Geliefd als maatstaf
Waar we mee meten
Ieder mens meet. Of iets goed genoeg is, of het klopt, of hij erbij hoort. Daar valt niet aan te ontkomen, en het hoeft ook niet: zonder maat kan een mens geen keuze maken. De vraag is waarmee hij meet. Bij de meesten van ons is die maat vroeg vastgelegd, in de ogen waarin we als kind keken, en sindsdien gebruiken we haar zonder te merken dat het een maat is.
Lang werd aangenomen dat die vroege maat vastligt: wie onveilig gehecht opgroeide, bleef dat. Onderzoek naar hechting bij volwassenen laat iets anders zien. Er zijn mensen die als kind weinig veiligheid kregen en als volwassene toch veilig gehecht zijn. Onderzoekers spreken van verdiende veiligheid. Wat hen onderscheidt, is opvallend. Ze kunnen samenhangend vertellen wat hun is overkomen, zonder het weg te praten en zonder erin te verdrinken. En bijna altijd was er ergens een ander, een grootouder, een leraar, een partner, een therapeut, in wiens blik ze iets anders over zichzelf leerden.
De maat kan dus veranderen. Hoe dat gebeurt, is minder zachtzinnig dan het woord ontwikkeling doet vermoeden.
Wanneer het uiteenvalt
Groei verloopt zelden als een geleidelijke klim. Vaker valt er eerst iets uit elkaar. De manier waarop iemand jarenlang overeind bleef, werkt opeens niet meer: de controle houdt het niet, de inzet levert niets meer op, de relatie draait vast. Wat volgt, voelt als een crisis en wordt meestal ook zo behandeld, als iets wat zo snel mogelijk moet worden opgelost zodat het oude evenwicht terugkeert.
Er bestaat een andere lezing. Daarin is het uiteenvallen van een oude ordening de voorwaarde voor een nieuwe. Angst, schaamte, onvrede met jezelf, het gevoel dat er iets niet klopt aan hoe je leeft: het zijn tekenen dat er in iemand iets is gaan bewegen wat het oude niet meer kan bevatten. Wie het oude evenwicht zo snel mogelijk herstelt, sluit die beweging ook af.
Opvallend is wie dit het hevigst meemaakt. Mensen die intenser waarnemen, dieper voelen, rijker verbeelden, sneller geraakt worden. Ze lijden meer en worden vaak als te gevoelig weggezet. Juist bij hen ligt de grootste mogelijkheid tot ontwikkeling, omdat ze de spanning tussen wat is en wat zou kunnen zijn scherper voelen. Hun gevoeligheid is de kracht waarmee de cirkel kan breken.
Van opzij naar omhoog
Niet elk uiteenvallen leidt ergens heen. Er is een vorm waarin iemand heen en weer wordt geslingerd tussen tegenstrijdige stemmen die allemaal even zwaar wegen. Wat zullen ze denken. Wat wil ik eigenlijk. Wat moet ik. Het oordeel kijkt dan opzij en vergelijkt, en geen van de uitkomsten is beter dan de andere. Dat is de cirkel in zijn meest uitputtende vorm.
Wat verder voert, is een verandering van richting. Op een gegeven moment gaat iemand zich afvragen hoe hij zich verhoudt tot wat hij in zichzelf als hoger herkent, en minder hoe hij zich verhoudt tot anderen. Daarmee verandert ook de schaamte van karakter. Ze gaat over de afstand tussen hoe je leeft en hoe je zou willen leven, en de blik van de buren doet er minder toe. De onvrede richt zich op wat in jou nog niet is uitgegroeid, en minder op wat een ander heeft.
Dit is een kantelpunt, en er zit een gevaar in. Het hogere kan een nieuwe rechter worden. Wie zijn ideaal als maatstaf neemt op de manier waarop hij eerst de blik van anderen nam, heeft alleen van toeschouwer gewisseld. De perfectionist die zich meet aan wat hij zou moeten zijn, zit even vast als de conformist die zich meet aan wat anderen verwachten. Misschien vaster, omdat zijn rechter in hem woont en nooit naar huis gaat.
Geliefd als bodem
Een ideaal kan alleen voeden als het staat op iets wat niet verdiend hoeft te worden. Wie weet dat hij geliefd is, kan zijn tekort onder ogen zien zonder erdoor te worden opgeslokt. Het oordeel verliest dan zijn plaats als maatstaf. Onderscheid blijft er wel: dit klopt, dit nog niet. Alleen beslist dat onderscheid niet meer of je er mag zijn.
Dat is ook in het lichaam te volgen. Een zenuwstelsel dat zich veilig weet, schakelt het dreigingssysteem terug, en dan komt er ruimte voor de delen van het brein die kunnen reflecteren, verbanden leggen, nieuwsgierig zijn. Leren gebeurt in veiligheid. En oude emotionele herinneringen blijken te kunnen veranderen wanneer ze opnieuw worden opgeroepen in een ervaring die ze tegenspreekt: de oude verwachting van afwijzing, gevoeld in de aanwezigheid van iemand die niet afwijst. Het brein schrijft dan bij.
