelden van Openbaring leest alsof ze primair destructief of fysiek-annihilerend zijn, loopt het risico de theologische strekking te reduceren tot een simplistisch toekomstscenario.
Historisch gezien is Openbaring geschreven in een context van druk en bedreiging. De geadresseerde gemeenten ervaren vervolging, maatschappelijke marginalisering en politieke tegenstand. Onrecht en kwetsbaarheid tekenen hun leven, en de realiteit van dood en verlies is alomtegenwoordig. Tegen deze achtergrond biedt Openbaring 21 geen vlucht uit de werkelijkheid, maar een perspectief waarin vervolging, lijden en vergankelijkheid niet het laatste woord hebben. De kernvraag is dus niet hoe de toekomst technisch zal verlopen, maar: wat is Gods antwoord op een werkelijkheid die door lijden en sterfelijkheid wordt gekenmerkt?
Analyse van Openbaring 21:1–8
Openbaring 21 opent met het visioen van “een nieuwe hemel en een nieuwe aarde”. Dit sluit expliciet aan bij oudtestamentische profetieën (Jesaja 65–66) en moet begrepen worden binnen die horizon. Het gaat niet om de vervanging van de schepping, maar om een werkelijkheid waarin de schepping haar door God bedoelde gestalte ontvangt.
Cruciaal is dat het visioen relationeel en existentiëel wordt ingevuld: het hoogtepunt ligt niet in kosmologische vernieuwing, maar in de uitspraak dat God zelf bij de mensen zal wonen. De nieuwe werkelijkheid wordt primair gekarakteriseerd door nabijheid: de opheffing van de afstand tussen God en mens. Het gaat niet om een andere wereld, maar om een herstelde relatie.
Vanuit deze nabijheid wordt gesproken over het einde van dood, rouw, geschrei en pijn. Deze woorden benoemen concrete menselijke ervaringen. Opvallend is dat zij niet worden genegeerd, maar serieus erkend; tegelijkertijd wordt hun definitieve beëindiging aangekondigd. Daarmee bevestigt God dat deze ervaringen reëel zijn geweest en dat Hij ze meeneemt in Zijn heilshandelen.
Het zwaartepunt ligt in vers 5: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw.” Dat juist God spreekt vanuit de troon, onderstreept het gezag en de betrouwbaarheid van de uitspraak. Het is geen interpretatie van Johannes, maar een goddelijke zelfverklaring. Alles wat eraan voorafgaat — de nieuwe hemel en aarde, Gods wonen bij de mensen, het verdwijnen van dood en pijn — moet worden gelezen in het licht van deze vernieuwing.
Grondtekst en sleutelwoorden
Een nadere blik op de Griekse grondtekst verdiept het begrip van deze nieuwheid. Het adjectief καινός duidt op kwalitatieve vernieuwing, niet op chronologische nieuwheid zoals νέος. Het gaat om transformatie van bestaande werkelijkheid, niet om iets dat losstaat van het verleden.
Het werkwoord ποιῶ staat in de tegenwoordige tijd: “Ik maak”. Vernieuwing is geen eenmalige handeling, maar een voortgaande en omvattende daad. De formulering καινὰ ποιῶ πάντα laat zien dat God niet simpelweg de bestaande werkelijkheid wegveegt, maar haar neemt, transformeert en tot bestemming brengt. Alles wat betekenisvol is geweest, wordt hersteld en voltooid.
Tussenconclusie: de spanning van persoonlijke ontwikkeling
Openbaring 21 belooft geen ontkenning van het verleden, maar de genezing en voltooiing van wat echt betekenis heeft gehad. Deze nieuwheid is geen kosmische reset, maar een transformatie waarin het oude niet verloren gaat. Dit geeft directe implicaties voor persoonlijke ontwikkeling: ons leven, onze keuzes, ons karakter en onze groei hebben blijvende waarde. Persoonlijke ontwikkeling is geen luxe of egoïstische ambitie, maar een deelname aan Gods werk van herstel en voltooiing. Lijden, falen en leren zijn niet vergeefs: zij maken deel uit van dat wat God neemt, transformeert en vernieuwt.
