Mag je opnieuw trouwen?
Hertrouwen in de Bijbel, 10 – slot
De vraag achter de vraag
Wie na een scheiding of na de dood van een partner opnieuw wil trouwen, stelt meestal een eenvoudige vraag: mag het? De Bijbel geeft op die vraag geen eenvoudig antwoord. Hij geeft er een paar, en ze spreken elkaar op één punt tegen.
Daaronder ligt de vraag waarmee deze serie begon. Het huwelijk wordt in de Bijbel beschreven in woorden voor het lichaam, één vlees, en de scheiding in woorden voor papier, een brief. Kan een woord losmaken wat in het lichaam gebonden is? De wet zegt ja. Jezus lijkt nee te zeggen. Paulus noemt één ding dat het zeker kan, de dood, en laat daarnaast een deur open. De verhalen gaan hun eigen weg.
Na de dood van een partner
Hier zijn de teksten het eens. Als de man ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, alleen in de Heer (1 Korintiërs 7:39). In Romeinen 7 heet het dezelfde vrijheid: wat bij een levende man overspel heet, heet na zijn dood vrijheid. En 1 Timoteüs 5:14 wil dat jonge weduwen hertrouwen (deel 5).
Ook de strengste joodse bronnen sluiten het niet uit. De hogepriester, die op Grote Verzoendag precies één huis moet hebben, mag na de dood van zijn vrouw een andere trouwen. Volgens de Tempelrol uit Qumran mag ook de koning dat (deel 6). Het leviraat schrijft zelfs een tweede huwelijk voor, om de naam van de dode niet te laten verdwijnen (deel 7).
De beperkingen gaan over een plaats: de priester mocht geen verstoten vrouw trouwen en de hogepriester ook geen weduwe (Leviticus 21), Paulus voegt ‘alleen in de Heer’ toe (1 Korintiërs 7:39), en de brieven aan Timotheüs (1 Timotheüs 3) vragen van de opziener ‘man van één vrouw’. De latere kerk heeft dat uitgebreid. Wie twee keer getrouwd was, werd uitgesloten van het ambt van bisschop, priester of diaken. Maar het concilie van Nicea nam het op voor hertrouwde weduwen en weduwnaars (Canon 8 gaat over beide) als volwaardig lid van de gemeente, tegen wie dat wilden verbieden. Na de dood van een partner is opnieuw trouwen in de hele Bijbel toegestaan.
Eén waarschuwing staat er wel bij. Als de dood vrijmaakt, kan een mens vrijheid maken door een dood. David trouwde Batseba volgens de letter als vrije weduwe, en de tekst zegt: wat David gedaan had, was kwaad in de ogen van de Eeuwige (deel 5 en 7).
Na een scheiding
De Thora staat het toe, en meer dan dat. De kern van de joodse scheidbrief is één zin: je bent toegestaan aan iedere man. De brief bestaat om een tweede huwelijk mogelijk te maken (deel 1). Er is één grens: een vrouw die met een ander getrouwd is geweest, kan niet terug naar haar eerste man. Het tweede huwelijk telt zo zwaar dat het de weg terug afsluit (deel 2).
Jezus noemt hertrouwen na wegzending overspel, vier keer, in vier versies (Mattheüs 5 en 19, Marcus 10, Lucas 16). Dat is de hardste lijn in de Bijbel, en de kerk heeft er eeuwenlang wetten op gebouwd. Wie de teksten nauwkeurig leest, ziet drie dingen die die lijn scherper afbakenen (deel 3). De uitspraak is gericht tot wie wegzendt, en tot de man die de weggezonden vrouw neemt. De weggezonden vrouw is in geen van de vier versies degene die zelf overspel pleegt; in Matteüs 5:32 wordt zij ertoe gebracht. Hij sprak in het land van Herodes Antipas, die zijn vrouw wilde wegzenden om Herodias te trouwen, en midden in een debat waarin een man zijn vrouw om welke reden ook kon wegsturen. En Mattheüs noemt een uitzondering: porneia (mogelijk: ‘hoererij’, ‘ontucht’ of ‘seksuele immoraliteit’), waarvan de precieze betekenis open blijft. Tegelijk spreekt Jezus bij de put met een vrouw die vijf mannen heeft gehad, en zegt geen enkel woord over overspel.
