De behoefte die zichzelf bewaakt
Wat er in huizen geteld wordt is initiatief. Wie begint, hoe vaak, en wie er ja of nee op zegt — het is de enige grootheid die van buitenaf zichtbaar is, en daarom gaat ze door voor verlangen. Maar initiatief meet niet hoe groot iets is. Het meet hoe weinig het kost om ermee te beginnen. Wie kan naderen zonder dat er iets in hem overstag hoeft te gaan, nadert vaker dan wie voor dezelfde handeling een toestand nodig heeft die er niet op afroep is. Zo ontstaat een boekhouding waarin de partij met de kleinste drempel wordt geboekt als de partij met het grootste verlangen, en de partij bij wie er verhoudingsgewijs veel meer kan gebeuren als degene die het minst wil.
Wat er niet ophoudt
Bij hem is er een terminus. Na de ontlading valt het systeem terug, er treedt een periode in waarin er fysiologisch niets meer te bereiken valt, en dat is geen ongeluk in het ontwerp. Wat een verplicht eindpunt heeft, is ingericht om te ontladen. De spanning loopt op, ze wordt afgevoerd, het lichaam komt tot rust — en de rust is de opbrengst. Dat maakt seksualiteit voor hem betrouwbaar als regulatie. Het werkt vrijwel altijd, het werkt snel, en het werkt ook wanneer het verder nergens over ging.
Bij haar ontbreekt dat gedwongen einde. Er is geen vergelijkbare periode waarin het lichaam gesloten is voor wat er nog komt; opwinding kan aanhouden, terugkeren, doorlopen in iets wat geen naam heeft. Een systeem zonder verplicht eindpunt is niet gebouwd om af te voeren. Het is gebouwd om te circuleren. En dat verklaart wat vrouwen erover zeggen en wat zelden serieus wordt genomen: dat het niet blijft waar het gebeurde. Ze slaapt anders, ze staat anders op, ze heeft de volgende dag zin in dingen die niets met bed te maken hebben, ze is minder bang, ze neemt meer ruimte in. Wat er bij hem wordt afgevoerd, wordt bij haar verdeeld. Daarom is haar seksualiteit verbonden met vitaliteit op een manier die de zijne niet nodig heeft — de zijne herstelt hem, de hare voedt haar.
Dat is de eerste helft van de asymmetrie, en ze wordt zelden hardop gezegd omdat ze klinkt als een compliment. Ze is eerder een verklaring voor de tweede helft.
De plek waar niemand kan blijven kijken
Wat er kan gebeuren, is groot omdat er iets moet worden losgelaten dat bij hem niet hoeft.
Hersenonderzoek naar het vrouwelijk orgasme laat iets zien wat lastig te verzoenen is met de manier waarop we over seks praten. Op het hoogtepunt zakt de activiteit in gebieden die de zelfwaarneming en de gevaarinschatting verzorgen — de streek achter de ogen die gedrag beoordeelt en remt, en de kernen die de omgeving op dreiging afzoeken. Er treedt een korte afwezigheid op. Niet van bewustzijn, wel van de instantie die voortdurend registreert hoe het gaat en of het goed is. De ervaring die vrouwen omschrijven als wegzakken, oplossen, even niemand zijn, correspondeert met iets meetbaars: het toezicht valt uit.
Daarmee zijn angst en overgave elkaars fysiologische uitsluiting. Hetzelfde apparaat dat waakzaamheid onderhoudt, moet stilvallen wil er iets kunnen gebeuren, en waakzaamheid laat zich niet met een besluit uitzetten. Hij kan aanwezig blijven bij zichzelf en toch klaarkomen; er wordt van hem nergens gevraagd om even niet met anderen bezig te zijn, dan alleen maar zichzelf te zijn. Zij kan het alleen door de bewaking eraf te halen. Dat is de prijs van de omvang, en het is dezelfde eigenschap: wat je binnenlaat kan je veranderen, en wat je kan veranderen kan je ook beschadigen. Een lichaam dat het eerste kan, weet het tweede.
Twee vertrouwens die elkaar niet spreken
Vrouwen die dit ter sprake brengen, worden meestal verkeerd begrepen op één punt. Ze zeggen dat ze hem vertrouwen, en ze menen het. Er is geen twijfel over zijn trouw, zijn goede wil, zijn betrouwbaarheid. En toch gaat er niets open.
Vertrouwen bestaat namelijk in twee versies die niet met elkaar overleggen. Er is de conclusie die zij trekt op grond van wat ze weet, en er is de vaststelling die haar zenuwstelsel doet buiten haar oordeel om, op grond van signalen waar niemand toegang toe heeft: de snelheid waarmee hij binnenkomt, de spanning in zijn stem, wat er in hem gebeurt als zij aarzelt. Die tweede vaststelling gaat vooraf aan elke gedachte en ze laat zich niet corrigeren door de eerste. Zij kan volstrekt terecht concluderen dat hij veilig is, terwijl haar lichaam op andere gronden nog niets heeft besloten.
