Broers en zussen aan de andere kant
Serie nakomers · deel 8
Gerda was zestien toen haar moeder aan tafel vertelde dat ze in verwachting was. Haar broer van veertien lachte. Gerda stond op, liep naar haar kamer en deed de deur op slot. Ze weet nog wat ze dacht: dat kan niet, ze zijn veel te oud. Daarna dacht ze: wat zullen ze op school zeggen.
Over nakomers, kinderen die lang na de anderen komen, wordt meestal vanuit het kind zelf gesproken. Hoe is het om laat te komen, om alleen te zijn, om oude ouders te hebben? Maar een nakomer komt binnen in een gezin met kinderen die al een plek hadden en die door zijn komst ook iets meemaakten.
Een zwangerschap in de puberteit van een ander
Voor een kind van tien is een nieuwe baby vooral een gebeurtenis. Voor een puber raakt hij aan iets gevoeligs. De puberteit is de fase waarin een jongere zich losmaakt van zijn ouders en zijn eigen seksualiteit ontdekt. Juist dan ziet hij zijn moeder zwanger worden. Dat confronteert hem met iets wat de meeste kinderen liever niet zien: dat hun ouders seks hebben.
De schaamte die oudere broers en zussen voelen, is daarom zelden alleen sociale schaamte. Ze gaat over grenzen. Ouders horen in de beleving van een puber oud en neutraal te zijn, zodat hij zelf jong kan zijn. Een zwangere moeder van vierenveertig verstoort die verdeling. Sommige pubers reageren met spot, anderen met afstand. Veel van hen trekken zich in die maanden terug uit het gezin, en die terugtrekking zet de toon voor hoe ze later met de nakomer omgaan.
Wat de ouderen verliezen
Elk kind dat een broertje of zusje krijgt, verliest iets van zijn plek. Bij een nakomer is dat extra scherp. Het kind dat jarenlang de jongste was, is het opeens niet meer, op een leeftijd waarop het die positie al lang als vast beschouwde. Het oudste meisje ziet haar adolescentie deels opgaan aan oppassen en verschonen. De oudere broer ziet de aandacht van zijn ouders verschuiven op het moment dat hij zelf nog een vader nodig heeft om zich tegen af te zetten.
Daarbij komt iets wat zelden hardop wordt gezegd. Oudere kinderen zien hun ouders bij de nakomer anders doen dan bij hen: geduldiger, ruimer, milder. Met meer tijd, meer geld en minder strenge regels. “Jij mocht alles,” zeggen ze later. Dat klinkt als een grapje, maar er zit vaak een oude wond onder. De nakomer krijgt iets wat zij hebben gemist, en dat kan hij nooit terugbetalen of goedmaken, omdat hij er niets aan kon doen.
De volgorde in het systeem
In een familie hebben de kinderen die eerder kwamen een eigen voorrang. Ze waren er eerst, ze hebben het gezin mee opgebouwd en ze hebben de moeilijke jaren van jonge ouders meegemaakt. Die volgorde geeft hun een eigen gewicht. Dat gewicht verdient erkenning.
Wanneer de nakomer het middelpunt wordt, als zonnetje, troost of laatste kans, raakt die volgorde verstoord. De ouders zetten hem dan in hun aandacht boven de anderen. Broers en zussen voelen zich daardoor opzijgezet, en dat schuurt jarenlang. De nakomer merkt het en weet niet wat hij ermee moet. Hij heeft die plek niet gekozen, maar wordt er wel op aangekeken. Veel nakomers worden daarom extra bescheiden tegenover hun oudere broers en zussen. Ze nemen weinig ruimte in, om goed te maken wat ze niet hebben veroorzaakt.
Pas wanneer de ouders hun oudere kinderen erkennen in wat zij hebben gemist en gedragen, kan de nakomer gewoon de jongste zijn. Dat gebeurt zelden uitgesproken. Soms gebeurt het op een sterfbed, soms helemaal niet.
Gerda is nu zeventig en haar zus vierenvijftig. Het verschil voelt kleiner dan toen. Vorig jaar zaten ze samen op een bankje na de begrafenis van een tante. Haar zus vroeg of Gerda haar vroeger lastig had gevonden. Gerda wilde nee zeggen. Ze zei: “Ik vond jou niet lastig. Ik vond het lastig dat jij er was.” Haar zus knikte. Ze bleven nog een tijd zitten.
Ouders die weer man en vrouw werden
Een late zwangerschap laat iets zien wat kinderen meestal liever niet zien. Hun ouders zijn ook man en vrouw. Tussen hen leeft een aantrekking die ouder is dan het gezin en die er na twintig jaar huwelijk blijkbaar nog is. Voor oudere broers en zussen is dat confronterend, en ook dat ligt dieper dan schaamte over wat de buren zeggen.
