Vier evangelisten, vier woorden, één beweging
Over catharsis, hypocrisie, de Weg en de Waarheid — en waarom ze naadloos aansluiten op het persoonlijk ontwikkelingsproces
Er zijn vier evangeliën. En ze zijn niet vier versies van hetzelfde verhaal.
Ze zijn vier lagen van hetzelfde verhaal — elk vanuit een andere ingang, elk voor een ander publiek, elk vanuit de eigen biografie van de schrijver. Cambridge-hoogleraar Geurt Henk van Kooten laat in zijn boek Echo’s van het goede nieuws. De evangeliën in context, toen en nu (2025) zien hoe de evangelisten hun verhaal dubbel codeerden — voor een Joods publiek én voor een Grieks-Romeins publiek tegelijk. En hoe elk van hen een eigen sleutelwoord kiest dat zijn evangelie van binnenuit draagt.
Marcus kiest catharsis.
Mattheüs kiest hypocrisie.
Lucas kiest de Weg.
Johannes kiest de Waarheid.

Vier woorden. En wie ze naast elkaar legt — niet als theologische begrippen maar als beschrijvingen van wat er in mensen gebeurt — ontdekt dat ze samen een kaart beschrijven. Een kaart van de weg die een mens aflegt als hij van zijn buitenkant naar zijn binnenkant beweegt. Van wie het systeem van hem heeft gemaakt naar wie hij werkelijk is. (Zie ook: het overzicht)

Waarom juist dit woord voor juist deze evangelist
Marcus schrijft het kortste en meest urgente evangelie, het meest filmische. Hij schrijft vlak na de brand van Rome, voor een Grieks-Romeins publiek dat de catharsis kent als religieuze ervaring uit het theater en de Olympische spelen. Catharsis — reiniging, loutering, doorbraak — is het woord dat zijn publiek verstaat in het bloed. Marcus schrijft voor mensen die weten wat het is om geraakt te worden totdat iets los komt. Hij beschrijft Jezus als de drager van catharsis — de man bij wie contact met hem dingen in beweging zet die lang hebben vastgezeten.
Mattheüs is de tollenaar. De man die heeft geleefd in de kloof tussen wie hij was en wie hij toonde — Joods én collaborateur, chelek Eloka mima’al én belastinginner voor Rome. Hij schrijft na de val van Jeruzalem, voor een Joods publiek dat zijn systeem heeft verloren en op zoek is naar wat overblijft. Hypocrisie — hypokritēs, de acteur die zijn rol is geworden — is het woord dat zijn eigen leven heeft beschreven. Hij kende de mechanismen van binnenuit. Hij beschrijft ze met de precisie van een getuige.
Lucas is de arts. De reisgenoot van Paulus. De man die heeft gezien hoe mensen onderweg zijn — van Jeruzalem naar Rome, van het oude leven naar het nieuwe, van wie ze waren naar wie ze worden. Hodos — de Weg — is niet alleen een metafoor bij Lucas. Het is de structuur van zijn evangelie. Jezus trekt. De discipelen volgen. Het leven is beweging. Lucas schrijft voor mensen die niet meer weten welke kant ze op moeten — en die een reisgenoot nodig hebben.
Johannes is de meest theologische — of misschien de meest mystieke. Van Kooten stelt dat zijn evangelie het oudste is, niet het jongste. Johannes schrijft voor mensen die de diepste laag willen bereiken — niet de beweging, niet de diagnose, niet het proces, maar de kern. Alètheia — de Waarheid — is bij Johannes niet een propositie maar een ontmoeting. Jezus zegt niet: ik vertel de waarheid. Hij zegt: ik bén de Waarheid. De Waarheid is een persoon. Een aanwezigheid. Iets wat je niet bereikt door harder te zoeken maar door te stoppen met vluchten.

