Opgroeien in een huis dat leegloopt
Serie nakomers · deel 4
Marco was drie toen zijn oudste broer naar Delft vertrok, vijf toen zijn zus ging samenwonen, zeven toen de tweede broer in dienst ging en negen toen de laatste zus naar Groningen verhuisde. Bij elk vertrek was er taart. Iedereen was trots. Marco herinnert zich vooral de kamers: hoe ze één voor één leeg kwamen te staan, hoe de deur van de ene kamer bleef dicht en hoe een andere kamer de logeerkamer werd.
Een nakomer is een kind dat lang na zijn broers en zussen wordt geboren. Daardoor maakt hij iets mee wat andere kinderen zelden meemaken: hij groeit op terwijl het gezin uit elkaar gaat. Voor een kind in het midden van een gezin betekent opgroeien dat er steeds meer leven in huis komt. Voor de nakomer betekent het dat er steeds meer mensen weggaan.
Broers en zussen als hechtingsfiguren
Jonge kinderen hechten zich niet alleen aan hun ouders. Elke vaste, beschikbare persoon die troost, speelt en beschermt, kan een hechtingsfiguur worden. Onderzoek laat zien dat peuters bij een afwezige moeder troost zoeken bij een oudere broer of zus, en dat die troost werkt. Voor een nakomer met broers en zussen van tien, vijftien of twintig jaar ouder ligt dat nog meer voor de hand. Zij tillen hem op, lezen voor, nemen hem mee op de fiets. Ze zijn deels speelkameraad, deels opvoeder, en vaak een bron van warmte die de vermoeide ouders minder kunnen geven.
Als zo iemand vertrekt, verliest het kind een hechtingsfiguur. Voor een volwassene is dat een gewone, blije stap: een studie, een huwelijk, een eigen huis. Voor een peuter is het iemand die verdwijnt en niet terugkomt, behalve af en toe in het weekend, als een gast.
Verlies dat niet mag heten
Er bestaat een vorm van rouw die niet als rouw wordt erkend, omdat de omgeving het verlies niet als verlies ziet. Een kind dat verdrietig is omdat zijn zus gaat studeren, krijgt te horen dat het blij moet zijn voor haar. Zijn verdriet past niet in de stemming van het huis, dus leert hij het voor zich te houden.
Wat gebeurt er in een jong kind dat herhaaldelijk een hechtingsfiguur verliest? Het eerste antwoord is protest: huilen, zoeken, boos zijn. Als dat niets oplevert, volgt wanhoop: stil, teruggetrokken, slecht slapen. Bij herhaling volgt een derde fase, waarin het kind zich losmaakt. Het hecht zich minder diep, zodat het volgende vertrek minder pijn doet. Het hechtingssysteem zet als het ware de volumeknop lager. Dat is slim, want het beschermt. Maar wat lager is gezet, gaat later niet vanzelf weer omhoog.
Bij veel volwassen nakomers zie je die afstelling terug. Ze zijn zelfstandig, makkelijk in de omgang en hebben weinig nodig. Ze kunnen alleen zijn. Wat moeilijker gaat, is volledig op iemand rekenen. Ergens houdt het lichaam rekening met vertrek, ook als er geen enkele aanwijzing voor is.
Het laatste kind in het lege nest
Terwijl de nakomer zijn broers en zussen ziet vertrekken, ziet hij ook zijn ouders. Elk vertrek is voor hen een afscheid. Vaak is het de moeder die het lege nest het zwaarst voelt. Het kind dat overblijft, ziet haar verdriet, haar stilte bij het afruimen van de tafel waar nu nog drie borden staan.
Daarmee krijgt de nakomer een plek die niemand heeft bedacht. Hij is het kind dat het nest nog niet helemaal leeg maakt. “Jij blijft nog even bij ons,” zeggen ouders dan, liefdevol bedoeld. Het kind hoort er een opdracht in: zolang ik blijf, is mama niet alleen. Wanneer de nakomer zelf het huis uit moet, valt het vertrek daarom zwaarder dan bij de anderen. Hij laat zijn ouders achter in een leeg huis, en dat voelt als iets wat hij hun aandoet.
Sommige nakomers vertrekken laat, of keren telkens terug. Anderen gaan juist abrupt en ver weg, omdat dat de enige manier is om te gaan. In beide gevallen gaat het vertrek over meer dan het eigen leven beginnen.
Marco heeft zelf twee kinderen. Toen zijn dochter vorig jaar op kamers ging, hielp hij haar met verhuizen. Daarna stond hij in haar lege kamer en kon hij een tijdje niet weg. Zijn vrouw vond hem daar. “Ze komt toch gewoon in het weekend,” zei ze. Dat wist hij. Het gevoel wist het niet.
