Waar testosteron op reageert
Mannen leven in een dagcyclus, vrouwen in een maandcyclus. Het testosteron van een man piekt in de vroege ochtend, zakt in de loop van de middag en bouwt zich in de nacht weer op; elke vierentwintig uur is de ronde compleet. Bij een vrouw verloopt de golf van oestrogeen en progesteron over ongeveer achtentwintig dagen, in fasen die in elkaar overgaan en pas na weken terugkeren. De oude talen legden dat vast lang voordat er iets gemeten kon worden: de man volgt de zon, de vrouw volgt de maan. Wie dat als beeldspraak leest, mist dat het endocrien letterlijk zo werkt. En het verklaart iets wezenlijks over het verschil tussen beiden. Een vrouw draagt de stand van haar hormonen weken met zich mee, en haar lichaam vraagt van haar dat ze meebeweegt met een ritme dat groter is dan de dag. Een man wordt elke ochtend opnieuw gemaakt. Wat hij gisteren won of verloor, verwerkt zijn lichaam in de nacht en weegt het vanochtend opnieuw mee.
Het lichaam van een man beantwoordt elke dag een vraag die hij zelf nooit hardop stelt. Ergens in de hypothalamus wordt gepeild of er iets op het spel staat, of hij zich kan bewegen, of zijn beweging ergens aankomt. Het antwoord op die vraag wordt niet gedacht maar gemaakt, in de vorm van een hormoon. Wie testosteron ziet als een voorraad die je kunt aanvullen, mist wat het is: een lezing van de situatie waarin een man zich bevindt.
Dat is waarom de huidige aandacht voor testosteron mij tegelijk interesseert en irriteert. Mannen meten hun waarden, trainen zwaar, slapen gedisciplineerd en overwegen bij tegenvallende cijfers steeds sneller substitutie. Alles daarin gaat over het lichaam als machine. Bijna niets gaat over het leven waarin dat lichaam zijn lezing doet.

Een hormoon dat de omgeving leest
De endocrinologie weet al decennia dat testosteron bij mannen niet stabiel is maar reactief. Het stijgt wanneer een confrontatie nadert, wanneer er gewonnen wordt, wanneer iemand een positie inneemt die hij eerder niet had. Het daalt na verlies, en het daalt vooral wanneer verlies structureel wordt en er geen beweging meer mogelijk is. Onderzoekers noemen dat de challenge hypothesis en het winner effect, maar de kern is eenvoudiger dan die termen suggereren: het systeem vraagt niet alleen waar je staat, maar of je nog kunt stijgen.
Daar zit een tweede laag onder. Testosteron en cortisol werken tegen elkaar in. De as die stress regelt en de as die testosteron regelt, delen hetzelfde regelcentrum, en wanneer de eerste chronisch aanstaat, wordt de tweede gedempt. Wat het lichaam onder druk houdt, is niet zozeer hoge belasting als wel belasting zonder handelingsruimte. Wie zwaar werk doet en het zelf kan sturen, houdt zijn systeem in balans; wie licht werk doet waarin hij voor elke stap toestemming nodig heeft, krijgt cortisol zonder tegenwicht. Het lichaam registreert onmacht nauwkeuriger dan inspanning.
Dus voordat de vraag is hoeveel iemand deadlift, is de vraag: wat leest zijn lichaam de andere zestien uur van de dag af aan zijn omgeving? Wordt er ergens iets van hem gevraagd waar hij ja tegen kan zeggen? Komt zijn beweging ergens aan, of loopt ze dood in een structuur die haar niet nodig heeft?
Waar het lichaam leerde of bewegen mocht
Die vraag begint niet op het werk. Ze begint in de eerste jaren, waar een jongen ontdekt wat er gebeurt als hij naar buiten gaat. Elke jongen heeft een impuls die zich richt op de wereld: iets openmaken, iets kapotmaken, ergens tegenaan duwen, hoger klimmen dan verstandig is. Wat daarmee gebeurt, wordt in het zenuwstelsel opgeslagen als informatie over de kosten van richting.
Vroegkinderlijk trauma is niet altijd iets groots. Het is krijgen wat je op dat moment niet nodig had, of niet krijgen wat je op dat moment wel nodig had. Een jongen die bij elke uitwaartse beweging de angst van zijn moeder tegenkwam, kreeg iets wat hij niet nodig had: een omhulling die zijn kracht als gevaar markeerde. Een jongen wiens vader afwezig was, of aanwezig maar zonder eigen richting, kreeg niet wat hij wel nodig had: iemand die liet zien dat een man zijn kracht kan hebben zonder dat de band daaronder lijdt. In beide gevallen leert het lichaam hetzelfde: mijn beweging kost mij mijn plek.
Die les werkt levenslang door. Een volwassen man met deze geschiedenis kan alles op orde hebben en toch een systeem meedragen dat elke keer als er iets te winnen valt, eerst terugschrikt. En de spanning van een impuls die nergens heen kan, keert zich naar binnen. Wat zich naar binnen keert, produceert geen testosteron. Het produceert waakzaamheid. Wie dit patroon draagt, zoekt zijn oplossing vaak in het lichaam omdat het lichaam het enige terrein is waar hij zich mag inspannen zonder iemand tegen te komen. Dat verklaart iets van de vlucht naar de sportschool: het is de enige apenrots waar zijn richting welkom is.
