Het kind dat iets moest herstellen
Serie nakomers · deel 7
In het voorjaar van 1980 stierf Pieter, vier maanden oud, in zijn wieg. Hij was het vierde kind. Twee jaar later werd Thomas geboren. Over Pieter werd thuis weinig gesproken. Er stond een foto op de piano, en op zijn sterfdag was moeder stil. Thomas groeide op met de gedachte dat hij de tweede zoon was. Pas als volwassene besefte hij dat hij de derde was.
Nakomers, kinderen die lang na de anderen komen, worden zelden zomaar geboren. Soms komen ze na een verlies: een overleden kind, een miskraam, een doodgeboren baby. Soms komen ze in een crisis, wanneer een huwelijk wankelt of een moeder somber is en een nieuw kind een nieuw begin moet zijn. Dan wordt het kind ontvangen met een opdracht die niemand uitspreekt en die het toch meekrijgt.
Het kind als antwoord
Wanneer een kind wordt geboren in de schaduw van een ander kind dat stierf, spreken therapeuten van een vervangend kind. Het begrip beschrijft de situatie van de ouders. Rouw om een kind is onmetelijk en vaak niet af te ronden. Een nieuw kind kan een poging zijn om de leegte te vullen. De ouders bedoelen dat niet zo. Ze houden van het nieuwe kind om wie het is. Maar in hun blik zit ook het andere kind, dat er niet meer is.
Het levende kind voelt dat. Het merkt dat het soms wordt bekeken met een verdriet dat niet over hem gaat. Het merkt dat zijn verjaardag en de sterfdag van zijn broertje in hetzelfde seizoen vallen en dat de stemming thuis dan omslaat. Het kind kan zich gaan meten met een broertje dat nooit fouten maakt, omdat het nooit de kans kreeg ze te maken. Een dood kind blijft volmaakt.
Het lichaam van een rouwende moeder
Nog voordat er woorden zijn, gaat het om regulatie. Een baby kan zijn eigen spanning nog niet reguleren. Dat doet hij via zijn verzorger: zij lacht terug, wiegt hem, spiegelt zijn gezicht. Zo leert zijn zenuwstelsel van spanning terug te keren naar rust.
In een bekend experiment kijken moeders hun baby een paar minuten aan met een uitdrukkingsloos gezicht. Binnen seconden zie je wat er gebeurt: de baby lacht, wijst, maakt geluidjes, doet alles om het gezicht van zijn moeder weer tot leven te brengen. Lukt dat niet, dan raakt hij van slag, wendt zich af en zakt in elkaar. Een moeder die rouwt of depressief is, heeft vaak zo’n gezicht, en dan maandenlang.
Een baby die dat meemaakt, leert iets wat diep in het systeem gaat zitten: mijn taak is om haar tot leven te wekken. Wat later het zonnetje in huis heet, begint als een lichamelijke inspanning. Het kind dat altijd lacht, het kind dat de sfeer bewaakt, het kind dat merkt wanneer iemand verdrietig is en er meteen iets aan doet. Later noemt iedereen het zijn karakter. Het begon als overleven.
Een plek die al bezet is
In een familiesysteem heeft ieder kind zijn eigen plek, ook het kind dat stierf. Pieter is het vierde kind, Thomas het vijfde. Wanneer een overleden kind wordt verzwegen, schuift de rij op: Thomas wordt de vierde, op de plek van een ander. Dat lijkt een detail, maar het kind dat op de plek van een ander staat, draagt onbewust iets van die ander mee. Het leeft een beetje voor twee. Het voelt zich schuldig dat het leeft terwijl een ander dat niet mocht, ook al weet het niet precies waarom.
Bij andere opdrachten werkt het op dezelfde manier. Het kind dat het huwelijk moet redden, staat tussen de ouders, op een plek die van de partner is. Het kind dat moeder een nieuw levensdoel moet geven, draagt iets wat bij de moeder zelf hoort. Elke keer is de taak te groot. Een kind kan zijn ouders niet troosten voor hun verlies, hun huwelijk niet herstellen en hun leven geen zin geven. Het blijft het proberen, en het lukt nooit, omdat het nooit kon lukken.
Dat geeft een levenslange vermoeidheid die moeilijk te benoemen is. Volwassenen die als kind een herstelopdracht kregen, werken hard, zorgen goed en voelen zelden dat het genoeg is. Hun eigen leven komt op de tweede plaats, achter het leven dat ze moesten repareren.
Vorig jaar ging Thomas voor het eerst alleen naar het graf van Pieter. Hij nam niets mee. Hij stond er en zei hardop: “Jij was eerst.” Hij weet niet waarom hij dat zei. Op de terugweg reed hij langzamer dan anders.