Wanneer weggaan voelt als iemand iets aandoen
In een familie stroomt het leven naar voren. Ouders geven het door aan kinderen, en kinderen geven het door door weg te gaan: ze bouwen een eigen leven en geven het op hun beurt door. Weggaan is daarom een vorm van trouw. Een kind dat vertrekt en goed leeft, eert zijn ouders meer dan een kind dat blijft om ze gezelschap te houden. Zo werkt de beweging van het leven, en in de meeste gezinnen voelt het ook zo.
De nakomer heeft die beweging van de andere kant gezien. Hij zag zijn broers en zussen vertrekken, en hij zag wat dat bij zijn ouders deed. Iedere keer dat er iemand ging, werd zijn moeder stiller. Daaruit trok hij een conclusie die hij nooit onder woorden bracht: groot worden betekent weggaan, en weggaan doet pijn aan wie achterblijft. Zijn eigen levenskracht, de kracht die hem op een dag naar buiten zou dragen, raakte daardoor verbonden met schade.
De angst voor de eigen beweging
Over nakomers wordt vaak gezegd dat ze bang zijn om verlaten te worden. Dat klopt, maar eronder ligt vaak een andere angst die minder zichtbaar is: de angst om zelf te gaan. Wie zijn eigen vertrek associeert met andermans verdriet, houdt zichzelf in. Hij vertrekt niet echt uit het ouderlijk huis, ook al woont hij er al dertig jaar niet meer. Hij belt elke dag, voelt zich schuldig als hij op vakantie gaat, en kiest een woonplaats op rijafstand.
In de liefde komt dat terug. Wie bang is om verlaten te worden, klampt zich vast. Wie bang is om zelf te gaan, houdt zich klein binnen de relatie. Hij gaat niet volledig zijn eigen richting op, uit vrees dat dat de ander pijn doet. Zo’n partner is loyaal en betrouwbaar, maar ook ergens afwezig. Zijn eigen beweging heeft hij al lang geleden opgeschort, en wat hij aan de relatie geeft, geeft hij met een rem erop.
Het lege nest dat niet van hem was
De stilte van een moeder in een leeglopend huis gaat zelden alleen over de kinderen die vertrekken. Vaak gaat ze over wat er overblijft als de kinderen weg zijn: het huwelijk, het eigen leven, de vraag wie ze is als ze niet meer nodig is. Die vragen zijn van haar. Ze horen bij haar levensfase en bij haar relatie met haar man.
De nakomer heeft ze toch opgepakt. Hij werd het kind dat het nest niet helemaal leeg maakte, en daarmee hield hij, zonder het te weten, een vraag tegen die zijn ouders samen hadden moeten beantwoorden. Zolang hij er was, hoefden zij elkaar niet als man en vrouw opnieuw te ontmoeten. Er was nog een kind om voor te zorgen. Het systeem heeft hem een functie gegeven die niet bij een kind hoort: hij hield het huwelijk van zijn ouders gezelschap.
Weggaan betekent dan meer dan een eigen leven beginnen. Het betekent de ouders teruggeven aan elkaar. Dat is een stap die sommige nakomers met schuldgevoel zetten en anderen nooit. Wie hem zet, merkt soms dat er iets in beweging komt tussen zijn ouders dat lang heeft stilgestaan. Wie hem niet zet, blijft vaak het kind van een lege kamer.
De kamer in jezelf
Wat is er voor de nakomer gebleven van al die vertrekken? Een houding tegenover tijd, misschien. Hij weet dat alles voorbijgaat, eerder dan anderen, en hij leeft met een besef van afscheid dat in gewone momenten doorschemert. Dat maakt hem soms melancholisch, soms aanwezig op een manier die anderen raakt. Of dat besef ooit kan rusten zonder dat het lichaam bij elke dichte deur opnieuw alert wordt, is een vraag die per mens een ander antwoord krijgt, en soms geen.
MEER LEZEN over Nakomertjes:
Algemeen – nakomertje
INLEIDING serie
1) Het lichaam waarin je werd gedragen
2) Ouders in hun tweede levenshelft
3) Twee gezinnen onder een dak
4) Opgroeien in een huis dat leegloopt
5) Meerdere moeders en geen
6) Een familie die je alleen kent als verhaal
7) Het kind dat iets moest herstellen
8) Broers en Zussen aan de andere kant
9) De nakomer in de liefde
10) De buitenstaander als vormende kracht