Feiten en ervaringen maken de werkelijkheid
We hebben de neiging te denken dat eenzelfde situatie bestaat uit feiten. Dat wat er gebeurt, is wat er gebeurt. Twee mensen staan in dezelfde ruimte, horen dezelfde woorden, zien dezelfde handelingen—dus zouden zij dezelfde werkelijkheid moeten ervaren. Toch blijkt in de praktijk steeds opnieuw dat dit niet zo werkt.
Neem een alledaagse situatie: twee collega’s krijgen exact dezelfde feedback van hun leidinggevende. De één loopt het gesprek uit met het gevoel gezien en gemotiveerd te zijn. De ander voelt zich aangevallen en onzeker. Wanneer beiden later vertellen wat er is gebeurd, lijken het twee verschillende gesprekken. Niet omdat de feiten veranderd zijn, maar omdat de beleving dat wel is.
Dit voorbeeld raakt aan een fundamentele misvatting: het idee dat wij de werkelijkheid waarnemen zoals zij is. In werkelijkheid is wat wij ervaren geen directe afspiegeling van objectieve feiten, maar het resultaat van een actief constructieproces in het brein. Wat wij ‘zien’, ‘horen’ en ‘meemaken’ ontstaat in de wisselwerking tussen zintuiglijke input, eerdere ervaringen en de manier waarop ons brein betekenis toekent aan wat er binnenkomt.
De werkelijkheid zoals wij die beleven rust op drie pijlers. Allereerst zijn er de feiten: de zintuiglijke prikkels die via ogen, oren en lichaam het zenuwstelsel binnenkomen. Daarnaast is er onze persoonlijke geschiedenis: herinneringen, emoties, overtuigingen en eerdere ervaringen die als filters fungeren. Tot slot is er de neurologische en psychologische interpretatie—het grotendeels onbewuste proces waarin het brein deze informatie ordent, aanvult en betekenis geeft.
Wat wij waarnemen is daarmee geen registratie, maar een interpretatie. Geen neutrale weergave van de buitenwereld, maar een door ervaring gevormde constructie. Deze constatering heeft verstrekkende gevolgen. Ze verklaart waarom misverstanden zo hardnekkig zijn, waarom conflicten ontstaan ondanks gedeelde feiten, en waarom mensen dezelfde situatie kunnen beleven alsof zij zich in totaal verschillende werkelijkheden bevinden.

Feiten op zichzelf zeggen niets. Zonder context, betekenis en interpretatie zijn zij slechts losse gegevens—prikkels zonder richting. Pas wanneer het brein ze plaatst binnen een kader van ervaringen, verwachtingen en emoties, krijgen zij betekenis. Dat proces is onvermijdelijk en universeel.
Het verschil in beleving dat hieruit ontstaat is daarom geen gebrek aan rationaliteit, geen tekortschieten in waarneming en geen bewuste vertekening van de waarheid. Evenmin is het een leugen. Twee mensen die hetzelfde feit verschillend ervaren, beschrijven geen verschillende werkelijkheden omdat één van hen ongelijk heeft, maar omdat feiten buiten strikt gecontroleerde laboratoriumomstandigheden nooit op zichzelf bestaan. In het dagelijks leven verschijnen zij altijd ingebed in een persoonlijk en neurologisch interpretatiekader.
Objectiviteit is daarmee geen vanzelfsprekend uitgangspunt, maar een abstract ideaal. Alleen onder kunstmatig afgebakende omstandigheden—waar context, emotie en betekenis systematisch worden buitengesloten—kunnen feiten tijdelijk los worden gezien van beleving. In menselijke interactie is dat onmogelijk. Daar ontstaat werkelijkheid niet uit feiten alleen, maar uit de manier waarop het brein deze feiten betekenisvol maakt.
Waarneming als actieve constructie
Op het eerste gezicht lijkt waarneming een passief proces: de wereld biedt prikkels aan en wij nemen die waar. Lange tijd werd het brein dan ook opgevat als een soort camera, die de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk registreert. Vanuit zowel de psychologie als de neurologie weten we inmiddels dat dit beeld onhoudbaar is. Het brein maakt geen foto’s van de werkelijkheid; het construeert voorspellingen.