De vier woorden als kaart van het menselijk ontwikkelingsproces
Wie coacht of begeleidt — wie werkt met mensen die vastzitten, zoeken, veranderen — herkent in die vier woorden vier fasen die elkaar opvolgen. Niet altijd netjes na elkaar. Niet altijd in één leven volledig doorlopen. Maar als structuur herkenbaar.
Catharsis is de doorbraak. Het moment waarop de verdediging het laat afweten. Waarop het lichaam doet wat het hoofd heeft proberen te voorkomen. Tranen bij de haan die kraait. De val die niet te omzeilen was. De ziekte die de agenda leegveegde. De relatie die eindigde en daarmee de identiteit die eraan vastzat. Catharsis is niet iets wat je kiest. Het overkomt je. En in het overkomen ervan begint iets wat daarvoor niet kon beginnen.
Marcus beschrijft dit als de fundamentele beweging van het evangelie. Jezus raakt mensen aan en er gebeurt iets. Niet omdat ze het hebben verdiend of begrepen. Maar omdat contact met wat werkelijk is, iets losmaakt wat lang heeft vastgezeten.
Hypocrisie is de diagnose. Niet als moreel oordeel — als anatomische beschrijving. De mens bij wie de catharsis heeft plaatsgevonden, begint te zien wat hem heeft tegengehouden. De dertien overlevingsmechanismen die Mattheüs beschrijft zijn niet de zonden van slechte mensen. Het zijn de overlevingsstrategieën van mensen die hebben geleerd wie ze moesten zijn voor het systeem — en die zijn vergeten wie ze werkelijk zijn.
De hypocrisie-fase is de fase van het zien. Van het herkennen. Van de langzame ontdekking dat de kloof tussen wie je bent en wie je toont, niet is ontstaan door kwaadwil maar door overleving. En dat het tijd is om die kloof te sluiten.
De Weg is het proces. Lucas beschrijft hoe de mens die zijn mechanismen heeft herkend, onderweg is. Niet aangekomen. Niet terug bij het begin. Maar bewegend — van wie hij was naar wie hij is. Hodos is niet de bestemming. Het is het leven zelf als beweging.
In de praktijk van coaching is dit de langste fase. De fase van de kleine stappen. Van twee stappen vooruit en één terug. Van de dag dat het goed gaat en de dag dat de oude patronen terugkomen. Van leren onderscheiden wat van jou is en wat van het systeem. Van het opbouwen van een nieuw fundament terwijl het oude nog niet volledig is afgebroken.
Lucas schrijft voor mensen in deze fase. Hij beschrijft Jezus als reisgenoot — niet als rechter, niet als leraar op de kansel, maar als iemand die naast je loopt. Die weet dat de weg lang is. Die niet ongeduldig wordt als het langzaam gaat.
De Waarheid is de kern. Johannes beschrijft wat er is als de weg is gegaan — of beter: wat er altijd al was, wachtend om te worden gezien. De Waarheid bij Johannes is niet een systeem van overtuigingen. Het is de ontdekking van het Ware Zelf — de etzem, de vonk, de chelek Eloka mima’al — die er altijd al was, verborgen onder de kelipot.
In de praktijk van coaching is dit het moment waarop iemand zegt: ik weet nu wie ik ben. Niet als prestatie. Als herkenning. Als het moment waarop de mens zichzelf tegenkomt op een plek die hij nooit eerder heeft bereikt — en die toch vertrouwd aanvoelt. Alsof hij er altijd al is geweest. Alsof hij eindelijk thuis is.

Vier evangeliën, vier woorden die de lezers van toen al meebrachten, en die de schrijver niet uitlegt maar gebruikt.
Marcus schreef voor mensen die catharsis kenden als reiniging van binnen, en verplaatst de strijd van tempel en Rome naar de mens.
Mattheüs schreef voor mensen die de synagoge van binnenuit kenden, en laat zien hoe zeggen en doen uit elkaar vallen.
