Wanneer kennen het kijken vervangt
Het Nederlands heeft er één woord voor, en dat is geen toeval. Zin is wat je in iets hebt en zin is wat iets heeft. In beide betekenissen gaat het om een beweging naar buiten: iets trekt, en daardoor sta ik op. Waar die beweging ophoudt, houdt ze zelden alleen in bed op. Mensen die geen zin meer hebben in hun partner, hebben vaak ook geen zin meer in de zondag, in het idee van een reis, in het gesprek dat ze vroeger zouden zijn begonnen. Er is geen tekort aan seks; er is een richting die is weggevallen.
Dat maakt het uitblijven van begeerte tot de meest betrouwbare uitspraak die in een huis wordt gedaan. Alles wat een mens kan leveren, kan hij leveren zonder erbij te zijn — vriendelijkheid, aanwezigheid, aandacht, zelfs tederheid. Begeerte kan alleen optreden. Ze is daarmee het laatste orgaan dat niet meedoet aan de afspraak, en wie haar kwijt is, is meestal niet degene die het minst wil dat het goedkomt.
De vraag is dan waarnaar ze wijst. Het antwoord dat het snelst voorhanden is, luidt: naar iets wat niet gezien of gehoord wordt. Dat klopt, en het is te vaag om ergens toe te leiden, want het laat de belangrijkste vraag onaangeroerd. Waaróm houdt kijken op in een relatie waarin niemand iets verkeerd doet?
Het model neemt het over
Waarnemen is duur. Een brein dat alles wat binnenkomt zou moeten verwerken, komt niet toe aan leven, en het lost dat op door te voorspellen. Van alles wat vaak voorkomt bouwt het een model, en zodra dat model goed genoeg is, wordt er niet meer waargenomen maar gecontroleerd: klopt het nog met wat ik verwacht? Alleen bij afwijking wordt er opnieuw gekeken. Dit is geen luiheid maar de manier waarop waarneming is ingericht, en het is de reden dat je de trap thuis in het donker afloopt zonder na te denken en op een vreemde trap ineens weer voeten hebt.
Wat dat betekent voor twee mensen die twintig jaar samen zijn, wordt zelden hardop gezegd. Hoe beter iemand je kent, hoe minder hij naar je kijkt. Niet omdat hij minder om je geeft, maar omdat zijn model van jou zo verfijnd is geworden dat het bijna nooit meer wordt tegengesproken. Hij weet wat je gaat zeggen, en hij heeft gelijk. Hij weet wat je van die film gaat vinden, en hij heeft gelijk. Elke keer dat hij gelijk heeft, wordt het model sterker en de blik overbodiger. Op een dag zit er iemand aan tafel naar wie al een halfjaar niet meer gekeken is, en er is niemand aan te wijzen die daar iets fout heeft gedaan.
Dit verklaart wat met verwijten niet te verklaren valt: dat het verlies van begeerte harder samenhangt met duur en met harmonie dan met conflict. Ruzie dwingt tot kijken. In een ruzie klopt het model niet meer, de ander doet iets wat niet voorspeld was, en het systeem gaat weer bemonsteren. Stellen die het jarenlang goed hebben gehad zonder botsingen, hebben in diezelfde jaren hun modellen van elkaar geperfectioneerd tot ze sluitend waren, en een sluitend model is een gesloten deur.
Het verklaart ook waarom een blik van een vreemde kan aanslaan op een manier die iemand zichzelf niet vergeeft. Er is niets aan de hand met die vreemde. Hij heeft alleen geen model, en daarom moet hij werkelijk kijken. Wat er wordt herkend is niet een betere man; het is de ervaring waargenomen te worden, en die is zeldzaam geworden.
Herkend worden en gezien worden
Gezien worden betekent dat iemand iets van je opmerkt wat jij hem niet hebt aangereikt. Een kind ervaart dat wanneer een ouder benoemt wat het zelf nog niet had gezegd; daar begint het besef dat je bestaat in het hoofd van een ander en niet alleen in het jouwe. Wie dat vroeg genoeg heeft meegemaakt, weet later wat hij mist. Wie het niet heeft meegemaakt mist het ook, maar zonder woord ervoor, en heeft alleen een lichaam dat langzaam dichtgaat.
Wat er in een lang huwelijk voor in de plaats komt, is herkenning. Dat lijkt erop en het is het tegendeel. Herkenning bevestigt wat er al ligt; zien voegt iets toe wat er nog niet was. Waardering maakt dat verschil zichtbaar. Wie te horen krijgt dat het huis draait dankzij haar, dat hij niet weet wat hij zonder haar zou moeten, dat ze zoveel opvangt — die wordt bedankt voor een functie, en dankbaarheid voor een functie bevestigt de functie. Hoe warmer die woorden zijn, hoe grondiger ze het gemis toedekken, want er valt niets tegen in te brengen. Je kunt moeilijk boos worden op iemand die je prijst. Zo blijft iemand jaren onopgemerkt in een relatie waarin ze voortdurend wordt geprezen.
En het is niet te vragen. Op het moment dat ik jou moet vragen mij te zien, krijg ik gehoorzaamheid terug, en gehoorzaamheid is precies wat er niet werd gezocht.