* Psychologische invalshoek: waarneming is niet neutraal
Binnen het constructivisme, zoals beschreven door onder anderen Jean Piaget en Jerome Bruner, wordt waarneming gezien als een actief proces. Nieuwe informatie wordt niet simpelweg toegevoegd aan een leeg systeem, maar geïnterpreteerd vanuit bestaande cognitieve structuren—zogeheten schema’s. Deze schema’s bepalen wat we verwachten aan te treffen en sturen daarmee onze waarneming nog vóórdat zintuiglijke informatie volledig is verwerkt.
Dit mechanisme wordt zichtbaar in het onderscheid tussen bottom-up en top-down processing. Bottom-up verwerking vertrekt vanuit de zintuigen: licht valt op het netvlies, geluidsgolven bereiken het oor. Top-down verwerking daarentegen vertrekt vanuit het brein zelf: verwachtingen, herinneringen en overtuigingen beïnvloeden hoe die zintuiglijke signalen worden geïnterpreteerd. In de praktijk functioneren deze processen nooit los van elkaar. Waarneming ontstaat juist uit hun voortdurende interactie.
Daardoor wordt wat wij waarnemen sterk beïnvloed door factoren als context, emotionele toestand en eerdere ervaringen. Iemand die zich veilig voelt, zal dezelfde gezichtsuitdrukking anders interpreteren dan iemand die onder stress staat. Verwachtingen fungeren hierbij niet als storende ruis, maar als noodzakelijke hulpmiddelen waarmee het brein snelheid en samenhang aanbrengt in een complexe werkelijkheid.
* Neurologische onderbouwing: het voorspellende brein
Deze psychologische inzichten sluiten nauw aan bij recente neurologische modellen, met name de theorie van predictive coding of predictive processing. Volgens dit model functioneert het brein als een voorspellingsmachine. Op basis van eerdere ervaringen genereert het continu hypotheses over wat het waarschijnlijk gaat waarnemen. Zintuiglijke input dient vervolgens niet primair om de werkelijkheid op te bouwen, maar om deze voorspellingen te toetsen en waar nodig bij te stellen.
Belangrijk hierbij is dat zintuiglijke informatie de voorspelling slechts gedeeltelijk corrigeert. Wanneer de binnenkomende prikkels grotendeels overeenkomen met de verwachting, blijft de voorspelling intact. Alleen bij significante afwijkingen wordt het model aangepast. Dit verklaart waarom we vaak blijven zien wat we verwachten te zien, zelfs wanneer de feitelijke informatie ambigu of tegenstrijdig is.
Neurologisch gezien speelt de sensorische cortex een rol in het verwerken van ruwe zintuiglijke signalen, terwijl hogere hersengebieden, waaronder de prefrontale cortex, betrokken zijn bij interpretatie, betekenisgeving en het integreren van context. Waarneming ontstaat daarmee niet op één plek in het brein, maar in een hiërarchisch netwerk waarin voorspelling en correctie elkaar voortdurend beïnvloeden.
Wanneer de voorspelling zichtbaar wordt
Dat waarneming voorspellend is, wordt vooral duidelijk in situaties waarin de zintuiglijke input meerdere interpretaties toelaat. Ambigue afbeeldingen, waarbij hetzelfde beeld afwisselend als twee verschillende objecten kan worden gezien, tonen hoe sterk verwachting de waarneming stuurt. Hetzelfde geldt voor auditieve illusies, waarin woorden of tonen pas hoorbaar worden zodra iemand weet wat hij zou moeten horen.
Ook het placebo-effect laat zien hoe verwachting de waarneming van lichamelijke sensaties kan veranderen. Wanneer het brein voorspelt dat een behandeling zal werken, worden pijn, ongemak en zelfs fysiologische reacties anders ervaren—niet ondanks, maar dankzij dezelfde zintuiglijke input.
