Meerdere moeders, en geen
Serie nakomers · deel 5
Ria was zeventien toen Hanneke werd geboren. Hun moeder was moe, kreeg na de bevalling last van haar rug en ging na een half jaar weer in de winkel staan. Ria gaf de fles, verschoonde luiers en duwde de kinderwagen door het dorp. Mensen dachten dat het haar kind was. Ria verbeterde dat niet altijd.
Een nakomer, een kind dat lang na de anderen komt, belandt vaak in een gezin met meer volwassenen dan kinderen. Oudere zussen, soms broers, schoonzussen en buurvrouwen helpen mee. Op het eerste gezicht is dat een rijkdom: veel handen, veel aandacht. Wat er onder die rijkdom gebeurt, is minder zichtbaar.
Meer verzorgers is het oorspronkelijke model
Allereerst iets wat het beeld bijstelt. Dat een kind door meerdere mensen wordt verzorgd, is in de menselijke geschiedenis eerder regel dan uitzondering. Mensen zijn wat biologen coöperatieve opvoeders noemen: grootmoeders, tantes, oudere kinderen en buren delen de zorg voor de jongsten. Kinderen kunnen zich aan meerdere mensen hechten, en een netwerk van betrouwbare verzorgers maakt hen eerder sterker dan zwakker.
Waar het wel om draait, zijn twee andere vragen: is de zorg betrouwbaar, en is helder wie welke plek heeft?
De zus die vertrekt
Bij nakomers wordt die zorg vaak gedragen door iemand die zelf nog aan het begin van haar leven staat. Een zus van zeventien is betrokken en liefdevol, maar haar leven gaat verder. Ze gaat studeren, krijgt een vriend en vertrekt. Voor het kind verdwijnt dan degene aan wie het zich het sterkst had gehecht. Omdat iedereen haar vertrek normaal vindt, en omdat zij officieel niet de moeder was, valt dat verlies buiten elk gesprek.
Het kind verwerkt bovendien niet één stijl van verzorgen, maar meerdere. De zus troost door op te tillen, de moeder door te praten, de vader door af te leiden. Elke verzorger heeft andere regels. Een jong brein kan dat aan, zolang de verzorgers op elkaar zijn afgestemd en elkaar niet tegenspreken. Wanneer de zus het kind iets toestaat wat de moeder verbiedt, of wanneer moeder een beslissing van de zus terugdraait, leert het kind dat er geen vaste grond is. Het wordt dan een scherpe waarnemer van wie er die dag de baas is.
Wie mag geven, wie mag nemen
In een familiesysteem stroomt zorg van boven naar beneden. Ouders geven, kinderen nemen. Tussen broers en zussen ligt dat anders: zij staan naast elkaar, als gelijken, ook al is de één veel ouder. Wanneer een zus de rol van moeder op zich neemt, verschuift die orde. Ze staat dan boven haar zusje, op een plek die van de moeder is.
Dat heeft gevolgen voor iedereen. De moeder raakt een deel van haar moederschap kwijt, soms opgelucht, soms met schuldgevoel of jaloezie. De zus geeft iets wat niet van haar gevraagd had mogen worden, en verliest een stuk van haar eigen jeugd. Ze werd volwassen voordat ze er klaar voor was, en dat werkt later door in haar eigen leven. Het kind neemt van iemand van wie het niet zomaar kan nemen. Het voelt een schuld die het nooit kan aflossen, omdat je je zus niet terug kunt betalen zoals je je ouders bedankt door zelf door te geven.
Die verschuiving verdwijnt niet als de kinderen volwassen zijn. Ria is nu tweeënzeventig en Hanneke vijfenvijftig. Ria vraagt nog steeds of Hanneke wel goed eet en geeft ongevraagd advies over haar huwelijk. Hanneke voelt zich bij haar elf jaar oud. Ze weet niet hoe ze haar zus kan zijn.
En geen
Het tweede deel van de titel is moeilijker te zien. Waar veel mensen een beetje zorgen, voelt soms niemand zich echt verantwoordelijk. Moeder dacht dat Ria het deed, Ria dacht dat moeder het in de gaten hield, en vader was aan het werk. Het kind kreeg veel losse aandacht, maar niemand hield het geheel in de gaten: wie wist hoe het met hem ging op school, in zijn hoofd, ’s nachts?
Veel volwassen nakomers herkennen dat. Er was altijd wel iemand, en toch was er niemand bij wie alles samenkwam. Ze leerden zichzelf in de gaten te houden, omdat het verder niemand helemaal deed.