Lucas schreef voor mensen die één vrede kenden, die van het rijk, en zet daar een weg naar een andere vrede tegenover.
Johannes schreef voor mensen die gewend waren waarheid te zien opgevoerd, en zet de Logos op het toneel van het leven.
In deze series volg ik niet de woorden, maar wat ze doen als je ze toelaat:
bij Marcus de afdaling,
bij Mattheüs het masker dat laag voor laag afgaat,
bij Lucas de dertien manieren om onderweg te verdwalen,
bij Johannes de vraag wat het met een toeschouwer doet als hij ziet dat het waar is.

Vier series — één beweging
De Marcus-serie beschreef de catharsis — tien verdedigingen tegen de doorbraak, en de doorbraak die toch komt. Niet omdat de mens sterk genoeg was om haar te forceren. Maar omdat het leven zelf uiteindelijk groter is dan de verdediging ertegen.
De Mattheüs-serie beschreef de hypocrisie — dertien overlevingsmechanismen die de kloof in stand houden tussen wie je bent en wie je vindt dat je moet zijn. En wat er zichtbaar wordt als ze vallen. Niet iets nieuws. Wat er altijd al was.
Vier evangelisten. Vier woorden. Vier series die samen een kaart beschrijven van het menselijk leven.
Van de doorbraak via de diagnose en het proces naar de kern. Van catharsis via hypocrisie en de Weg naar de Waarheid. Van Marcus via Mattheüs en Lucas naar Johannes. Van wie je dacht te zijn naar wie je altijd al was.
MARCUS-SERIE: ‘de catharsis‘:
00. Marcus – een inleiding
01. Het woord dat niemand goed vertaalt (taal)
02. Het lichaam weet het eerst (fysiologie)
03. De belichaamde catharsis (aanwezigheid)
04. De oude zak de nieuwe noodzaak (verdediging)
05. Wat je voelt als aankomen, is vaak het begin van de val (schaduw)
06. Wat jij heelt heelt de wereld (doorwerking)
07. De liefde die beschermt (goede intentie als blokkade)
08. De toeschouwer van de catharsis (afstand)
09. Als de wereld zoals je haar kende, niet meer bestaat (adresloosheid)
10. De schemering (het interval)
11. De naakte vlucht (te werkelijk om te dragen)
12. De lege tombe (drempel)
MATTHEÜS-SERIE: ‘de hypocrisie‘:
00. Mattheüs spiegelt hypocrisie (inleiding)
01. De lege structuur(wet en vorm)
02. De persona die zichzelf is geworden (masker)
03. De strategische deugd (berekening)
04. Het systeem dat jou al heeft ingevuld (verwachting en bekendheid)
05. De vergelijking als gevangenis (rechtvaardigheid en nijd)
06. De identiteit vastgemaakt aan iets buiten jezelf (bezit en onzichtbaarheid)
07. Altijd eerst nog dit (uitstel en vermijding)
08. Het hoofd dat het lichaam niet meekrijgt (begrip zonder beweging)
09. De capitulatie onder sociale druk (instemming)
10. De historische distantie als geweten (oordeel en herhaling)
11. De projectie (het geconstrueerde beeld)
12. De schuld die nergens heen kan (spijt zonder ontvanger)
13. Wat je ontvangt maar niet aanneemt (de gestopte stroom)
14. De grond die niet ontvangt (de drie zaaiergevangenissen)
15. Het masker dat valt als niemand kijkt (over wie je bent als de heer weg is)
16. Mattheüs de tollenaar (de schrijver als getuige)
17. De zaligsprekingen (röntgenfoto van de dertien)
18. Het sluitstuk (wat overblijft als de kelipah valt)
LUCAS-SERIE: ‘de weg‘:
00. Lucas beschrijft de weg (inleiding)
00. Wat men verstond onder de weg
