Een ander die antwoordt
Hertrouwen in de Bijbel, deel 9
Twee tafels
De Tien Woorden stonden op twee stenen tafels. De oude uitleg in de Mechilta vraagt hoe ze verdeeld waren. Rabbi Chanina ben Gamliel antwoordt: vijf op de ene, vijf op de andere, en elk woord op de eerste tafel staat tegenover een woord op de tweede. Het eerste, Ik ben de Eeuwige, staat tegenover het zesde, je zult niet doden. Het tweede, je zult geen andere goden hebben voor mijn aangezicht, staat tegenover het zevende, lo tin’af, je zult niet echtbreken.
Wie de tafels zo leest, ziet dat het echtbreken en de afgoderij dezelfde beweging zijn, de ene in het huis en de andere tegenover God. De Mechilta haalt er Ezechiël 16:32 bij, en daarna Hosea 3:1: ga nog eens, heb een vrouw lief die echtbreekt: de vrouw die echtbreekt, die in plaats van haar man vreemden neemt.
Tachat isjah, onder haar man of in plaats van haar man. Het Hebreeuwse tachat betekent beide. Het ligt dicht bij wat Paulus in het Grieks hupandros noemt, de vrouw onder een man (deel 5). Bij Ezechiël is het de plaats die verlaten wordt: zij neemt vreemden, zarim, op de plek waar haar man hoorde. En die vrouw is Jeruzalem, en de man is God. Hetzelfde beeld waarin Jeremia en Hosea het verbond beschreven (deel 2), staat hier op de stenen zelf: het tweede woord en het zevende spiegelen elkaar.
De vraag van deze serie, of een tweede huwelijk overspel is, moet dus ook langs de eerste tafel. Wat er op de tweede tafel echtbreken heet, heet op de eerste andere goden. Om te weten wat het zevende woord verbiedt, moet je weten wat het tweede bedoelt met anders.

Anders
Rasji geeft bij elohiem acheriem, andere goden, twee uitleggen. De eerste: het zijn geen goden, maar anderen hebben ze tot goden over zichzelf gemaakt. De tweede gaat dieper: ze zijn anders voor wie hen dient. Men roept tot hen en ze antwoorden niet. En het is alsof hij een ander is, sje’eino makiro me’olam, die hem nooit gekend heeft (Rasji bij Exodus 20:3).
In die lezing is anders wie niet antwoordt als er geroepen wordt, wie je niet kent. Met een andere naam, een ander volk of een andere plaats heeft het weinig te maken. Marc-Alain Ouaknin trekt daaruit de conclusie dat God degene is die antwoordt als men Hem aanroept en een God die niet antwoordt wanneer men hem aanroept, is niet God. Bij Elia op de Karmel roepen de profeten van Baäl een hele morgen, en de tekst zegt: ein kol we’ein one, er was geen stem en geen die antwoordde (1 Koningen 18:26).
In Deuteronomium 24:2 wordt de tweede man isj acher genoemd, een andere man. De Sifre maakt daar een korte, raadselachtige opmerking bij: acher, kevar kera’ato hatora acher, de Thora noemt hem al anders. De Zohar bouwt daar een hele leer op over een ziel die Acher heet (Zohar, Sava de-Misjpatim). Maar als je het woord leest met Rasji’s uitleg van de andere goden, wordt de vraag eenvoudiger en scherper. Anders meet dan het antwoord, ongeacht of iemand de eerste of de tweede is. Een tweede man hoeft in die zin geen acher te zijn. Een eerste man kan het geworden zijn.
Hosea laat zien hoe dat omslaat. God zegt over zijn ontrouwe vrouw dat zij hem niet langer ba’ali zal noemen, mijn heer, mijn Baäl, maar isji, mijn man (2:18). Ba’al is de eigenaar, en ook de god op de Karmel die geen stem had. Een vers eerder staat: en zij zal daar antwoorden zoals in de dagen van haar jeugd (2:17). En direct na de nieuwe verloving van 2:21-22 volgt: en op die dag zal Ik antwoorden, spreekt de Eeuwige, Ik zal de hemel antwoorden, en de hemel zal de aarde antwoorden, en de aarde zal het koren, de wijn en de olie antwoorden, en die zullen Jizreël antwoorden (2:23-24). Steeds hetzelfde werkwoord, ana, antwoorden. Het nieuwe huwelijk van Hosea is een keten van antwoorden.
Wie het woord heeft
Ouaknin leest de woorden van de tweede tafel als bescherming van het woord van de ander. Niet doden betekent: het woord van de ander niet stoppen. Niet echtbreken betekent: het woord van de ander niet laten verstommen. Niet stelen betekent: de ander de eigenheid van zijn woord niet afnemen. Echtbreuk begint dan op het moment dat iemand in zijn eigen huis niet meer aan het woord komt, lang voordat er een vreemd bed in beeld is.