Ervaringen vormen het interpretatiekader
Het verleden filtert het heden
Wat we waarnemen wordt niet alleen bepaald door de zintuigen of door de voorspellingen van ons brein. Ons verleden speelt een even grote rol: ervaringen creëren een persoonlijk filter waardoor dezelfde gebeurtenis voor de één heel anders kan aanvoelen dan voor de ander.
* Psychologische invalshoek
Eén van de centrale concepten hierbij is dat van schema’s (Bartlett, 1932). Schema’s zijn mentale structuren die helpen om nieuwe informatie te interpreteren en te organiseren op basis van eerdere kennis. Ze maken waarneming sneller en efficiënter, maar leiden ook tot vooringenomen interpretaties.
Daarnaast spelen conditionering en hechtingsstijlen een rol. Klassieke en operante conditionering zorgen ervoor dat bepaalde prikkels automatisch bepaalde reacties oproepen. Hechtingsstijlen beïnvloeden hoe we emotionele signalen van anderen interpreteren en hoe veilig of bedreigend we situaties ervaren.
Verder kleuren cognitieve biases onze interpretatie van feiten:
– Confirmation bias: we merken vooral informatie op die onze bestaande overtuigingen bevestigt.
– Negativity bias: negatieve ervaringen hebben een sterkere impact op waarneming en geheugen dan neutrale of positieve.
– Availability heuristic: gebeurtenissen die recent of levendig in het geheugen aanwezig zijn, wegen zwaarder in onze interpretatie van de werkelijkheid.
* Neurologische onderbouwing
De werking van ervaring als filter wordt ook neurologisch ondersteund door neuroplasticiteit: het vermogen van het brein om structureel en functioneel te veranderen door herhaalde ervaringen. Door herhaling worden neurale paden versterkt, waardoor bepaalde interpretaties of reacties makkelijker geactiveerd worden dan andere.
Belangrijke hersengebieden hierbij zijn:
– Hippocampus: essentieel voor geheugen en contextuele verwerking.
– Amygdala: geeft emotionele lading aan ervaringen en beïnvloedt welke herinneringen sterker worden opgeslagen.
Emoties geven betekenis, vervormen niet
Emoties vervormen de werkelijkheid niet op willekeurige wijze; ze geven betekenis. Ze signaleren wat belangrijk is, wat bedreigend of waardevol is, en sturen het brein in hoe het informatie selecteert en interpreteert. Zo kan dezelfde situatie voor de ene persoon als spannend en stimulerend aanvoelen, terwijl een ander zich angstig of bedreigd voelt. Emoties vormen daarmee een integraal onderdeel van de interpretatiekaders die ervaringen creëren, maar maken de feiten zelf niet “vals” of “verkeerd”.
Emoties als betekenisgevers
Zonder emotie geen betekenis
Emoties zijn niet slechts bijproducten van ervaring; ze vormen de lens waardoor we de wereld interpreteren. Ze bepalen niet alleen wat we opmerken, maar ook wat we onthouden en hoe intens iets voelt. Zonder emotie zou een gebeurtenis in feite betekenisloos zijn: een opeenvolging van feiten zonder urgentie, waarde of consequenties.
* Psychologische invalshoek
Psychologisch gezien kleuren emoties zowel perceptie als geheugen. Concepten zoals mood-congruent memory laten zien dat we gebeurtenissen vaak herinneren die passen bij onze huidige gemoedstoestand. Ben je angstig, dan komen angstige herinneringen sterker naar voren; ben je blij, dan vallen positieve ervaringen meer op.
Daarnaast speelt de affect heuristic een rol: beslissingen en interpretaties worden sterk gestuurd door onze emoties. Een risico wordt bijvoorbeeld groter ingeschat als we ons angstig voelen, terwijl dezelfde situatie onder ontspanning als beheersbaar wordt gezien.
* Neurologische basis
Neurologisch vindt deze betekenisvorming plaats via de interactie tussen amygdala en prefrontale cortex. De amygdala detecteert emotionele relevantie en stuurt signalen naar andere hersengebieden, waaronder de prefrontale cortex, die context en regels meeneemt bij interpretatie.
