Toegestaan aan iedere man
Hertrouwen in de Bijbel, deel 1
Het lichaam van de brief
De Mishna stelt een vraag die ik nooit had gesteld: wat is het eigenlijke van een scheidbrief? Wat moet erin staan, wil hij een scheidbrief zijn? Het antwoord in Gittin 9:3 bestaat uit vijf woorden: zie, je bent toegestaan aan ieder mens. Dat noemt de Mishna het lichaam van de brief. Al het andere is kader: de datum, de namen, de getuigen. Het lichaam is één zin, en die zin gaat over een volgend huwelijk.
Rabbi Jehoeda wil een langere formule, in het Aramees: dit zij jou van mij een boek van verstoting, een brief van loslating en een akte van vrijlating, om te gaan en getrouwd te worden met iedere man die je wilt. Dat laatste woord is van haar: detitsbayin, die jíj wilt.
In de woestijn van Juda is een scheidbrief gevonden waarin deze woorden bijna letterlijk terugkomen. Een man die Jozef heet, zoon van Naksan, stuurt zijn vrouw Mirjam weg, dochter van Jonatan. Beiden woonden op Masada. De brief wordt gedateerd in het zesde jaar, wat neerkomt op 71/72 of op 111 na Christus, daarover verschillen de geleerden. Hij zegt dat zij vrij is om te gaan en de vrouw te worden van iedere joodse man die zij wil. Dit is een brief uit de eerste of vroege tweede eeuw, uit de wereld van Jezus en de eerste gemeenten, en niet een latere rabbijnse reconstructie. De tekst eindigt met een belofte: wanneer zij erom vraagt, zal Jozef de brief vervangen, zolang hij leeft. Hij garandeert dus haar vrijheid om met een ander te trouwen.
En dan staat er in diezelfde mishna, direct na het lichaam van de scheidbrief, het lichaam van een andere brief: de akte waarmee een slavin wordt vrijgelaten. Je bent een vrije vrouw, je bent van jezelf. De Mishna zet ze naast elkaar zonder commentaar. Een scheidbrief en een vrijlatingsbrief hebben dezelfde bouw. Beide zijn uitspraken over wat de ander vanaf nu mag zijn.
Zij gaat uit
Deuteronomium 24:1-4 is in het Hebreeuws één lange voorwaardelijke zin. Als een man een vrouw neemt, en als zij geen genade vindt in zijn ogen, en hij schrijft haar een brief, en zij gaat uit zijn huis, en zij wordt van een andere man, en ook die tweede haar haat of sterft, dan mag de eerste haar niet terugnemen. Pas in vers 4 staat er een gebod. Alles daarvoor beschrijft wat er gebeurde. De Thora gebiedt de scheiding niet en verleent het hertrouwen niet uitdrukkelijk. Ze gaat ervan uit dat het tweede huwelijk komt, als iets vanzelfsprekends.
In Mattheüs 19 zeggen de farizeeën dat Mozes heeft geboden een brief te geven, eneteilato. Jezus corrigeert het werkwoord: Mozes heeft het toegestaan, epetrepsen. Hij leest de tekst nauwkeuriger dan zijn vragenstellers.
Vers 2 heeft drie werkwoorden: Zij gaat uit zijn huis, zij gaat, zij wordt van een andere man.
Jatsa, uitgaan, is het werkwoord van de uittocht. Het is ook het werkwoord van Exodus 21. In Exodus 21:10-11 gaat over een slavin-echtgenote. Een Hebreeuwse slaaf gaat in het zevende jaar vrij uit. Een slavin die tot vrouw is genomen en aan wie voedsel, kleding of gemeenschap wordt onthouden, gaat om niet uit, zonder geld. Het woord waarmee een vrouw het huis van haar man verlaat, is het woord waarmee Israël Egypte verlaat. De Mishna die de scheidbrief naast de vrijlatingsakte legt, volgt alleen wat de Thora al in de werkwoorden had gelegd.