Wie met die vraag de verhalen van deze serie terugleest, ziet een patroon dat eerder niet zichtbaar was. Wie heeft er in die verhalen een woord?
Michal spreekt in het begin om David te redden (1 Samuël 19:11). Na haar terugkeer bij David krijgt zij nog één zin, en dat is verachting: hoe heeft de koning van Israël zich vandaag geëerd (2 Samuël 6:20). Daarna geeft de tekst haar geen woord meer. Batseba zegt in het hele verhaal van 2 Samuël 11 twee woorden, de boodschap die ze David laat brengen: hara anochi, ik ben zwanger (11:5). In dat hele verhaal spreekt zij verder niet. Pas jaren later, in 1 Koningen 1, krijgt zij een stem, om voor haar zoon te pleiten. De vrouw van de zeven broers heeft in het verhaal van de sadduceeën geen enkel woord. Zij wordt doorgegeven.
Tamar spreekt, en haar woord redt haar leven: haker na, herken toch. Ruth spreekt, en haar woord vraagt om een vleugel: ufarasta chenafecha. Abigaïl houdt een van de langste toespraken die een vrouw in de Hebreeuwse Bijbel houdt, en haar woord houdt David weg van bloedschuld (1 Samuël 25:24-31). De vrouw bij de put spreekt, en door haar woord gelooft een hele stad (deel 3).
De tweede huwelijken die in deze teksten vrucht dragen, zijn die waarin de vrouw een woord heeft. Waar haar woord verdwijnt, droogt het verhaal op of moet het door de schuld heen.
Het Hebreeuwse woord voor echtbreken, na’af, heeft de getalswaarde 131: noen 50, alef 1, pe 80. Hetzelfde getal heeft anava, nederigheid: ajin 70, noen 50, waw 6, hee 5. Een getal bewijst niets. Maar de nederigheid is in de Hebreeuwse Bijbel de deugd van wie minder ruimte inneemt, zodat de ander er kan zijn, en echtbreuk in Ouaknins lezing de daad die de ander zijn ruimte en zijn woord ontneemt. Van Mozes wordt één keer gezegd dat hij anav me’od was, zeer nederig (Numeri 12:3). Het staat precies in het verhaal waarin Mirjam en Aäron spreken tegen hem vanwege de Kusjitische vrouw die hij had genomen. Over zijn huwelijk spreken anderen. Hij zelf zwijgt, en God antwoordt.
Niet tussen het huis en de os
Het tiende woord staat twee keer in de Thora, en de twee versies verschillen op één punt.
In Exodus 20:17 staat: je zult het huis van je naaste niet begeren. Daarna: je zult de vrouw van je naaste niet begeren, en zijn slaaf, zijn slavin, zijn os, zijn ezel, en alles wat van je naaste is. De vrouw staat in een rij met wat iemand bezit, direct na het huis en vóór de os.
In Deuteronomium 5:21 is de volgorde omgedraaid, en het werkwoord gesplitst. Je zult de vrouw van je naaste niet begeren. Dan, met een nieuw werkwoord: je zult niet verlangen naar het huis van je naaste, zijn veld, zijn slaaf, zijn slavin, zijn os, zijn ezel. De vrouw staat nu voorop, alleen, met een eigen werkwoord. Het huis en alles wat daarna komt, krijgt een ander werkwoord.
Tussen de eerste tafel en de herhaling veertig jaar later is de vrouw uit de lijst van bezittingen gehaald. In Exodus begeer je haar zoals je een huis begeert. In Deuteronomium is zij geen deel meer van het huis.
Dat is dezelfde beweging die in deel 8 aan het licht kwam: de bezitsvorm die stap voor stap wordt losgelaten. Ba’al wordt isj. Wie onder een man stond, wordt van zichzelf. En de vraag van de sadduceeën, van wie zal zij zijn, krijgt geen antwoord. Deuteronomium, het boek waarin ook de scheidbrief en het hertrouwen staan, is het boek waarin de vrouw voor het eerst niet tussen het huis en de os staat.
Opnieuw, en wie er antwoordt
Als de woorden tegenover elkaar staan, vijf tegen vijf, dan staat het vijfde, eer je vader en je moeder, tegenover het tiende, je zult niet begeren. Bij een tweede huwelijk staan daartussen de kinderen. Zij hebben een vader en een moeder die niet meer samen zijn, en een nieuwe man of vrouw in huis die geen van beiden is. Wie hertrouwt, vraagt van een kind dat het eert wat het niet heeft gekozen, en dat het niet het ene ouderlijke woord laat verstommen omwille van een nieuw.
De Tien Woorden zeggen niets over de vraag of een mens na een scheiding of een sterfgeval opnieuw mag trouwen. Daarvoor moet je naar de wetten en verhalen die in de vorige delen zijn opengelegd. Ze stellen een andere vraag, een die geen wet kan beantwoorden. Of in het nieuwe huis iemand tot zwijgen wordt gebracht. Of iemand bezit wordt, tussen het huis en de os. Of de nieuwe partner een acher is in de zin van Rasji, een die niet antwoordt als er geroepen wordt, of een isj, een man die antwoordt.