Stresshormonen zoals cortisol beïnvloeden dit proces aanzienlijk. Onder stress worden amygdala-activiteit en aandacht voor bedreigingen verhoogd, terwijl prefrontale controle afneemt. Hierdoor worden neutrale signalen soms als bedreigend ervaren en wordt waarneming selectief opgevuld door dreiging.
Voorbeeld: dezelfde gebeurtenis, verschillende betekenissen
Overweeg twee personen die exact hetzelfde meemaken: een uitdagende presentatie of een feedbackgesprek.
– In veiligheid voelt de situatie als een kans om te leren en te groeien: een uitdaging.
– In stress wordt dezelfde situatie ervaren als bedreigend, potentieel schadelijk voor zelfbeeld of status.
Hetzelfde feit, dezelfde handeling, dezelfde woorden—maar de betekenis ervan verschilt radicaal door de emotionele staat van de waarnemer. Emoties functioneren dus als de prismatische filter waardoor feiten betekenis krijgen.
Het zelf als narratief construct
We beleven situaties via het verhaal dat we over onszelf vertellen
Onze ervaringen en emoties worden niet alleen opgeslagen; ze worden geïntegreerd in het verhaal dat we over onszelf vertellen. Volgens de narratieve psychologie is identiteit geen statisch gegeven, maar een doorlopend construct: een verhaal dat we construeren om ons leven en onze ervaringen te begrijpen en betekenis te geven.
Dit narratief beïnvloedt hoe we nieuwe gebeurtenissen interpreteren. Wie zichzelf ziet als “niet goed genoeg” of als “minder capabel”, zal neutrale of zelfs positieve feedback soms als kritiek ervaren. Omgekeerd kan iemand met een sterk zelfbeeld dezelfde situatie zien als een kans of bevestiging. Wat voor de één informatie is, voelt voor de ander als een aanval.
* Psychologische componenten
Belangrijke elementen in dit proces zijn:
– Zelfbeeld: de kern van hoe iemand zichzelf ziet, inclusief overtuigingen over competenties, waardigheid en veiligheid.
– Overtuigingen en aannames: impliciete aannames zoals “de wereld is onveilig” of “mensen zijn niet te vertrouwen” kleuren interpretatie en emotionele reactie.
– Narratieve consistentie: het brein streeft naar een coherent verhaal, waardoor informatie die het verhaal bedreigt vaak wordt geminimaliseerd, genegeerd of vervormd.
* Neurologische onderbouwing
Neurologisch vindt dit proces plaats via het Default Mode Network (DMN), een netwerk van hersengebieden dat actief is tijdens zelfreferentiële verwerking, dagdromen en reflectie over eigen ervaringen. Het DMN integreert nieuwe waarnemingen met bestaande overtuigingen en verhalen, waardoor de beleving van een gebeurtenis direct verbonden wordt met het zelf.
Zelfreferentiële verwerking zorgt ervoor dat dezelfde feiten verschillend worden geïnterpreteerd afhankelijk van wie we zijn, waar we ons bevinden in het levensverhaal en welke emoties op dat moment actief zijn.
Praktisch voorbeeld
In een gezin of team kan kritiek of feedback exact hetzelfde worden geuit. Voor de ene persoon is het een neutrale observatie; voor de ander voelt het als een persoonlijke aanval. Niet omdat de feiten verschillen, maar omdat het zelfverhaal en de bijbehorende overtuigingen een lens vormen die betekenis geeft.
In mijn werk als coach van families, familiebedrijven en relaties word ik keer op keer geconfronteerd met hoe ingrijpend dezelfde feiten verschillend worden ervaren. Hetzelfde huis, dezelfde ouders, dezelfde gebeurtenis: elk gezinslid beleeft het op een unieke manier.
Tijd en plaats binnen het gezin spelen daarbij een cruciale rol. Ouders groeien en veranderen, waardoor de opvoeding van het eerste kind anders verloopt dan die van het tweede of derde. Elk kind heeft bovendien een eigen karakter en ontwikkelt zich binnen een eigen positie in het gezin.