Paulus onderscheidt nauwkeurig tussen wat hij van de Heer heeft ontvangen en wat hij zelf oordeelt (deel 4). Van de Heer: een vrouw scheide zich niet van haar man, en als ze het toch doet, blijft ze ongehuwd of verzoent zich. Op eigen gezag: wie door een ongelovige partner verlaten wordt, is niet tot slaaf gemaakt, tot vrede geroepen. En: ben je losgemaakt van een vrouw en trouw je toch, dan heb je niet gezondigd. Hij zegt er uitdrukkelijk bij dat hij geen strik wil leggen.
De Thora laat hertrouwen na een scheiding toe, en Paulus’ eigen oordeel lijkt er ruimte voor te laten, al is die lezing omstreden, Jezus’ uitspraak lijkt het te verbieden, en zijn ontmoeting bij de put laat zien dat hij een vrouw met vijf mannen achter zich niet veroordeelt. Dat is de spanning die geen lezing helemaal wegneemt.
Wat de kerken ervan maakten
De kerken lezen dezelfde teksten verschillend. De Rooms-Katholieke Kerk houdt vast aan de onverbreekbaarheid van het huwelijk: een tweede huwelijk na een scheiding is niet mogelijk, tenzij het eerste nietig wordt verklaard, omdat er volgens de kerk nooit een geldig huwelijk is geweest. De Oosters-Orthodoxe kerken staan een tweede en zelfs een derde huwelijk toe, met een liturgie waarin boete en zegen samengaan. De meeste protestantse kerken staan hertrouwen toe na ontrouw of verlating, en vaak ruimer, op grond van de uitzondering bij Mattheüs en de opening bij Paulus.
Alle drie beroepen zich op de Schrift. Waar ze verschillen, is in de vraag welke tekst het laatste woord krijgt, en of Paulus’ eigen oordeel en Jezus’ uitzondering wetten zijn of openingen. In de geschiedenis is Paulus’ gnōmè, zijn oordeel, vaak een epitagè geworden, een gebod, en zijn de verzen over de leider die man van één vrouw moet zijn gebruikt om hertrouwden een plaats te ontzeggen (deel 4 en 6).
Wat de teksten vragen
Wie de teksten alleen leest om te weten of het mag, mist wat ze het meest bezighoudt: hoe een tweede huwelijk zich verhoudt tot het eerste, en tot de mensen die erbij horen. Daarover zijn ze opvallend eensgezind, over alle grenzen tussen wet, verhaal, profeet en apostel heen.
De losmaking moet echt zijn. Een scheidbrief met een voorbehoud, je bent vrij, behalve voor die en die, is volgens de meerderheid van de wijzen in de Mishna geen scheidbrief. Een binding is pas verbroken als er niets is achtergehouden, en wat in de brief geschreven is, blijft zichtbaar, ook als het is uitgewist. Wie een nieuw huwelijk begint met een onuitgesproken behalve in zich, begint het half gebonden (deel 1).
Het tweede huwelijk telt. De Thora verbiedt de terugkeer naar de eerste juist omdat het tweede een werkelijkheid is die zich niet laat terugdraaien. Wie het tweede huwelijk behandelt als omweg of tussenstation dat later ongedaan kan worden, doet het tekort (deel 2).
De eerste houdt zijn plaats. In het leviraat staat het eerste kind op de naam van de eerste man. Ruth trouwt Boaz zodat de naam van de dode niet wordt afgesneden. Mattheüs zet Uria in de stamboom van de Messias. Waar de eerste wordt uitgewist, zoals bij Michal en Paltiël, droogt het verhaal op. Waar de eerste een plaats houdt, draagt het tweede vrucht (deel 7).