De plek in het systeem
Testosteron daalt bij mannen in een vaste relatie, en daalt verder bij vaderschap. Een groot onderzoek op de Filipijnen liet zien dat mannen met de hoogste waarden het vaakst partner en kinderen kregen, waarna hun waarden juist het sterkst daalden. Evolutionair is dat een intelligent ontwerp: het systeem dat helpt om te veroveren, wordt teruggedraaid zodra er iets te verzorgen valt. Een man die vader wordt, moet ergens landen.
Maar er zijn twee soorten dalen, en het lichaam kent het verschil. De ene daling is die van een man die zijn plek heeft ingenomen: hij staat naast zijn vrouw, boven zijn kinderen, onder zijn ouders, en van daaruit richt hij zich op de taak die voor hem ligt. Zijn testosteron daalt omdat de vraag van zijn leven veranderd is.
De andere daling is die van een man die zijn plek is kwijtgeraakt. Hij is in zijn gezin het tweede kind geworden van een vrouw die alles draagt; hij vraagt of hij vrienden mag zien; hij krijgt te horen wat er moet gebeuren en doet dat. Zijn lichaam leest dat niet als vaderschap. Het leest het als een rangorde waarin hij onderaan is vastgebonden.
Systemen reageren wanneer iemand niet op zijn plek staat. De ordening zoekt herstel, en zolang dat uitblijft, betaalt iemand. In veel relaties betaalt de man met zijn richting en de vrouw met haar lichtheid; zij wordt de manager van een systeem dat hij heeft verlaten zonder weg te gaan. De testosterondip is dan geen hormonale kwestie maar de biochemische afdruk van een systemische verschuiving. Substitutie corrigeert de waarde en laat de verschuiving staan.
Of zijn richting ergens aankomt
Hier komt de polariteit in beeld, en die ligt dwars op de tijdgeest. Het mannelijke wil richting hebben: een missie, een taak, iets waar het zich helemaal aan kan geven. Het vrouwelijke is de levendigheid zelf, de energie die stroomt en die richting nodig heeft om ergens naartoe te kunnen. Die twee zijn niet alleen posities in een relatie; ze zijn krachten in ieder mens, en tussen man en vrouw wekken ze elkaar. Een man die zijn richting leeft, roept bij een vrouw haar levendigheid op. Een vrouw die straalt, roept bij een man zijn richting op. En beide bewegingen laten zich meten.
Onderzoek liet zien dat de testosteronwaarde van mannen stijgt na een kort gesprek met een vrouw die hen aantrekkelijk vindt. Dat is geen vleierij die werkt; het is het lichaam dat leest dat zijn beweging is ontvangen. Veel mannen in lange relaties leven in het tegendeel daarvan: ze zijn nodig maar worden niet begeerd, ze worden georganiseerd maar niet gezien. Niets in hun leefstijl is verkeerd, en toch heeft hun lichaam al jaren niets gelezen dat op ontvangst lijkt.
De cultuur waardeert intussen precies de man wiens richting is uitgedoofd. Meegaand, inschikkelijk, nooit opdringerig. Dat is sociaal comfortabel en hormonaal verwoestend, en wat vaak vergeten wordt: de vrouw naast hem betaalt mee. Zij verliest haar polariteit in dezelfde beweging waarin hij de zijne verliest, en wat overblijft is een partnerschap van twee functionarissen die elkaar niet meer wekken. Welwood zou zeggen dat hier niet een hormoon ontbreekt maar een ontmoeting.
Wat er dan werkelijk op het spel staat
De testosteronwaarden van westerse mannen dalen al decennia, studie (onderzoek) na studie (onderzoek), los van leeftijd. Er zijn chemische verklaringen: hormoonverstorende stoffen, buikvet, slaap. Die verklaringen zijn niet fout. Ze zijn alleen onvolledig zolang niemand de andere kant meeneemt: een cultuur waarin voor een man steeds minder op het spel staat, waarin zijn kracht bij voorbaat verdacht is en zijn richting nergens meer wordt gevraagd. Dan wordt substitutie het invullen van een antwoord op een vraag die niemand stelt.
De vraag is niet of een man zijn waarden omhoog krijgt. De vraag is of hij bereid is te horen wat zijn lichaam over zijn leven zegt. Dat antwoord is niet altijd wat hij verwacht. Er is een leeftijd waarop de daling van testosteron een ander werk aankondigt: de tweede levenshelft, waarin niet de verovering telt maar de overdracht. Jung noemde dat de omkering, waarin een man zich naar binnen keert zonder zich terug te trekken. Ook die daling is intelligent, mits ze een daling is naar een plek en niet een wegzakken uit een plek.
Of een man het verschil tussen die twee nog kan voelen, of hij daarvoor nog het lichaam heeft dat luistert, en of er iemand naast hem staat die hem daarin ontmoet: dat weet ik niet. Ik weet alleen dat een lager getal een bericht is, en dat het lichaam het niet blijft herhalen als er nooit iemand naar luistert.
LEES OOK: Waar oxytocine op reageert
En lees: Wat er tussen twee lichamen ontstaat