Een concreet voorbeeld: stel dat vader op een bepaald moment opstaat en wegloopt tijdens een discussie. Voor het oudste kind kan dit voelen als afwijzing en onzekerheid; voor het middelste kind kan het een bevestiging zijn dat het conflict niet persoonlijk is; en voor het jongste kind misschien nauwelijks merkbaar of juist beangstigend, afhankelijk van eerdere ervaringen en emotionele context.
Dit illustreert dat dezelfde feiten nooit objectief dezelfde impact hebben. De werkelijkheid wordt gevormd door de combinatie van persoonlijk verleden, karakter, emotionele toestand en sociale context. Het is een levendig bewijs dat waarneming, interpretatie en betekenisgeving altijd individueel en contextgebonden zijn.
Er zijn geen feiten… feitelijk
Het is misschien schokkend om te horen, maar vanuit psychologie en neurologie durf ik te stellen: er zijn geen feiten feitelijk. Wat we een feit noemen—een gebeurtenis, een waarneming, een handeling—bestaat pas echt binnen het kader van een bewust waarnemend brein. Zonder interpretatie, emotie, geheugen en context zijn feiten betekenisloos.
Feiten bestaan wel onder laboratoriumomstandigheden, waar onderzoekers variabelen isoleren en context systematisch buitensluiten. In het dagelijkse leven daarentegen komen feiten nooit los van menselijk waarnemen en interpreteren. Eenzelfde gebeurtenis wordt altijd ingekleurd door ervaring, emotie, verwachtingen, zelfbeeld en sociale context.
Feiten zijn daarmee geen leugens, geen illusies, geen misverstanden—maar ze zijn altijd constructies van de waarnemer. Ze zijn pas feiten in de betekenis die wij eraan geven. Het idee van een “objectieve, universele werkelijkheid” is een handig abstract concept, maar in menselijke interactie en ervaring is het een illusie.
Sociale en culturele programmering
Geen brein bestaat in isolatie
Zelfs het meest persoonlijke verhaal en de meest individuele ervaring vindt plaats in een sociale en culturele context. Ons brein is gevormd door interactie met anderen, door taal, tradities, normen en gedeelde waarden. Geen enkele waarneming gebeurt los van deze context: onze interpretaties zijn altijd ingebed in sociale en culturele kaders.
Culturele schema’s
Culturen creëren schema’s—collectieve aannames en verwachtingen over hoe de wereld werkt, wat belangrijk is, en hoe mensen zich horen te gedragen. Deze schema’s sturen niet alleen gedrag, maar ook perceptie. Wat in de ene cultuur als respectvol wordt gezien, kan in een andere als afstandelijk of kil worden ervaren. Feiten blijven hetzelfde—iemand buigt zijn hoofd, iemand spreekt een zin uit—maar de betekenis ervan verschilt radicaal.
Taal beïnvloedt perceptie
De manier waarop we spreken en denken beïnvloedt hoe we de werkelijkheid waarnemen. De Sapir-Whorf hypothese stelt dat taalstructuren en woordenschat onze perceptie van tijd, ruimte, emotie en relaties vormgeven. Een gebeurtenis wordt daardoor nooit neutraal geregistreerd; woorden en concepten kleuren hoe we feiten interpreteren en onthouden.
Sociale normen als interpretatiekader
Naast cultuur en taal vormen sociale normen een expliciet of impliciet kader dat gedrag en interpretatie beïnvloedt. Wat acceptabel, relevant of bedreigend is, wordt mede bepaald door de groep waartoe we behoren. Feiten zelf veranderen niet, maar wat ze betekenen binnen een gezin, een bedrijf of een samenleving varieert enorm.
Feiten lijken universeel, betekenis is cultureel
Het cruciale inzicht is dat feiten universeel lijken: dezelfde gebeurtenis heeft objectief dezelfde fysieke eigenschappen. Maar daar kun je helemaal niets mee. Want feiten blijven niet kaal, ze krijgen betekenis. Dat is leven. Betekenis daarentegen is cultureel en contextgebonden. Feiten zonder interpretatie zijn zinloos; betekenis zonder feiten is leeg. Pas in de interactie tussen de wereld, het brein en de cultuur ontstaat de werkelijkheid zoals wij die ervaren.