Er is een tijd van niemand. Hosea zegt tegen zijn vrouw: vele dagen zul je voor mij blijven, je zult van geen man zijn, en ook ik zal zo tegenover jou zijn. Volgens de midrasj had Hagar zich na haar verdrijving aan niemand meer verbonden; je zou kunnen zeggen dat Abraham haar daardoor na Sara’s dood kon terugnemen. Tussen het oude en het nieuwe ligt een tijd waarin rouw en loslaten hun werk kunnen doen (deel 2 en 8).
Niemand wordt bezit, niemand verstomt. Van ba’al, eigenaar, naar isj, man. Van een vrouw die tussen het huis en de os staat in Exodus naar een vrouw die apart wordt genoemd in Deuteronomium. Van de vraag van wie zal zij zijn naar een opstanding waarin die vraag wegvalt. Het tweede woord op de stenen tafels staat tegenover het zevende: andere goden zijn goden die niet antwoorden, en echtbreuk begint waar het woord van de ander verstomt. Een tweede huwelijk vraagt een ander die antwoordt, en een huis waarin ook de eerste partner en de kinderen hun woord houden (deel 8 en 9).
Wat open blijft
Als je de teksten samen leest, valt op waar het zwaarste gewicht ligt. De zwaarste woorden treffen wie wegzendt, wie de brief schrijft om een ander te kunnen nemen, wie een vrouw doorgeeft als bezit. De zwaarste woorden treffen wie wegzendt. Over de verlatene zijn de teksten minder eenduidig: Matteüs 5:32 en Lucas 16:18 noemen het trouwen met een weggezonden vrouw overspel, Paulus noemt de verlatene niet tot slaaf gemaakt. Hertrouwen na de dood van een partner staat vast. Hertrouwen na een scheiding wordt in de Thora toegestaan, door Jezus in harde woorden ter discussie gesteld, en door Paulus met een open hand behandeld voor wie verlaten werd, al is die lezing omstreden.
Maar de teksten beslissen niet over een concreet leven. Of een tweede huwelijk is wat Jezus overspel noemt, of wat Paulus vrede noemt, of wat Hosea een nieuwe verloving noemt, hangt af van wat er gebeurd is en van hoe er opnieuw begonnen wordt: of de losmaking echt was, of de eerste een plaats houdt, of er een tijd van rouw was, of in het nieuwe huis iedereen een woord heeft.
Dat is zwaarder dan een regel, en ook ruimer. Een regel zegt ja of nee en laat je daarna met rust. De teksten vragen dat je kijkt naar wie er in je verhaal staan, de eerste, de nieuwe, de kinderen, jezelf, en dat niemand van hen uit dat verhaal verdwijnt.
In de laatste tekst van deze serie vragen de sadduceën van wie de vrouw met de zeven mannen zal zijn. Jezus antwoordt dat die vraag in de opstanding wegvalt, en dat voor God iedereen leeft. Wat van de bindingen van dit leven overblijft, zegt hij niet.
Tranen aan beide kanten
Wie opnieuw begint, doet dat zelden licht. Een scheiding laat sporen na in lichamen, in kinderen, in families, in de naam die je draagt. Een tweede relatie gaat niet vanzelf: de eerste gaat mee, in herinneringen en reflexen, en in kinderen die heen en weer reizen tussen twee huizen. Er wordt veel om gehuild. Een deel van dat lijden is onnodig: het komt van het oordeel van buiten, van uitsluiting uit het ambt of van de tafel, van een oordeel van Paulus dat tot gebod werd gemaakt (deel 4 en 6).
De Talmoed sluit het traktaat over de scheiding af met een zin van Rabbi Elazar: wie zijn eerste vrouw wegzendt, over hem stort zelfs het altaar tranen (Gittin 90b). Hij leest het uit Maleachi 2:13, waar het altaar bedekt is met tranen, gehuil en gezucht. Het huilen hoort bij de plek waar God en mens elkaar ontmoeten.