01. Het woord dat beweegt (taal)
02. De weg die begint voor je vertrekt (voorbereiding)
03) Het gezicht dat wordt gesteld (de aanvang van de reis)
13 manieren waarop mensen de weg kwijtraken:
04) De verkeerde richting (Emmaüs)
05) Thuis blijven (de oudste zoon)
06) Te ver weggaan (de verloren zoon)
07) Omkijken (9:62 de hand aan de ploeg; 17:32 “denk aan de vrouw van Lot”, alleen Lucas) — op weg zijn met het gezicht naar achteren
08) Aan de overkant voorbijgaan (10:31-32) — de priester en de leviet: de omweg die je maakt om niet te hoeven zien
09) Druk zijn met veel (10:38-42) — Martha: bewegen zonder ergens heen te gaan
10) Bouwen in plaats van gaan (12:16-21, de rijke dwaas) — grotere schuren, en de weg stopt bij je eigen erf
11) Beginnen zonder te rekenen (14:28-33, toren en koning) — de weg die halverwege ophoudt omdat je niet wist wat hij kostte
12) De ereplaats (14:7-11) — de verkeerde plek innemen, en daarmee de eigen plek in het systeem kwijt zijn
13) Elke dag langs de poort (16:19-31) — de rijke man en Lazarus: de weg lag aan zijn deur, hij liep er dagelijks langs
14) Niet terugkeren (17:11-19) — de negen die genezen doorlopen; de weg terug is het deel dat niemand neemt
15) Langs de weg zitten (18:35-43) — de blinde bij Jericho: naast de weg wonen tot je gaat roepen
16) Van verre volgen (22:54-62) — Petrus: op weg blijven, maar op een afstand die je niet meer thuisbrengt
17) De stad die haar naam niet kent (19:41-44): Jezus die weent over de stad die niet ziet “wat tot uw vrede dient”
JOHANNES-SERIE: ‘de waarheid’
00) Johannes voert de waarheid op (inleiding)
01) Wat men verstond onder waarheid
02) Het woord dat vlees wordt (taal)
03) De toeschouwer — 1:14, “wij hebben aanschouwd”, het werkwoord van het theater; wat het betekent dat de eerste zin van dit evangelie een zaal beschrijft
04) Kom en zie (de uitnodiging) — 1:39, 1:46, 4:29, 11:34: de zin die het hele boek door blijft klinken
Dertien toeschouwers die de waarheid niet zien:
04. Nathanaël (1:46) — al weten voor je gekeken hebt
05. Nicodemus (3:1-21) — in de nacht komen, en het “hoe kan dat”
06. De menigte bij het brood (6:26) — kijken naar wat je krijgt, niet naar wie het geeft
07. Zijn broers (7:3-5) — de familie die hem te goed kent om hem te zien
08. De Farizeeën bij de blindgeborene (9:39-41) — “wij zien”: de zekerheid als blindheid
09. Kajafas (11:49-50) — de berekening: beter dat één sterft
10. Judas bij de zalving (12:4-6) — de prijs weten en de waarde niet
11. De Grieken (12:20-22) — willen zien, en geen antwoord krijgen
12. Filippus (14:8-9) — “toon ons de Vader”, na drie jaar kijken
13. Petrus bij het vuur (18:15-27) — de toeschouwer die zich losmaakt van wat hij ziet
14. Pilatus (18:38) — de vraag stellen en niet wachten op het antwoord
15. Maria bij het graf (20:11-18) — de tuinman zien, omdat je een tuinman verwacht
16. Thomas (20:24-29) — zien als voorwaarde
Twee die wel zien:
17) De Samaritaanse vrouw (4) en
18) de blindgeborene zelf (9)
19) De zaal in het donker (20:29), “zalig die niet zien en toch geloven”, gezegd tegen Thomas maar gericht aan de lezer, de enige toeschouwer die per definitie niets kan zien. Daar draait het theater om: de zaal wordt het toneel.
LEES OOK: De evangelien getypeerd