Één gebeurtenis, meerdere werkelijkheden
Situatie: In een familiebedrijf wordt besloten dat het bedrijf in de familie moet blijven en dat één van de beide zoons het bedrijf over zal nemen. De ouders wilden een zo objectief mogelijk besluit nemen en huurden een assessmentbureau in. Beide zonen werden getest op hun vaardigheden, competenties, persoonlijkheid of ontwikkelpotentieel. Het assesment wees objectief uit dat de oudste zoon niet de gaven en talenten heeft voor deze rol. Daarom wordt de oudste zoon niet in de directie geplaatst en wordt voor hem ander werk gezocht. De feitelijke situatie is duidelijk: de jongste zoon wordt leider, de oudste niet. Maar hoe deze gebeurtenis beleefd wordt, verschilt enorm.
Persoon A: de oudste zoon
– Verleden: Heeft zich altijd gezien als favoriet, heeft jarenlang hard gewerkt in het bedrijf en voelt een sterk recht op erkenning.
– Emotionele staat: Teleurgesteld, onzeker en licht verontwaardigd; bang voor verlies van status binnen het gezin.
– Breinreactie: Predictive processing genereert een verwachting van afwijzing; amygdala activeert stress- en frustratierespons; hippocampus herhaalt eerdere ervaringen waarin inzet niet werd erkend.
Analyse per laag:
Waarneming: Richt zich op negatieve signalen: “ik ben afgewezen”, “zij zien mij niet als competent”.
Emotie: Teleurstelling, verdriet, boosheid en soms jaloezie.
Betekenis: Interpreteert het besluit als persoonlijke afwijzing en als bewijs van tekortschieten: “Ik ben niet goed genoeg.”
Gedrag: Kan zich terugtrekken, boos reageren, afstand nemen van de familie of het bedrijf, of het besluit langdurig blijven herkauwen.
Persoon B: de jongste zoon
– Verleden: Heeft altijd een rol op de achtergrond gehad, gezien als talentvol, maar nog relatief onervaren.
– Emotionele staat: Opgewonden, trots en licht gespannen door de verantwoordelijkheid.
– Breinreactie: Predictive processing genereert een verwachting van succes en bevestiging; prefrontale cortex integreert de uitdaging rationeel; amygdala reageert vooral op spanning van de nieuwe rol, niet op afwijzing.
Analyse per laag:
Waarneming: Richt zich op positieve signalen: vertrouwen van de ouders, erkenning van capaciteiten.
Emotie: Trots, motivatie, lichte spanning.
Betekenis: Interpreteert het besluit als erkenning van talent en als kans: “Ik kan groeien en bijdragen aan de familie.”
Gedrag: Neemt initiatief, maakt plannen, vraagt advies en betrekt de familie actief bij het proces.
Analyse van de gebeurtenis
| Laag | Oudste zoon | Jongste zoon |
|---|---|---|
| Waarneming | Afwijzing, tekortkomingen | Erkenning, kans |
| Emotie | Teleurstelling, boosheid, onzekerheid | Trots, motivatie, lichte spanning |
| Betekenis | Persoonlijk falen, verlies status | Bevestiging van talent, nieuwe verantwoordelijkheid |
| Gedrag | Terugtrekking, boosheid, twijfel | Actief, initiatief, plannen maken |
Inzicht:
Zelfs bij één objectief besluit ontstaan twee volledig verschillende werkelijkheden door verschillen in verleden, emoties, interpretatiekaders en narratieve constructies. De feiten zijn universeel: de oudste zoon gaat niet naar de directie; de jongste zoon wel. De betekenis van die feiten en de belevenis ervan zijn echter volledig subjectief.
Extra laag: sociale en familiale context
Familienormen: Culturele overtuigingen over “ouderlijk recht”, “verdienste” en “talent” beïnvloeden hoe beide zonen hun positie zien.