En die gronden zijn historisch. Een lichaam dat vroeg heeft geleerd dat de nabijheid van een ander lichaam rust bracht, gaat later sneller open; het heeft de ervaring dat kalmte van buiten komt. Een lichaam dat die ervaring niet heeft — dat zichzelf moest reguleren toen daar nog geen apparaat voor was — heeft geleerd dat kalmte iets is wat je zelf organiseert, en het geeft die organisatie niet zomaar uit handen aan iemand anders. Dan zakt de bewaking er niet af omdat er gevaar dreigt, maar omdat er nooit is aangetoond dat het zonder kan. Zo komt een man die niets verkeerd doet te staan voor een toets die hij nooit kreeg, en zakt hij ervoor zonder ooit te horen waarvoor.
Waarom het tweede jaar niet op het eerste lijkt
Er is nog iets wat maakt dat de voorwaarden strenger worden in plaats van soepeler, en het heeft met onomkeerbaarheid te maken.
Ontlading is te herhalen. Wat vandaag mislukt kan morgen slagen zonder dat de mislukking iets heeft gekost. Overgave werkt anders, want ze is een handeling waarvan de uitkomst niet terug te draaien is. Wie zich heeft geopend en heeft ontdekt dat er op dat moment niemand was — dat er iets werd opgehaald, dat er werd afgerekend, dat er meteen daarna over de agenda werd begonnen — is niet terug bij af. Ze is een ervaring rijker die haar lichaam meeneemt naar de volgende keer, en het lichaam rekent zuinig. Na een reeks van zulke keren staat de drempel hoger dan hij ooit stond, en dat is een accurate berekening in plaats van een klacht.
Dat maakt de veelgehoorde geruststelling dat het vanzelf terugkomt als er meer tijd voor wordt vrijgemaakt tot een misrekening. Er wordt niet gewacht op gelegenheid. Er wordt gewacht op een reeks ervaringen die het tegendeel bewijst van wat er is opgeslagen, en zo’n reeks kan alleen ontstaan bij toenaderingen die niets ophalen — waarvan er dus vele nodig zijn die nergens toe leiden, en juist die zijn voor hem het moeilijkst te leveren.
Rust is een toestand, geen sfeer
Wat er in huis wordt geprobeerd om rust te maken, mist meestal het punt. Een weekend weg, een opgeruimd huis, een avond zonder kinderen — dat is de afwezigheid van drukte, en drukte is niet wat de bewaking aanzet.
De bewaking staat aan zolang er iets van haar antwoord afhangt. Rust in de betekenis die hier telt, is de toestand waarin er niets te beantwoorden valt: waarin een aanraking geen vraag is, waarin een nee niets beschadigt, waarin haar stemming niet het weer bepaalt voor de rest van de avond. Dat is een eigenschap van de omgang, niet van de omstandigheden, en ze wordt opgebouwd op uren van de dag waarop niemand aan seks denkt. Wat er ’s avonds in bed gebeurt, is de uitslag van iets wat overdag is vastgesteld.
Daarom is het onvruchtbaar om te vragen wat er nodig is om haar te laten ontspannen. Ontspanning laat zich niet produceren. Wat wel kan, is ophouden met de handelingen die haar systeem redenen geven om aan te blijven staan — en dat is een schraler programma, met als enige verdienste dat het uitvoerbaar is.
Wat hij niet gelooft
Voor de meeste mannen is dit ongeloofwaardig, en ze hebben hun bewijs: hij vraagt en zij wil niet, al jaren. Dat zij in aanleg meer nodig heeft dan hij, staat haaks op alles wat hij meemaakt.
Alleen leest hij een uitkomst en denkt dat hij een eigenschap ziet. Wat hij waarneemt is wat er van haar vermogen overblijft na aftrek van alle voorwaarden waaraan niet is voldaan. Bij hem is er nauwelijks aftrek — daarom is bij hem de uitkomst ongeveer gelijk aan de aanleg, en daarom neemt hij zijn eigen verhouding tussen willen en krijgen voor de normale.
En zolang hij denkt dat hij degene is die het meeste wil, richt hij zijn hele positie in op die aanname. Hij vraagt, hij wacht, hij houdt bij. Wat er dan van hem uitgaat is de verwachting van een tekort, en die verwachting is zelf een van de voorwaarden waaraan niet wordt voldaan.
Niet elke vrouw die haar voorwaarden krijgt, gaat open. Sommige ontdekken dat er onder de jaren van niet-willen iets ligt wat nooit is toegestaan geweest en nu pas leeftijd krijgt, en dat is een langere weg dan een relatie soms heeft. En sommige ontdekken wat er in hen mogelijk was en waar het al die tijd niet heen kon, en dat is een pijnlijker vondst dan het uitblijven ervan.
Lees ook:
* voordat-het-verschil-een-rangorde-wordt
* wanneer-kennen-het-kijken-vervangt
* het-willen-dat-nooit-eigendom-werd
* waar-hij-tot-rust-komt-begint-voor-haar-het-werk
* het-laatste-woord-dat-nog-aankomt
* de-behoefte-die-zichzelf-bewaakt