Dezelfde profeet noemt nog iets anders. Wie zijn vrouw trouweloos wegstuurt, bedekt zijn kleed met chamas, geweld (Maleachi 2:16). Dat geweld kan ook wonen in een huwelijk dat op papier heel blijft. Twee mensen die elkaar niet tot leven brengen, waarin het woord van de een verstomt en de ander niet meer antwoordt: dat kan moordend zijn. In de taal van deel 9 begint de echtbreuk daar al, lang voordat er een brief wordt geschreven. Paulus schrijft het over een partner die vertrekt, maar het reikt verder: tot vrede heeft God jullie geroepen (1 Korintiërs 7:15). Soms is er geen goede keuze, alleen de vraag welk kwaad je kiest, en of je het met open ogen doet.
Ik denk dat een mens door die keuze niet verloren gaat. Dat zou dwars ingaan tegen de genade waar deze teksten zelf van spreken. De God van Hosea verlooft zich opnieuw met een vrouw die van anderen was geweest. De God van Jeremia citeert zijn eigen wet en roept in dezelfde adem: keer terug. Jezus zit bij de put met een vrouw die vijf mannen achter zich had, en zij is het die zijn naam haar stad in draagt. Paulus weigert van zijn woorden een strik te maken. Wie de woorden over hertrouwen gebruikt om mensen buiten de genade te plaatsen, maakt er precies die strik van.
NAWOORD
In de eerste eeuw stelde vrijwel geen vrouw de vraag of zij opnieuw mocht trouwen. Zij moest het, of zij ging terug naar het huis van haar vader, of zij leefde van een ketoeba die vaak klein was en snel op. De vraag werd gesteld door mannen, en hun vraag ging over wegsturen. De vaststelling dat de zwaarste woorden treffen wie wegzendt, krijgt daardoor meer gewicht dan een accent. De uitspraak van Jezus legde een grens aan de macht van een man over het bestaan van een vrouw.
Woorden als de hardste lijn en met een open hand horen bij een lezer die kan kiezen. Voor een vrouw in Galilea klonk het harde woord misschien als de eerste keer dat iemand haar man aansprak op wat hij met haar deed. En Paulus’ open hand voor wie verlaten werd, raakte vrouwen in een stad waar verlaten worden gewoon was, en waar een vrouw die achterbleef niet wist of zij opnieuw mocht beginnen.
Wat de teksten vragen, blijft staan: een echte losmaking, een plaats voor de eerste, een tijd van rouw, een huis waarin iedereen een woord heeft. De context voegt er een vraag aan toe die de teksten niet hoefden te stellen, omdat iedereen haar kende: wie draagt zorg voor wie achterblijft? In de eerste eeuw was dat de vrouw. Bij een tweede huwelijk vandaag kan het de eerste partner zijn, of de kinderen, of degene die opnieuw begint. De scheidbrief, de ketoeba, het leviraat en de weduwenlijst waren allemaal antwoorden op die vraag. Wie vraagt of hij opnieuw mag trouwen, vraagt in de taal van deze teksten ook: voor wie draag ik zorg?
SERIE Hertrouwen in de Bijbel:
– Inleiding – Hertrouwen in de Bijbel
– deel 1 – Toegestaan aan iedere man · de scheidbrief als toestemming om te hertrouwen
– deel 2 – Niet terug · het verbod op terugkeer, Michal, God en zijn eigen wet
– deel 3 – En een ander trouwt · de vier uitspraken van Jezus en de vrouw bij de put
– deel 4 – Ongehuwd blijven of verzoenen · Paulus in 1 Korinthiërs 7
– deel 5 – De weduwe · waarom de dood losmaakt
– deel 6 – Man van één vrouw · de hertrouwde en het ambt
– deel 7 – Opnieuw, voor de naam · leviraat, Tamar, Ruth, Abigaïl, Batseba
– deel 8 – Bij wie hoort zij? · de vrouw met zeven mannen in de opstanding
– deel 9 – Een ander die antwoordt · de Tien Woorden en het woord van de ander
– Slot – Mag je opnieuw trouwen? · kiezen tussen twee kwaden, en de genade
– Nawoord – De context van de teksten