Gods ontwikkeling van betrokkenheid
Vanaf Genesis zien we een beweging van toenemende nabijheid. God schept de mens naar Zijn beeld (Genesis 1:26–27), niet om boven de schepping te staan, maar om relatie en verantwoordelijkheid binnen de schepping te vervullen. In de tabernakel verschijnt God concreet onder Zijn volk. In Jezus Christus wordt dit verder voltooid: God wordt zichtbaar en leefbaar aanwezig in menselijke geschiedenis, deelt ons lijden, en herstelt het beschadigde beeld van God in ons.
Openbaring 21 sluit hierop aan: de uiteindelijke vernieuwing is geen abstract concept, maar de voltooiing van Gods voortdurende betrokkenheid met de schepping. Wat echt betekenis heeft gehad — menselijke relaties, keuzes, groei, karakter, lijden — wordt niet uitgewist, maar opgenomen en vernieuwd. Persoonlijke ontwikkeling is zo een theologisch verantwoord onderdeel van Gods plan, een oefening in deelname aan de vernieuwing die God brengt: wij worden mede-transformatieve partners in het voltooien van schepping en geschiedenis.

Heling versus vervanging — een bijbels patroon
Schepping: goed maar gebroken
God schiep de wereld “zeer goed” (Genesis 1:31), met mens en schepping in harmonie. De val van Adam en Eva brak deze harmonie: zonde scheidde mens van God en beschadigde de schepping. Vergankelijkheid, dood en moeite werden onderdeel van de werkelijkheid — een “gewonde schepping” die nog steeds Gods schepping is, maar niet in volle volheid.
Heling, geen annulering
Paulus spreekt in Romeinen 8:22–23 over een schepping die zucht als in barensweeën. Dit lijden is tijdelijk en wijst op hoop: bevrijding en vervulling in Christus. Gods plan vernietigt niet, maar heelt en transformeert wat gebroken is. Wat kwetsbaar en beschadigd is, wordt opgenomen in Zijn verlossende werk.
De tijd ertussen
De periode tussen schepping en volledige vernieuwing is betekenisvol. De schepping draagt in haar huidige staat bij aan Gods plan, als een barende moeder die naar het licht verlangt. Het is een ‘al‑maar‑nog‑niet’: deels zichtbaar in Christus, maar nog niet voltooid. Ook ons eigen leven ontvouwt zich zo, via het dragen en omarmen van onze wonden.
Opstanding en transformatie
Zoals het lichaam bij de opstanding wordt verheerlijkt maar herkenbaar blijft (1 Korinthe 15), wordt de schepping niet vervangen, maar bevrijd en verheerlijkt. Continuïteit en transformatie gaan samen: het oude blijft, maar in nieuwe volheid.
Geschiedenis, lijden en vruchtbaarheid
Romeinen 8:28 laat zien dat God alles laat meewerken tot het goede. Ook pijn, gebrokenheid en worsteling dragen bij aan Zijn heilsmotief, dat in Openbaring 21 wordt voltooid: een nieuwe hemel en aarde waar dood, rouw en pijn zijn overwonnen. Het verleden wordt niet gewist, maar geheeld en vruchtbaar gemaakt.
Persoonlijke ontwikkeling: schaduwwerk en heling
Echte groei is het integreren van onze geschiedenis en wonden — schaduwwerk waarin we leren dragen wat gebroken is en er vrucht uit laten groeien. Lijden vormt ons, maar is geen doel op zich; het leidt tot karaktervorming, diepere wijsheid en onze uiteindelijke heling. Onze identiteit blijft behouden en wordt voltooid in Gods heling.
Eschatologie die het heden betekenis geeft
De toekomst ontsnapt niet aan het heden; ze geeft het juist richting en waarde. Wat nu gebroken lijkt, is onderdeel van Gods heilsgeschiedenis. Zaaien en oogsten, lijden en volharding—alles draagt bij aan de uiteindelijke vervulling.
Slot: een oproep tot heling
Openbaring 21 toont dat Gods plan geen escapisme is, maar heling en voltooiing van alles wat is gebeurd. Persoonlijke groei, herstel en schaduwwerk zijn deel van dit heilsmotief. Wat nu gebroken is, wordt meegenomen naar volheid, en in Christus begint die nieuwe schepping al.
