Leven met een hoge frequentie in een lagere resonantie
Net zoals in ons werk, speelt deze spanning zich ook af in onze leefomgeving. (LEES: meer-geven-dan-gevraagd/) Wat gebeurt er als je een huis koopt in een arbeiderswijk, maar jouw innerlijke frequentie verlangt naar een esthetisch kloppend thuis? Hoe verhoudt de omgeving zich tot jouw innerlijke trilling? En is het jouw taak om die omgeving te transformeren, of juist om een plek te vinden die beter resoneert met wie je bent? Ook hier speelt dezelfde vraag: waar ligt de grens tussen trouw zijn aan jezelf en trouw zijn aan de context waarin je leeft?
Het gevoel dat ‘iets’ niet klopt
Er is een bepaalde gewaarwording die veel hoogbegaafden kennen, maar die moeilijk in woorden te vatten is. Het is dat gevoel, die innerlijke spanning, dat ze ervaren wanneer ze zich in een omgeving bevinden die niet ‘resoneert’ met hun diepste beleving van schoonheid, harmonie of zingeving.
Je herkent het misschien:
– Je woont in een wijk waar alles vooral functioneel is. Er is weinig aandacht voor esthetiek, details, sfeer. Je verlangens gaan verder dan praktische oplossingen; je verlangt naar schoonheid die klopt, die je raakt.
– Je werkt in een organisatie waar “goed genoeg” de norm is. Je voelt een voortdurende onrust, een drang om te verbeteren, te verfijnen, iets echt waardevols neer te zetten — maar je stuit op onverschilligheid of weerstand.
– Je loopt een gebouw binnen, hoort een muziekstuk, leest een tekst — en onverklaarbaar, bijna intuitief, weet je: “dit klopt niet.” Er zit iets dissonants in, iets dat spanning oproept. Maar het is niet tastbaar, niet rationeel uit te leggen.
En toch: jij voelt het.
Alsof je een antenne bent, afgestemd op frequenties die anderen missen.
Waarom is dit geen aanstellerij?
Vaak wordt deze ervaring weggezet als perfectionisme, overgevoeligheid of ‘zich aanstellen’.
Maar neuropsychologisch en psychologisch onderzoek laat zien dat dit gevoel juist verbindt met diepere waarheden over menselijke gevoeligheid en begaafdheid.
1. Neurodiversiteit en verhoogde prikkelverwerking
Veel hoogbegaafden hebben een verhoogde prikkelverwerking in de hersenen. Dat betekent dat ze:
– meer details waarnemen,
– subtiele nuances opmerken,
– fijnere onderscheidingen kunnen maken in kleur, klank, structuur, sfeer.
Hun brein is als een high-definition scanner die ook kleine dissonanten oppikt die voor anderen onzichtbaar blijven.
2. Overexcitabilities volgens Dabrowski
De Poolse psycholoog Kazimierz Dabrowski beschreef dit fenomeen als overexcitabilities — intensere reacties op prikkels dan gemiddeld.
Esthetische overexcitability betekent dat iemand intens kan genieten van schoonheid, maar ook erg lijdt als iets esthetisch ‘niet klopt’.
Deze innerlijke afstemming op het schone maakt dat ze een andere emotionele en zintuiglijke ervaring hebben van hun omgeving.
3. Existentiële gevoeligheid en authenticiteit
Daarnaast is er een diepere laag:
Veel hoogbegaafden hebben een sterke drang naar authenticiteit en zingeving.
Wanneer de omgeving oppervlakkig, chaotisch of onpersoonlijk aanvoelt, ervaren ze een innerlijke breuk.
Dit gaat niet alleen om esthetiek, maar om een mismatch tussen innerlijk zijn en uiterlijke verschijning.
Die kloof voelt als dissonantie — alsof je een verkeerde noot hoort in een muziekstuk dat verder prachtig is.
4. Het sociale isolement van het anders ervaren
Omdat deze gevoeligheid zo subtiel is, en omdat het vaak moeilijk is om precies uit te leggen, voelen veel hoogbegaafden zich alleen met hun ervaring.
Ze denken: “Ben ik de enige die dit voelt? Ben ik overdreven?”
Dit isolement versterkt het ongemak en de frustratie.
Samengevat: Het gevoel dat ‘iets niet klopt’ is geen overdrijving of luxeprobleem, maar een diepgewortelde en objectief meetbare gevoeligheid.
Het is een innerlijke afstemming die ervoor zorgt dat jij waarneemt wat anderen missen — en dat maakt het soms zwaar.