Hajeta le’isj, worden van een man, is de gewone Hebreeuwse uitdrukking voor trouwen. Bij Hosea duikt ze op als wat wordt opgeschort. Als hij zijn ontrouwe vrouw terugkoopt, zegt hij: vele dagen zul je voor mij blijven, je zult niet hoereren en je zult niet van een man worden, en ook ik zal zo tegenover jou zijn. Tussen het oude en het nieuwe ligt een tijd waarin zij van niemand is. Ook hij.
Behalve aan die
Gittin 9 begint met een geval. Een man geeft zijn vrouw de brief en zegt: je bent toegestaan aan ieder mens, behalve aan die en die. Rabbi Eliëzer vindt dat geldig. De wijzen verbieden het. Wat moet hij dan doen? Hij moet de brief van haar terugnemen, hem opnieuw geven en zeggen: je bent toegestaan aan ieder mens. Heeft hij de uitzondering in de brief zelf geschreven, dan is de brief ongeldig, ook als hij haar daarna heeft uitgewist.
De volgende mishna maakt een onderscheid. Een uitzondering voor mannen met wie zij toch niet mag trouwen, zoals zijn vader, haar vader, een broer of een slaaf, maakt de brief niet ongeldig, want die zin sluit niets af wat open was. Een uitzondering voor iemand met wie zij wel een huwelijk zou kunnen aangaan, ook al zou dat een overtreding zijn, maakt de brief ongeldig. De Sifre, de oude uitleg van Deuteronomium, noemt als een van de redenen dat zo’n brief niet volledig afsnijdt. De man houdt een stuk zeggenschap over het leven van zijn vrouw na hem.
Hier ligt iets wat ik niet had verwacht te vinden in een juridische tekst. Een binding is pas verbroken als er niets is achtergehouden. Eén gesloten deur en de vrouw is nog steeds van hem, in het ene punt dat hij heeft vastgehouden. En wat eenmaal in de brief geschreven is, blijft zichtbaar, ook als het is uitgewist: de brief moet opnieuw worden geschreven.
Ik denk aan de vele manieren waarop mensen na een scheiding een behalve meedragen dat nooit is uitgesproken. Je mag gaan, behalve naar hem. Je mag opnieuw beginnen, behalve dat je dan gelukkiger wordt dan bij mij. Of bij de vrouw zelf: ik ben vrij, behalve dat ik niet meer zo durf te beminnen. De Mishna zou zeggen: zolang die zin in de brief staat, is zij niet gescheiden. En een nieuw huwelijk dat begint met dat voorbehoud nog in de brief, wordt gesloten door iemand die half nog van een ander is.
En een ander trouwt
Tegen die achtergrond hoor ik de zin van Jezus opnieuw. Wie zijn vrouw wegstuurt en een ander trouwt, pleegt overspel. Een vrouw die een scheidbrief in handen had, hoorde in die brief: je bent toegestaan aan iedere man. Jezus zegt over precies diezelfde vrouw dat wie met haar trouwt, overspel pleegt (Mattheüs 5:32, Lucas 16:18). Hij spreekt het lichaam van de brief tegen.
Mattheüs 5:32 heeft een vorm die ik eerder tegenkwam. Wie zijn vrouw wegstuurt, poiei autèn moicheuthènai, maakt dat zij tot overspel gebracht wordt. Het is een lijdende vorm, net als huttama’ah in Deuteronomium 24:4: zij is onrein gemaakt. In beide teksten treft de handeling van de man haar, en niet iets wat zij zelf heeft gedaan. De schuld ligt in de zin bij wie wegstuurt.
Marcus 10:11 voegt twee woorden toe die het joodse recht niet kende: hij pleegt overspel tegen haar, ep’ autèn. Volgens de wet kon een man alleen overspel plegen tegen een andere man, door diens huwelijk te schenden. Een getrouwde man die met een ongetrouwde vrouw sliep, schond zijn eigen huwelijk niet. Jezus maakt de eerste vrouw tot iemand tegen wie een man kan zondigen. Zij heeft zelf een verbond dat geschonden kan worden, ook nadat de brief is gegeven.
Ik weet nog niet wat hij ontkent. Het kan de vrijheid zelf zijn: er is geen tweede huwelijk zolang de eerste leeft. Het kan ook de macht van de brief zijn: een man kan met papier niet vrij verklaren wat hij in het lichaam heeft gebonden, en wat de brief belooft, kan de brief niet geven. Dan blijft de vraag waar de vrijheid wél vandaan komt, als niet van de man die de brief schrijft. Paulus zal later zeggen: van de dood. Maar welke dood, en wiens? Daar begint het volgende deel.
