Een familie die je alleen kent als verhaal
Serie nakomers · deel 6
In 1965 emigreerde het gezin van Bas naar Canada: vader, moeder en drie kinderen. Zeven jaar later kwamen ze terug, zonder dat er ooit precies werd uitgelegd waarom. Bas werd in 1976 geboren, in Apeldoorn. Hij kent Canada van een doos dia’s, van de Engelse woorden die zijn broers en zus soms nog gebruiken en van een uitdrukking die iedereen aan tafel laat lachen, behalve hem.
Een nakomer komt lang na de anderen, vaak als het gezin al een groot deel van zijn geschiedenis achter zich heeft. Hij wordt geboren in een familie die al een verhaal heeft. Wat dat betekent voor wie hij is, komt zelden ter sprake.
Weten tegenover herinneren
Het geheugen werkt met twee soorten kennis. De ene is weten: Canada, 1965 tot 1972, een houten huis aan een meer. De andere is herinneren: de geur van dat huis, de kou van het meer, hoe vader daar was. Het eerste kun je overnemen van anderen. Het tweede moet je zelf hebben meegemaakt.
De nakomer weet veel van zijn familie en herinnert er weinig van. Hij kent de verhalen, soms beter dan zijn broers en zussen, omdat hij ze zo vaak heeft gehoord. Maar hij staat er niet in. Hij kijkt toe vanuit de zaal.
Hoe een familie zichzelf vertelt
Families houden zichzelf bij elkaar door samen terug te kijken. Weet je nog, die zomer, die ruzie, die verhuizing? In dat gezamenlijke herinneren ontstaat een gevoel van wie we zijn. Onderzoek naar familieverhalen laat zien dat kinderen die de geschiedenis van hun familie kennen, beter tegen tegenslag kunnen. Ze voelen zich deel van iets dat groter en ouder is dan zijzelf, en dat al eerder moeilijke tijden heeft doorstaan.
Voor de nakomer werkt dat dubbel. Hij kent de verhalen en hoort er dus bij. Tegelijk ziet hij bij elk gedeeld weet-je-nog dat de anderen iets delen wat hij niet heeft. Op verjaardagen, als de herinneringen loskomen, vallen de gesprekken in een vorm waar hij buiten staat. Hij kan meelachen, maar hij lacht als iemand die het grapje uitgelegd heeft gekregen.
In veel families wordt de nakomer ook zelf vastgezet in een verhaal. Hij blijft “de kleine”, ook op zijn veertigste. Zijn rol in de familievertelling werd vastgelegd toen hij vijf was en de anderen al volwassen. Wat hij daarna werd, past niet goed in een verhaal dat al af was voordat hij er een plek in kreeg.
Wat er niet wordt verteld
Waarom kwam het gezin van Bas terug uit Canada? Daarover is geen verhaal. Er wordt luchtig gezegd dat moeder heimwee had. Wie goed luistert, hoort dat het gesprek daar altijd stopt.
Elke familie heeft zulke plekken: dingen die gebeurd zijn en niet worden verteld. Een faillissement, een verhouding, een psychiatrische opname, een kind dat er niet meer is. Wie het heeft meegemaakt, weet ervan, ook als er nooit over wordt gesproken. De nakomer heeft het niet meegemaakt en kan het dus ook niet weten. Toch merkt hij het. Hij voelt de stilte rond bepaalde onderwerpen, ziet zijn moeder verstrakken bij een bepaalde naam en merkt dat zijn broers elkaar aankijken.
Wat in een systeem wordt weggehouden, verdwijnt niet. Het blijft werken, juist omdat het geen plek krijgt. Het is opvallend hoe vaak nakomers degenen zijn die later gaan zoeken. Ze ordenen de fotoalbums, duiken in archieven en stellen hun ouders op het laatst nog de vragen die niemand anders stelde. Wie de geschiedenis niet heeft meegemaakt, wil haar soms het hardst begrijpen. En wie niet in het verhaal staat, kan de gaten erin het best zien.
Twee jaar geleden ging Bas naar Canada. Hij vond het huis aan het meer, het stond er nog. Hij bleef een uur in de auto zitten kijken en stapte niet uit. Toen zijn zus hem later vroeg hoe het was, zei hij dat hij het niet wist. Dat was waar.