Die vraag geldt ook voor het eerste huwelijk, ook als het niet meer bestaat. Is het woord van de eerste partner nog ergens hoorbaar, in de kinderen, in de naam, in de plaats die hij of zij inneemt in het verhaal van het nieuwe huis? In het leviraat stond het eerste kind op de naam van de eerste man. Bij Mattheüs bleef Uria in de stamboom staan. Bij Michal werd de tweede man weggestuurd alsof hij nooit had gesproken.
En de vraag geldt voor wie opnieuw begint. Heeft zij zelf nog een woord, of is zij, zoals de vrouw van de zeven broers, iemand over wie gesproken wordt? Hosea’s nieuwe verloving begint met een vrouw die antwoordt zoals in de dagen van haar jeugd, en eindigt met een God die antwoordt, en een hemel en een aarde die elkaar antwoorden.
Of een tweede huwelijk dat kan zijn, beslist geen tekst vooraf. Het wordt pas zichtbaar wanneer er geroepen wordt, en blijkt of er antwoord komt.
NAWOORD
Een hoorder van de Tien Woorden verstond lo tin’af smaller dan wij. Overspel was gemeenschap met een getrouwde of verloofde vrouw. De staat van de man deed er niet toe: een getrouwde man die met een ongetrouwde vrouw sliep, schond geen huwelijk. In die oren beschermde het gebod het recht van een man op de afstamming van zijn kinderen, en het trof de vrouw in haar binding. De lezing waarin echtbreuk het woord van de ander laat verstommen, is een verdieping die de tekst kan dragen. De eerste hoorders hoorden haar nog niet.
De verschuiving van Exodus naar Deuteronomium blijft daarmee overeind. De vrouw wordt in Deuteronomium 5 werkelijk uit de rij van bezittingen gehaald. Alleen gebeurt dat binnen een stelsel dat ongelijk bleef. Daardoor valt op wat Marcus 10:11 doet: een man die zijn vrouw wegzendt en een ander trouwt, pleegt overspel tegen haar. Voor het eerst kan een man overspel plegen tegen zijn eigen vrouw. Wat Deuteronomium begon door haar uit de lijst te halen, maakt Jezus af door haar tot partij te maken.
De Mechilta is samengesteld na de verwoesting van de tempel, in de derde eeuw, uit oudere stof. Ze hoort bij een traditie waarin de Sinaï als bruiloft werd gelezen. De Mishna noemt de dag waarop de Thora werd gegeven de dag van zijn bruiloft (Ta’aniet 4:8). Wie in die tijd de twee tafels naast elkaar legde, las een huwelijksakte tussen God en Israël. Voor die lezers lag het voor de hand dat het verbod op andere goden tegenover het verbod op echtbreken staat: zij zagen de Sinaï al als bruiloft. De spiegeling van de tafels krijgt daarmee een stevige bodem in de tijd zelf.
Bronnen
- Marc-Alain Ouaknin, De tien geboden, Amsterdam 2001 (Boom); herdruk Vught 2016 Skandalon
- God die antwoordt en Gij zult niet echtbreken, Dineke van Kooten
- Rasji bij Exodus 20:3, elohiem acheriem
- Mechilta de-Rabbi Jisma’el, Bachodesh 8, de twee tafels
- Sifre Devarim 270, isj acher
- Bijbelteksten: Exodus 20:1-17, Deuteronomium 5:6-21 en 24:2, Ezechiël 16:32, Hosea 2:16-25, 1 Koningen 18:26, Numeri 12:1-8, 1 Samuël 19:11 en 25:24-31, 2 Samuël 6:20 en 11:5, 1 Koningen 1
SERIE Hertrouwen in de Bijbel:
– Inleiding – Hertrouwen in de Bijbel
– deel 1 – Toegestaan aan iedere man · de scheidbrief als toestemming om te hertrouwen
– deel 2 – Niet terug · het verbod op terugkeer, Michal, God en zijn eigen wet
– deel 3 – En een ander trouwt · de vier uitspraken van Jezus en de vrouw bij de put
– deel 4 – Ongehuwd blijven of verzoenen · Paulus in 1 Korinthiërs 7
– deel 5 – De weduwe · waarom de dood losmaakt
– deel 6 – Man van één vrouw · de hertrouwde en het ambt
– deel 7 – Opnieuw, voor de naam · leviraat, Tamar, Ruth, Abigaïl, Batseba
– deel 8 – Bij wie hoort zij? · de vrouw met zeven mannen in de opstanding
– deel 9 – Een ander die antwoordt · de Tien Woorden en het woord van de ander
– Slot – Mag je opnieuw trouwen? · kiezen tussen twee kwaden, en de genade
– Nawoord – De context van de teksten