NAWOORD
De slavin van Exodus 21 is een dochter. Het hoofdstuk zegt het een vers eerder: als een man zijn dochter als slavin verkoopt (21:7). Een vader verkocht zijn kind uit armoede aan een huishouden, en daar werd zij de vrouw van de heer of van zijn zoon. Het jatsa dat haar vrij laat uitgaan, geldt dus de kwetsbaarste vrouw die het stelsel kende: gekocht, zonder bruidsschat, zonder familie die voor haar opkwam. Om niet betekent voor haar dat niemand losgeld hoeft te betalen. De wet laat haar gaan omdat er niemand anders is die haar kan laten gaan.
De rabbijnen trokken daar een lijn door die ver reikt. Als zelfs een gekochte vrouw recht heeft op voedsel, kleding en gemeenschap, dan iedere vrouw. Uit dit vers leidden ze de drie plichten van elke echtgenoot af, en daarmee een grond waarop een verwaarloosde vrouw naar de rechtbank kon gaan. De rechtbank kon de man dwingen haar een scheidbrief te geven en haar ketoeba uit te betalen (Mishna Ketubot 5 en 7). Zelf schrijven kon zij de brief niet, afdwingen wel. In de tijd van Jezus waren er daarmee twee erkende gronden voor een scheiding: ontrouw, uit Deuteronomium 24, en verwaarlozing, uit Exodus 21.
Ook de woorden van Rabbi Jehoeda, met wie je wilt, krijgen in die wereld gewicht. Een meisje werd door haar vader uitgehuwelijkt. Een vrouw die eenmaal getrouwd was geweest, keerde volgens de rabbijnse wet niet meer onder zijn gezag terug. De gescheiden vrouw en de weduwe sloten zelf hun volgende huwelijk. Juridisch had zij meer zeggenschap over haar leven dan de maagd. Dat versterkt de lezing van de scheidbrief als vrijlatingsakte.
Tegelijk legt het een grens. De vrijheid die de brief verleende, was in de praktijk vooral de vrijheid om een nieuwe kostwinner te vinden. Mirjam op Masada mocht de vrouw worden van iedere joodse man die zij wilde. Wat zij zonder een van hen had moeten beginnen, staat niet in de brief.
Bronnen
- Mishna Gittin 9:1-3 en 9:10, Hebreeuwse tekst en vertaling
- Sifre Devarim, pisqa 269 (over Deuteronomium 24:1-2)
- Scheidbrief uit Wadi Murabba’at (Masada, 71/72 of 111 n.Chr.)
- David Instone-Brewer over de datering en de Aramese formule
- Bijbelteksten: Deuteronomium 24:1-4, Exodus 21:2-11, Hosea 3:1-3, Mattheüs 5:31-32 en 19:3-9, Marcus 10:11-12, Lucas 16:18
SERIE Hertrouwen in de Bijbel:
– Inleiding – Hertrouwen in de Bijbel
– deel 1 – Toegestaan aan iedere man · de scheidbrief als toestemming om te hertrouwen
– deel 2 – Niet terug · het verbod op terugkeer, Michal, God en zijn eigen wet
– deel 3 – En een ander trouwt · de vier uitspraken van Jezus en de vrouw bij de put
– deel 4 – Ongehuwd blijven of verzoenen · Paulus in 1 Korinthiërs 7
– deel 5 – De weduwe · waarom de dood losmaakt
– deel 6 – Man van één vrouw · de hertrouwde en het ambt
– deel 7 – Opnieuw, voor de naam · leviraat, Tamar, Ruth, Abigaïl, Batseba
– deel 8 – Bij wie hoort zij? · de vrouw met zeven mannen in de opstanding
– deel 9 – Een ander die antwoordt · de Tien Woorden en het woord van de ander
– Slot – Mag je opnieuw trouwen? · kiezen tussen twee kwaden, en de genade
– Nawoord – De context van de teksten