Verwant aan wie buiten het verhaal staat
Iedere familie heeft een verhaal over zichzelf, en ieder verhaal heeft randen. Binnen de randen staat wat verteld mag worden: de verhuizing, de successen, de moeilijke jaren die goed afliepen. Buiten de randen staat wat niet verteld wordt. Daar staan het kind dat jong stierf, de oom over wie niemand praat, de eerste verloofde van moeder, de broer van vader die in de oorlog aan de verkeerde kant stond, het faillissement, de opname. Wie buiten de rand staat, hoort nog steeds bij het systeem. Erbij horen is een recht dat niet vervalt omdat het pijnlijk is om aan iemand te denken.
De nakomer staat zelf ook half buiten het verhaal. Hij is na de grote gebeurtenissen gekomen, hij kent ze van horen zeggen, en hij heeft geen eigen rol in de vertelling. Daardoor ontstaat er een verwantschap die niemand bedoeld heeft: tussen het kind dat buiten het verhaal valt omdat het te laat kwam, en de mensen die buiten het verhaal zijn gezet omdat ze te pijnlijk waren.
Een gevoel dat niet van jezelf is
Wanneer iemand uit een familie wordt weggehouden, ontstaat er een leegte die het systeem wil vullen. Vaak doet een later familielid dat, zonder het te weten. Het neemt iets over van het lot, de gevoelens of de levenshouding van degene die buitengesloten is. Een kleinzoon die zonder aanwijsbare reden een leven lang schaamte draagt. Een dochter die zich in elk gezelschap een buitenstaander voelt, net als de tante over wie niemand sprak.
De nakomer is voor die rol bijna voorbestemd. Hij staat al aan de rand, en de stap naar degene die erbuiten is gezet, is klein. Zijn gevoel er niet bij te horen kan daardoor dieper gaan dan zijn eigen geschiedenis verklaart. Een deel ervan is van hem: hij kwam laat, hij miste de gedeelde jeugd. Een ander deel kan van iemand anders zijn, van iemand die werkelijk werd buitengesloten en wiens buitengesloten-zijn nog ergens in het systeem moet worden gedragen.
Dat verklaart ook iets van het zoeken. Nakomers die archieven induiken en oude brieven lezen, worden vaak gedreven door meer dan nieuwsgierigheid. Ze zoeken naar degene die ontbreekt, zonder te weten wie dat is. Wanneer ze die persoon vinden, de doodgeboren zus, de grootvader uit het gesticht, verandert er soms iets in hun eigen gevoel van erbij horen. Alsof het niet langer nodig is om buiten te staan, nu degene die buiten stond een plek heeft gekregen.
Het zwijgen dat harder spreekt
Wie een gebeurtenis heeft meegemaakt, kan erover zwijgen omdat het te veel pijn doet. Voor wie het niet meemaakte, werkt dat zwijgen anders. Een verhaal heeft een begin en een einde, het kan verwerkt worden en een plek krijgen. Een zwijgen heeft dat niet. Het blijft open, en het kind dat erin opgroeit, voelt de vorm ervan zonder de inhoud te kennen.
Daarom raakt wat in families verzwegen wordt de latere generaties vaak harder dan de generatie die het meemaakte. De ouders weten wat ze verzwijgen. De oudere kinderen hebben er nog flarden van gezien. De nakomer heeft alleen de stilte. Hij erft de spanning zonder het verhaal, en dus zonder iets om die spanning aan op te hangen. Bij hem kan het zich uiten in een onverklaarbare angst, een terugkerende droom, of een gevoel dat er iets niet klopt in een familie die van buiten gewoon lijkt.
Een plek voor wie ontbreekt
Het hele verhaal is vaak niet meer te achterhalen, en dat hoeft ook niet. Wat helpt, is erkenning dat er iemand of iets ontbreekt. Een naam uitspreken, een foto neerzetten, een graf bezoeken waar niemand meer kwam. Met zo’n gebaar komt degene die buiten stond terug in het systeem, en hoeft de nakomer zijn plek niet meer in te nemen. Of daarmee ook het gevoel van buitenstaanderschap verdwijnt, of dat een deel ervan echt van hemzelf blijkt te zijn, wordt pas daarna duidelijk.
MEER LEZEN over Nakomertjes:
Algemeen – nakomertje
INLEIDING serie
1) Het lichaam waarin je werd gedragen
2) Ouders in hun tweede levenshelft
3) Twee gezinnen onder een dak
4) Opgroeien in een huis dat leegloopt
5) Meerdere moeders en geen
6) Een familie die je alleen kent als verhaal
7) Het kind dat iets moest herstellen
8) Broers en Zussen aan de andere kant
9) De nakomer in de liefde
10) De buitenstaander als vormende kracht