Maar het is ook een gave: het stelt je in staat schoonheid te zien, te voelen en te creëren waar anderen dat niet kunnen.
Over de innerlijke frequentie – en Dabrowski’s overexcitabilities
De innerlijke frequentie die veel hoogbegaafden ervaren, is een fijngevoelige afstemming waarmee ze niet alleen de werkelijkheid waarnemen zoals die is, maar ook een rijk palet aan mogelijkheden en potentie zien die die werkelijkheid in zich heeft.
Deze gave — voortkomend uit een combinatie van esthetische en imaginatieve overexcitabilities (zoals beschreven door psycholoog Kazimierz Dabrowski) — is dubbelzinnig van aard. Aan de ene kant maakt het dat zij een diepere, rijkere visie hebben op hoe iets beter, mooier of kloppender kan zijn. Aan de andere kant creëert het een innerlijk spanningsveld dat vaak onzichtbaar blijft voor henzelf en hun omgeving.
Het onzichtbare dilemma: zien versus mogen doen
Hoewel de roeping om iets moois te maken of te verbeteren een drijvende kracht is, is het niet altijd duidelijk of die roeping daadwerkelijk bijdraagt aan de functie of situatie waarin ze zich bevinden.
Veel hoogbegaafden ervaren deze roeping als een innerlijk ‘moeten’. Ze voelen zich verantwoordelijk, gedreven, bijna ‘verplicht’ om dat potentieel ook daadwerkelijk te realiseren.
Maar er is een fundamentele vraag die vaak onderbelicht blijft:
Is het noodzakelijk — en ook rechtvaardig voor jezelf — om álle mogelijkheden die je ziet ook vorm te geven?
Of is het soms wijs om te erkennen dat het huidige niveau al passend, kloppend of ‘goed genoeg’ is?
Psychologische en systemische perspectieven
Vanuit de psychologie weten we dat het ontbreken van deze erkenning leidt tot onrust, zelftwijfel en soms zelfs burn-out-verschijnselen. De drang om te ‘geven wat je ziet’ zonder dat het gevraagd wordt, maakt dat hoogbegaafden zich overspannen kunnen voelen, omdat ze zich steeds verantwoordelijk voelen voor iets wat niet per se hun taak is.
Vanuit een systemisch perspectief (zoals dat van Bert Hellinger) is het ook essentieel om de eigen plek te respecteren:
– Welke rol hoort jou toe in dit systeem?
– Welke bijdrage wordt van jou gevraagd?
– Wat betekent het als je daar voorbij gaat?
Wanneer een hoogbegaafde systemisch gezien ‘meer’ geeft dan gevraagd, kan dat leiden tot disbalans of spanning binnen het systeem — bijvoorbeeld doordat anderen zich overvraagd of overvleugeld voelen, of doordat de hoogbegaafde zichzelf voorbijloopt en niet toe komt waarvoor hij eigenlijk bedoeld is.
Filosofisch en theologisch: de roeping versus de opdracht
Filosofisch en theologisch gezien gaat het hier om het onderscheid tussen roeping en opdracht.
– Roeping is die innerlijke drang, dat diepgevoelde verlangen om iets te betekenen, iets moois te creëren, het hogere na te streven.
– Opdracht is wat in een specifieke context gevraagd wordt — de grenzen en mogelijkheden die daarbinnen liggen.
Niet elke roeping leidt direct tot een opdracht. Het is een kunst en een leerproces om die twee in balans te brengen: trouw blijven aan je roeping zonder de grenzen van je opdracht te overschrijden.
De pijn en het lijden van het ‘niet-weten’
Veel hoogbegaafden merken deze spanning niet bewust op, en dat maakt het des te lastiger:
– Ze ervaren een voortdurende innerlijke onrust en een gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’.
– Ze voelen de roeping als een plicht, maar weten niet altijd dat het ook oké is om die roeping voorlopig te parkeren.
– Het onvermogen om grenzen te stellen aan eigen inzet leidt tot mentale en emotionele uitputting.
Een uitnodiging tot mildheid en wijsheid
De kern van deze problematiek is daarom een uitnodiging tot mildheid en wijsheid:
– Erken dat jouw gave — die overvloed aan mogelijkheden zien — een geschenk is.
– Leer ook dat het niet altijd jouw taak is om alles te realiseren wat je ziet.
– Ontdek waar jouw opdracht ligt, en geef jezelf toestemming om binnen die grenzen te blijven.
– Dit is geen beperking van je talent, maar juist een vorm van zelfzorg en systemisch evenwicht.