Kinderen hebben er baat bij dat hun ouders als paar met elkaar verbonden zijn. Een kind dat voelt dat zijn ouders elkaar als man en vrouw willen, kan zich veilig van hen losmaken. Het hoeft niets te regelen tussen hen. De liefde tussen de ouders is de grond waarop het gezin staat, ook als de kinderen daar niets van willen weten. Een nakomer is, wat er ook omheen gebeurde, een teken dat die grond er op een bepaald moment was. Voor de ouderen is dat tegelijk een geruststelling en een verstoring. Ze willen wel dat hun ouders van elkaar houden, maar niet dat ze dat zo zichtbaar maken.
Een dochter die vrouw wordt naast een zwangere moeder
Voor een dochter in de puberteit raakt de zwangerschap van haar moeder aan iets heel precies. Ze is zelf bezig vrouw te worden. Haar lichaam verandert, ze ontdekt haar aantrekkingskracht, ze begint zich te verhouden tot mannen. Juist dan laat haar moeder zien dat zij nog volop vrouw is, vruchtbaar en begeerd. In de stille rangorde van vrouwelijkheid tussen moeder en dochter, die in elk gezin bestaat en zelden wordt benoemd, schuift de moeder weer naar voren op het moment dat de dochter haar plek wilde innemen.
Voor een zoon geldt iets vergelijkbaars. Hij is bezig man te worden en ontdekt zijn eigen kracht en verlangen. Zijn vader laat op dat moment zien dat hij die kracht nog heeft. Waar de zoon zijn vader in gedachten al een beetje had opzijgezet, staat de vader opeens weer in het midden. Dat kan een jongen bevestigen, als zijn vader hem daarna ook ziet. Het kan hem ook terugduwen, en dan richt zijn rivaliteit zich vaak op het kind dat het bewijs is.
Een vertrek dat niet af kon
Oudere kinderen zijn op het moment dat de nakomer komt vaak bezig met hun eigen losmaking. Ze willen weg, en ze hebben ouders nodig die stevig blijven staan om tegenaan te duwen en van te vertrekken. Een nieuw kind maakt die ouders bezig, moe en op een andere manier kwetsbaar. Het gezin dat ze wilden verlaten, verandert precies op het moment van vertrek.
Sommigen gaan dan juist sneller weg, zonder om te kijken, met een gevoel dat thuis niet meer van hen is. Anderen blijven hangen. Ze zijn nodig voor het kind, voor de vermoeide moeder, en hun vertrek wordt uitgesteld of half gemaakt. Een zus die op haar achttiende had willen gaan studeren, blijft een paar jaar thuis wonen om te helpen. Ze vertrekt later, maar niet meer helemaal. Een deel van haar blijft verbonden aan het huis en het kind, ook als ze zelf een gezin heeft. Haar eigen individuatie, het worden van wie ze los van haar ouders is, liep door de komst van de nakomer vertraging op.
De balans tussen hen
Tussen broers en zussen hoort een zekere gelijkheid. Ze geven en nemen van elkaar, en over een leven gezien komt dat ongeveer in evenwicht. Bij een nakomer die door zijn broers en zussen mee is opgevoed, ligt dat anders. Zij hebben veel gegeven, hij heeft veel genomen. Dat kan hij nooit terugbetalen, omdat hij nooit op dezelfde manier voor hen kan zorgen.
Daar ligt een spanning die vaak een leven lang blijft. De ouderen verwachten soms, zonder het te zeggen, dankbaarheid of een erkenning die nooit genoeg is. De nakomer voelt een schuld die hij niet kan vereffenen, en houdt daarom afstand of past zich aan. Een uitweg die past bij de manier waarop een familie werkt, is doorgeven in plaats van terugbetalen: wat hij van hen kreeg, geeft hij verder aan anderen. Of de ouderen dat kunnen zien als vereffening, of dat ze iets van hem zelf blijven verwachten, verschilt per familie. Soms vinden broers en zussen elkaar pas als gelijken wanneer de ouders er niet meer zijn, en soms dan ook niet.
MEER LEZEN over Nakomertjes:
Algemeen – nakomertje
INLEIDING serie
1) Het lichaam waarin je werd gedragen
2) Ouders in hun tweede levenshelft
3) Twee gezinnen onder een dak
4) Opgroeien in een huis dat leegloopt
5) Meerdere moeders en geen
6) Een familie die je alleen kent als verhaal
7) Het kind dat iets moest herstellen
8) Broers en Zussen aan de andere kant
9) De nakomer in de liefde
10) De buitenstaander als vormende kracht