Geliefd weten is daarmee iets anders dan je geliefd voelen. Gevoelens komen en gaan; weten is een grond die blijft liggen als het gevoel even weg is. Het is ook iets anders dan bevestigd worden door een partner. Wie verwacht dat de ander hem het genoeg geeft, maakt die ander opnieuw tot rechter. De liefde waar het hier om gaat, gaat aan elke relatie vooraf. Een partner kan haar weerspiegelen en soms wekken, leveren kan hij haar niet. Wie dat ontdekt, kan voor het eerst ontvangen wat de ander wél geeft, zonder dat het moet voldoen aan wat het ooit had moeten zijn.
Wat die grond bruikbaar maakt, is bewust-zijn: zien wat er in je gebeurt, van binnenuit, zonder het te wegen. Zonder dat zien meet een mens met de maat die hij al heeft, en merkt hij niet eens dat hij meet. Het oordeel draait dan op de automatische piloot, en geen inzicht of voornemen komt ertussen. Bewust-zijn maakt een kleine ruimte tussen wat er opkomt en wat je ermee doet. Daar valt iets te kiezen. Het is ook meetbaar: wie een emotie opmerkt en benoemt, ik ben bang, ik voel me tekortschieten, laat het alarmcentrum in de hersenen merkbaar tot rust komen. En het is bewust-zijn dat onderscheid maakt tussen de onrust die omhoog kijkt en de rechter die zich als ideaal voordoet. Ze zien allebei de afstand tussen hoe je leeft en hoe je zou kunnen leven; het verschil zit in hoe ze kijken. Geliefd weten is de grond. Bewust-zijn is het oog dat op die grond kan openblijven.

Het leven nemen
Waar begint dat weten? Dichter bij huis dan de meeste mensen denken: bij het leven zelf. Wie leeft, heeft het leven gekregen, van twee mensen die het doorgaven, met alles wat ze wel en niet konden. Dat is het eerste en grootste wat een mens ontvangt, en het is al compleet. Geen ouder kan er iets aan toevoegen of afdoen.
Veel volwassenen nemen dat leven maar half. Ze nemen het van hun ouders onder voorwaarden: als ze anders waren geweest, als ze meer hadden gegeven. Zolang dat zo is, blijft er een tekort open, en dat tekort zoekt elders vulling, bij een partner, in werk, in erkenning. Wie zijn ouders kan nemen zoals ze waren, met wat ze gaven en wat ze niet konden geven, neemt het leven helemaal. Dan is het genoeg al gegeven voordat er iets bewezen is.
Daarin zit iets wat verder reikt dan de ouders. Wie het leven kreeg zonder het te vragen of te verdienen, was gewild voordat hij iets deed. Voor wie gelooft, heeft dat een naam. Voor wie dat niet doet, blijft het een feit dat om erkenning vraagt.
Tussen man en vrouw
Wanneer de maat verandert, verandert ook wat er tussen twee mensen kan gebeuren. Een man die zich geliefd weet, hoeft niet meer te bewijzen dat hij genoeg draagt. Hij kan aanwezig blijven als zijn vrouw iets van hem vraagt, zonder het te horen als een vonnis. Zijn richting en zijn kracht komen dan vrij voor de relatie, in plaats van op te gaan aan verdediging. Een vrouw die zich geliefd weet, hoeft niet meer te vragen of ze ertoe doet. Ze kan haar verlangen laten zien zonder het te laten afhangen van zijn antwoord. Haar openheid wordt dan een uitnodiging, en houdt op een aanklacht te zijn.
Het verschil tussen hen blijft. Het wordt weer wat het in aanleg is: de spanning tussen twee polen waaruit aantrekking ontstaat. Zolang beiden in het tekort leven, schuren de polen. Waar ze zich allebei gedragen weten, kunnen ze elkaar weer laden.
Een tweede eenvoud
Aan het eind van een lange ontwikkeling kan iets ontstaan wat lijkt op het begin. Een eenvoud, een vanzelfsprekendheid, minder toeschouwer. Iemand handelt naar wat hij waardevol vindt zonder er een strijd van te maken. Het lijkt op de onschuld van het kind dat nog geen zelfbeeld had, maar het ligt aan de andere kant van de breuk en heeft haar in zich opgenomen. Wie daar staat, kent het oordeel, de angst en het tekort van binnenuit. Ze zijn er nog. Ze hebben hun greep verloren, omdat iets anders de grond is geworden.
Weinig mensen wonen daar. De meesten komen er af en toe, en worden weer teruggetrokken. Ook dat hoort bij de beweging. Geliefd weten is een uitnodiging die steeds opnieuw komt, vaak juist op het moment dat het oordeel het hardst klinkt. Wat je met die uitnodiging doet, ligt elke keer weer open.
Serie zondeval:
1) wie-heeft-je-verteld-dat-je-naakt-bent
2) het-tekort-dat-ons-leven-regelt
3) geliefd-als-maatstaf