Taal en verhalen binnen het gezin: Als ouders voortdurend zeggen “wij moeten doen wat het beste is voor het bedrijf”, kan de oudste dit ervaren als rationele verklaring of juist als excuus voor persoonlijke afwijzing.
Emotionele geschiedenis: Oudste zoon vergelijkt zijn huidige positie met eerdere successen of mislukte projecten, jongste zoon voelt historische ondersteuning en vertrouwen.
Deze casus laat duidelijk zien dat feiten bestaan, maar werkelijkheid subjectief is—en hoe diepgewortelde emoties, ervaring en context de beleving van één enkele gebeurtenis radicaal kunnen vormen.
Implicaties: waarheid, conflict en empathie
Waarom dit ertoe doet
Het besef dat dezelfde feiten door verschillende mensen radicaal anders beleefd worden, heeft verstrekkende gevolgen. Het raakt hoe we communiceren, samenwerken en relaties onderhouden—zowel privé als in het werk.
Miscommunicatie
Wanneer we aannemen dat “iedereen hetzelfde ziet wat er gebeurt”, ontstaan vaak misverstanden. Mensen reageren niet op feiten zelf, maar op hun interpretatie van die feiten. Een leidinggevende die neutrale feedback geeft, kan voor de ene medewerker geruststellend zijn, maar voor de ander bedreigend. Miscommunicatie is dus geen teken van onwil, maar van verschillende werkelijkheden.
Polarisatie
In families, teams of organisaties kan dit leiden tot polarisatie. Twee mensen die dezelfde gebeurtenis meemaken, kunnen er tegenovergestelde verhalen over vertellen en er totaal andere emoties bij ervaren. Conflicten escaleren vaak niet omdat iemand “ongelijk heeft”, maar omdat de persoonlijke beleving verschilt.
Relaties
In relaties—binnen gezinnen, vriendschappen of partnerschappen—speelt dit principe continu. Het besef dat iemand anders de werkelijkheid anders beleeft, kan:
– Empathie vergroten: je begrijpt waarom iemand zich anders voelt of reageert.
– Oordeel reduceren: je ziet verschillen niet als domheid, luiheid of onwil, maar als legitieme subjectieve ervaringen.
– Communicatie verbeteren: door vragen te stellen naar hoe iemand iets beleeft, in plaats van aannames te maken.
Afstemming als noodzakelijke sleutel
Het besef dat feiten niet vanzelf tot één werkelijkheid leiden, maakt afstemming essentieel. Verschillen in waarneming, interpretatie en emotie zijn normaal, maar zonder gesprek en wederzijds begrip ontstaan miscommunicatie en conflicten. Afstemming gaat verder dan het uitwisselen van feiten; het gaat over het expliciet delen van beleving en betekenis:
Hoe zie jij het? – Vraag concreet naar de waarneming van de ander. Welke feiten vallen op? Waar ligt de focus?
Hoe zie ik het? – Deel jouw eigen observaties zonder oordeel.
Hoe ervaar jij het? – Vraag naar emoties en betekenissen die de ander aan de situatie hecht.
Hoe ervaar ik het? – Leg uit hoe jij je voelt en welke betekenis jij eraan geeft.
Door dit expliciet te doen ontstaat:
– Transparantie: Iedereen weet wat de ander werkelijk ervaart.
– Verbinding: Emoties en perspectieven worden erkend.
– Constructieve besluitvorming: Beslissingen worden beter gedragen omdat iedereen begrijpt waar de ander vandaan komt.
In een familiebedrijf kan dit bijvoorbeeld voorkomen dat de oudste zoon zich afgewezen voelt terwijl de jongste gewoon erkenning ervaart. Door expliciet af te stemmen over wat er gebeurt en hoe het wordt beleefd, wordt een objectief besluit door beiden beter geaccepteerd en kan conflict worden voorkomen.
Kortom: feiten zijn belangrijk, maar afstemming van waarneming, beleving en betekenis is cruciaal om samen een gedeelde, werkbare werkelijkheid te creëren.