Vorig jaar vroeg Ria, onverwacht, tijdens een wandeling: “Was ik eigenlijk je moeder?” Hanneke wist niet wat ze moest zeggen. Ja zou haar moeder tekortdoen. Nee zou Ria tekortdoen. Ze liepen een tijd zwijgend verder.
De omgeleide beweging
De eerste beweging van een mensenkind gaat naar de moeder. Een pasgeborene zoekt haar geur, haar stem en haar lichaam. Die beweging is ouder dan elke gedachte en sterker dan elke latere band. Wanneer ze wordt beantwoord, leert het kind dat reiken iets oplevert. Wanneer ze wordt onderbroken, door ziekte, scheiding of een moeder die er met haar hoofd niet bij is, blijft er iets in het kind achter dat zich niet meer helemaal durft uit te strekken.
Bij de nakomer die door een zus werd opgevoed, gebeurt iets subtielers. Zijn beweging naar de moeder wordt omgeleid. Hij reikt naar zijn moeder, en zijn zus pakt zijn hand. Er komt een antwoord, en het is warm en echt. Het komt alleen van iemand anders dan naar wie hij reikte. Het kind leert daaruit dat er op zijn reiken iets anders komt dan wat hij zocht, en dat hij daar tevreden mee moet zijn.
Dat patroon loopt een heel leven door. Volwassenen die zo zijn opgegroeid, kiezen vaak wat beschikbaar is boven wat ze werkelijk verlangen. Een partner die er is, in plaats van de partner naar wie hun hart uitgaat. Werk dat hen nodig heeft, in plaats van werk dat hen roept. Ze klagen niet, want ze krijgen iets. Wat ze missen, kunnen ze moeilijk benoemen, omdat ze nooit hebben geleerd dat ze het mochten verwachten.
Wat de zus droeg
Als een zus de zorg overneemt, neemt ze zelden alleen de luiers en de flessen over. Ze neemt ook iets over van wat de moeder niet kon of niet wilde. Achter de liefde van de zus kan het nee van de moeder schuilgaan: de vermoeidheid, de ambivalentie, de zwangerschap waar ze niet om had gevraagd. De zus vangt dat op en zet er haar eigen ja tegenover. Daarmee beschermt ze het kind, en ze beschermt ook de moeder, die zich niet hoeft te verantwoorden voor wat ze niet geeft.
Voor de zus zelf heeft dat een prijs. Ze stapt in een moederschap voordat haar eigen vrouwzijn is uitgegroeid. Haar zorg wordt de vorm waarin ze liefde geeft, en vaak ook de vorm waarin ze liefde verwacht. Later in haar leven kan ze moeilijk iets ontvangen zonder er iets tegenover te zetten. Haar eigen kinderen krijgen een moeder die al eens moeder is geweest, voor een kind dat niet van haar was.
De plekken terugzetten
In het innerlijk beeld van de nakomer staat de zus vaak op de plek van de moeder, en de moeder op een plek erachter of ernaast. Zolang dat beeld zo blijft, kan hij zijn moeder niet helemaal als moeder nemen en zijn zus niet helemaal als zus. Hij blijft bij allebei iets tekortkomen.
De beweging die dat ordent, is eenvoudig te beschrijven en moeilijk te maken. De moeder krijgt haar plek terug als de moeder, ook al gaf ze minder dan de zus. Zij heeft het leven gegeven, en dat kan niemand anders. De zus krijgt haar plek terug als de zus, met de erkenning dat ze iets groots heeft gedaan wat niet van haar gevraagd had mogen worden. Het kind kan haar bedanken zonder haar tot moeder te maken. Daarmee legt hij ook de schuld neer die hij haar nooit kon terugbetalen. Die schuld bestond omdat ze op de verkeerde plek gaf.
Voor de zus kan deze beweging als een verlies voelen. Ze is jarenlang de belangrijkste geweest, en nu krijgt een moeder die minder deed haar plek terug. Daarom gebeurt het vaak alleen innerlijk, in de nakomer zelf, zonder dat het ooit wordt uitgesproken. Of de zus het merkt, en wat het met haar doet, valt niet te voorspellen. Soms komt er ruimte tussen hen, en worden ze voor het eerst gewoon zussen. Soms blijft de oude orde bestaan tot een van beiden er niet meer is.
MEER LEZEN over Nakomertjes:
Algemeen – nakomertje
INLEIDING serie
1) Het lichaam waarin je werd gedragen
2) Ouders in hun tweede levenshelft
3) Twee gezinnen onder een dak
4) Opgroeien in een huis dat leegloopt
5) Meerdere moeders en geen
6) Een familie die je alleen kent als verhaal
7) Het kind dat iets moest herstellen
8) Broers en Zussen aan de andere kant
9) De nakomer in de liefde
10) De buitenstaander als vormende kracht