De andere helft
Een model wordt niet alleen gebouwd door degene die kijkt. Het wordt gevoed door degene die bekeken wordt, en het wordt sluitend doordat zij is opgehouden iets te doen wat er niet in past.
Dat gebeurt zonder opzet, in dienst van de vrede. Meningen worden ingeslikt omdat het gesprek erover te veel kost. Wensen worden niet meer genoemd omdat ze de vorige keer ongemakkelijk vielen. Wat verandert in iemand, wordt niet gemeld omdat er geen aanleiding voor is. Zo maakt iemand zichzelf jarenlang voorspelbaar, en klaagt dan — terecht — dat er niet meer gekeken wordt naar iemand die alles heeft gedaan om geen aanleiding tot kijken te geven. Beide bewegingen zijn echt, en ze houden elkaar in stand: hij is opgehouden te kijken omdat er niets afweek, zij is opgehouden af te wijken omdat er niet gekeken werd.
Het maakt de patstelling ook aangrijpbaar, want de twee zijn niet gelijkwaardig in wat ze kunnen. Beter kijken op verzoek levert niets op. Iets tonen wat nog niet bekend is, dwingt een blik af, of het nu welkom is of niet. Wie een afwijking het huis in brengt, doorbreekt de voorspelling van de ander, en het systeem moet weer bemonsteren. Dat is ongemakkelijk en het is de enige ingang die niet afhankelijk is van de goede wil van de ander.
Wat er opdroogt als de projectie op is
Er speelt nog iets mee dat met kijken te maken heeft en met tijd. In het begin van een verliefdheid ziet niemand de ander. Wat er gezien wordt is een projectie: wat Jung de anima en de animus noemde, een beeld uit de eigen diepte dat op een levend mens wordt gelegd. Die projectie is niet vals — ze wijst naar iets echts — maar ze wijst naar iets in mij, en ze slijt. Ergens tussen jaar drie en jaar zeven raakt ze op, en dan staat er ineens een gewone man in de keuken.
De begeerte die verdwijnt is vaak de begeerte die aan die projectie hing. Dat wordt beleefd als verlies en het is een voorwaarde: pas wanneer het beeld weg is, is de ander in principe zichtbaar. Alleen gebeurt dat lang niet altijd. Op het moment dat de projectie op is, kan er twee dingen gebeuren. Er wordt gekeken naar wie daar werkelijk staat, wat riskant is omdat je iemand kunt aantreffen die je niet had gekozen. Of het model neemt het over, en dan is er niets meer te zien, want een model is het beeld dat je zelf hebt gemaakt van iemand die niet meer wordt bekeken. In dat tweede geval wordt de leegte na de projectie de leegte van de rest van het huwelijk.
Begeerte tussen twee mensen die elkaar al lang kennen, komt uitsluitend voort uit het eerste. Ze leeft van het besef dat de ander niet op te lossen is; dat er iemand tegenover je zit die je nooit helemaal krijgt. Deida beschrijft dat als polariteit, en de kern ervan is niet techniek maar erkenning van een feit: een ander mens is werkelijk niet te kennen. Wie dat weet, kijkt. Wie meent klaar te zijn met kijken, heeft de ander opgeborgen.
Waar het niet over hem gaat
Niet elk uitblijven van zin wijst naar de relatie. Soms rapporteert een lichaam iets wat elders vandaan komt. Uitputting van iemand wier rust nooit dieper reikt dan slaap. Verdriet dat nooit is afgemaakt en geen plek heeft gekregen. Of iets ouds dat juist nú wakker wordt, omdat er voor het eerst iemand dichtbij genoeg is om het te riskeren — nabijheid opent wat afstand gesloten hield, en dan lijkt de relatie het probleem terwijl ze de voorwaarde is. Wat in die gevallen niet wordt gezien, wordt niet gezien door haarzelf, en het wijzen naar de partner is dan het spoor bijster.
Het nee laten staan
Er bestaat inmiddels een geruststelling die precies op het verkeerde moment komt: begeerte hoeft niet vooraf te gaan, ze kan ook volgen, dus begin maar en dan komt het wel. Als beschrijving van hoe verlangen bij veel mensen werkt, klopt dat. Als instructie vernietigt het waar het over gaat, want het maakt van een uitspraak weer een taak, en het lichaam dat net voor het eerst in jaren iets duidelijk maakte, krijgt te horen dat het zich moet melden op een tijdstip.
Wat er nodig is, is ongemakkelijker en veel korter te beschrijven. Het nee moet een tijd mogen staan zonder onmiddellijk te worden omgezet in een project. Zolang het een probleem is dat opgelost moet worden, is er niemand die luistert; er wordt onderhandeld. Pas wanneer niemand meer iets probeert los te krijgen, kan blijken wat er te horen valt.
En dan kan blijken dat er iets te zien is wat allang zichtbaar was en waar niemand naar keek. Het kan ook blijken dat er iets te zien is wat niemand wilde weten. Beide komen voor, en de eerste is niet waarschijnlijker dan de tweede omdat ze prettiger is.
Lees ook:
* voordat-het-verschil-een-rangorde-wordt
* wanneer-kennen-het-kijken-vervangt
* het-willen-dat-nooit-eigendom-werd
* waar-hij-tot-rust-komt-begint-voor-haar-het-werk
* het-laatste-woord-dat-nog-aankomt
* de-behoefte-die-zichzelf-bewaakt