De paradox van onderpresteren door overinvesteren: een nieuw perspectief
Voor veel hoogbegaafden klinkt het paradoxaal: ze hebben zoveel talenten, een scherpe blik en een enorme drang om te verbeteren — en toch werken ze vaak onder hun niveau.
Hoe kan dat?
Ze stoppen hun meest waardevolle energie, hun ‘goud’, in een plek of taak die eigenlijk ‘nikkel’ vraagt.
Het is alsof je een meester-snijder vraagt om met een bot mes te snijden: je kunt nog zo je best doen, maar je werkt niet met het juiste gereedschap voor dat moment.
In plaats van door te groeien naar die ‘gouden’ bestemming — die plek waar je echt tot je recht komt — raken ze verstrikt in het steeds opnieuw vormen, verbeteren en perfectioneren van iets wat eigenlijk een tussenstap is.
Wat betekent dit voor jou?
Misschien herken je dit wel: je voelt de roeping, ziet de mogelijkheden, maar je merkt ook dat je vastloopt, moe wordt of het gevoel hebt dat je stilstaat.
Dit kan komen doordat je jezelf onbewust dwingt om iets te ‘maken’ wat eigenlijk nog niet jouw taak is, of wat nu gewoon niet gevraagd wordt.
Je besteedt zoveel aandacht en liefde aan de nikkel-plek dat je eigenlijk vergeet dat er ook een gouden bestemming is waar je naar toe mag groeien.
Een uitnodiging tot mildheid en wijsheid
Dit inzicht nodigt je uit om mild te zijn voor jezelf.
– Het is oké om niet overal goud van te maken.
– Het is oké om te accepteren dat sommige stappen simpelweg ‘nikkel’ zijn, passend bij waar je nu bent.
– Het is een daad van wijsheid om te leren herkennen wanneer je energie en talenten nodig zijn — en wanneer het beter is om te sparen voor het volgende hoofdstuk.
Door deze balans te vinden, voorkom je overbelasting en blijf je trouw aan je eigen ontwikkelingslijn.
Je geeft jezelf toestemming om te groeien in het tempo dat bij jou past — en om uiteindelijk te stralen op die plek waar jouw volledige goud gevraagd en gewaardeerd wordt.
Kloppend maken versus de kloppende plek vinden
Een van de meest fundamentele vragen die opkomt als je leeft met een hoge innerlijke frequentie — of, anders gezegd, met een sterke afstemming op je eigen trilling — is:
Moet ik mijn omgeving kloppend maken?
Of:
Moet ik een plek vinden die van zichzelf al resoneert met mijn overexcitabilities en innerlijke staat?
Deze twee bewegingen lijken soms tegengesteld, maar zijn allebei wezenlijk en complex.
Kloppend maken: creatie vanuit trouw aan je innerlijke frequentie en overexcitabilities
Je omgeving kloppend maken betekent dat je actief vormgeeft aan de wereld om je heen, vanuit je eigen trilling en gevoeligheden — je esthetische, emotionele of imaginatieve overexcitabilities.
Het is een authentieke uitdrukking van wie je bent, een daad van schepping en trouw aan je innerlijke bron van schoonheid, harmonie en waarheid.
Toch brengt dit risico’s met zich mee:
– Overbelasting doordat je steeds meer energie en aandacht geeft dan gevraagd wordt.
– Innerlijke strijd wanneer de omgeving niet meebeweegt.
– Afscheiding of vervreemding van mensen die jouw frequentie niet kunnen volgen.
Kloppende plek vinden: rust en erkenning van je unieke overexcitabilities
De andere kant is het zoeken naar een plek die al resoneert met jouw innerlijke frequentie en overexcitabilities — een omgeving waar je niet hoeft te vechten, maar waarin je erkend en geaccepteerd wordt zoals je bent.
Zo’n plek biedt diepe rust en een gevoel van thuis zijn.
Maar ook deze zoektocht kent uitdagingen:
– De juiste plek is zeldzaam en soms moeilijk te vinden.
– Het kan leiden tot isolatie of een gevoel van vervreemding als je die plek niet snel vindt, want het kost moed en doorzetting zonder precies te weten
– Soms vraagt het aanpassing aan een omgeving die niet helemaal overeenkomt met jouw trilling, wat spanning kan veroorzaken.
Systemisch perspectief: de juiste plek vinden binnen het grotere geheel
Systemisch gezien — geïnspireerd door het werk van Bert Hellinger — is het essentieel dat ieder element, of het nu een mens, een huis of een rol is, op zijn juiste plek staat binnen het grotere geheel.
Een huis dat gebouwd wordt in een wijk die niet past bij de frequentie ervan, of een mens die leeft op een plek die niet overeenkomt met zijn trilling en overexcitabilities, veroorzaakt disharmonie en onbalans.