De blinde liefde van het kind dat draagt
Een kind dat de last van zijn ouders op zich neemt, doet dat uit liefde. Het is een totale liefde, zonder grenzen en zonder oordeel. Het kind zegt in zichzelf: ik draag het voor jou, dan hoef jij het niet te dragen. Of: ik word gelukkig voor jou, dan is jouw verlies minder erg. Of: ik blijf, zodat jij niet alleen bent. Die liefde is zo diep dat ze in het kind zelf onzichtbaar blijft. Het ervaart haar als vanzelfsprekend, als wie het is.
Toch zit er in die liefde iets wat zelden wordt uitgesproken. Een kind dat het lot van zijn ouders draagt, stelt zich boven hen. Het gedraagt zich alsof het groter is dan zij, sterk genoeg om te dragen wat zij niet konden dragen. Dat is de magische overtuiging van het kleine kind, dat gelooft dat het zijn moeder kan redden als het maar lief genoeg is. Het is ook een vorm van onbewuste hoogmoed. Daarmee is het kind niet schuldig; het kon niet anders. Wel kan de volwassene die het geworden is gaan zien dat de positie die hij inneemt niet de zijne is.
Waarom teruggeven zo zwaar is
Wie als volwassene merkt dat hij een last draagt die van zijn ouders is, verwacht vaak dat neerleggen een opluchting zal zijn. Het tegendeel blijkt. Teruggeven voelt als verraad, en als verlies. De last was namelijk de band. Zolang het kind droeg, was het verbonden met zijn moeder, met haar verdriet, haar gemis, haar leven. Wie de last neerlegt, voelt een leegte op de plek waar die verbinding zat, en een schuldgevoel, alsof hij zijn moeder alleen laat met wat ze niet kan dragen.
Dit is de kern van het werk. De beweging gaat van blinde liefde naar ziende liefde. Blinde liefde zegt: ik draag het voor jou. Ziende liefde zegt: dit is van jou, en ik laat het bij jou, omdat ik je groot genoeg vind om je eigen lot te dragen. Dat klinkt hard. In werkelijkheid geeft het de ouders hun waardigheid terug. Een moeder wier kind haar verdriet overneemt, wordt klein gemaakt. Een moeder wier kind haar verdriet bij haar laat, wordt erkend als iemand die het zelf heeft geleefd.
Het overleden kind zien
Bij een vervangend kind komt er nog een beweging bij. Het levende kind staat met zijn rug naar het overleden kind, op diens plek, en leeft voor twee. Zolang het overleden kind niet wordt gezien, kan het levende kind niet helemaal zichzelf zijn. Het systeem houdt de plek van het gestorven kind open, en het levende kind vult haar op.
De beweging die ruimte geeft, keert het levende kind om. Het kijkt naar het overleden kind en erkent het: jij was er eerst, jij hoort bij ons, jij bent mijn broer of zus. Dan kan het eraan toevoegen: ik leef, en ik doe dat voor mezelf. Daarmee neemt het levende kind zijn eigen plek in, de plek na het overleden kind, en hoeft het diens leven niet meer mee te leven. Soms voelt het kind daarna voor het eerst dat het zijn eigen leven mag hebben, in plaats van een aanvulling op een leven dat niet doorging.
Een keten die verder teruggaat
Ouders die een kind verliezen of in een crisis belanden, dragen vaak al iets mee uit hun eigen herkomst. Een moeder die niet kan rouwen om haar baby, heeft misschien als kind ook niet mogen rouwen. Een vader die vlucht in werk, heeft misschien een vader gehad die hetzelfde deed. Het kind dat later komt en wil herstellen, staat dan aan het eind van een keten die verder teruggaat dan zijn eigen gezin. Het wil herstellen wat al generaties lang niet hersteld is.
Dat maakt de taak onmogelijk, en het verklaart de vermoeidheid. Wat overblijft als het kind de taak neerlegt, is niet direct duidelijk. Er komt eerst een leegte. De vraag wie iemand is als hij niet meer hoeft te herstellen, heeft vaak nog geen antwoord. Dat antwoord groeit langzaam, en soms pas als iemand bereid is een tijd niet te weten wie hij is.
MEER LEZEN over Nakomertjes:
Algemeen – nakomertje
INLEIDING serie
1) Het lichaam waarin je werd gedragen
2) Ouders in hun tweede levenshelft
3) Twee gezinnen onder een dak
4) Opgroeien in een huis dat leegloopt
5) Meerdere moeders en geen
6) Een familie die je alleen kent als verhaal
7) Het kind dat iets moest herstellen
8) Broers en Zussen aan de andere kant
9) De nakomer in de liefde
10) De buitenstaander als vormende kracht