Doen alsof
Er zijn mensen die seksueel zijn gegaan met iemand — en achteraf niet meer weten of ze het wilden.
Niet omdat er dwang was. Niet omdat ze nee hebben gezegd en zijn genegeerd. Maar omdat er op het moment zelf niemand thuis was die de vraag kon beantwoorden.
Niet de ander. Zijzelf.
Dat klinkt onmogelijk. Maar het is geen onmogelijkheid — het is een patroon dat vroeg begint, lang voor de eerste aanraking, in een gezin waar de binnenkant nooit de maat was.
Niet omdat het zo is besloten. Maar omdat de buitenkant altijd sneller was. De moeder die al wist wat je nodig had voordat jij het had kunnen voelen. De vader die de situatie al had opgelost voordat jij had kunnen reageren. De sfeer in de kamer die bepaalde wat er werd gevoeld — en jij stemde af. Niet op jezelf. Op wat er van je werd verwacht.
Dat is geen mishandeling. Dat is in veel gezinnen gewoon hoe het gaat.
Maar wat het doet met een zenuwstelsel is ingrijpend. Want een kind dat nooit de ruimte heeft gekregen om bij zichzelf in te checken — dat nooit heeft geleerd: wat voel ik nu, wat wil ik nu, wat zegt mijn lichaam nu — groeit op met een binnenkant die vaag is. Niet leeg. Vaag. Alsof het signaal er wel is, maar de ontvanger nooit goed is afgesteld.
Neurobiologisch heeft dit een naam: een lage interoceptieve nauwkeurigheid. Interoceptie is het vermogen om van binnenuit te voelen wat er in je lichaam gebeurt — hartslag, ademhaling, spanning, ontspanning, verlangen, afkeer. Het is het meest basale zintuig dat je hebt. En het is ook het zintuig dat het eerste wordt onderdrukt als de buitenwereld consequent de maat is geweest.
Je hebt geleerd te voelen wat de situatie vraagt. Niet wat jij voelt.
En dan komt de eerste relatie.
De verkering. Het begin van iets wat groter is dan je kent. En met de verkering komt het lichaam van de ander — zijn aanwezigheid, zijn verlangen, de spanning die ontstaat als jullie alleen zijn.
Wat er dan in je brein gebeurt is ingewikkelder dan je denkt.
Het limbische systeem — het deel van je brein dat emoties en overleving reguleert — maakt in het begin van een relatie nauwelijks onderscheid tussen opwinding en angst. Beide activeren hetzelfde circuit. De hartslag die omhoog gaat, de adem die sneller wordt, de spanning die door je lichaam trekt — het zijn identieke signalen. Verliefdheid en angst voelen hetzelfde.
En voor iemand die zijn eigen interoceptieve signalen toch al niet goed kan lezen — voor wie de binnenkant altijd vaag is geweest — is dat onderscheid al helemaal niet te maken.
De spanning in je lichaam als hij dichterbij komt — is dat verlangen? Of is het onzekerheid? Of angst voor wat er wordt verwacht? Of de druk van het moment dat zwaarder weegt dan wat jij voelt?
Je weet het niet. Je hebt het nooit geleerd te weten.
En dus doe je wat je altijd hebt gedaan.
Je stemt af op de buitenkant. Op hem. Op haar. Op wat de situatie vraagt. Je gaat mee — niet omdat je ja hebt gezegd, niet omdat je nee hebt ingeslikt, maar omdat er niemand thuis was die de vraag kon stellen: wil ik dit eigenlijk?
Wat je doet heet instemming. Het ziet eruit als instemming. Het voelt voor de ander als instemming.
Maar het is geen instemming. Het is het enige wat je kent.
En hier wordt het pijnlijker.
Want dit patroon — meedoen zonder aanwezig te zijn, aanwezig zijn zonder te voelen — slijt zich in. Niet als gewoonte die je kunt afleren. Als de manier waarop jij en seksualiteit zich tot elkaar verhouden.
Keer op keer ga je mee. Keer op keer is er niemand thuis. En keer op keer groeit de afstand — niet tussen jou en de ander, maar tussen jou en jezelf.
Tot je op een gegeven moment niet meer weet of je het ooit hebt gewild. Tot je niet meer weet hoe dat zou voelen — willen. Echt willen. Vanuit jezelf.
Tot seksualiteit iets is wat je ondergaat. Of wat je presteert. Of wat je wegcijfert achter de gedachte: het is toch niet zo erg. Hij wil het zo graag. Het is zo snel voorbij.
En dat — precies dat — is het moment waarop een patroon een systeem wordt.
Want de ander went er ook aan. Niet bewust. Maar zijn zenuwstelsel registreert: zij is er altijd. Zij zegt nooit nee. Zij is beschikbaar. En zo wordt jouw afwezigheid van jezelf de norm van de relatie.
Systemisch gezien is er dan iets vastgelopen. Niet in de ander. In de ruimte tussen jullie. Een ruimte die nooit is gevuld met wat jij werkelijk voelt — omdat jij dat zelf niet wist.
En een relatie die is gebouwd op de afwezigheid van één van de twee — hoe liefdevol ook, hoe goedbedoeld ook — is een relatie die vroeg of laat zijn prijs vraagt.
Niet als straf. Als wet.
De vraag die dit alles opent is niet: waarom heb ik dit laten gebeuren?
Die vraag veronderstelt een keuze die er niet was. Je hebt niet gelaten. Je wist niet dat er iets te laten viel.
De werkelijke vraag is ouder. En gaat dieper.
Wanneer heb ik geleerd dat mijn binnenkant er niet toe doet?
En wat zou er veranderen als ik die binnenkant alsnog zou leren kennen — niet als project, niet als therapie, maar als de meest basale daad van eerlijkheid naar jezelf?
Want pas als je weet wat je voelt — ruw, onaf, zonder het meteen te corrigeren naar wat de situatie vraagt — pas dan is er iets om ja tegen te zeggen.
Of nee.
En pas dan is dat ja een geschenk.
LEES OOK:
* Het ‘nee’ dat je nooit hebt geleerd
* Het ‘nee’ dat je klein houdt
SERIE 1 — Seksueel misbruik in het huwelijk
1) Het heiligste wat je hebt – de wortel
2) Seks onder druk — ja zeggen zonder ja te voelen (doen alsof)
3) Verkrachting binnen het huwelijk — de daad die geen naam krijgt
4) Gaslighting rond seks — “je wil het eigenlijk wel”
5) Het lichaam dat nee zegt — vaginisme
6) Seksuele verwaarlozing als vorm van misbruik
7) Porno als mal waaraan jij moet voldoen
8) Vernedering als seksueel patroon
SERIE 2 — Grensoverschrijdend gedrag, vernedering en mishandeling
A — Fysiek
1. Slaan, duwen, vastgrijpen — wat telt als mishandeling
2. De klap die maar één keer viel — en toch alles veranderde
Blok B — Psychologisch / emotioneel
3. Vernedering als systeem — niet de uitbarsting, maar het patroon
4. Schaamte als wapen
5. Isolatie — hoe je langzaam wordt afgesneden van alles wat je kent
6. Controle over geld, tijd, vrienden — vrijheid als iets wat je moet verdienen
7. Gaslighting — de werkelijkheid die steeds wordt herschreven
Blok C — De grens die niemand ziet
8. De opvoeding als slagveld — kinderen als middel
9. Zwijgen als overlevingsstrategie — en wat het met je doet
10. Het moment dat je stopt met weten wat je zelf voelt
