Verkrachting binnen het huwelijk
Er is een soort seksualiteit die van buitenaf prima lijkt.
Geen geweld. Geen dwang. Twee mensen in een bed. Een huwelijk dat functioneert. Een leven dat doorgaat.
Maar er is iets wat niet klopt. Iets wat je misschien al lang voelt — vaag, onduidelijk, zonder woorden. Je wilt hem zoenen, maar de ander wil dat niet. Je wilt zijn handen niet op je. Je wilt zijn lichaam niet tegen het jouwe. Maar het gebeurt toch.
En jouw verlangen — naar echte aanraking, naar gezien worden, naar intimiteit die verder gaat dan lichamen — wordt niet gevraagd. Niet gehoord. Niet gezocht.
Alleen zijn verlangen telt.
Dat heeft een naam.
Het is zelfbevrediging waarbij het lichaam van de ander het instrument is.
Niet seksualiteit. Niet intimiteit. Niet ontmoeting.
Gebruik.
En het maakt niet uit of je erbij bent of niet. Of je meedoet of niet. Of je nee zegt of zwijgt. Want het gaat toch niet over jou. Het gaat over zijn bevrediging. Jouw aanwezigheid — jouw werkelijke, voelende, verlangende aanwezigheid — is irrelevant.
Dat is het meest ontmenselijkende wat er is.
Niet omdat hij een monster is. Maar omdat hij jou — op dat moment — niet als mens ziet. Als lichaam. Als middel.
En één keer is genoeg.
Niet jarenlang. Niet een patroon. Niet iets wat zich moet herhalen voordat het zo mag worden genoemd.
Één moment waarbij jouw lichaam middel is en niet doel — is al te veel.
Één moment waarbij jij er wel of niet had kunnen zijn en het toch hetzelfde was geweest — is al gebruik. Al misbruik. Al verkrachting.
Het woord past. Hoe ongemakkelijk dat ook is. Hoe ver het ook af staat van wat mensen denken dat verkrachting is — het donkere steegje, de vreemde, het expliciete geweld.
Want verkrachting is niet alleen geweld. Het is elk moment waarop een lichaam wordt gebruikt zonder dat de persoon erin ertoe doet.
In Nederland was dat wettelijk pas strafbaar vanaf 1991.
Tot die tijd gold het huwelijk als permanente toestemming. Een vrouw die trouwde gaf daarmee haar lichaam — voor altijd, voor alles, zonder herroeping. Niet als extreme interpretatie. Als wet.
Die wet is veranderd. Maar wetten veranderen niet wat generaties lang als waarheid is ingeslepen. De overtuiging dat zijn verlangen recht is — dat haar lichaam beschikbaar is omdat ze heeft gezegd ja op die dag, in die kerk, voor die mensen — die overtuiging leeft nog.
Niet als expliciete mening. Als vanzelfsprekendheid.
Als de hand die beweegt in het donker terwijl jij al half sliep. Als de stoot van een onderlichaam dat zich tegen het jouwe aandrukt voordat jij de kans hebt gehad te weten wat je wilt. Als de sfeer die langzaam zwaarder wordt — een stilte die aanvoelt als verwachting, als eis, als iets wat je verschuldigd bent.
Geen klap. Geen schreeuw. Alleen de vanzelfsprekendheid van iemand die nooit heeft geleerd dat vragen nodig is.
De schaamte die daarna komt — en ze komt altijd — stelt de verkeerde vragen.
Waarom heb je niets gezegd? Waarom ben je gebleven? Waarom heb je de volgende ochtend ontbijt gemaakt en gedaan alsof er niets was?
Schaamte richt zich altijd op degene die heeft ondergaan. Nooit op degene die heeft gedaan.
Maar de juiste vraag is niet: waarom heeft zij het laten gebeuren?
De juiste vraag is: waarom heeft hij gedacht dat hij het mocht?
Dat is een vraag die generaties oud is. Die zit in hoe jongens worden opgevoed. In wat mannelijkheid wordt geleerd te zijn. In het recht op een lichaam van de ander dat zo vroeg en zo diep is ingeslepen dat het niet meer als recht wordt gevoeld — maar als natuur.
David Deida beschreef hoe masculiene energie in haar meest onvolwassen vorm niet geeft maar neemt. Niet verbindt maar consumeert. Niet aanwezig is bij de ander maar gebruikt wat er is.
Dat is geen aanval op mannen. Het is een beschrijving van wat er gebeurt als een man nooit heeft geleerd dat het lichaam van de ander heilig is. Dat toegang geen recht is maar een geschenk dat wordt gegeven.
Een geschenk kun je niet nemen.
Want seksualiteit — werkelijke seksualiteit — is geen transactie waarbij het ene verlangen wordt ingewilligd en het andere wordt overgeslagen.
Het is een ontmoeting. Twee mensen die elkaar opzoeken. Waarbij beide verlangens tellen. Waarbij de vraag — wil jij dit ook, nu, met mij — niet optioneel is maar de basis van alles.
Als die vraag ontbreekt — of niet wordt gehoord — dan is er geen ontmoeting.
Dan is er gebruik.
En gebruik van een lichaam — ook één keer, ook zonder geweld, ook binnen een huwelijk van twintig jaar — laat iets achter.
Niet altijd een wond die je kunt aanwijzen. Soms iets subtielers. De langzame, nauwelijks merkbare erosie van de overtuiging dat jij ertoe doet. Dat jouw verlangen telt. Dat jouw lichaam van jouzelf is.
Tot je op een gegeven moment in bed ligt en denkt: het maakt toch niet uit of ik er ben of niet.
En dan weet je het.
Niet omdat iemand je iets heeft verteld. Maar omdat je lichaam het al lang wist — en nu eindelijk de woorden heeft om het te zeggen.
LEES OOK:
* Het ‘nee’ dat je nooit hebt geleerd
* Het ‘nee’ dat je klein houdt
SERIE 1 — Seksueel misbruik in het huwelijk
1) Het heiligste wat je hebt – de wortel
2) Seks onder druk — ja zeggen zonder ja te voelen (doen alsof)
3) Verkrachting binnen het huwelijk — de daad die geen naam krijgt
4) Gaslighting rond seks — “je wil het eigenlijk wel”
5) Het lichaam dat nee zegt — vaginisme
6) Seksuele verwaarlozing als vorm van misbruik
7) Porno als mal waaraan jij moet voldoen
8) Vernedering als seksueel patroon
SERIE 2 — Grensoverschrijdend gedrag, vernedering en mishandeling
A — Fysiek
1. Slaan, duwen, vastgrijpen — wat telt als mishandeling
2. De klap die maar één keer viel — en toch alles veranderde
Blok B — Psychologisch / emotioneel
3. Vernedering als systeem — niet de uitbarsting, maar het patroon
4. Schaamte als wapen
5. Isolatie — hoe je langzaam wordt afgesneden van alles wat je kent
6. Controle over geld, tijd, vrienden — vrijheid als iets wat je moet verdienen
7. Gaslighting — de werkelijkheid die steeds wordt herschreven
Blok C — De grens die niemand ziet
8. De opvoeding als slagveld — kinderen als middel
9. Zwijgen als overlevingsstrategie — en wat het met je doet
10. Het moment dat je stopt met weten wat je zelf voelt