Invullen voor de ander is onmogelijk
Het is verleidelijk om te denken dat je wel weet wat de ander ziet, voelt of bedoelt. Maar elke ervaring is subjectief, gevormd door persoonlijke geschiedenis, emoties, interpretatiekaders en context. Invullen voor de ander is daarom altijd riskant, en vaak belachelijk, omdat er een cruciaal element ontbreekt: de echte beleving van de ander.
Om misverstanden en conflicten te voorkomen, is een potje NIVEA noodzakelijk—niet de crème, maar de praktische vertaalslag. En is LSD even belangrijk:
– Luisteren – Laat de ander volledig zijn verhaal en ervaring delen, zonder oordeel of interpretatie.
– Samenvatten – Herhaal in je eigen woorden wat je hebt gehoord om zeker te weten dat je het juist begrijpt.
– Doorvragen – Stel open vragen om te achterhalen waaróm de ander iets zo ervaart of interpreteert.
Deze drie stappen vormen de kern van effectieve communicatie in situaties waar feiten hetzelfde zijn, maar werkelijkheden verschillen. Ze zorgen voor: Begrip van de ander; vermindering van miscommunicatie en meer empathie en samenwerking.
In het familiebedrijf‑voorbeeld: de ouders kunnen niet weten hoe de oudste zoon zijn afwijzing ervaart. Door te luisteren, samen te vatten en door te vragen, wordt de werkelijkheid van beide zonen zichtbaar, ontstaat begrip en kan de beslissing op een respectvolle manier worden gedragen.
Inzicht
Het belangrijkste dat hieruit volgt: verschil in beleving betekent niet dat iemand onwil heeft, dom is of zich verkeerd gedraagt. Iedereen reageert op basis van:
– Persoonlijk verleden en ervaringen
– Emotionele toestand
– Interpretatiekaders en overtuigingen
– Sociale en culturele context
Door dit te erkennen, ontstaat ruimte voor begrip, samenwerking en compassie, zelfs wanneer feiten hetzelfde zijn.
KORTOM – Werkelijkheid als co-creatie
Door dit artikel heen is duidelijk geworden dat onze ervaring van de wereld niet één-op-één samenvalt met de feiten. De werkelijkheid zoals wij die beleven is altijd een constructie van ons brein, gevormd door:
– Zintuiglijke input: de feiten zelf, die op zichzelf betekenisloos zijn.
– Ervaringen en herinneringen: ons verleden vormt filters en schema’s waardoor we het heden interpreteren.
– Emoties: geven betekenis aan wat we waarnemen en beïnvloeden intensiteit en gedrag.
– Zelfnarratief: de verhalen die we over onszelf vertellen kleuren hoe we feedback, kritiek of kansen ervaren.
– Sociale en culturele context: normen, taal en culturele verwachtingen sturen interpretatie en betekenis.
De casus van het familiebedrijf illustreert dit krachtig: dezelfde feiten – de oudste zoon gaat niet naar de directie, de jongste wel – leiden tot volledig verschillende werkelijkheden, gebaseerd op persoonlijke ervaring, emoties en interpretatiekaders.
Werkelijkheid is co-creatie
Dit betekent dat onze ervaring van de wereld nooit objectief universeel is. We leven niet in “de werkelijkheid”, we leven in onze werkelijkheid. Misverstanden, conflicten en polarisatie ontstaan vaak niet door onwil of domheid, maar door verschillen in waarneming en beleving.
Daarom is afstemming cruciaal: door te vragen, te luisteren, samen te vatten en door te vragen (NIVEA!), creëren we een gedeelde ruimte waarin meerdere werkelijkheden herkend, erkend en begrepen worden. Feiten blijven bestaan, maar betekenis en ervaring worden co-creatief gevormd.
Begrip begint waar we accepteren dat onze ervaring niet de maatstaf is voor de waarheid. Wanneer we dat erkennen, ontstaat ruimte voor empathie, verbinding en samenwerking – zowel in gezinnen, teams als organisaties.