Dat leidt tot spanningen in het systeem, die zich uiten in ongemak, innerlijke strijd of relatieproblemen.
Soms betekent trouw zijn aan jezelf ook erkennen dat je op dit moment niet op de juiste plek bent — en dat het vinden van een nieuwe plek tijd, moed en vertrouwen vraagt.
Theologisch-filosofische reflectie: over waarheid, schoonheid en genade
In theologische en filosofische tradities wordt gevraagd:
– Wie ben ik om iets kloppend te maken?
– Wie ben ik om te doen alsof ik hier op mijn plek ben, terwijl ik innerlijk dissonantie ervaar?
Deze vragen dagen uit tot innerlijke eerlijkheid en openheid — voorbij goed en fout.
Waarheid en schoonheid zijn voor sommigen geen luxe, maar een essentie van het bestaan.
Genade nodigt uit om ruimte te geven aan jezelf en aan de situatie, zonder harde oordelen over wat hoort of niet hoort.
Innerlijke trouw: trouw aan je trilling en overexcitabilities zonder oordeel
Het gaat niet om de vraag of je mag zijn waar je bent, of dat je te moeilijk bent.
Het gaat om trouw zijn aan je eigen innerlijke frequentie en de bijzondere gevoeligheden die je hebt, zonder daarbij de ander af te wijzen.
“Schoonheid is geen luxe. Voor sommige mensen is het een bestaansvoorwaarde.”
Deze innerlijke trouw vraagt moed en wijsheid:
– Het omarmen van de paradox dat je zowel mag aanvaarden als mag vernieuwen.
– Het vermogen om je eigen trilling en overexcitabilities te voelen en te erkennen.
– De moed om te kiezen tussen creëren of passen, en soms beide tegelijk.
Reflectievragen / uitnodiging tot bewustwording
- Wat in jou weet precies wanneer iets ‘klopt’?
Welke innerlijke stem, gevoel of trilling wijst je daarop? - Leef jij in een omgeving die jouw frequentie ondersteunt of juist belemmert?
Waar voel je resonantie, en waar ervaar je dissonantie? - Ben je vooral bezig met het verbeteren van de wereld om je heen — of met aanwezig zijn in je eigen waarheid?
Wat vraagt dat van je? - Welke keuzes maken je trouw aan jouw esthetische ziel?
Hoe geef je ruimte aan jouw unieke gaven en gevoeligheden in je dagelijks leven?
Deze vragen nodigen je uit om stil te staan bij jouw eigen plek in de wereld, jouw eigen trilling, en hoe je daarmee in verbinding blijft — zonder oordeel, maar met liefdevolle nieuwsgierigheid.
Inspirerende afsluiting
Leven met een hoge frequentie in een wereld die niet altijd meeklinkt, is vooral voor hoogbegaafden een diepe uitnodiging tot moed, vertrouwen en trouw aan zichzelf.
Jouw unieke trilling en overexcitabilities zijn geen last, maar een kostbaar geschenk — een kompas dat je leidt naar de plekken en momenten waar jouw schoonheid, waarheid en creatiekracht het meest kunnen stralen.
Voor hoogbegaafden kan dit soms voelen als een paradox: je ziet overal mogelijkheden en kloppende verbeteringen, maar tegelijk vraagt het om grote wijsheid om te onderscheiden wat wél jouw taak is, en wat niet.
Dit vraagt een hoge afstemming met je innerlijk, en het vertrouwen om te kiezen waar je jouw energie aan wijdt.
Gun jezelf de ruimte om zowel te creëren als te ontvangen, te zoeken en te vinden, te kloppen en te passen.
In die balans open je de deur naar een leven dat niet alleen klopt voor jou, maar ook een bron van inspiratie kan zijn voor de wereld om je heen.
Blijf trouw aan jouw innerlijke melodie — want alleen zo kan jouw unieke goud schitteren.
De zoektocht naar een kloppend huis of een omgeving die jouw innerlijke frequentie weerspiegelt, raakt aan een diepere, spirituele vraag: waar vind je werkelijk thuis? Want een huis is meer dan stenen en verf; het is een verlengstuk van je ziel. Deze zoektocht zet door in onze spirituele beleving en in de gemeenschappen waar we deel van uitmaken. Hoe ga je om met het spanningsveld tussen het kloppend maken van je spirituele thuis en het vinden van een plek waar jouw ziel écht kan resoneren? Dit brengt ons bij een derde dimensie van deze zoektocht: de kerk, de gemeenschap en het spirituele thuis.