De beker drinken van het ondraaglijke – serie
Vóór er afstand was
Er is een reden waarom de meeste boeken over verlies pas verschijnen jaren nadat het verlies plaatsvond: afstand is niet iets wat een schrijver uit beleefdheid naar de lezer toevoegt. Afstand is de voorwaarde waaronder taal normaal gesproken kan ontstaan. Er gebeurt iets. Het lichaam voelt het, in stukken, op momenten die het zelf kiest, niet het bewustzijn. En ergens, na maanden of jaren, is er genoeg opgehaald om er een zin van te maken die zich laat navertellen. Wat er dan verschijnt, is niet het gebeuren zelf. Het is het gebeuren nadat het is geselecteerd, gerangschikt, draaglijk gemaakt door alles wat er intussen mee is gedaan.
Deze reeks is niet op die manier ontstaan.
Deze serie is geschreven in de dagen zelf — vanaf 5 juli 2026, toen mijn dochter en schoonzoon, zestien weken zwanger, een vroeggeboorte doormaakten, tot en met de dag van de begrafenis en de dagen daarna. Er was geen afstand om uit te schrijven. Er was alleen het gebeuren, nog volledig aanwezig, nog niet opgehaald, nog niet eens begonnen met opgehaald te worden.

En dat roept een vraag op: kan schrijven, terwijl het nog gebeurt, hetzelfde zijn als schrijven erover — of is het per definitie iets anders, een derde ding, dat niet in de categorie ‘verslag’ en niet in de categorie ‘her-innering’ past?
Ik denk het laatste. En ik denk dat dat de reden is waarom deze reeks zeven delen kreeg in plaats van één. Wat er staat, staat er omdat het er stond op dat moment. Meer was er niet, en ik heb geweigerd om dat later, met wél afstand, alsnog voor elkaar te schrijven — want dan zou het weer het oude worden: het gebeuren gefilterd door wat er inmiddels aan begrip is bijgekomen, in plaats van wat er op dat moment werkelijk was.
Dat weigeren is niet vanzelfsprekend, en ik merk dat ik daar voorzichtig mee moet zijn, want er is een verleiding die ik van binnenuit ken, ook als coach: het gebruiken van een kader — psychologisch of spiritueel — om precies niet te hoeven voelen wat er is. Elke keer dat ik tijdens het schrijven van deze reeks een woord vond, was er een fractie van een seconde waarin ik moest voelen of het woord kwam om iets te openen, of om iets dicht te leggen. Een woord dat dichtlegt, klinkt vaak mooier dan een woord dat opent. Dat criterium liet zich niet vooraf vaststellen. Het moest, telkens opnieuw, in het moment zelf gewogen worden — en soms pas achteraf, aan wat een zin deed: droeg hij, of bedekte hij.
Wat er werkelijk gebeurde is dit. Mijn dochter beviel, zestien weken zwanger, van een dochtertje dat niet levensvatbaar was op dat moment. Zij en haar man zijn er samen dwars doorheen gegaan, op hun eigen tempo, zonder iets over te slaan. Donderdag negen juli is het kindje begraven, op de manier die zij zelf kozen, in het tempo dat zij zelf nodig hadden — alsof, zo zag ik het bij het graf staand, elke stap zelf nog een wee was, iets dat niet vlugger kon dan het lichaam toestond. Ik stond erbij als moeder, niet als coach, en toch was er vanaf het eerste moment een zoeken naar taal — niet om afstand te scheppen, maar om dichter te kunnen komen bij wat in alle vezels tegelijk werd gevoeld en te groot was om in stilte alleen te dragen. Wat anderen, eeuwen terug, in een even grote ondraaglijkheid hebben gezegd of gedaan, werd geen verklaring die tussen mij en het gebeuren kwam te staan. Het werd gezelschap. Abraham op de berg, de beker in Gethsemane, Thomas die de wonden voelt — ze namen het scherpe niet weg. Ze reikten een taal aan die groot genoeg was om het geschenk van dat moment nog voller te kunnen omhelzen.

Het was, in één en dezelfde ademtocht, het meest hartverscheurende wat ik heb meegemaakt en iets waar ik geen ander woord voor heb dan heilig. Niet naast elkaar. Niet het een gevolgd door het ander. Op precies dezelfde plek, tegelijk, zonder dat er een scharnier was waarop ik kon wijzen waar het hartverscheurende ophield en het heilige begon.
Die gelijktijdigheid liet zich niet navertellen met de woorden die er normaal klaarliggen voor verlies. Sterkte, moed, het zal ooit zijn betekenis krijgen — ik kende ze allemaal, ik had ze zelf vaak genoeg uitgesproken tegen anderen, en nu ze naar mij toe kwamen, hoorde ik voor het eerst hoe ze iets tussen de mens en het gebeuren in schuiven. Een laag die het scherpe iets minder scherp moet maken. Ik merkte dat ik dat niet wilde. Niet omdat ik sterker wilde zijn dan wie deze woorden normaal aanbiedt, maar omdat er iets in mij weigerde om het scherpe minder scherp te laten worden voordat ik het volledig had aangekeken.
Schrijven werd toen de enige plek waar dat aankijken kon gebeuren zonder dat er iemand — ook ikzelf niet — meteen een laag ertussen schoof. Niet schrijven om het te verwerken. Niet schrijven om er greep op te krijgen. Schrijven als de plek zelf waar het gebeuren mocht landen, woord voor woord, in het tempo waarin het zich aandiende — en dat tempo bleek, keer op keer, korter dan een compleet artikel. Er was een dag waarop er niet meer kwam dan wat nu het eerste deel is. Een andere dag alleen het tweede. Een dag waarop er niet meer was dan de paar zinnen die het volgende deel vormen, en ik heb ze laten staan zoals ze kwamen, onaf, omdat afmaken op dat moment zou hebben betekend: iets verzinnen dat er nog niet was.
Dat is, denk ik nu ik dit opschrijf, de bedding die onder de hele reeks ligt, en die ik pas zie nu ik terugkijk op wat er in de dagen zelf is neergelegd: geen boek over rouw, geschreven van bovenaf. Zeven momenten waarop het lichaam iets had opgehaald — net genoeg voor één deel, niet meer — en waarop ik ervoor koos dat op te schrijven zoals het kwam, in plaats van te wachten tot er genoeg afstand zou zijn om het net iets mooier te maken.
Ik weet niet of dat de juiste manier is om over het onverdraaglijke te schrijven. Ik weet alleen dat het de enige manier was die deze keer niet aanvoelde als eromheen gaan, maar er dwars doorheen.
Serie: ‘De beker drinken van het ondraaglijke‘
1 – De geoefende weg — eromheen of erdoorheen
2 – Hineni — aanwezig, nog voor er gevraagd is
3 – Waarom volledige aanwezigheid eigenlijk geen keuze is maar noodzaak
4 – Het ritme onder de volheid
5 – De beker drinken
6 – Geen goed en kwaad
7 – Een einde dat niet sluit
8 – Het numineuze knikt
